Algemeen

Jongeren(werkers) ontmoeten ’s avonds laat tijdens ramadan

Tussen vooroordelen en rolmodellen

De klank van de boodschap van de gemeente leverde onlangs direct de nodige discussie op. Met als voorname conclusie dat het leek dat er onderscheid werd gemaakt. Terwijl de overheid ontmoedigde om naar buiten te gaan en het verboden is samen te scholen, werd de moslimjeugd ten tijde van de ramadan wel opgeroepen gelieve thuis te blijven, maar mocht er na de iftar behoefte te zijn om naar buiten te gaan, dan te ontmoeten bij de voetbalkooi naast de Singel. Bij monde van wethouder Vincent Tuijp werd al snel aangegeven dat de woordkeuze geen gelukkige was. Aan de oproep werd vanaf het begin gehoor gegeven. Als de meeste mensen gaan slapen, komt een ander deel van de gemeenschap nog tot leven. Medewerkers van de Sport-Koepel, van de gemeente en met name de jongerenwerkers van LINK begeven zich wisselend ’s avonds laat tussen de jeugd, een smeltkroes van diverse culturen die de laatste tijd regelmatig onderwerp van gesprek is. Een – onaangekondigd – bezoek levert interessante en inspirerende late avonduurtjes op. Over bro’s, chillen, overlast, drugs, het geloof en vooroordelen.
Door Eddy Veerman

Vrijdagavond, 22.30 uur. De zon is onder, de iftar – maaltijd na het vasten – genuttigd. Er komen verschillende groepjes samen. Een respectvolle begroeting zit in de cultuur verweven en is er ook nu. ‘Anderhalve meter’ wordt dan even vergeten. Daar is het jeugd voor. En er zijn genoeg plekken in andere kommen van onze gemeente waar wat dat betreft door jong én oud aan zelfversoepeling wordt gedaan, dus deze momenten vormen geen uitzondering. Op de achtergrond rolt, op het basketballcourt, de bal, worden trucjes getoond. Een grote bouwlamp zorgt voor verlichting in de duisternis.
,,Het zijn verschillende groepen, maar over het algemeen kennen ze elkaar”, zegt Mohammed (40). ,,Hier komen ook jongeren uit Amsterdam, Purmerend, om te chillen. Deze plek heeft op een of andere manier aantrekkingskracht.”
Amsterdammer Mohammed maakte ook deel uit van de vorige organisatie, onder leiding van Jaap Noorda. ,,Toen LINK kwam, heb ik de overdracht gedaan. En vroeg Ronald namens die organisatie of ik wilde blijven.”

Aandacht
Hij heeft een vechtsportachtergrond, deed aan kickboks op hoog niveau. ,,In 2001 ben ik door die sport in het jongerenwerk beland, begon met het geven van kickbokslessen aan jongeren van een buurthuis. Vervolgens heb ik mezelf via allerlei projecten verder ontwikkeld.”
En staat hij inmiddels enkele jaren middenin de ontwikkelingen in dat deel van de gemeente. ,,Als ze op straat zijn, zoeken ze aandacht. Ze zoeken ook rolmodellen, waar ze tegenop kijken en omheen kunnen hangen. Ik zie heel veel potentie in de jeugd, talent in allerlei opzicht. Alleen wordt dat te weinig benut. Ze moeten net de juiste persoon tegen komen, die ze dat duwtje in de rug geeft. Een stukje positiviteit.”
,,Wat me opvalt is het drugsgebruik. Dat begint bij softdrugs. Ze beginnen heel jong te blowen en dat baart me heel erg zorgen. Ze zoeken dat bij elkaar op. Die zorgelijke signalen hebben we afgegeven, richting de gemeente, maar daar spreken we de jongens ook op aan. Door ze proberen in te laten zien wat ze aan het doen zijn. Dat ze voorzichtig moeten zijn, ze zijn immers nog in de groei.”

‘Ze beginnen
heel jong te blowen
en dat baart me
heel erg zorgen’

Rick (34) werkt al jarenlang op het brede terrein van jeugd en participatie. Hij begon in 2008 als jongerenwerker in het Amsterdamse Bos en Lommer: ,,We hebben korte lijnen met het deze gemeente, waaronder het zorgteam, waarin ik zelf ook een jaar heb gewerkt. Er zijn jongeren die ook persoonlijke problematieken hebben. Thuissituaties die je niet ziet, maar dat zorgt er wel voor dat ze bepaald gedrag vertonen. Waar de meeste hulpverleners om vijf uur richting huis gaan, komen wij die jongeren daarna tegen in hun comfortzone. Door gesprekken op hun niveau, haal je informatie op en merk je dat je zo’n jongere wel in beweging krijgt.”
,,Waarbij we wel onze grenzen bewaken, want wij zijn jongerenwerkers, geen hulpverleners. Maar door die korte lijnen, kunnen we snel schakelen. Een aantal jongeren staat op de wachtlijst voor een zorgtraject: in de tussentijd gaan wij langs voor een kop koffie, om de thuissituatie te monitoren. Misschien wordt dat over het hoofd gezien door de gemeente, maar we krijgen van de ouders terug dat ze het heel fijn vinden. Dat doen we totdat het hulptraject start, om zo geen gat te laten ontstaan.”
Mohammed: ,,Het is laagdrempelig en dat is een kracht. Ondertussen probeer je de jongere eigenaar te maken van zijn situatie. Als er lichte hulpvragen zijn, zoals de wens tot een stageplek of bijbaantje, gaan we daar wel mee aan de slag, kijken we of we kunnen helpen.”
Op de achtergrond klinkt het ronkende geluid van een scooter en een draaiende automotor. Mohammed spreekt één van de jongeren er op aan. ‘Gap, je maakt mensen wakker zo, met die herrie’.
,,We leven in een multiculturele samenleving, dus ik vind het niet gek dat het hier in elkaar overloopt. We hebben hier vorig jaar een iftar georganiseerd en daar kwamen allerlei mensen op af, Marokkanen, Syrische vluchtelingen.”
,,Vergeleken met de grote stad, is de jeugd daarbuiten meer toegankelijk, heeft meer respect, waardeert dingen sneller.” Rick: ,,Ik hoop dat Volendammers en Edammers elkaar beter leren kennen. Iedereen heeft een persoonlijk en uniek verhaal. Diversiteit is een meerwaarde. Ik spreek Syrische nieuwkomers die zich hier thuis voelen. Naast de Singel vind je een hele mooie moskee met een prachtige gemeenschap. De jeugd is de jeugd, met alles wat daar bij hoort. Ramadan is een spirituele maand van bezinning. Zij willen s ’avonds gewoon met hun vrienden op straat bijeen komen.”

Sleutelfiguren
,,Met het nieuwe jongerenwerk hebben we een paar jongens aangesteld als sleutelfiguren en gezegd: neem eigen verantwoording. Als je wilt voetballen, zorgen wij voor de lamp en neem die zelf mee naar huis en als je weer naar hier komt, hang ‘m op. We hebben, in tegenstelling tot voorgaande jaren, nog maar één melding van overlast gehad. Dus we doen het samen hartstikke goed, in samenwerking met de collega’s van de gemeente. Want de boa’s, politie, de burgemeester, ze zijn al wezen kijken. En er wordt, door deze open benadering, niet vijandig naar elkaar gekeken.”
Mohammed: ,,Tuurlijk, er zijn wat dingen gebeurd. Het zijn en blijven individuen. Maar je kunt niet de hele groep over één kam scheren of in één hokje plaatsen. Afkomst is niet belangrijk, hier staat Marrokaanse jeugd, Hollandse jongens, jongeren van Bosnische afkomst, Eritrea, Surinaams. Maar ze zijn hier geboren. En als er wel eens iets gebeurt, wordt in mijn ogen te snel geoordeeld en alles voor waarheid aangenomen.”
Rick: ,,Wij kunnen niet alles oplossen, maar door in gesprek te gaan misschien wel bewerkstelligen dat zij zelf hun gedrag veranderen.”
Mohammed: ,,Op een bepaalde leeftijd nemen jongeren een afslag. Als wij ze met het Jongerenwerk dan een duwtje in de rug kunnen geven om de juiste te nemen, dan heb je een heleboel bereikt. Dus jongeren zelf tools geven, om zelf na te denken over hun toekomst en hun wijk. En zo rolmodel te worden. In dat kader was vorig jaar het project Young Leaders, volgden tien jongens trainingen en kregen een certificaat uitgereikt van de burgemeester: dat kun je op je cv zetten.”

‘Er is sprake van
een ‘fatsoenskloof’,
maar ook ouderen missen
soms een stuk tolerantie
naar onze jongeren toe’

De jongerenwerkers zijn er zich van bewust dat de maatschappij aan het verharden is. Rick: ,,Er is sprake van een ‘fatsoenskloof’. De jeugd van tegenwoordig is er op social media snel bij. Of het gaat om polariserende berichten, een grote mond, minder respect naar ouderen, dat zie je in de hele maatschappij. Hoe grof het is geworden, daar herkennen wij ons niet meer in als vorige generatie. En dat geldt overigens heus niet alleen voor de jeugd, maar ook ouderen missen soms een stuk tolerantie naar onze jongeren toe.”
Mohammed: ,,Daarom proberen we vanuit het veldwerk een relatie op te bouwen. Op het moment dat jongeren van hier zich verplaatsen en bijvoorbeeld in een loods zitten, dat ze ons uitnodigen om een kijkje te komen nemen. Dat is de kracht van het jongerenwerk, zo houden we overzicht van wat er speelt in de wijken.”
Regelmatig begroeten jongeren Mohammed en Rick en knopen een kort gesprekje aan, met oprechte wederzijdse belangstelling. Nabil gaat er bij zitten. Hij heeft op Snapchat 400.000 volgers. ,,Ik maak grappige sketches en op snapchat film ik mijn leven.” Hij blijft bescheiden. ,,Mensen vinden het kennelijk interessant.” Hij runt een eigen bedrijf en toont trots zijn de nieuwe kantoorruimte die hij huurt in Volendam. En passant spreekt Nabil één van de andere jongeren aan op zijn gedrag.
Mohammed: ,,Jongeren kijken tegen hem op.” Ook Hmida sluit aan. ,,Wordt het gesprek opgenomen? Ah, op die fiets.” 24 is hij, opgegroeid in Edam, voormalig basisscholier van de Piramide. ,,Ik ken de Singelwijk goed en ken ook veel Volendammers.” Hij heeft een viswinkel in Amsterdam-Oost. ,,Ik probeer hier iets bij te dragen door de jongere jeugd de positieve kant op te laten gaan. Dat deed ik, nadat ik zelf rond mijn achttiende de verkeerde kant op ging. Toen kwam ik negatief in beeld. Ik vond daarna motivatie om de jongere generatie, in plaats van in een hoekje te gaan chillen en overlast te bezorgen, te stimuleren andere dingen te gaan doen.”

Onwetend
,,Ik had hier zelf ook nooit een echt plekje en dát is wat jongeren willen. De Singel is een bekend buurthuis, maar het werd in mijn tijd ook nooit gebruikt door de jongeren Dus gingen we buiten staan, roken, drinken. En als je met een bepaalde groep omgaat, word jij ook zo gezien. Ik was onwetend.”
,,Dan ga je zoeken. Ik had jongens om me heen die op mijn denkwijze van invloed zijn, maar je maakt die keuze echt zelf. Tot het moment kwam dat ik dacht: dit leven wil ik niet. Daar heeft mijn geloof een rol in gespeeld. Ik ging de boeken in. Waar komt de mensheid vandaan en wat is de nut van het leven? Dan besef je ook dat je hier maar even bent.”
,,Ik probeer alleen maar positief te zijn en dat over te dragen aan de volgende generaties. Mijn vader was een hardwerkende man. Ik wilde hem volgen. Ik heb dingen meegemaakt die me vertelden: er is meer dan alleen chillen, dronken worden, roken, gekkigheid en geld. Uiteindelijk heb ik zijn viswinkel sinds september overgenomen.”
,,Het is wel anders geworden. In onze jeugdtijd, als er ruzie was, dan was het ‘kom, we vechten het uit’. Nu hebben jonge kinderen al een wapen. Dat is gek. En dat doet je nadenken over hoe het dan straks zal zijn tegen de tijd dat mijn kinderen opgroeien.”
Inmiddels is het middernacht. Weer andere jongeren sluiten aan bij het gesprek. Er wordt duidelijk een gelaagde link gelegd met een deel van de jeugd. Mo: ,,Blijf investeren in de jeugd, zeg ik altijd. Blijf met ze in gesprek gaan. Zo kweek je goodwill en vertrouwen. Dan stappen jongeren sneller op je af als er iets is. Nu hangen ze niet bij de Piramide. Nu zijn ze hier aan het ontspannen, balletje er bij, met de richtlijnen in de hand.”

‘Als je ze op
persoonlijk niveau
aanspreekt en hen
het gevoel geeft
dat zij er toe doen,
dan kun je samen de
tussenweg bewandelen’

Nabil knikt: ,,De jongeren hier zetten soms snel een schild op tegenover de mensen die hen zien als probleemjongere, maar bij de jongerenwerkers voelen zij zich op hun gemak, voelen ze zich gewaardeerd. Ze voelen dat ze een kans krijgen om zich te ontwikkelen. Ze leren op een andere manier met elkaar om te gaan, activiteiten te doen, in plaats van samen te zweren. Sommige jongeren hebben het op school ook al moeilijk. Dan is dit tof, want hier wordt hen niet steeds het gevoel gegeven dat ze wat fout doen, maar dat ze iemand zijn. Ik woon hier al mijn hele leven, er komen steeds meer kinderen bij. Met name nu de zomers temperaturen komen, is de jeugd buiten.”
Rick: ,,Het is soms te zwart-wit. Ik heb veel vooroordelen gehoord, over de Singelwijk en Marokkaanse-Edamse jeugd. Mijn ervaring is, uit mijn hart, dat je – als je door de straatcultuur heen kijkt – hier hele goede gesprekken kunt voeren met elkaar. Dus je kunt echt met elkaar bouwen. We moeten niet vanuit een bekrompen geest, angsten en vooroordelen denken.”
Nabil: ,,Ik weet het, er zitten ook jongens tussen die geen lievelingetjes zijn. Maar als je ze gaat aanpakken als zijnde jullie zijn probleemkinderen, dan bestrijd je vuur met vuur. Als je ze op persoonlijk niveau aanspreekt en hen het gevoel geeft dat zij er toe doen, dan kun je samen de tussenweg bewandelen. Dat doen de jongerenwerkers ook.”
Hmida: ,,Ik benader de jongens ook alsof het mijn eigen broertjes zijn. Dan zijn ze in ieder geval geïnteresseerd in wat je te zeggen hebt.” Rick: ,,Bijna iedereen heeft toch een periode gehad dat je jong was en rottigheid uithaalde. Alleen zijn de tijden veranderd. Nu wordt er troep gemaakt, geblowd en lachgas gebruikt. Het is er vaak eentje in de groep en dat gedrag moeten we wel leren corrigeren bij elkaar.”
Nabil: ,,Veel jongeren bereiken nu een leeftijd dat ze meer vrijheid krijgen, ze zijn aan het experimenteren, zoeken de grens op van wat wel en niet kan en hoe ver kan ik gaan. Ze moeten er achter komen. De vrijheid wordt soms misbruikt. Ik werd door mijn ouders heel beschermd opgevoed en toen ik eenmaal naar buiten ging en me onder de jongens begaf, begon ik ook wat problematiek gedrag te vertonen. Omdat ik die vrijheid niet gewend was, dus ik kon doen wat ik wilde. Daar moet je zelf achter komen en dat kunnen wij de nieuwe jeugd meegeven.”
Ze weten dat er ook zware jongens, op een ander gebied, actief zijn. ,,Die willen snel geld verdienen”, klinkt het bijna in koor. Nabil: ,,Dat maakt andere jongeren onzeker. Waarom hebben zij wel dat geld? Moet ik dat ook gaan doen? Jongeren zien dingen voorbij komen op social media. Maar dat is niet de realiteit. Meisjes die er volmaakt uit zien, dan denken anderen dat dat het perfecte leven is. Maar wat er achter schuilt, zien ze niet.” Rick: ,,Maar op dit niveau, de realiteit hier op straat, hier gebeuren juist hele mooie dingen. Dat moeten we wel willen zien.”

|Doorsturen

Uw reactie