| Vindt u het een goede zaak dat de gemeente aan ouders met kinderen van 15 tot 19 jaar een drugstest heeft gestuurd? |
Mike Ruska (40) blaast met groep fanatiekelingen WV Volendam nieuw leven in
Edam-Volendam heeft met Team Greuter WV Volendam weer een echte wielerploeg. Niet gevuld met jonge talenten, zoals vroeger, maar met cracks die op wat latere leeftijd hun grenzen verleggen. Gekscherend worden ze al de Greuter-trein genoemd in het peloton van B-amateurs, een categorie met liefhebbers, opkomende en voormalige (semi-)profs. Mike Ruska – de zoon van – heeft de veertig aangetikt, maar als wielrenner heeft hij meer oog voor de leiderspositie en het podium, dan voor het panorama. Een vechtjas: op de judomat, het voetbalveld, de tennis- en squashbaan, op de weg en regelmatig ook daarbuiten.
Zijn vader was een hele grote, letterlijk en figuurlijk. Wim Ruska veroverde op de tatami twee wereldtitels, in 1972 werd hij Olympisch kampioen en hij wordt beschouwd als ’s lands beste judoka ooit. Een kampioen in ruste, want de Amsterdamse beer werd in 2001 geveld door een herseninfarct en kan zich sindsdien niet tot nauwelijks meer verstaanbaar maken.
Rondje om de kerk
Op de ‘voorstraat’ in Volendam zetelt zijn zoon zich op de stoel van de tuinset. Net getraind, kilometers in de benen, de laatste resultaten opsommend. ,,In Zaandam werd ik twaalfde, een week eerder in het Brabantse Brakel zesde. Die laatste was een mooie omloop door het land van Maas en Waal. Zeven keer een rondje van tien kilometer. Dat heb ik liever dan in Zaandam, vijftig rondjes om de kerk van ruim een kilometer.”
,,Ik ben vrij lang en dan is het lastiger met teveel korte haakse bochten, waarin je bijna stilstaat. Het kost me teveel kracht om dan steeds weer op snelheid te komen.”
Ruska is geen ‘mooi weer-renner’. ,,Ik houd van koersen in slecht weer. In die omstandigheden ben ik op z’n best, daar waar anderen door de mand vallen. Daarom won ik ook tijdens het NK tijdrijden, toen er windkracht zeven stond.”
Veertig is-ie. ,,Het kan alleen nog maar minder worden, zou je zeggen. Maar ik heb het gevoel dat ik nog steeds harder ga en het begin van dit seizoen bewijst dat. De start is beter dan vorig jaar.”
Dat hij nu steeds van voren zit, doet hem even dagdromen over wat als hij nu een jonkie was geweest… ,,In de winter trainen we regelmatig met profs mee en de snelheid is dan niet dusdanig hoog, dat ik zeg: dat kan ik niet. Ook in de wedstrijden zit ik regelmatig bij de eerste tien, terwijl er dan zo’n vijf á zes semi-profs en profs tussen rijden. Dan merk je dat je het misschien gekund had, als je nu prof zou zijn.”
,,Je wordt ouder en dan kun je zaken beter relativeren. Als ik nu naar de lokale jongeren kijk: Mike Bond is een waanzinnig talent, maar hij moet nog iets zekerder van zichzelf worden. Patrick Rückert komt op de leeftijd dat hij de stap moet gaan maken.”
Ruska was zelf ook een wielertalent. ,,Tussen mijn tiende en zeventiende. Ik heb wel de indruk dat het niveau toen hoger lag. Had je Volendammer Gerard Kemper, dat was een monster op de fiets. Die kon zo hard koersen. Toch redde hij het niet als prof, dat zegt genoeg over het niveau van toen. Aart Vierhouten, nu nog steeds in het profpeloton aanwezig, was van mijn generatie. Ik stond als jeugdrenner vaak net naast het podium.”
,,Als wielrenner moet je vijf á zes uur per dag in je sport steken om prof te worden, anders ben je kansloos. En in die tijd deed ik aan wielrennen, voetbal, judo, tennis en – als bijkomstigheid – ik vond het ook leuk om in de kroeg te vertoeven. Dat ging niet samen.”
‘Nog steeds wordt elders in het land gevraagd of ik familie ben van’
,,Ik ben opgegroeid in de sportschool. Was lang en kon het vaak compenseren met kracht. Want de techniek, die gave bezat ik niet. Judo is soms net een dans, een ritmisch gevoel. Dat heb je of je hebt het niet. Het is als turnen, een evenwichtssport.”
,,Je wilt natuurlijk aan je vader laten zien dat je dat ook goed kunt, net als hij. Maar dat ging niet en ik zette er minder voor opzij. ‘Wat ben je toch een grote boerenlul’, zei hij dikwijls tegen me. Ondertussen deed ik veel andere sporten, zoals ik op latere leeftijd nog Nederlands kampioen squash ben geworden in de B-categorie. En met voetbal speelde ik als laatste man, maar werd ik zelfs keeper. Bij EVC. Eerder had ik ook op doel gestaan in de B-selectie van Volendam. Als ik iets doe, doe ik het goed. Alleen een beetje veel tegelijk.”
,,Met squash heb ik mijn knie naar de knoppen geholpen en daarom ben ik weer gaan racefietsen. Want er blijft altijd een drang naar bezigheid, een verslaving. Ik moet wat doen met mijn energie. Ook na mijn werk. Anders vlieg ik tegen de kast. Als stratenmaker doe ik ook altijd wat meters meer, zoiets zit in je. Komt ook omdat dit een streberige gemeenschap is. Goed is in Volendam vaak niet goed genoeg.”
Hij groeide zoals gezegd op met judo. Logisch, met zo’n pa. ,,Hij nam me mee naar trainingskampen, naar wedstrijden, vaak stond er een journalist bij ons aan de deur. Nog steeds wordt me, wanneer ik werkzaam ben op een bouwtje en mijn naam noem, gevraagd of ik ‘familie van’ ben. Onlangs won ik een koers in Drenthe; stond er in de krant ‘de oersterke Ruska, zie de gelijkenis met de legendarische Ruska’. Maar ze wisten niet dat dat mijn vader is.”
Zijn oude heer kreeg niet het gewenste pensioen. ,,Zijn gehele rechterkant is na het infarct verlamd geraakt. Hij kan nog een paar honderd meter in de rondte bewegen. Het is een kasplantje. Zelf zou ik zo niet kunnen leven, maar die woorden heeft mijn vader ook uitgesproken toen mijn moeder hetzelfde was overkomen. ‘Als dat met mij gebeurt, druk dan maar een kussen op m’n kop’, zei hij destijds…”
,,Tot het hemzelf overkwam. Hij kan zich niet uiten in woorden, maar toen hij was bijgekomen in het ziekenhuis en mij voor het eerst zag, maakte hij met zijn mimiek en gebaren duidelijk dat hij niet wilde wat hij eerder tegen me had gezegd…’
,,Hij is blij dat hij er nog is. En strijdbaar. Misschien is het ook een beetje de angst voor de dood. Mijn moeder overleed toen ik heel jong was. Of ik haar gemist heb, weet ik niet. Maar ik weet wel dat ik vroeger regelmatig jaloers was op vriendjes en andere kinderen. Die verzorging, die heb ik nooit gehad. Als dan ook je vader in de kracht van zijn leven iets overkomt, dat er niks van hem over blijft, dat is een rare gewaarwording.”
,,Maar het heeft me ook strijdbaarder gemaakt in het leven. In de koersen merk ik dat ik meer karakter heb dan anderen. Ik geef nooit op. Gehard door mijn levenservaring. Zoals ik al zei, bij slecht weer kom ik juist beter uit de verf.”
‘Ik heb wel eens iemand in het ziekenhuis geslagen. Daar moet ik me voor schamen’
,,Of ik het altijd in goede banen heb kunnen leiden? Nee. Regelmatig was ik bij een kroeggevecht betrokken en had ik niet de slimste acties. Het was een bepaalde fase in mijn leven. Ik werd regelmatig opgezocht en uitgedaagd; dat kan een nadeel zijn van het feit dat je vader een judokampioen was. En het zit niet in mij om dan weg te lopen. Soms was het uit onrechtvaardigheid, soms was het geldingsdrang en als er dan ook alcohol in het spel was, dan kon het gebeuren dat ik iemand het ziekenhuis in sloeg en met oom agent in aanraking kwam. Daar moet je je eigenlijk voor schamen. Maar dat gevoel komt pas nu ik ouder ben en terugkijk.”
,,Nu heb ik een vrouw, zijn m’n kinderen wat groter en heb ik de sport meer als uitlaatklep. Ik geloof dat in ieder mens wel een mate van frustratie aanwezig is. In die tijd was ik vaak onhandelbaar. Nu ben ik echt alleen aan de sport verslingerd.”
En bij Team Greuter WV Volendam kan hij zijn ei kwijt. ,,De vereniging was slapende. Maar in de laatste tijd is er nieuw leven in geblazen. We begonnen met drie renners en van vijf en zeven ging het naar 22. Ondertussen hadden we sponsors gezocht en gevonden, zodat we ook weer een eigen ronde konden organiseren.”
,,Je kunt voor jezelf trainen en je kunt met de groep van ToerClub Volendam mee. En ik train met wat jongens een keer extra in Amsterdam, zodat ik toch zes dagen op de fiets zit. We zijn nu met 22 renners. René Schuitemaker, vroeger ook een talent, is ook weer lid geworden. Zoals ook een aantal oud-voetballers als Tom Sier, Jack Kemper en Wim ‘pier’ Tol fanatiek zijn gaan fietsen.”
In die groep fanatiekelingen zit Gerry Schilder (joep) ook regelmatig in den lande uitstekend van voren. ,,Onlangs zette hij in heuvelachtig gebied tijdens een koers een ongelofelijke prestatie neer. Ik zat lange tijd bij hem. Gerry is echter de helft van mijn gewicht, dus hij ging twee keer zo snel de berg op. Daarna reed hij nog twee jongens stuk en uiteindelijk werd hij tweede tussen allerlei oud-profs. Echt een waanzinnige prestatie.”
Het onderstreept hoe het team van Greuter WV Volendam zijn stempel heeft gedrukt in korte tijd. ,,Toen we laatst in Zaandam aan de start verschenen, hoorde je van tevoren de speaker al roepen dat ‘Greuter Volendam weer met zes renners aan de start is verschenen, dus dan zal het wel meteen hard gaan’. In het peloton praten ze al over de ‘Greuter-trein’. We rijden als ploeg en dan moeten er door ons hoge tempo al snel anderen lossen.”
Milaan-San Remo
,,Dit seizoen wil ik uiteraard mijn titel bij het tijdrijden prolongeren. Met een aantal jongens gaan we in Frankrijk deelnemen aan de Marmotte, met vier Alpen-cols, en deze maand rijd ik met enkele jongens mee in de ‘cyclo sportivo’ van Milaan-San Remo.”
De racefiets van zijn zoon hangt keurig in schuur. ,,Maar hij taalt er nog niet naar, wil niets liever dan voetballen. Daar oogstte ik vroeger bij ons thuis niet zo veel waardering mee. M’n vader was sowieso niet van de teamsport. En daar kan ik ‘m niet helemaal ongelijk in geven. Bepaalde dingen heb je dan niet zelf in de hand en je kunt wrijving krijgen in een groep. Als je individualist bent, trek je je eigen plan en hebt het zelf in de hand en als het niet goed gaat, moet je zelf in de spiegel kijken. Maar ik ben ook weer geen type dat honderd kilometer in zijn eentje gaat fietsen. Ik hou van gezelligheid. En ik vind het mooi om te merken dat je met je fanatisme anderen meetrekt.”
Zilver op het NK
Tijdens het officieuze NK voor B-amateurs in Wervershoof heeft Mike Ruska op overtuigende wijze de tweede plaats voor zich opgeëist. ,,Van tevoren teken je daarvoor, maar als je zo dichtbij bent, dan hou je daar toch een dubbel gevoel aan over”, aldus Ruska.
De wedstrijd werd verreden over een omloop van 4,2 km (16 ronden, totaal 71 km), aan de start stonden in totaal 110 renners waarvan 4 mannen van Greuter, Michael Ruska, Cees Snoek, Edwin Sierkstra en Rene Schuitemaker.
Net na de start begon het te regenen waardoor de wegen, en met name de bochten, spekglad waren. Al vanaf de start werd er flink doorgereden, hier en daar waren wat glijpartijen maar over het algemeen werden de bochten zeer voorzichtig genomen. Het tempo lag dusdanig hoog dat wegkomen in de eerste helft van de koers zeer moeilijk was.
Na vijftig kilometer gingen Ruska en Mark Bakker op avontuur. Arjan de Heer en meervoudig Nederlands amateurkampioen Ron Vroom zagen het gevaar en reden naar de twee toe. In het peloton werd afgestopt door onder meer Team Greuter. In de laatste ronde werd Mark Bakker uit de kopgroep gelost, hij zat al dusdanig stuk dat hij niet meer de scherpte had de bochten goed aan te snijden waardoor hij in de berm terecht kwam en de kopgroep moest laten gaan. In de laatste bocht (over de spekgladde zebrapadden) nam Ron Vroom op zeer ervaren wijze de meeste risico waardoor hij met enkele fietslengtes voorsprong de eindsprint gemakkelijk won. Ruska reed Arjan de Heer eenvoudig uit het wiel en finishte zeer netjes als tweede.
,,Verliezen van Vroom, dan verlies je niet van de minste; hij is de regerend wereldkampioen bij de veertigplussers. Ik dacht dat ik sterk genoeg was om te winnen, maar hij nam in de laatste bocht net meer risico’s. Het is een klasbak.”