Algemeen

‘Als dierenarts ben je een soort huisarts, chirurg en tandarts in één’

AFGESTUDEERD | Annick Smit, Bachelor Diergeneeskunde

Veel jonge meisjes dromen ervan om later dierenarts te worden, maar bij de meesten van hen verdwijnt die droom langzamerhand naarmate zij iets ouder worden. Zo niet bij de 23-jarige Annick Smit. Al op jonge leeftijd wist zij zeker dat ze later dierenarts wilde worden, en eigenlijk is dat verlangen sindsdien alleen maar sterker geworden. De Volendamse wist van tevoren dat het een lang en zwaar traject zou worden, met zowel het nodige stampwerk als het soms smerige fysieke werk, maar juist dat uitdagende en afwisselende aspect spreekt haar zo aan in dit bijzondere vak. Vorige week rondde ze haar Bachelor Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht met succes af en sindsdien wil ze niets liever dan zo snel mogelijk doorstromen naar de aansluitende driejarige Master Diergeneeskunde.
Door Leonie Veerman


Als meisje was Annick al een echte dierenvriend. Haar moeder herinnert zich dat ze dol op haar konijn was, altijd alle honden in de buurt uitliet en vaak uren bij de paarden aan de rand van het weiland te vinden was. ,,Ik heb altijd geweten dat ik dierenarts wilde worden, en ik liet mij door niets en niemand van dat idee afbrengen”, zegt Annick.
Op de middelbare school (tweetalig VWO op het Tabor College Werenfridus in Hoorn) kwam Annick echter al snel haar eerste struikelblok tegen. ,,Ik bleek goed in talen, maar de bèta vakken zoals natuurkunde en scheikunde gingen mij iets minder goed af. Meerdere docenten en zelfs de decaan probeerden mij ervan te overtuigen om voor de richting Cultuur en Maatschappij te kiezen, maar ik hield voet bij stuk en koos evengoed voor Natuur en Gezondheid, omdat je die richting nu eenmaal nodig hebt voor de Bachelor Diergeneeskunde.”
Hierbij had Annick al wel bedacht dat een pakket met alleen exacte vakken dan misschien niet helemaal ideaal zou zijn. Het werd dus Natuur en Gezondheid met kunst en filosofie en zonder natuurkunde. ,,Zo was het leuk, maar ook haalbaar.”

Dierenasiel
Het plan was om het vak natuurkunde dan apart in één jaar te volgen op de VAVO. Het jaar na de middelbare school heeft Annick dan ook het vak natuurkunde afgerond aan het Joke Smit College in Amsterdam en is daarnaast aan de slag gegaan als vrijwilliger bij het dierenasiel in Purmerend. ,,Omdat het nogal een onconventionele route leek werd ook nog in het laatste jaar van de middelbare school gezegd dat ik misschien beter gewoon een HBO-opleiding kon kiezen, omdat ik nogal praktisch ingesteld ben. Of dan Diergeneeskunde,als ik dat echt heel graag wilde.”
Na dit alles was het dus de bedoeling dat Annick aan haar Bachelor Diergeneeskunde zou kunnen beginnen, maar al snel volgde opnieuw tegenslag. ,,Er is maar één opleiding Diergeneeskunde in Nederland, en deze is enorm populair”, vertelt Annick. ,,Van de gemiddeld duizend aanmeldingen per jaar worden maar tweehonderdvijfentwintig studenten aangenomen. Na mijn eerste aanmelding werd ik uitgeloot, en dat voelde extra zuur omdat ik natuurlijk al een jaar vertraging had opgelopen. Omdat ik toch graag wilde gaan studeren begon ik aan de Bachelor Biologie aan de UvA, maar al in het begin realiseerde ik me dat de beroepsmogelijkheden van deze studie me echt niet lagen. Ik zag mezelf niet de rest van m’n leven in een lab staan en al helemaal niet voor de klas.”
,,Ik had al mijn zinnen gezet op de Bachelor Diergeneeskunde, en keek in die tijd ook naar mogelijkheden in het buitenland. Omdat de toelatingstoetsen van Diergeneeskunde het jaar daarop tegelijk vielen met meerdere tentamens bij Biologie heb ik me ook uitgeschreven bij de UvA zodat ik me compleet kon focussen op de selectie van Diergeneeskunde. Het was toen een kwestie van de dood of de gladiolen”, lacht Annick. Maar het heeft goed uitgepakt, want bij deze tweede poging kon Annick dan toch eindelijk beginnen aan de Bachelor Diergeneeskunde. ,,Toen ik het mailtje kreeg dat ik was ingeloot werd kon ik mijn geluk niet op. Ik zal nooit meer vergeten hoe blij ik op dat moment was.”

‘In de tweede week
kregen we allemaal
de opdracht een
doodgeboren biggetje
te ontleden’

Annick herinnert zich de eerste week van de opleiding nog als de dag van gisteren. ,,In de tweede week, toevallig ook de maandag van kermis, kregen we allemaal de opdracht een doodgeboren biggetje te ontleden. Dat was gelijk heel heftig, maar ik geloof dat de opleiding ons met zo’n ontnuchterende opdracht bewust in het diepe gooide. Er zijn tenslotte ontzettend veel mensen die een erg romantisch idee van dit beroep hebben. Dat zijn studenten die graag dierenarts willen worden omdat ze zoveel van dieren houden, maar als dierenarts ben je natuurlijk niet alleen aan het knuffelen met de beestjes die je behandelt. Ook bloederige en smerige klusjes zijn alledaagse kost.”
Volgens Annick moet je echt nuchter zijn en stevig in je schoenen staan om dierenarts te kunnen worden. ,,Als dierenarts hoop je natuurlijk zoveel mogelijk dieren te kunnen helpen, maar helaas zul je ook regelmatig dieren moeten laten inslapen. Dit blijft natuurlijk altijd moeilijk, maar je moet je realiseren dat dit wel een onderdeel is van het vak.”
,,Omdat het aantal plaatsen voor de opleiding al zo beperkt is, is het mooi dat studenten direct geconfronteerd worden met de realiteit van het vak zodat er geen plekken verloren gaan door studenten die in de loop van de opleiding toch stoppen. Iedereen moet natuurlijk even slikken als je zo een dood biggetje en een scalpel in je handen gedrukt krijgt, maar het is daarnaast ook zo interessant en leerzaam. En dat zelfs op de maandagochtend van kermis.”
De Bachelor Diergeneeskunde beschikt over veel moderne faciliteiten en een groot aantal dieren. ,,Dat zijn in feite gewoon proefdieren”, vertelt Annick. Uiteraard wordt alle wet- en regelgeving zorgvuldig nageleefd tijdens de opleiding en de dieren hebben een prima leven op de faculteit, maar het blijven proefdieren zonder naam en met een nummer. ,,De meeste mensen die beginnen aan deze opleiding zijn natuurlijk echte dierenliefhebbers en dan zijn proefdieren in je hoofd een echte no-go. Totdat je je realiseert dat deze proefdieren essentieel zijn voor de opleiding. Het is dan even schakelen om dit in te zien en te accepteren. Doordat de studenten alle handelingen en onderzoeken kunnen leren op deze kleine groep proefdieren kan het leed van een enorm aantal dieren in de toekomst worden voorkomen of verzacht. Al worden de dieren tijdens de practica vooral gewoon urenlang geknuffeld door alle studenten tussen het onderwijs door.”

‘Je moet op een
professionele manier
empathisch kunnen
zijn als mensen
verdriet hebben’

Een ander misverstand dat Annick graag de wereld uit wil helpen is dat iemand alleen maar dierenarts wordt omdat hij of zij veel van dieren houdt. ,,Tuurlijk moet je met dieren willen werken, maar mensen zien vaak over het hoofd dat een dierenarts in feite net zoveel met mensen werkt. Elk dier heeft namelijk ook een eigenaar. Het is geen vak voor een timide en mensenschuw type, want goede communicatie met de baasjes is cruciaal, zowel in het algemeen, als specifiek bij het stellen van een diagnose. Dieren kunnen zelf tenslotte niet praten, en je bent vaak afhankelijk van de observaties en de toelichting van het baasje om vast te stellen waar het dier precies aan lijdt.”
,,En vergeet niet”, vervolgt Annick, ,,Mensen zijn vaak stapelgek op hun huisdier, dus in het contact met de dierenarts kunnen de emoties soms hoog oplopen. Je moet op een professionele manier empathisch kunnen zijn als mensen verdriet hebben, maar bijvoorbeeld ook echt je mannetje kunnen staan als iemand ontevreden is of zelfs boos wordt.”
Diergeneeskunde staat algemeen bekend als een van de meest veeleisende universitaire opleidingen. ,,Naast alle praktijklessen bestaat de opleiding natuurlijk ook uit heel veel theorie. Hierbij behandel je net als bij Geneeskunde ook alle orgaansystemen en ziektes, maar dan ook bij verschillende diersoorten. Zo zijn de organen van een hond weer net even anders dan die van een paard of een koe en het is wel belangrijk dat je al deze diersoortverschillen weet. Ook verschillen alle referentiewaarden tussen de dieren. Het is dan wel handig als je weet hoe vaak een paard hoort te ademen per minuut en hoe snel de hartslag hoort te zijn bij een kat. Dit maakt het allemaal net iets uitdagender.”
En je als je bent afgestudeerd ben je natuurlijk eigenlijk heel veel beroepen in één. Waar er voor de mens verschillende instanties zijn waar je terecht kunt met medische problemen ga je met je dier altijd naar de dierenarts. Die is namelijk een soort huisarts, tandarts, chirurg, diëtist, etc. in één! En dan bovendien ook nog voor vele verschillende diersoorten. Van hamsters en parkieten tot paarden en koeien, maar ook minder bekende dieren zoals fretten, schildpadden, alpaca’s en slangen. Dat is heel veel stampwerk.”

‘Het ene moment
bracht ik midden
in de nacht lammetjes ter wereld
in een koude schuur,
het andere moment
sta je in een pathologiezaal
te snijden in een
kamelenpoot of een
presentatie te geven
over een insectenhouderij’

Annick geeft toe dat het zo nu en dan echt afzien was de afgelopen drie jaar. ,,Het was zwaar, maar ik heb geen moment aan stoppen gedacht. Misschien heb ik achteraf ook mazzel gehad dat ik zo sterk in talen was, want bijna al het studiemateriaal was in het Engels. Ook bij het schrijven van mijn scriptie kwam dat goed van pas.” Annick kreeg voor haar scriptie een verschrikkelijk saai onderwerp toegewezen: de eliminatie van paternale mitochondriën. Omdat studenten Diergeneeskunde slechts vijf weken de tijd hebben voor het schrijven van hun scriptie, en de professor die Annick begeleidde het ontzettend druk had, heeft ze in die periode slechts een keer contact met hem gehad. Achteraf gaf hij echter aan dat hij nog nooit zo’n goede Bachelor scriptie had gelezen. ,,Ik denk dat dit komt omdat er maar weinig studenten rondlopen met een sterk taalgevoel”, lacht Annick.
,,Als ik terugkijk ben ik ontzettend dankbaar dat ik de opleiding heb kunnen volgen. Het was wat ik ervan had verwacht en meer. Het is uitdagend, maar ook erg afwisselend. Het ene moment bracht ik midden in de nacht lammetjes ter wereld in een koude schuur, het andere moment sta je in een pathologiezaal te snijden in een kamelenpoot of een presentatie te geven over een insectenhouderij. Het is zo interessant en hoewel het een gerichte opleiding is zo’n breed vakgebied. Ik weet inmiddels zeker dat ik dit voor de rest van mijn leven wil blijven doen.”
Omdat ook de aansluitende Master Diergeneeskunde slechts een klein aantal plaatsen biedt, vindt er elk jaar ook hiervoor toelating plaats op basis van loting. En helaas is Annick dit jaar weer uitgeloot, maar niets weerhoudt de vastberaden Volendamse ervan om het komend jaar opnieuw te proberen. ,,Het was natuurlijk wel even balen, maar ik wil dit komende jaar gebruiken om alvast zoveel mogelijk praktijkervaring op te doen. Inmiddels woon ik in IJsselstein boven een dierenasiel en -pension, omdat het continue reizen tussen Volendam en Utrecht toch niet altijd even handig was en zo kan ik meteen weer ervaring opdoen door te werken met de dieren daar. Ook ben ik al druk aan het zoeken naar een baantje als dierenartsassistente hier ergens in de buurt en dan hoop ik volgend jaar de studie weer te kunnen vervolgen.
,,En mochten er nog meer jonge Dr. Polletjes in Volendam rondlopen, hoop ik niet dat dit verhaal ze van de wijs brengt. Naast alle viezigheid en lange dagen - want ja ook ’s nachts tijdens spoed ben je later dierenarts - blijft dit toch voor mij in ieder geval het mooiste beroep dat er is. Je moet er even wat voor over hebben, maar dan heb je ook wel wat.” Uiteindelijk hoopt Annick zo snel mogelijk met de Master Diergeneeskunde te kunnen beginnen en echt als dierenarts aan de slag te gaan. Ze lacht: ,,Ik heb alleen een plan A, er is voor mij geen plan B.”

 

|Doorsturen

Uw reactie