Algemeen

Volendamse voetballer in 1972 genomineerd voor de Gouden Bal

Gerrie Mühren: ‘Eigenlijk was het niet normaal hoe normaal hij was’

Kon ik maar even in een tijdmachine stappen. Ik zou hem instellen op het jaar 1972. Terug naar de tijd van het Gouden Ajax. Het Ajax van de beste trainer van de twintigste eeuw, Rinus Michels. Het Ajax dat over creativiteit en sierlijkheid beschikte, maar ook over brutaliteit en felheid. Het Ajax dat door het toonaangevende Britse voetbalblad FourFourTwo werd uitgeroepen tot beste team ooit. Het Ajax van Johan Cruijff, Sjaak Swart, Barry Hulshoff, Johan Neeskens en Gerrie Mühren. Het Ajax dat het totaalvoetbal uitvond en introduceerde. Het Ajax dat iedere tegenstander slapeloze nachten bezorgde. Het Ajax dat alles, maar dan ook alles won. Dat wijlen dorpsgenoot Gerrie Mühren een vaste waarde op het middenveld van het beste team ooit was, is alom bekend, maar dat hij in 1972 genomineerd werd voor ’s werelds grootste individuele sportprijs, zal voor velen nieuws zijn. De prijs die werd opgeëist door grootheden als Cruijff, Ronaldinho, Zidane en Van Basten én meer recent werd hij vijf keer door Cristiano Ronaldo en zes keer door Lionel Messi gewonnen. Alleen de besten der besten komen in aanmerking voor de Gouden Bal. Toen Gerrie als jongetje hooghoudend door de Dirkslandstraat in Volendam liep, had niemand waarschijnlijk ooit gedacht dat hij zichzelf in de toekomst tot dat selectieve gezelschap zou mogen rekenen. In 1972 werd Gerrie Mühren genomineerd voor de Ballon d’Or.
Door Kevin Mooijer

Een halve eeuw geleden groeide Ajax uit tot een overmacht die gevreesd werd door iedere tegenstander. Een bescheiden jongen uit Volendam speelde een grote rol in deze revolutie. Maar liefst drie keer won Gerries Ajax de Europacup 1 (tegenwoordig de Champions League, red.) achter elkaar. In 1972 viel de middenvelder dusdanig op, dat hij een nominatie voor de Ballon d’Or ontving. De prijs die sinds 1956 jaarlijks wordt uitgereikt aan de beste voetballer van de planeet. Ieder jaar worden tussen de 25 en dertig voetballers genomineerd voor de prijs en wordt een team van het jaar samengesteld met daarin de elf beste voetballers van dat kalenderjaar.
De concurrentie van Gerrie in 1972 was op zijn zachtst gezegd fors te noemen. Hij moest het opnemen tegen legendes als Franz Beckenbauer, Johan Cruijff, Bobby Moore, Gerd Müller en Eusébio. Uiteindelijk ging Bayern München-icoon Beckenbauer er met de prijs vandoor. Gerrie uit Volendam kreeg een plekje in het team van het jaar en mocht zichzelf elfde beste voetballer op aarde noemen. Een prestatie van wereldformaat. Helemaal wanneer je zijn dienende speelstijl in acht neemt. „Ik zal Gerrie Mühren blijven herinneren als een extreem goede voetballer die zijn fenomenale techniek altijd in dienst van het elftal stelde”, zei Johan Cruijff ooit. ,,Hij wist vooral de discipline op te brengen om perfect de simpele techniek toe te passen. Dus een pass met de juiste snelheid die je in de loop op je goede been kreeg aangespeeld, in plaats van een één of ander hoogstandje uit te voeren. Er zijn maar heel weinig voetballers die dat kunnen opbrengen. Daarom was het geweldig om met Gerrie in één elftal te spelen. Alles klopte gewoon. De passing, het positiespel, het tempo en zijn mentaliteit. Gerrie is daarom één van de beste spelers met wie ik ooit samen heb gespeeld.”
Mühren wist ondanks zijn taken om de aanvallers in zijn team op te laten vallen, de Ballon d’Or-jury te overtuigen van zijn klasse. Had de Volendammer een vrijere rol op het middenveld mogen bekleden, dan had hij met zijn fijnbesnaarde techniek ongetwijfeld de podia voor individuele prijzen vaker mogen bestijgen. Dat één van ’s werelds grootste voetballers ooit, Johan Cruijff, Gerrie noemde als één van de beste voetballers waar hij ooit mee samenspeelde, zou je tegenwoordig kunnen vergelijken met Lionel Messi die een dergelijk statement over een teamgenoot maakt. Anno 2020 zou zoiets wereldnieuws zijn.

‘In het jaar dat
Cruijff bij Barcelona
furore maakte,
werd Mühren Spaans
Voetballer van het Jaar’

Nadat Mühren Ajax verliet om zijn carrière in Spanje bij Betis Sevilla voort te zetten, gebeurde er iets bijzonders. In het jaar 1977 speelden zowel Johan Cruijff als Johan Neeskens voor grootmacht FC Barcelona en bovendien beleefde voetballegende Mario Kempes zijn beste periode bij Valencia CF. Toch was het Gerrie Mühren die dat jaar als speler van het bescheiden Betis verkozen werd tot Spaans voetballer van het jaar. Datzelfde jaar werd Cruijff vijfde bij de Ballon d’Or verkiezingen, maar Gerrie ontving geen nominatie. En dat terwijl hij zichzelf had bewezen als beste speler van misschien wel de grootste voetbalcompetitie ter wereld. 1972 bleef het enige jaar waarin een Volendammer voor de prestigieuze prijs genomineerd werd. En dat zal Gerrie niet deren. Hij deed het voor de teamprijzen en vooral voor de sport.
In de tijd van het Gouden Ajax werden de thuiswedstrijden nog in Stadion de Meer gespeeld. In 1996 werd het stadion afgebroken. Ajax verhuisde naar de Arena, die onderhand de naam Johan Cruijff Arena draagt. Op de grond waar Stadion de Meer stond, bevindt zich inmiddels Park de Meer. In deze buurt is een vijftiental bruggen te vinden met herkenbare namen. Een mooie manier van de gemeente Amsterdam om het beste team ooit te eren. De namen van de basisspelers en trainer van het Gouden Ajax zijn vereeuwigd door ze aan de bouwwerken te koppelen. Eén van de bruggen heet de Gerrie Mührenbrug.
Ras-Amsterdammer en Ajax-fan in hart en nieren Jan Glotzbach (72), haalt herinneringen op uit die mooie tijd. ,,Mijn vader heeft veertig jaar voor Ajax gewerkt, als verkoper van het programmaboekje. Hij kon altijd aan kaarten komen”, begint de voetballiefhebber zijn verhaal. ,,Ik denk dat ik alle thuiswedstrijden en alle Europese wedstrijden van Gerrie Mühren heb gezien. En dan bedoel ik niet op de televisie. Mijn vader en ik hadden ieder jaar een vaste seizoenkaart en reisden onze club achterna als ze Europees speelden.”
Jan had niet per se één favoriete speler in die tijd, maar hij noemt een viertal iconen. ,,Sjaak Swart, Cruijff, Piet Keizer en natuurlijk Gerrie de technicus. Het mooiste was om ze in actie te zien in het Olympisch Stadion. Daar speelden ze de Europese thuiswedstrijden. Het was in de hele stad te voelen als Ajax een belangrijke wedstrijd zou gaan spelen. De positiviteit en interesse van mensen in Ajax die nu een beetje terugkomt na het bereiken van de halve finale Champions League vorig seizoen, was toen altijd. Iedereen sprak over Ajax.”
Op Europa Cup 1 wedstrijddagen was het volgens de ervaringsdeskundige Amsterdammer een gekkenhuis in de stad. ,,Wie geen kaartje had, zat voor de buis. De gelukkigen die wel een kaartje hadden, verzamelden zich van te voren op het Stadionplein. Je had veel knokpartijtjes in de stad. Balorigheid met een slok op, dat hoorde erbij hè”, lacht hij terugdenkend aan die tijd. ,,Dat Ajax was zo groots en Mühren bleef zo bescheiden. Eigenlijk was het niet normaal hoe normaal hij was. Hij bemoeide zich nergens mee. Nooit opstootjes, nooit negatief in het nieuws, nooit commentaar en bovenal: nooit een slechte wedstrijd. Hij kon de bal zo lang als hij wilde bij zich houden, wachtte het juiste moment af en dan kreeg je hem op je stropdas. Prachtig.”

‘Mühren begon op
zijn dooie gemakkie
de bal even hoog
te houden in een
Europacup-wedstrijd
tegen de grootste
club op aarde’

Het meest beroemde moment uit Gerrie Mührens carrière is zonder twijfel het balletje hooghouden in het imponerende Estadio Santiago Bernabéu van het machtige Real Madrid. ,,Ik zat met mijn vader in het stadion toen hij dat deed. We hadden nog nooit zoiets gezien. Mühren begon op zijn dooie gemakkie de bal even hoog te houden in een Europacup-wedstrijd tegen de grootste club op aarde. Het merkwaardige was dat de Madrid-spelers het ook toelieten. Ze durfden hem niet aan te vallen. Een legendarisch moment, dat nooit vergeten zal worden.”
Jan Glotzbach is een keer ver na Gerries carrière als professioneel voetballer op een verjaardag in Volendam geweest, waar hij ook aanwezig was. ,,Dan let je natuurlijk de hele avond op hem. Hij was natuurlijk een grootheid. Maar hij bleef de rust zelve. Ik ben denk ik één van de weinigen die hem in zo een sfeer heeft mogen meemaken”, sluit de Amsterdammer trots af.
Als Gerrie Mühren anno 2020 de piek van zijn voetbalcarrière had beleefd, dan zou zijn marktwaarde waarschijnlijk rond de 75 miljoen liggen. De eervolle vergelijking die door kenners en liefhebbers vaak met FC Barcelona en Spanje-icoon Andrés Iniesta wordt gemaakt is al een prestatie op zich, maar de Volendammer zou zijn huidige marktwaarde kunnen onderbouwen door zijn palmares erbij te pakken. Drie keer de Europa Cup 1, één keer de wereldbeker voor clubs, drie keer Nederlands landskampioen, tien keer oranje-international, en ga zo nog maar even door. Eigenlijk verdient de man een standbeeld in zijn thuisdorp.

 

|Doorsturen

Uw reactie