't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Voor Jan en Mary Tuijp stond 2017 onder meer in het teken van een angstaanjagende reis door Noord-Korea

Dolen door een open gevangenis

Tijdens oudejaarsavond zal het ongetwijfeld regelmatig ter sprake komen: de bewogen reis van Jan Tuijp (Pet) en zijn vrouw Mary door Noord-Korea. Ze waren er maar liefst twee weken en maakten er de gekste dingen mee. Vorige maand arriveerde het echtpaar weer op Nederlandse bodem. Een ervaring rijker, maar bovenal opgelucht. Conclusie: ,,Wij gaan nóóit meer naar Noord-Korea.”

Jan en zijn vrouw Mary zijn nooit bang geweest om het avontuur op te zoeken. In 1994 waren ze de eerste Nederlanders die na de val van het communisme in Albanië met een eigen sportvliegtuig naar Tirana vertrokken. Een paar jaar terug stonden ze in Alaska nog oog in oog met een grizzlybeer. Maar dat alles staat in geen vergelijk met een bezoek aan Noord-Korea. Het land wordt bestuurd door dictator Kim Jong-un, kent amper toerisme en een mensenleven is er weinig waard.
Het advies van de Nederlandse overheid is dan ook: bezoek het land alleen als het écht moet. Jan en Mary lieten zich echter niet afschrikken. ,,Er is ons de afgelopen maanden regelmatig gevraagd waarom we uitgerekend naar Noord-Korea wilden”, vertelt de reisfotograaf en voormalig BZN-bassist. ,,Voor ons is het antwoord vrij simpel. Wij zijn geen vakantiegangers, maar reizigers die wat van de wereld willen zien. Naarmate we onze bucketlist steeds verder afvinken, komen de minder voor de hand liggende bestemmingen in beeld. En ja, Noord-Korea is een land dat bij ons vele vragen opriep. Hoe absurd is die samenleving wel niet? Is dit volk onder natuurlijke hypnose van de leiders of worden ze onderdrukt? Of allebei?”
Raketten
Jan en Mary boekten hun trip naar Noord-Korea toen er van een raketcrisis nog geen sprake was. Het conflict tussen de Verenigde Staten en het Aziatische land was nog niet geëscaleerd. Naarmate de spanningen in Korea toenamen, heeft Jan gekeken naar de opties om de expeditie te cancelen. Maar dat was een kostbare aangelegenheid. De Volendamse avonturiers zouden namelijk eerst naar Beijing vertrekken voor een paar dagen sightseeing. En ná Noord-Korea stond ook nog een tocht door Japan op de planning. ,,In de weken voor de reis waren we best zenuwachtig. Ik heb nog gekeken naar een andere bestemming, maar die was niet zo snel voorhanden”, aldus Jan.
En dus maakten ze medio september ‘gewoon’ de reis naar China. Het begin van een memorabele en bij vlagen angstaanjagende reis, zo bleek later. ,,Na drie mooie dagen in Beijing vertrokken we per trein naar Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea. Een trip van 24 uur. We reisden met een stel wereldreizigers uit Aerdenhout, waar we al vaker mee op pad waren geweest. Uit voorzorg kochten we in China nog wat broodjes en een paar flessen wijn. We hadden geen idee wat ons te wachten zou staan in Noord-Korea. We hoopten vooral dat de grens met China niet alsnog geblokkeerd zou worden. En dat de raketten aan de grond zouden blijven. Zeker terwijl wij er waren…”
Angstaanjagend
Jaarlijks reizen er slechts 5000 westerse toeristen en 220 Nederlanders naar Noord-Korea. Het is dus niet vreemd dat Jan, Mary en hun reisgenoten de enige Europeanen zijn in de niet bepaald moderne wagon. ,,We sliepen op stapelbedden; de vrouwen beneden, de mannen boven”, lacht Jan op cynische wijze. ,,Dat is heel fijn, zeker als je midden in de pikdonkere nacht even moet plassen. En je dan met je slaapkop door een smal gangetje naar de wc moet waggelen en vervolgens weer in je bed moet zien te klimmen. Probeer het maar eens…”
Na een ietwat onprettige nacht arriveren de reizigers de volgende ochtend in de Chinese grensplaats Dandong. Na de grenscontrole van een paar uur tjokt de trein via een spoorbrug over de Yalu-rivier naar het grensstation in Noord-Korea. ,,Uit het raam zien we de beroemde Broken Bridge”, vertelt Jan. ,,Vanuit daar proberen vele Chinese toeristen een glimp van het dagelijkse leven in Noord-Korea op te vangen. Bij het zien van deze rivier moet ik sterk denken aan de YouTube-filmpjes met de lugubere verhalen van Noord-Koreanen die via deze weg probeerden te vluchten naar Mongolië of Thailand. En hoe hun achtergebleven Noord-Koreaanse familieleden voor straf werden opgepakt en in martelkampen gevangen zijn gezet. Angstaanjagend…”
Haasje
Eenmaal op het Noord-Koreaanse grensstation worden hun paspoorten ingenomen. Uren later, vlak voor vertrek, worden ze teruggebracht. ,,Onze bagage wordt minutieus doorzocht. De camera’s worden door de beambten zelf bediend en de foto’s die erop staan gecontroleerd. Opvallend is dat zelfs het magazine van Linda de Mol zeer secuur wordt doorgebladerd. Bij een boekje over Japan gebeurt hetzelfde. We waren al gewaarschuwd om vooral geen literatuur over Noord-Korea of religieus materiaal vanuit het buitenland mee te nemen. Kennelijk zoeken de grensbeambten daar naar tussen ons andere leeswerk in. Mijn telelens geeft geen problemen. Dat is een meevaller.”
Toch wordt Jan wel even flink opgeschrikt als hij tijdens het wachten een foto maakt van het perron, waar veel militairen rondlopen. Een vrouwelijke soldaat ziet het gebeuren, rent woedend de trein in en pakt de camera van Jan af. ,,Ze verplicht me vervolgens om de gemaakte foto’s te verwijderen. Later, na contact met onze gidsen in Pyongyang, begreep ik overigens dat dit incident mij al de kop had kunnen kosten. Eén verkeerde foto en je bent het haasje. Sindsdien weet ik dat je met militairen in de buurt altijd de lens naar beneden gericht dient te houden. Welkom in Pyongyang.”
Verminkingsfoto’s
De toon is meteen gezet. Het unheimische gevoel in Jan is geboren. En ze zijn er nog maar net. ,,Wat na de vijf uur durende grenscontrole meteen opvalt, is dat de meeste Noord-Koreanen ontzettend mager zijn. En dat er niet of nauwelijks personenauto’s rijden op de voornamelijk onverharde wegen. Je ziet vooral militaire auto’s en in de steden hier en daar wat taxi’s. Die legervoertuigen vallen overigens bijna uit elkaar. Je mag dat niet fotograferen, maar het is een lachertje. Allemaal spul van tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog. Ze claimen hier een van de grootste legers ter wereld te hebben, maar dat is geen leger waar je vandaag de dag slagkracht mee kunt uitdrukken.”
Wat verder ook in het oog springt, zijn de vele standbeelden en gigantische betonconstructies met daarop schilderijen van de Noord-Koreaanse leiders. ,,Je ziet ze echt overal waar je komt in dit land”, verzekert Jan. ,,Gigantische, bronzen standbeelden. Vaak wel dertig meter hoog. En de heuvels waarop ze staan, zijn kunstmatig aangelegd. Ze breken hele delen van steden af om zo’n ding te kunnen neerzetten. We hebben veel gezien in ons leven, maar dit slaat alles. Die leiders zijn geen mensen, maar goden. En kinderen worden van jongs af aan geïndoctrineerd, hebben we gemerkt. In schoolklassen van leerlingen in de leeftijd van vijf tot zeven jaar hangen de meest gruwelijke verminkingsfoto’s, om te laten zien wat de Japanners en Amerikanen het Noord-Koreaanse volk aangedaan zouden hebben. Dat krijgen die broekies dus op zo’n jonge leeftijd al op hun boterham. Waar gaat het over?”
Glibberige smurrie
Op het treinstation van Pyongyang worden Jan en Mary opgewacht door twee charmante en sympathieke gidsen, zoals Jan het zelf noemt. ‘Jullie zijn moedige toeristen’, zeggen de twee Noord-Koreanen vlak na de begroeting. ‘Er komt de laatste tijd amper nog een toerist opdagen’.
Na een paar minuten rijden arriveren ze bij een van de twee vijfsterrenhotels die Noord-Korea rijk is. Een hotel met een prachtige lobby, maar behoorlijk verpauperde kamers, zo blijkt al snel. ,,Hoewel de gidsen sympathiek overkomen, leggen ze ons meteen een paar dwingende gedragsregels op”, vertelt Jan. ,,Kranten en tijdschriften met foto’s van de leiders mogen we niet vouwen, kreukelen of weggooien. We mogen geen militairen of militaire voertuigen fotograferen. Geen arbeiders op bouwwerken vastleggen. Niet zonder gidsen het hotel verlaten. Standbeelden van de leiders alleen in het geheel en rechtop fotograferen. Zomaar wat regeltjes. Wij geven onze op het eerste oog vriendelijke gidsen al snel een andere naam: bewakers.”

‘Ze claimen hier
een van de grootste legers
ter wereld te hebben,
maar dat is geen leger
waar je vandaag de dag
slagkracht mee kunt uitdrukken’

De volgende morgen worden Jan en Mary al bij de lift opgewacht door diezelfde ‘bewakers’. De Volendammers ontbijten niet samen met de andere Noord-Koreanen, maar in een apart zaaltje. Op de menukaart staan veelal rauwe gerechten. ,,We krijgen koude noedels voorgeschoteld, het favoriete gerecht van onze bewakers. Zij slurpen de glibberige smurrie in twee minuten naar binnen, maar wij krijgen de smakeloze koude bruine wurmen niet door onze strot.”
Met een knorrende maag gaan de Volendammers even later op weg naar het centrum van Pyongyang. ,,En dat lijkt gemaakt om te imponeren”, aldus Jan. ,,Je ziet er een en al prestigeobjecten en protserige overheidsgebouwen. Als we later het land door reizen, realiseren we ons dat dit stukje pronkstad in Pyongyang verre van representatief is voor Noord-Korea. Je weet soms niet wat je ziet van de armoede. Die mensen hebben over het algemeen bijna niets.”
Grote muur
De hele reis lijkt voorgekauwd en geregisseerd, merkt Jan. Alles met het doel om de toerist een zogenaamd goed gevoel van het land te laten krijgen. ,,Na verloop van tijd vraag ik onze bewakers of er ook buitenlands nieuws te zien is op de nationale televisie. Ze knikken meteen. Ze hebben gelijk, maar het blijkt wel uitgezonden te worden op een zender van leider Kim Jong-un. Het volk in dit land is verstoken van elke vorm van informatie van buitenaf. Er staat als het ware een grote muur omheen. Er is geen telefoon- en internetverbinding met het buitenland. Alsof de inwoners niet mogen weten wat er buiten de muur gebeurt. Bizar.”
Als ze diezelfde avond twee Nederlandse studenten ontmoeten, neemt de angst toe. ,,Zij hadden ook last van het slechte eten en één van de twee was zelfs ziek geworden. Die morgen lag hij in zijn hotelbed toen er opeens twee vrouwen zijn kamer binnenliepen. Toen ze hem zagen, vertrokken ze meteen weer. Merkwaardig. Die studenten hadden ook een Duitser gesproken die pas na een paar dagen in de gaten kreeg dat zijn gidsen ook Duits verstonden. Ze laten dus echt niets aan het toeval over.”
Koud struikgewas
Na drie dagen Pyongyang vertrekken Jan en Mary naar Sijung. ,,We zijn echt helemaal van de bewoonde wereld afgesloten. Zonder paspoorten, die blijven gedurende ons verblijf in handen van onze bewakers. En dat is best wel even slikken.”
De propaganda-toer gaat in Sijung onverstoord verder. ,,Af en toe hebben we op onze hotelkamer tot onze verbazing nog twee extra nieuwszenders: Al Jazeera en Russia Today. Onze begeleiders hebben deze zenders absoluut niet, zeggen ze. Al snel denk je dan dat dit de toeristen moet misleiden door hen te laten denken dat het toch wel meevalt met het Noord-Koreaanse tv-beleid.”

‘Zij slurpen de glibberige smurrie
in twee minuten naar binnen,
maar wij krijgen de smakeloze
koude bruine wurmen
niet door onze strot’

Dat gevoel van misleiden hebben ze ook als ze bij een boerderij zijn waar volgens hun begeleiders 1500 boeren bij zijn aangesloten. ,,We worden rondgeleid door de best presterende boerin. Ze heeft het over hun volledig gedigitaliseerde productieproces, terwijl ze wijst naar een gebouw waar alle computers zouden staan. Vóór dat gebouw zitten boeren op de grond met de hand de rijstkorrels uit te kloppen en sleept een ouwe os een ossenwagen zonder wielen vooruit. Als klap op de propagandistische vuurpijl lopen we bij de boerderij naar een tuin waar kleine kinderen van arbeiders spelletjes voor ons spelen en liedjes zingen. Op commando. Voor de kinderen doen we mee, maar het is toch heel bedenkelijk dat zij al zo jong worden ingezet als propagandamiddel.”
Ook het eten wordt er in Sijung niet beter op. ,,Er is geen vlees of kip. Slechts uitgemergelde eend, waar weinig vlees aan zit. Het eten bestaat grotendeels uit koud struikgewas, met koude witte rijst en veel rauwe inktvispoten. En dat werd er tijdens het vervolg van de reis niet veel beter op…”
Antieke techniek
Enkele dagen later reizen Jan en Mary nog naar de berg Kumgang bij de stad Wonsan, aan de oostkant van Noord-Korea op de grens met Zuid-Korea. ,,We komen onderweg onder meer langs een voormalig populair toeristisch gebied. Er heerst een gespannen sfeer, met eveneens weer veel aanwezige militairen. Ook hier zien we talloze legertrucks met rookpluimen. Eerst dachten we nog van rokende motoren, totdat duidelijk te zien is dat er grote houtblokken in een verticale ketel in de laadbakken worden gedeponeerd. Een systeem dat dateert uit de Tweede Wereldoorlog. Gebrek aan nieuw materiaal en conventionele brandstof zijn natuurlijk belangrijke drijfveren voor het in stand houden van deze antieke techniek.”

‘De angst in haar ogen was
voor mij het
regelrechte bewijs
dat de inwoners
van Noord-Korea
doodsbang zijn’

In Hamhung, een stad die tot voor kort niet toegankelijk was voor toeristen, bezoeken Jan en Mary de standbeelden van de Noord-Koreaanse leiders. ,,We mogen de standbeelden niet naderen in korte broek, met losse kledingstukken of met zonnebril. Dus we hebben ondanks de hitte de lange broek weer aangetrokken. Op zo’n honderd meter van de beelden vraag ik onze hoofdbewaker een foto van Mary en mij te maken, met de beelden op de achtergrond. Als ik mijn arm op Mary’s schouder leg, slaakt ze een snerpende doodskreet. Ze rent naar ons toe met de camera en slaat meteen mijn hand van Mary’s schouder. Kennelijk heeft ze er wel een foto van gemaakt en ze vraagt echt panisch om die onmiddellijk te verwijderen. Ze ziet erop toe dat ik de juiste foto verwijder en is dan zichtbaar opgelucht. De angst in haar ogen was voor mij het regelrechte bewijs dat de inwoners van Noord-Korea doodsbang zijn. Bang voor ferme strafmaatregelen.”
Hart op hol
Vanuit Hamhung bezoeken ze nog wat andere Noord-Koreaanse stadjes en dorpjes, alvorens ze een paar dagen later weer in hoofdstad Pyongyang arriveren. Klaar voor de terugreis naar Beijing en aansluitend de toer door Tokio en omstreken. Eén ding hadden alle stadjes en dorpjes in Noord-Korea met elkaar gemeen: Jan en Mary vielen overal van de ene verbazing in de andere. Helaas mocht Jan lang niet alles vastleggen op de gevoelige plaat, al zocht de Volendamse fotograaf wel een paar keer de grens op. ,,Ik heb ook wel stiekem wat foto’s gemaakt. Daar had ik via Photoshop wat lagen overheen gezet, zodat ze bijna onvindbaar waren. Maar na een paar nachten wakker liggen vond ik het toch te tricky. Vooral nadat onze begeleiders zeiden dat wij daarmee het risico zouden lopen niet meer het land uit te komen. Dat verlamde mij compleet, dus ik verwijderde alle verboden foto’s.”

‘Toen ik een paar dagen geleden
mijn laptop helemaal
leeg wilde halen,
schrok ik me echt
het lazarus’

Althans, dat dacht hij. ,,Toen ik een paar dagen geleden mijn laptop eens helemaal leeg wilde halen, schrok ik me echt het lazarus. In de navigatiekolom zag ik onder het kopje ‘recent verwijderde foto’s’ een map met nog wat strengverboden militaire foto’s staan. Het zweet brak me uit en mijn hart sloeg alsnog op hol. Gelukkig is het goed afgelopen. En tja, achteraf heb ik nog wat extra interessante foto’s.”
Gruwelijke dictator
In de bus naar het treinstation van Pyongyang krijgen Jan en Mary na twee weken eindelijk hun paspoorten terug van hun begeleiders/bewakers. ,,Na zo’n vier uur bereiken we de Noord-Koreaanse grens. Daar worden onze koffers weer minutieus doorzocht, precies zoals bij de heenreis. Als we door mogen en uiteindelijk de Chinese grens passeren, trekken we een paar flessen wijn open om te vieren dat we onze vrijheid terug hebben. Geen bewaking meer, vrijuit spreken en alles weer fotograferen.”

‘We hebben veel momenten gehad
waarop we het even
niet meer zagen zitten’

Ondanks een mooi vervolg van de reis door China en Japan bleef de Noord-Korea-trip nog wekenlang het gesprek van de dag van Jan en Mary. ,,Vaak heb ik me tijdens deze trip afgevraagd hoe een heel volk als het ware gehypnotiseerd in de ban van een leider kan raken. Hoe kan het dat 25 miljoen mensen de waanzinnige gang van zaken hier kritiekloos accepteren? Dat een hele natie de aan waanzin grenzende persoonsverheerlijking van een gruwelijke dictator en zelfs zijn goddelijke status ondersteunt? Onderdrukking is daarop het enige antwoord. Volgens publicaties van Koreaanse vluchtelingenorganisaties en Amnesty International worden kritische Noord-Koreanen gedeporteerd naar lugubere strafkampen. Het voelt heel bizar om dat aan den lijve te hebben ondervonden.”
Vrijheid koesteren
Het waren, zoals Jan het noemt, zéér bizarre weken. ,,We hebben veel momenten gehad waarop we het even niet meer zagen zitten. Vooral bij het steeds maar weer moeten aanhoren van alle onzinnige verhalen over de leiders. We werden er gewoon kotsmisselijk van. En ik geef toe dat ik ook bang ben geweest. Bang vanwege het beangstigende idee dat je door een paar foto’s, die naar de mening van een grensbeambte negatief voor het land zijn, zomaar je vrijheid kwijt kunt raken. Dan besef je maar al te goed dat je in een land bent waar je niet mag zeggen wat je denkt en niet vrij bent om te gaan en staan waar je wilt.”
Een land waar je door geen enkele wet of instantie wordt beschermd. ,,Waar mensenrechten niet bestaan en mensen helemaal niet meetellen. Toch hadden we het niet willen missen. Het is een van de meest bijzondere en interessante reizen van ons leven geweest. We zullen er nog heel lang over napraten. Maar wel hier, in onze heerlijk vrijheid. Die vrijheid moeten we koesteren en bewaken; met alle krachten en middelen die we hebben. Dat is de les die wij uit deze reis hebben getrokken.”

|Doorsturen

Uw reactie