Algemeen

Robert Jan Kwakman is de drijvende kracht achter nieuw kankermedicijn in Nederland

Écht verschil maken voor de mens

De meeste kinderen dromen van een baan als profvoetballer of zanger, maar Robert Jan Kwakman had andere plannen. ,,Toen ik vier jaar was en voor trommelvliesbuisjes bij de dokter kwam, wist ik gelijk dat dit mijn toekomst zou worden”, vertelt de 27-jarige Volendammer. ,,Een lange witte jas aan en mensen kunnen helpen. Living the dream, zullen we maar zeggen. Eigenlijk is mijn leven vanaf die ervaring in één rechte lijn op de wereld van geneeskunde afgegaan.” Drie jaar geleden heeft Robert Jan zijn master Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam afgerond en sindsdien studeert hij verder door zich te specialiseren tot internist-oncoloog.
Door Kevin Mooijer

De jonge arts heeft al een aantal indrukwekkende prestaties op zijn palmares mogen bijschrijven. Zo heeft hij met zijn promotieonderzoek aangetoond dat een bepaald type medicijn bij patiënten met uitgezaaide dikke darmkanker minder bijwerkingen vertoont dan de gebruikelijke voorgeschreven medicatie.
In zijn vrije tijd werkt de ambitieuze oncoloog in opleiding aan een model dat per patiënt berekent wat de juiste medicatie en behandeling is. ,,Met die werkwijze bepaal je voor iedere patiënt wat de beste behandelstrategie is. Tegelijkertijd voorkom je bij sommige patiënten dat ze worden behandeld met medicijnen die voor hen niet effectief zullen zijn.”

‘Op de oncologie poli
krijg je de kans
om het verschil
te maken voor patiënten’

Ondanks dat Robert Jan vanaf zijn vierde levensjaar al had vastgesteld dat hij iets in de geneeskunde zou gaan doen, wist hij tot zijn eerste stage tijdens zijn Master Geneeskunde niet waarin hij zich wilde specialiseren. ,,Ik kwam in die fase op de oncologie poli terecht en dat is me goed bevallen. Ik merkte al gauw dat je daar echt iets kunt betekenen voor mensen. Je krijgt de kans om het verschil te maken voor patiënten, ook omdat er veel ruimte voor nieuw onderzoek is.”
Onderhand werkt de Volendammer in het AMC aan zijn specialisatie om internist-oncoloog te worden, maar voordat hij daar kwam, heeft hij eerst zijn promotieonderzoek moeten afronden. ,,Voor dat onderzoek heb ik bij patiënten met uitgezaaide dikke darmkanker de bijwerkingen van een nieuw, Aziatisch medicijn getest. Doorgaans werd capecitabine toegediend bij patiënten met deze vorm van kanker, maar dat medicijn kan gepaard gaan met vervelende bijwerkingen.”
,,Iets dat bijvoorbeeld veel voorkomt is het zogenaamde hand-voet syndroom, dat gekenmerkt wordt door roodheid en zwelling van de handpalmen, vingers, tenen en voetzolen. In enkele gevallen kan het fors pijnlijk zijn en kunnen blaren en kloven optreden. Daarnaast kan het medicijn in zeldzame gevallen ernstige hartklachten veroorzaken.”
Robert Jan schreef voor zijn promotieonderzoek een aantal Nederlandse ziekenhuizen aan met als doel patiënten met uitgezaaide dikke darmkanker te gaan behandelen met het medicijn S-1, afkomstig uit Azië. ,,Deze fase verliep heel voorspoedig. Uiteraard zijn er strenge regels aan het proces verbonden, maar in Nederland is het wat kankeronderzoek betreft goed geregeld. Voor het onderzoek werden patiënten door hun oncoloog gevraagd of ze openstonden voor dit nieuwe medicijn – dat in tabletvorm wordt ingenomen – en het onderzoek. De helft van de goedkeurende patiënten kreeg het medicijn dan ook daadwerkelijk. De andere helft van de instemmende patiënten kregen de gebruikelijke medicatie voorgeschreven. Het medicijn S-1 heeft een soortgelijk werkingsmechanisme als capecitabine, maar het hand-voet syndroom komt slechts sporadisch voor bij patiënten. Hartklachten zijn tot op heden nog helemaal niet gerapporteerd.”
,,Het medicijn rekt de levensverwachting van patiënten met uitgezaaide dikke darmkanker, en misschien nog wel belangrijker; ook de levenskwaliteit wordt verbeterd door het wegnemen van nare bijwerkingen.” Het doel van Robert Jan’s onderzoek bleek geslaagd. ,,Het S-1 medicijn wordt inmiddels door veel oncologen voorgeschreven en is dus een erkende behandelingsmethode. Oncologen zijn razend enthousiast over het medicijn.” Vanwege de succesvolle uitkomst van zijn promotieonderzoek, heeft de internist-oncoloog in opleiding besloten meer ruchtbaarheid aan zijn bevindingen te geven. Zijn onderzoek is inmiddels gepubliceerd en hij heeft lezingen gegeven op verschillende congressen over het belangwekkende onderwerp.

‘Het is een studie
van vijftien jaar,
maar een schitterend
traject waar ik nog
elke dag van geniet
en wat me veel
heeft gebracht’

Een ander aanmerkelijk onderwerp dat Robert Jan tijdens zijn promotieonderzoek heeft behandeld, is een rekenmodel waarmee per individuele patiënt kan worden geconcludeerd wat voor hem of haar de beste behandelmethode en medicatie is. ,,In mijn vrije tijd werk ik samen met twee professoren uit Amsterdam en Utrecht verder aan dit model. Het doel is om veel efficiënter en effectiever te werk te kunnen gaan. Bij veel patiënten is het vaak hopen dat het eerste medicijn aanslaat en als het dan niet zo is stappen we over op de volgende, enzovoorts. Nu werken we dus aan een formule die aan de hand van verschillende patiënteigenschappen in staat is te bepalen wat de patiënt in kwestie precies nodig heeft. Als het eenmaal volledig functioneert zetten we een stap richting zorg op maat. ”
Robert Jan heeft altijd al de ambitie gehad om het verschil te maken. ,,In Volendam heerst naar mijn idee de mentaliteit om een studie te kiezen waarbij je vervolgens snel aan de bak kunt om geld te verdienen. Daar is niks mis mee, maar ik denk dat veel jongeren zo de verkeerde studiekeuze maken. Het is altijd mijn doel geweest om verder te specialiseren. Dat betekent wel dat ik inclusief promotieonderzoek een opleiding doorloop van ongeveer vijftien jaar. Ik kan het iedereen aanraden. Het is een schitterend traject waar ik nog elke dag van geniet en wat me veel heeft gebracht.” Marinde Bond is de vriendin van Robert Jan en studeert ook geneeskunde. ,,Marinde wist eigenlijk eerder dat ze richting de oncologie wilde dan ik. We bewandelen exact hetzelfde pad. Zij begint binnenkort met een onderzoek onder dezelfde hoogleraren die mij twee jaar geleden begeleid hebben.”
Robert Jan en Marinde wonen samen in Diemen, maar zijn van plan ooit weer in Volendam te komen wonen als ze allebei hun studies hebben afgerond. Je zou denken dat de twee elkaar ontmoet hebben tijdens hun geneeskunde opleiding, maar niets is minder waar. ,,Nee, hoor. Gewoon op zaterdagavond in Sjaak”, lacht hij.

 

|Doorsturen

Uw reactie