Algemeen

Filantroop Nel Emke is ruim halve eeuw de stille kracht achter ’t Nest

Vrijwilliger voor het leven

In 2018 vierde Vereniging Vrijetijdsbesteding Gehandicapten Volendam (VVGV), beter bekend als ’t Nest, alweer haar 50e verjaardag. Nel Emke is al sinds de oprichting betrokken bij de vereniging. ,,Sterker nog, we waren al vijf jaar voor de officiële oprichting actief”, vult de Amsterdamse aan. Het zal heel wat motivatie en doorzettingsvermogen kosten om je decennialang op vrijwillige basis in te zetten voor een goed doel, maar de inmiddels 80-jarige Nel ziet dat anders. ,,Sinds mijn jeugd is het niet anders geweest: ik heb mijn gezin, mijn baan als lerares en ’t Nest. Ik zou het nooit anders hebben willen doen.”
Door Kevin Mooijer

In 1958 raakte Nel voor het eerst met Volendam in aanraking toen ze aangenomen werd als lerares op de Jozefschool B. ,,Ik ging op negentienjarige leeftijd aan het werk onder meester Zwarthoed op de jongensschool. Ik kwam in een klas met 46 jongentjes terecht die ik – als Amsterdamse - niet kon verstaan.” De daaropvolgende jaren kwam het leven van Nel in een stroomversnelling. ,,Ik kwam mijn man Kees tegen, we kochten een huis in Volendam en Kees en ik trouwden.”
In 1961 trokken Kees en Nel in hun woning aan de Narcissenstraat. ,,En daar woon ik nu nog steeds”, lacht ze. ,,Na vier jaar als onderwijzeres te hebben gewerkt kreeg ik twee zoons: Rob en Eric. Vroeger was het zo dat wanneer je een kind kreeg, stopte je met werken. Ik zag het niet zitten om te stoppen en werd de eerste in Volendam met een deeltijdbaan. Die vond ik op de Mariaschool en het beviel me fantastisch.”
Nel heeft de daaropvolgende twaalf jaar lesgegeven op de school. ,,Toen ik begon, was het een volledige meisjesschool, maar tijdens mijn periode op de Mariaschool maakten we de overstap naar gemengde leerlingen. Mijn volgende halte was de Springplank, waar ik als onderwijzeres heb gewerkt tot ik in 2000 met de VUT ging. Daarna heb ik nog twaalf en een half jaar op vrijwillige basis Handenarbeid gegeven op vrijdagmiddag. Op mijn 75e vond ik het mooi geweest. Ik nam afscheid van de Springplank, maar ik mis de leerlingen nog iedere dag. Ik vond het altijd zó leuk om te doen en het was goed te combineren met mijn vrijwilligerswerk bij ’t Nest. Het was voor mij een ideale situatie.”

‘Verstandelijk gehandicapten
werden in de jaren ’60
eigenlijk verborgen
gehouden voor
de buitenwereld,
dat kun je je tegenwoordig
gelukkig niet
meer voorstellen’

,,In de jaren ‘60 was het nog zo dat een familie zich toch op een bepaalde manier schaamde wanneer ze een lichamelijk of geestelijk gehandicapt kind kregen. Verstandelijk gehandicapten kregen geen onderwijs en kwamen niet buiten. Ze konden niet lezen, schrijven of praten en werden eigenlijk verborgen gehouden voor de buitenwereld. Dat kun je je tegenwoordig gelukkig niet meer voorstellen.”
In haar tijd op de Mariaschool werkte Nel samen met zuster Daniëlla. ,,Zuster Daniëlla zette zich in voor maatschappelijke doeleinden en had veel verbindingen met maatschappelijk werk instanties. Ik weet nog goed dat ze werkte aan het eerste gezinsvervangende tehuis van Volendam. De verstandelijk gehandicapten uit de gemeente zouden daar gaan leren communiceren met anderen.”
Om het nobele initiatief te kunnen realiseren zocht zuster Daniëlla een groepje geschikte mensen die zouden kunnen ondersteunen. ,,Ze vroeg of ik interesse had om me bij de leiding van het project te voegen. Ik had op dat moment al een gezin en natuurlijk mijn deeltijdbaan als lerares, maar ik besloot het een kans te geven. Het leek me een leuk project en het was ten slotte voor een goed doel.”
In de Kattekop – onderdeel van het oude PX-gebouw – kreeg de groep van zuster Daniëlla om de week een avonduurtje om bij elkaar te komen. ,,Daar is het allemaal begonnen. Vijf jaar lang hebben we daar activiteiten georganiseerd voor de groep die later bekend zou staan als ’t Nest.”
In 1968 was de kogel door de kerk. ,,Dat jaar werden we eindelijk een erkende vereniging met statuten, reglementen en een bestuur.” De Vereniging Vrijetijdsbesteding Gehandicapten Volendam was een feit. ,,We vroegen onze leden hoe ze de vereniging zouden willen noemen. Ze bedachten de naam ’t Nest omdat ze zich veilig voelden bij ons. Prachtig, toch?” De gehandicapten uit de omgeving hadden eindelijk een vaste plek voor vrijetijdsbesteding. ,,We bedachten – en bedenken nog altijd – allerlei activiteiten om te organiseren. Van schilderen tot leren klokkijken en van line dancing tot uitjes. We doen van alles met de leden.”
,,Als ik nu terugkijk kan ik zeggen dat ik er eigenlijk mijn hele leven mee bezig ben geweest. En ik vind het nog altijd zó leuk om te doen. Eigenlijk heb ik nog steeds iedere woensdagavond zin om naar mijn groep te gaan en gelukkig staan alle vrijwilligers er hetzelfde in. Zonder hen zijn we nergens en datzelfde geldt voor alle sponsors en donateurs.” Nel is al zo lang betrokken bij ’t Nest dat ze als familie beschouwd wordt door de oudere leden. ,,Ik ben hun tweede moeder zeggen ze wel eens. Het grootste deel van de seniorengroep is al sinds het begin lid. Die ken ik dus al van kinds af aan en daarom zie ik ze ook als soort van mijn kinderen”, zegt ze lachend.

‘Ze hadden die
onderscheiding eigenlijk
in stukjes moeten hakken
om zo iedere vrijwilliger
bij ’t Nest een gelijk
deel te kunnen geven’

,,Er zijn ethisch gezien gelukkig flinke stappen gemaakt de afgelopen vijftig jaar. Vroeger werden gehandicapte mensen binnengehouden, maar tegenwoordig is dat wel anders.” In de beginfase van de vereniging ging de leiding voorzichtig op zoek naar leuke uitstapjes voor de leden. ,,Ik kan me herinneren dat we een keer een patatje gingen halen op de dijk. Eerst ging ik langs bij die snackbar om te vragen of het goed was als ik met een groep gehandicapten zou komen eten. ‘Maar natuurlijk!’, zei die man. We zijn naar zijn snackbar gelopen, hebben lekker een patatje gegeten en hebben een loopje over de dijk gemaakt. Dat was voor die tijd zo bijzonder dat het zelfs nog in de Nivo stond. ‘Patatje eten op de dijk’, was de kop.”
Waar de VVGV-leden gewend waren altijd binnen te zitten, ging nu dankzij ’t Nest een wereld voor ze open. ,,We begonnen met af en toe een loopje over de dijk te maken met ze en gingen al verder. Op een gegeven moment zijn we zelfs een weekendje naar Brabant geweest met de hele groep. Met de bus naar de andere kant van het land. Wat was dat een geweldige tijd.” Tegenwoordig is de wereld een stuk toegankelijker voor de verstandelijk gehandicapten onder ons. ,,We hebben nu leden die bij wijze van spreken zelf naar Turkije op vakantie gaan. De mensheid heeft flinke stappen gemaakt wat dat betreft.”
Tijdens haar levenslange carrière als vrijwilliger heeft Nel een hoop meegemaakt. Ze heeft zelfs de eer gehad een koninklijke onderscheiding van de burgemeester in ontvangst te mogen nemen. Toch blijft ze er nuchter onder. ,,Je doet dit werk niet alleen. Zonder de andere vrijwilligers had ik het nooit kunnen doen. Ze hadden die medaille eigenlijk in stukjes moeten hakken om zo iedere vrijwilliger bij ’t Nest een gelijk deel te kunnen geven.”
Nel is al ruim een halve eeuw actief als vrijwilliger, maar denkt niet dat er een geheim is voor haar jarenlange motivatie en vastberadenheid. ,,Ik ben er ooit toevallig ingerold. Voor die tijd had ik helemaal geen ervaring met gehandicapte mensen. Het kwam niet voor in mijn familie en ik was er eigenlijk nog nooit mee in aanraking geweest. Ik vond het gewoon ontzettend leuk dat die mensen zo spontaan waren. Ze zijn allemaal bijzonder lief, aanhankelijk en onschuldig en dat spreekt me echt aan. Tegelijkertijd zorgen diezelfde eigenschappen er eigenlijk ook voor dat ze je echt nodig hebben.” Het is voor Nel vanzelfsprekend dat stoppen bij ’t Nest geen optie is. ,,Ik zeg altijd: het zijn gewoon mijn kinderen en als je kinderen hebt, zeg je ook niet ooit op een dag ‘hier stop ik mee’.”

‘Ik zeg altijd:
het zijn gewoon
mijn kinderen en
als je kinderen hebt,
zeg je ook niet ooit
op een dag
‘hier stop ik mee’’

Nog altijd doen Nel en de andere vrijwilligers van ’t Nest er alles aan om het zo gezellig mogelijk te maken voor de leden van ‘t Nest. ,,Onze leden vallen in de leeftijdsgroep van 14 tot 75 jaar. We proberen programma’s te bedenken waar iedereen aan mee kan doen. Op maandag hebben we spelletjesavond, op dinsdag hebben we line dance-les, op woensdag hebben we een gezellige avond met de senioren uit de groep en op donderdag is het de beurt aan de allerjongste leden.” Vier avonden per week kunnen de leden van ’t Nest de vereniging opzoeken in het oude Maria Goretti-gebouw. Binnenkort verhuist de VVGV naar een gloednieuwe locatie.
In het verleden is ’t Nest meerdere keren, noodgedwongen, verhuisd. ,,Vijf keer geloof ik. We zaten altijd in gebouwen die rijp voor de sloop waren. We zijn dus gewend dat alles stuk gaat. Kortsluitingen, overstromingen, we hebben alles meegemaakt. Maar binnenkort krijgen we twee gloednieuwe lokalen in de Opperdam en daar verheugen we ons enorm op.” Deze verhuizing is het uitgelezen moment voor Nel om een klein stapje terug te doen. ,,Mijn bestuursfunctie is overgenomen door Clazien Veerman-Manshanden, maar de woensdagavonden met de groep blijf ik doen tot ik echt niet meer kan. Ik ben inmiddels 80 jaar, dus dit is een mooi moment om plaats te maken voor de jongere generatie.”
De jaargang die de VVGV volgt loopt parallel aan die van de scholen in de regio. Dit houdt dus ook in dat ’t Nest momenteel gesloten is vanwege de getroffen maatregelen omtrent het coronavirus. Wanneer de scholen weer geopend worden, zullen de VVGV-leden ook weer terug kunnen keren naar hun vertrouwde nest. ,,We kunnen niet wachten tot we weer kunnen beginnen. Ik mis mijn woensdagploeg enorm!”
Dat Nel een echte Amsterdamse is maakt het des te meer bijzonder hoe ze zich al ruim een halve eeuw heeft ingezet voor de verstandelijk beperkten in Edam-Volendam. Ze stond aan de geboorte van ’t Nest en stichting de Pinguïns – waarna ze op vrijwillige basis nog 12,5 jaar zwemles heeft gegeven - en heeft ontzettend veel betekend voor onze gemeente. Wanneer ik haar vraag naar persoonlijke verhalen komt Nel toch telkens terug op haar kindje, ’t Nest. Hartstochtelijk vertelt ze over de vereniging waarbij ze naast haar gezin en baan 52 jaar actief was, en nog steeds is. Meerdere keren benadrukt ze hoe belangrijk de ruim dertig geweldige vrijwilligers van ’t Nest zijn voor het voortbestaan van de vereniging. Op de vraag of ze los van ’t Nest nog ambities heeft, lacht ze het uit. ,,Ik heb een heel mooi leven gehad, maar ik ben inmiddels 80, dus mijn grootste ambitie is om in leven te blijven. Maar zonder gekkigheid, ik ga nog geregeld naar PX om bandjes te zien optreden. Het zou mooi zijn als ik dat kan blijven doen. En vanzelfsprekend wil ik zo lang mogelijk van mijn zoons en kleinkinderen blijven genieten.”

 

|Doorsturen

Uw reactie