Algemeen

Hein (90) en Woltje (89) onthullen lang vergeten oorlogsverhalen

Gevangengenomen broers, onderwaterzettingen en verstopte familieleden

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, hadden ze nog geen idee dat ze achttien jaar later zouden trouwen, laat staan dat ze 81 jaar later nog altijd samen in hun eerste huisje gevestigd zouden zijn. Hein Veerman (90) en Woltje Molenaar (89) gaven elkaar in 1957 het jawoord en sindsdien wonen ze samen in hun gezellige woning in het hart van Volendam. ,,Hij dacht toen we elkaar ontmoetten, dat ik een nichtje van hem was”, lacht Woltje. Hein vult haar aan: ,,Als kind speelde Woltje altijd met een nichtje van me, dus ik dacht één en één is twee. Gelukkig had ik het mis.” Het vriendelijke stel heeft ten tijde van oorlog een hoop meegemaakt. Voor de Nivo-rubriek 75 Jaar Vrijheid schuiven ze samen aan om herinneringen aan die onverbiddelijke tijd op te halen.
Door Kevin Mooijer

Op 2 maar 1930 werd Hein Veerman geboren op de oude boerderij in de Kathammerstraat. ,,Mijn vader heeft altijd koeien gehad, dus ik ben op boerderijen en met dieren opgegroeid. Op mijn zesde verhuisden we naar het Noordeinde, waar we achter het huis een koeienstal met twaalf koeien hadden.”

In mei 1940 liet de overheid de Meer volstromen, zodat Duitse parachutisten geen goede landingsplekken hadden en ze zich niet goed voort kunnen bewegen. ,,We waren genoodzaakt onze koeien elders onder te brengen. Ze werden – tot een betere oplossing zich aandiende – naar Oosterblokker gebracht. Als jongetje fietste ik vaak naar de koeien toe om te kijken hoe het met ze ging. We hadden toen geen kinderfietsen, dus die hele rit moest staand, anders kon ik niet bij de trappers.”

Bewoonbaar
Een stukje verderop woonde Woltje Molenaar met haar vader, moeder, broers en zussen in een huisje aan de Meergracht. Eén van de straten die het hardst werd getroffen door de onderwaterzetting. ,,We kregen van tevoren bericht dat de overstroming zou komen, dus mijn ouders verhuisden alles dat beneden stond naar boven en naar de botter van mijn vader. Daar zouden we immers gaan verblijven tot ons huis weer bewoonbaar zou zijn.” Woltjes tante kreeg lucht van de situatie en stak een stokje voor de familieverhuizing naar een schip. ,,Ze stond erop dat we bij haar zouden komen wonen. Zelf had ze geen kinderen, maar ze zag ons altijd graag. De daaropvolgende weken hebben we bij mijn tante aan de Calkoengracht gewoond.”
Woltje had een tien jaar oudere zus wiens man zijn meeste tijd op zee doorbracht. ,,Nadat Nederland zich over had gegeven, was het een tijdje veilig voor Nederlandse jongens, maar dat duurde helaas niet heel lang. Jongens en jonge mannen werden verplicht om voor de Duitsers te werken. De meesten zagen dit natuurlijk niet zitten. Twee van mijn broers, die zich in de gevarenzone bevonden, besloten onder te duiken in Volendam.”
In de bedstee van Woltjes oudste zus werd een geheim luik gemaakt. ,,Tijdens riskante situaties verstopten mijn broers zich achter de bedstee. Vaak kregen we van tevoren wel mee wanneer de razzia’s zouden plaatsvinden, maar het gebeurde ook dat de Duitsers onaangekondigd binnenstapten.”
Woltje zucht: ,,Ik weet nog goed dat ik een keer om 5 uur ’s nachts uit bed gehaald werd. Er stond ons een razzia te wachten en ik moest als de wiedeweerga naar het huis van mijn zus. Het was namelijk zo dat mijn zus – voor zover de Duitsers wisten – alleen thuis was. Mijn twee ondergedoken broers verbleven er wel, maar haar man was op pad voor zijn werk. Als de Duitsers twee warme bedden zouden aantreffen en maar één bewoner, dan zou het niet goed aflopen.”

‘Nog altijd zaten
mijn broers doodstil
achter de bedstee verstopt.
Het was een
zenuwslopende situatie’

Woltje haastte zich in alle vroegte naar het huis van haar oudere zus. ,,Ik dook gelijk in het bed waarachter mijn broers inmiddels verstopt zaten.” Er werd op de deur gebeukt. ,,Drie soldaten, twee in het groen en één gemeen uitziende man in het zwart, kwamen binnen. De man in het zwart was SS’er. Hij liep direct naar boven, terwijl de twee soldaten beneden alles overhoop haalden. Ze schenen met zaklampen in mijn gezicht en schreeuwden van alles in het Duits. Nog altijd zaten mijn broers doodstil achter de bedstee verstopt. Het was een zenuwslopende situatie.” Na een tijdje zoeken gaven de Duitsers het op en vertrokken ze naar het volgende huis. ,,Ze hebben mijn broers die nacht niet ontdekt.”
Eén van Woltjes ondergedoken broers was Corn. ,,Hij heeft het waarschijnlijk het zwaarst gehad van ons gezin tijdens de oorlog.” Corn had pech en liep in een Duitse hinderlaag. Hij werd gevangen genomen en in eerste instantie naar een gevangenis in Nederland gestuurd.
,,Broers Jan en Klaas zaten in de Ondergrondse (het verzet, red.)”, vertelt Woltje. ,,We wisten bijna altijd wanneer razzia’s plaats zouden vinden, maar die avond was het een verrassing. Een onaangename verrassing.” Corn en wat vrienden hadden zich veilig genoeg gevoeld om ’s avonds op de dijk een kaartje te leggen. ,,Uit het niets kwamen de nazi’s voor de dag. Ze waren waarschijnlijk getipt dat er een paar onderduikers op de dijk hadden gezeten. De jongens zetten het op een rennen. Eén van Corns vrienden werd tijdens de achtervolging in zijn been geschoten door een Duitser. Mijn broer werd die avond gepakt en gearresteerd.” Corn werd overgebracht naar een gevangenis in Amersfoort.

Gearresteerd
De avond dat Corn gearresteerd werd, kwam op een – in die tijd – zeldzaam gelukkig moment voor de familie Molenaar. ,,De rest van het gezin was die dag bezig geweest met het huis te versieren omdat broer Jan in ondertrouw ging. De sfeer was goed tot het moment waarop de bakker mijn moeder naar buiten wuifde. Ze liep naar de broodkar om brood van hem te kopen en merkte dat verschillende mensen in de straat naar haar wezen. Ze hoorde Corns naam telkens vallen. Moeder vroeg aan de buren wat er aan de hand was. ‘Weet je dat dan niet? Corn is door de Duitsers gepakt!’ Moeders wereld stortte in.”
Een aantal weken later bereikte een bericht uit de Amersfoortse gevangenis Volendam. ,,We mochten schoon ondergoed naar Corn brengen. Op de dag dat Jan ging trouwen werden we gesommeerd. Op de dag dat Jan in ondertrouw ging werd zijn broer door de Duitsers gepakt en op zijn trouwdag moest hij schoon ondergoed naar zijn gevangengenomen broer brengen.”
Corns volgende halte was een plekje vlakbij Leipzig in Duitsland. ,,Negen maanden heeft hij daar gevangen gezeten en in een fabriek moeten werken. Wat ik me nog goed herinner, is dat Corn de verantwoording had om de ketels te ontsteken wanneer er een luchtalarm klonk. Zo zou de hele fabriek in rook gehuld worden, waardoor het gebied niet meer zichtbaar was voor vliegtuigen die de boel kwamen bombarderen.”
Hein neemt het woord over: ,,Ondanks alles dat we hebben meegemaakt hadden we het geluk dat we allebei geen echte honger hadden tijdens de oorlog.” Woltje lacht: ,,Jij niet, maar ik had altijd honger. Nog steeds eigenlijk.” Heins vader had twaalf koeien. ,,Hij kon melkproducten maken, dus we hadden genoeg voedsel en ruilmiddelen. Af en toe kwam mijn vader in het bezit van een kar met aardappels, fruit en groente. Zijn plan was steevast om dit van de Kop van Noord-Holland naar Volendam te vervoeren, maar iedere keer weer kwam hij thuis met een lege kar. Misschien lagen er nog een paar verdwaalde aardappels achterin”, lacht Hein. ,,Hij gaf onderweg alles weg aan mensen die het beter konden gebruiken dan hijzelf.”

‘Die Duitse jongens
werden ook maar op
pad gestuurd en
waren er helemaal
niet bij mee dat
ze oorlog moesten voeren’

,,Ik weet nog dat die Duitse soldaten heel normale jongens waren. Zij werden ook maar op pad gestuurd en waren er helemaal niet bij mee dat ze oorlog moesten voeren. Ze waren altijd vriendelijk, tot het moment dat hun leidinggevende zich liet zien. Als die kerel in de buurt kwam, veranderde hun vriendelijkheid op slag in agressie en intimidatie. Eens in de zoveel tijd kwam er die verschrikkelijk nare man met zijn gigantische Duitse herder naar Volendam. Hij had de leiding over alle soldaten die zich in dit gebied bevonden. Het was voor niemand hier goed nieuws als hij deze kant op kwam.”
Tijdens de laatste twee weken van de oorlog klopten de overgebleven Duitse soldaten aan bij de familie Veerman. ,,Ze kwamen beslag leggen op onze koeienstal. De koeien werden het land opgestuurd en zij gebruikten de stal als overnachtingsplaats. Rond diezelfde periode zag ik een groepje Duitse soldaten iets begraven bovenop de dijk ter hoogte van het Zuideinde. Ik weet nog dat ik bij mezelf dacht ‘als ze straks weggaan laten ze de boel hier ontploffen’, maar een paar dagen later groeven ze het weer op en namen ze het mee. Ik heb helaas nooit uitgevonden wat het was dat ze begroeven. Ik vraag het me al 75 jaar af.”
Nadat de laatste Duitsers de benen hadden genomen stroomde Volendam al gauw vol met de geallieerden. ,,Er hing een fantastische sfeer in het dorp”, licht Woltje toe. ,,Alle kinderen versierden de buurt en maakten rozen van crêpepapier, er werd muziek gemaakt, ik zag mijn vader dansen. Het gevoel dat we niet meer bang hoefden te zijn. Eindelijk was de bevrijding daar.”

Herenigd
Ondanks alle vreugde hing er nog steeds een schaduw boven de familie Molenaar. ,,Mijn moeder was natuurlijk blij dat we bevrijd waren, maar vierde het feest niet zo hard mee. Ze zat nog altijd erg over Corn in. We wisten niet waar hij was, hoe het met hem ging en of hij überhaupt nog leefde.”
Een paar weken na de bevrijding zaten Woltje en haar moeder bij Woltjes oudste zus op de koffie. ,,We werden door omwonenden naar buiten geroepen. ‘Kom gank! Kom gank!’ hoorden we. ‘Corn is in Volendam!’ Mijn moeder schoot uit haar stoel en haastte zich naar buiten. En jawel hoor, daar kwam broer Corn de straat inlopen. Hij droeg een vreemd pak, waarschijnlijk iets dat hij ergens gevonden had. We waren zielsgelukkig dat hij nog leefde en terug in Volendam was.”
Na de oorlog was Corn lopend en liftend vanuit Duitsland terug naar Nederland gekomen. ,,Hij strandde in Eindhoven, waar hij opgevangen werd door een gezin met een jong zoontje. Dat ventje heeft ooit nog eens bij ons gelogeerd in Volendam. Mijn moeder was die mensen zo dankbaar dat ze haar Corn hadden opgevangen.”
Na maanden, misschien wel jaren van onzekerheid werd de jonge Corn eindelijk herenigd met zijn droevige moeder. ,,Ik heb haar nooit meer zo gelukkig gezien als op dat moment, maar ondanks dat kwam moeder tijdens de hereniging toch met een typerende uitspraak: ,,Je hebt toch geen luizen, hè?”

|Doorsturen

Uw reactie