Verhalen

Richard Hansen, geadopteerd in Zeist, opgegroeid in Volendam

Na vijftig jaar herenigd met biologische moeder

Het blijft iets bizars. Richard Hansen lijdt aan de ziekte van Kahler en leeft in reservetijd. Juist in die extra tijd is het tot een hereniging gekomen met de vrouw die hem een halve eeuw geleden als baby moest afstaan. Zijn biologische moeder. Die hem in Zeist ter wereld bracht en de naam Paul gaf… Maar haar zoon geen seconde mocht vasthouden. ,,Dat deed ze laatst, toen we elkaar voor het eerst zagen, wel. Tien minuten lang…” Richard Hansen, een in Volendam opgegroeide wees, na drie maanden geadopteerd door Kees Hansen – boekhouder op de LTS – en Aaf Keizer (aaltje). ,,Dat waren mijn vader en moeder. Dat andere, nieuwe moedergevoel, dat moet nog groeien. M’n biologische vader? Daar weet ik nog niks van. En hij ook niet…”
Door Eddy Veerman

,,Mijn vader en moeder – en ook al zijn ze overleden zullen ze dat voor altijd blijven – zijn altijd eerlijk voor me geweest. Ik kan het moment me niet meer herinneren, maar weet wel dat ik een jaar of zes, zeven was toen zij me vertelden dat ze niet mijn échte vader en moeder waren. Dat was wel een leeftijd waarop ik begreep wat dat betekende. Wat me in die tijd verteld werd, was dat mijn biologische moeder zeventien jaar jong was toen ze mij kreeg en er vanwege een groot gezin geen ruimte was voor mij, om mij op te voeden…”
,,Ik heb mezelf er eigenlijk nooit in verdiept, het deed me niets of hield me niet bezig. Totdat mijn vrouw Brenda het een paar keer vroeg. Zij was er wel altijd meer in geïnteresseerd en vroeg me regelmatig of ik die behoefte voelde of ik mijn biologische ouders wilde opzoeken. Die had ik niet. Ik had mijn vader en moeder gehad, zo zag ik het.”
Maar op een gegeven moment word je wat ouder, we waren zelf in de gelukkige omstandigheid om kinderen te krijgen én toen ik ziek werd, was één van de eerste vragen die werd gesteld: zit het in de familie? En die vraag kon ik niet beantwoorden. Want ik wist niet wie mijn familie was.”

Raad van Kinderbescherming
,,Bij de Raad van Kinderbescherming ligt een dossier over mij. Brenda stelde voor om daar te gaan kijken, maar dan moet je toestemming hebben van degene die daar met naam in wordt genoemd. Dan word je een tussenpersoon toegewezen en die gaat de biologische ouder aanschrijven."
Brenda: ,,Onze dochters – inmiddels veertien en zeventien jaar jong – vonden het op een gegeven moment ook interessant en waren benieuwd: ‘misschien heb je wel broers en zussen rondlopen?’, zeiden ze. En het ‘waarom’ Richard destijds geadopteerd en afgestaan is, was maar een beetje duidelijk. Ik heb altijd gezegd: ik zou wel willen weten wat het ware verhaal erachter is. Waarom hebben ze destijds besloten dat te doen?”
Terug naar toen. ,,Ik heb hier in Volendam ook een zus, destijds ook geadopteerd. Ik had een erge lieve vader en moeder. Was misschien geen makkelijke puber, ze hadden best wel wat met me te stellen, maar het was wel te behappen voor mijn ouders”, glimlacht hij.
Richard voetbalde in de jeugdselecties, was een balvaardige linksbuiten en die zijn schaars. ,,Maar ik kreeg, toen ik een jaar of vijftien was, een aanvaring met de trainer. Ben ik van het veld afgelopen en ben ook per direct gestopt. Je kon toen gewoon al het uitgaansleven in, maar we speelden competitie op zondag, dus van de trainers mochten we niet de bar in. Maar voor mij was het hobby, ik was niet bezig met een carrière als voetballer. Ik vond het voetbal leuk en ik snapte best dat er iets werd geëist omdat je in de selectie zat. Naderhand is regelmatig gevraagd of ik weer wilde gaan voetballen, maar ik wilde niet meer.”
,,In die tijd ging ik om met John van der Laan, Rick Tel en Kees Kil. Na mijn zestiende raakte ik met Casper Buys en wat Edammer jongens bevriend en dat zijn nog steeds mijn vrienden. Later heb ik me bij de schietvereniging aangemeld en dat heb ik vijftien jaar gedaan.”

‘De eerste dag
dat ik hem ontmoette,
zei hij dat hij
Richard heet en daarna
zei hij dat hij
Paul heette’

21 jaar geleden ontmoette hij uit datzelfde Edam Brenda. ,,De eerste keer dat we elkaar tegenkwamen, was hij best een arrogante kwast”, lachte ze. ,,En toen we later aan de praat raakten, zei hij bij de eerste dag dat ik hem ontmoette dat hij Richard heette. En de keer daarna zei hij dat hij Paul heette.” Richard lacht: ,,En ik heb niet gelogen. Want zo heet ik officieel, volgens de geboortepapieren. Dat was tegen me verteld door mijn ouders.”
Brenda: ,,Ik heb zijn vader maar kort gekend en met zijn moeder heb ik het er wel eens over gehad, de geschiedenis van Richard. Zij kon vertellen dat Richards oorspronkelijke moeder zeventien jaar was, toen ze Richard kreeg en dat hij in Zeist is geboren. Verder wist Richards moeder niet te vertellen en ik vond het eigenlijk ook niet netjes, je wilt iemand niet kwetsen door er te diep op in te gegaan. Want Aaf was tenslotte Richards moeder.” Richard: ,,En blijft.”
,,Mijn vader overleed toen hij 67 was. Voelde zich ’s nachts niet lekker en was beneden in de bank gaan liggen. ’s Morgens belde m’n moeder in paniek. Ik sliep bij Brenda en ben met een noodvaart naar de Julianaweg gegaan. Achteraf gezien bleek hij al te zijn overleden. Dat duurde bij mij even voordat dat werkelijkheid was.”
Hij heeft zijn vader nooit kunnen bedanken voor wat die voor zijn – geadopteerde – zoon heeft betekend. ,,Dat is niet zo Volendams. Maar dat hebben wij hier thuis wel zo aangeleerd met onze kinderen. Dankbaarheid uiten en een kus geven als ze naar bed gaan. Dat hadden mijn vader en moeder absoluut niet. Dat hoorde misschien niet zo destijds. Ze waren ook pas 48 toen ze mij kregen, een extreem hoge leeftijd voor adoptie.”
,,Hoe ik dat voelde, die dankbaarheid? Ja, hoe moet ik dat zeggen: ze zijn al die tijd gewoon mijn vader en moeder geweest. Ik zag hen niet als de mensen die mij hebben geadopteerd hebben. Ik ben die mensen voor alles dankbaar, maar niet zozeer om de reden dat ze mij uit dat tehuis hebben gehaald en ‘bedankt dat ik bij jullie mocht wonen en opgroeien’. Het blijft natuurlijk bijzonder dat zij mij het leven hier hebben gegeven. Want het hadden ook andere mensen in een andere omgeving kunnen zijn. Maar zo voel je dat niet als je als kind hier groot en opgevoed wordt.”
Richard: ,,We hebben het onze eigen kinderen verteld toen ze de leeftijd hadden dat ze het snapten.” In oktober 2012 moesten zij hun kinderen een nog zwaarder beladen mededeling doen. Richard werd ongeneeslijk ziek verklaard.

Pijntje
,,In 2008 was ik voor mezelf begonnen, een schildersbedrijfje. Op een gegeven moment had ik een klusje en voelde ik pijn tussen mijn ribben, voelde me misselijk, viel af omdat mijn eetgedrag ook anders werd. Iedereen heeft wel eens een pijntje, dus ik ging door. Drie keer bleef ik een weekje in de ziektewet en dan ging het ook wel weer. Als zelfstandige wil je er bovendien niet te lang uit zijn. Bij het eerste de beste onderzoek bleken de waardes in mijn bloed niet oké. ‘Als we van deze waarden uit gaan, werken uw nieren niet meer…’”
,,Ik werd verder onderzocht en toen de artsen begonnen te rennen over de gangen, groeide het vermoeden dat er iets niet goed was. Even later lag ik in de ambulance richting Hoorn, daar zijn ze gespecialiseerd in nieren.”
,,De hematoloog ontfermde zich erover en ontdekte dat ik de ziekte van Kahler had. Na een hele dag in het ziekenhuis kreeg ik dat te horen. ‘Het zal best, iets met nieren’, dacht ik. En ze keek vrij ernstig. ‘Dat is ongeneeslijk’, zei ze er bij. Ik zou de volgende morgen de specialist aan mijn bed krijgen. Pakte ik mijn telefoon, ging ‘Kahler’ intoetsen op Google en dan zie je de engste verhalen over kanker. Dat hakte er behoorlijk in. Een dag eerder was ik nog ‘gewoon’ aan het werk. De artsen konden niet begrijpen dat ik nog rechtop stond, werkte en nog gewoon plaste, want mijn nieren bleken beide op nog maar vijf procent te functioneren. Ze hebben nog iets geprobeerd om ze weer aan het werk te krijgen, maar dat lukte niet. Inmiddels ligt hun functioneren helemaal stil.”
De optie ‘donor’ was er niet. ,,De Kahler maakt slechte eiwitten aan en die vallen de nier aan. Kahler komt het meest voor bij mannen en dan meer richting de zeventig jaar. Er zijn patiënten die er vijftien jaar mee leven. In de loop der tijd praat je er vaak over met je behandelaar, dan leer je er meer van en begrijpt er steeds meer van. Er komen meer middelen die cocktails kunnen vormen waarmee ze het kunnen rekken, dan word je positiever. Vorig jaar zei de arts: ‘toen we je in het begin zagen, gaven we je maximaal anderhalf jaar’. Dus wat dat betreft… Ze geeft ook aan dat haar patiënten steeds ouder worden.”

Dialyseren
,,Maar het eerste waar ik aan dacht, waren onze kinderen en mijn vrouw. En je vraagt je af hoe je zoiets krijgt en of het erfelijk is? In de eerste maand was ik verdoofd door de klap, bovendien werd een paar dagen na mijn opname meteen de aanval ingezet met chemo. Omdat mijn nieren niet werkten, moest ik ook dialyseren. Daarom kreeg ik chemo door een spuit.”
,,Ik was lichamelijk gesloopt, heb ontzettend veel geslapen, dus dat eerste jaar is echt aan me voorbij gegaan. Gelukkig hebben m’n beide ouders het niet mee hoeven maken. Mijn moeder was toen ook al overleden. Anders had ze deze situatie echt niet getrokken. Mijn moeder kreeg een herseninfarct, ik moest zelf hemel en aarde bewegen om de ambulance hier te krijgen. Eenmaal in het ziekenhuis werd ze na een onderzoek rustig, waarop ik terug naar huis ging om wat spullen en kleding voor haar te halen. Toen ik weer aan haar ziekenhuisbed zat, gaf ze opeens een diepe zucht en vervolgens gingen alle alarmbellen rinkelen. Dat was haar laatste zucht. Ik had haar hand vast en daar ging ze… Ik weet zeker dat ze op mij heeft gewacht…”
,,Ze waren de liefste mensen ter wereld en ze wisten dat ik ze dankbaar was. Maar m’n vader en moeder waren zelf ook niet van dat emotionele gedoe. Best zonde eigenlijk. Maar ik denk ook dat het met de generatie van toen te maken heeft. En Volendammers kunnen wat dat betreft afstandelijk zijn.” Brenda: ,,Het is ook meer zoiets van: dat weet je toch. Maar soms wil je het even horen en voelen.”

‘Dan krijg je opeens
het 06-nummer van je
biologische moeder,
die je nooit hebt gekend
en nooit hebt gezien…’

Richard: ,,Of de kinderen beseffen wat er speelt? Zeker, maar het is nu rustig en dan hebben zij ook hun eigen dingen. Het mooie is dat als er wat is, komen ze altijd even praten.” Brenda: ,,Het is er altijd, maar het is gewoon, het hoort sinds zeven jaar bij ons leven. Het is niet gewoon, want het is kanker en ongeneeslijk.” Richard: ,,Ik ben wel ziek, maar ik moet koesteren dat ik er nog ben.”
,,Ik moet wel alert zijn, want zodra ik koorts krijg, moet ik het ziekenhuis bellen, want dat kan voor mij funest zijn. Enkele maanden na de diagnose werd ik grieperig, ging ik opeens heel snel achteruit. Ik weet alleen nog dat ze me naar de intensive care reden, m’n t-shirt openknipten en daarna werd ik tien dagen kunstmatig in coma gehouden.”
Naderhand onderging hij een stamceltransplantatie. ,,Ik moest eerst stamcellen oogsten van mezelf. Dat lukte gelukkig, anders had ik een donor moeten zoeken en dan had ik eerder mijn familie moeten gaan zoeken. Vervolgens kreeg ik een hele zware chemokuur. Hebben ze goede stamcellen teruggeplaatst. Dat was de zwaarste periode van de Kahler.”
Het was mede door die gen-kwestie (,,als onze dochters iets overkomt, zal straks ook gevraagd worden of het in de families voor komt”) dat de zoektocht naar zijn biologische moeder werd ingezet. ,,En ineens kwam het in een stroomversnelling. Toen de tussenpersoon een brief de deur uit deed, zei zij dat het wel weken kon duren voordat er reactie kon komen, áls dat al zou gebeuren. Maar drie dagen later werden we al gebeld. Mijn biologische moeder had gereageerd. Dat was onwerkelijk, mijn geest had dat nog niet allemaal op een rijtje. Dan krijg je opeens het 06-nummer van je biologische moeder, die je nooit hebt gekend en nooit hebt gezien. Dat moet je dat telefoontje gaan plegen. En hoe ga je dat doen…?”
,,Het is voor mij een vrouw aan de andere kant van de lijn. Ze is niks van mij. Althans, ik ben wel al vijftig jaar haar zoon, maar zij is niet al vijftig jaar mijn moeder. En dat is best moeilijk. Heb ik haar eerst een appje gestuurd, waar ik wel even de tijd voor had genomen. Zei ik dat ik ’s avonds zou bellen, maar ze had het geduld niet en belde meteen. Zaten we zo drie uur aan de telefoon en dat ging zo gemakkelijk en zo soepel. Dat was erg vreemd. Vooraf denk je: ik weet niks te zeggen en waar gaan we het over hebben?”
,,Maar ze vertelde meteen haar hele verhaal. Was erg emotioneel. Ze voelde zich schuldig, maar ik heb meteen gezegd dat dat absoluut niet hoeft, dat ik haar nooit iets kwalijk heb genomen. Ze was erg blij dat ik de stap nam, want zelf durfde zij de stap niet te zetten. Twee weken later spraken we af en heb ik haar voor het eerst ontmoet. Ben ik naar Amersfoort gereden. Dat was erg vreemd. Want ze is een vreemde vrouw voor mij. Toen ze me zag, dook ze op me af en ze heeft me tien minuten lang niet losgelaten. Tja. Zij heeft zich natuurlijk al die tijd afgevraagd wat er van mij terecht was gekomen, hoe ik er uit zou zien.”

Hartje
Ze vertelde me ook dat ze was bevallen en me nooit even mogen vasthouden, ik werd meteen afgevoerd. Laatst dacht ik: onze dochter Shauny is nu zeventien: stel dat ze zou vertellen dat ze zwanger is: de tijd is nu anders en natuurlijk schrik je, maar ik zou nu zeggen: kom hier en we zien wel, we geven het een huis. Mijn biologische moeder had acht broers en zusters en een vader met een handicap en toen werd gezegd in Amersfoort: ‘jammer, maar er is geen plek, dus sta het kind maar af’.”
,,Zij moest de laatste twee maanden van haar zwangerschap elders doorbrengen en daar is zij van mij bevallen. Ze heeft me nooit vastgehouden en ze heeft mij ook nooit gezien. Ik werd weggehaald en ben elders ondergebracht."
,,Hebben we bij de eerste ontmoeting foto’s zitten kijken en zitten praten. Ze is niet lang na mijn geboorte getrouwd met een andere man en daar heeft ze – snel – twee kinderen van gekregen. En het zoontje van mijn halfzus, die ik ook laatst heb ontmoet, lijkt op mij toen ik tiener was…”
Opeens heeft hij er familie bij. ,,Voor mij moet dat nog groeien. Dat moedergevoel. Dat vind ik best nog wel moeilijk. Vooral als ze dan elke morgen een smiley stuurt, of een hartje of een kus. Dat heb ik ook met haar besproken. Ik hoop dat dat gaat groeien.”
,,Ze wilde nog niks over mijn vader kwijt. Op een gegeven moment wilde ze wel een foto van hem laten zien, maar ik zei: ‘Je hebt het liever nog niet over hem, laten we dan eerst met z’n tweeën onze band laten groeien en dan kunnen we daarna verder kijken. Ze begrijpt dat ik meer wil weten. Maar dat laat ik aan haar, daar ga ik niet steeds over beginnen. Voor mij is het geen móeten. Mijn biologische vader weet helemaal niks, weet niet dat hij vader was geworden. Dus stel je voor dat hij nu ergens een gezin heeft en er dan mee geconfronteerd wordt dat hij nog een zoon in Volendam rond heeft lopen, met familie.” Brenda: ,,Het zou wel het verhaal compleet maken. Richard heeft er ook recht op, maar we moeten respecteren zoals het nu is.”
Drie keer per week moet hij naar het ziekenhuis, om te dialyseren. ,,Sinds enige tijd ben ik gestopt met de medicijnen voor Kahler. Ik kreeg neuropathie, de eindzenuwen in m’n voeten gingen dood, wat zeer pijnlijk was. Ze wisten niet waar het vandaan kwam. Om dat te onderzoeken werden de medicijnen stop gezet en mijn waardes bleven goed, dus dat hebben we doorgezet.”
,,Ik hoop elke dag dat er een middel komt voor definitieve genezing. Er wordt onderzoek naar verricht. Ik ben er geestelijk niet meer constant mee bezig. Dat moet je ook niet doen, anders word je gek. Ik weet dat het er is en dat het niet weggaat. Het is natuurlijk bijzonder dat ik nu mijn familie heb leren kennen en daar een band gaat groeien, terwijl ik niet weet hoeveel tijd ik heb. Als ik er vijftien jaar mee mag blijven leven, zit ik nu bijna op de helft.”
Op zijn arm - en die van Brenda - is een pijl getatoeëerd. ,,Als symbool voor voorspoed en vooruitgang. Onze dochters Shauny en Mandy hebben ‘m ook. Het dialyseren maakt me gelukkig niet misselijk, maar wel vermoeid. Mijn conditie is niks. Ik kan geen mannetje meer passeren als linksbuiten. Maar elke dag hier, is er één extra”, glimlacht hij.

|Doorsturen

Uw reactie