Sport

Hardloopgiganten uit jaren ’80 proberen records te verklaren

Wat is het geheim?

Zowat alle hardlooprecords bij AV Edam stammen uit de jaren ’80. Een tijd waarin shakes nog dansbewegingen waren en een goed ontbijt voor de marathon bestond uit een stapel ‘boffers’. Terwijl de atleten van tegenwoordig beschikken over betere voeding, betere trainingsmethodes en beter schoeisel, kunnen ze niet meer tippen aan de tijden van weleer. Toen AV Edam zelfs een geslaagde wereldrecordpoging op de 24-uursloop deed.
Door Jan Koning


Louis Vink (inmiddels 86 jaar) wordt in 1977 trainer bij AV Edam. Er trainen dan nog maar zeven mensen. Als eenmaal bekend wordt dat er een speciale trainer actief is bij AV Edam komen er een aantal ‘Meeuwen’ naar Edam. Omdat ze in korte tijd stukken harder gaan lopen, brengen ze een sneeuwbaleffect in werking en binnen no-time lopen er zeventig mannen over de legendarische 300 meter grasbaan.
De trainer van weleer – die zelfs ooit 2 uur 27 minuten en 19 seconden op de marathon liep en Nederlands kampioen is geworden – spreekt van een uitzonderlijke groep. ,,Het was vooral de entourage. Een groep atleten die elkaar optilden en tot grote hoogte stuwden. Als we bijvoorbeeld een wedstrijd hadden, waren ze elkaar dagen van tevoren al aan het opnaaien. ‘Jij gaat eraan en jij gaat eraan.’ Ik moest ze soms zelfs afremmen als ze teveel hooi op hun vork wilden nemen. Toch was elke training een feest en ze klaagden nooit. Ook niet tijdens de duintrainingen. Daar verzamelden we soms wel met 50 man voor een loodzwaar parcours. Er zaten heuvels in die je in de Tour de France ook niet vindt, maar iedereen ging omhoog.”

‘Ze liepen allemaal
zo hárd en hadden
toen namelijk
alleen lopen.
Nu hebben ze
allerlei andere
dingen aan hun hoofd’

Tijdens de training deelde Vink de grote groep op in verschillende groepjes. Zij liepen allemaal op hun eigen tempo. ,,Ik wist van iedereen hoe hard-ie had gelopen in de afgelopen tijd en wat hij kon hebben. Dat schreef ik op en zo deelde ik iedereen op sterkte in. Die liet ik dan bijvoorbeeld 20 x een 300 meter lopen met 100 meter draven ertussen. Ik liet ze altijd draven. Nooit wandelen. Ik zei altijd als jullie moeten wandelen, gaan jullie te hard. Als er dan eens eentje in dat groepje te hard ging, kwamen ze dat wel even bij me melden. Ze waren bloedfanatiek, maar ik zorgde er wel voor dat ze na een training niet gevloerd thuiskwamen. Daarbij liepen we voor wedstrijden altijd gezamenlijke, lange duurloop. De mentaliteit van die gasten was ongelooflijk. Ze konden door een muur. Of er sprake was van doping? Dat kan ik me onmogelijk voorstellen. Dan zou die hele club doping gebruikt moeten hebben. Ze liepen namelijk allemaal zo hard. Het is ook niet alleen bij AV Edam zo, maar bijna overal in Nederland. Ze hadden toen namelijk alleen lopen. Nu hebben ze allerlei andere dingen aan hun hoofd.”
,,Zeventig gekken”, vertelt Dick ‘De Plak’ Kwakman als hij refereert aan de grote groep. ,,Dat is – denk ik – ook het geheim”, gaat Jaap ‘Pit’ Smit verder. ,,Wij waren veel meer bevlogen dan de jeugd van tegenwoordig. Nu hebben ze drie sporten, wij hadden alleen lopen. Zes dagen in de week en op dag zeven zwommen we om een beetje los te komen. Als het vijf keer lopen werd, dan werd het in de wedstrijd niets. Zo gek waren we.” De Pak vult aan: ,,We trainden in verschillende groepjes. Je had de ‘snelle jongens’ met daarin Gerrit van Essen, Dick van Zalinge, Erik Sier en Jan ‘Toetjes’. Ik behoorde met mijn 34 minuten op de 10 tot de ‘rustig aan-groep’. Tegenwoordig zou ik zowat alle wedstrijden winnen. In die tijd mocht ik blij zijn als ik Top 20 liep.”

‘Louis Vink maakte
een schema voor
een maand en daar
stond alles perfect
in uitgewerkt’

Jaap ‘Pit’ Smit weet er nog alles van. Hij zou met zijn ruim 16 kilometer in een uur bijna buiten de boot vallen voor de geslaagde wereldrecordpoging op de 24-uursloop van AV Edam in 1979. ,,Het ging tussen mij en Rick Westerdaal. Ik weet nog dat Louis Vink mij graag bij de groep wilde hebben. ‘Jaap is een diesel. Als die eenmaal op gang is, is-ie niet meer te houden’. Wijlen Herman Gorter wilde echter Rick erbij hebben en dus moesten we er om rennen. Net voor de start zei Rick – met die Edamse tongval – ik blijf twee kilometer bij je en dan ga ik er vandoor. Dat had ik net effe nodig, liet ik hem weten en ik heb hem vervolgens op vijf meter na twee rondjes gelapt. Ik kwam uit op 16.350 meter in een uur. Kun je nagaan dat je daar dus 25e mee werd in die tijd. Nu zou je waarschijnlijk winnen.”
Zes keer in de week trainen, waarvan twee keer duintraining in Schoorl en dan ook nog minimaal eens in de twee weken een wedstrijdje. ,,Mijn vrouw was er lang niet altijd even blij mee. Die heeft wel eens gegrapt, ‘ik hoop dat-ie zijn been breekt, dan is-ie een keertje thuis’, haha. Die wedstrijden zijn denk ik ook een van de redenen waarom het in de jaren ’80 harder ging dan nu. Daar word je zo hard van en de strijd was zo heftig. Je kon – zoals De Plak al zegt – niet aankomen met een tijd van 35 minuten op de 10 kilometer. Dan liep je misschien net aan Top 20.”
De chemie binnen de groep, de wedstrijdhardheid, de trainingen van Louis Vink. Het waren volgens Jan Karhof de ingrediënten voor de absurde tijden die in de jaren ’80 gelopen werden. ,,Louis Vink maakte een schema voor een maand en daar stond alles perfect in uitgewerkt. ‘Ik heb er een hoop werk aan gehad, dus wel serieus volgen’, zei hij altijd. En dat deden we ook, want we keken enorm tegen hem op. Ze beweren nu bij hoog en laag dat je minder moet lopen, maar wij liepen zeker 120 kilometer in de week en dat 52 weken per jaar. Aangezien alle records in ‘onze tijd’ zijn gelopen, hebben wij tot op heden nog steeds het gelijk aan onze zijde. En voorlopig zie ik daar ook geen verandering in komen.”

|Doorsturen

Uw reactie