Algemeen

Wilde haren, gouden jaren

Jaap Corn klom uit een diep, donker dal en hervond de liefde voor de muziek

,,Mijn vader mocht vroeger graag een borreltje drinken”, herinnert Jaap Corn Veerman (64) zich. ,,Wel zo logisch ook, als je bedenkt dat hij tien kinderen had en we met zijn twaalven in één huis woonden. Mijn favoriete dagen als kind waren wanneer het hoofd van ome Kees om de hoek kwam kijken. ‘Nou, wat zeg je?’, hoorde je dan uit de deuropening komen. Vader reageerde vanuit zijn stoel in de voorkamer op zijn broer: ‘lust je er eentje?’ Steevast bedankte ome Kees in eerste instantie wegens tijdgebrek, maar wat net zo vast stond, was dat hij even makkelijk weer over te halen was om toch aan te schuiven. Eentje werden er twee, twee werden er drie en dan kwam de gitaar tevoorschijn. Vader op de gitaar en ome Kees – als drummer zijnde – met een lepeltje tikkend op een glas. Samen met mijn broers en zussen luisterde ik aandachtig naar de meerstemmige smartlappen die voorbij kwamen, tot ik ze uiteindelijk zelf ook onder de knie had. Dat waren de mooiste dagen die ik me kan herinneren. Daar is voor mij de basis voor de muziek gelegd.”
Door Kevin Mooijer


Jaap groeide op in een groot, gezellig en vooral muzikaal gezin. ,,Mijn oudere zussen vertellen veel over vroeger en één van de verhalen luidt, dat ik als klein jongetje, met een gitaartje gemaakt van een sigarenkistje, vaak onder de eettafel optrad. Bij gebrek aan een beter podium koos ik blijkbaar voor de krappe ruimte onder de tafel. Het hele gezin kon mooi zingen, nou ja, we konden in ieder geval allemaal toon houden. Al mijn broers en zussen waren muzikaal aangelegd. Ik was het achtste kind, waardoor ik in de gelegenheid was veel op te steken van mijn oudere broers en zussen. Mijn oudste broer Evert speelde heel verdienstelijk gitaar en trad al door heel Noord-Holland op met zijn band the Skyriders. Dat bandjesbestaan van hem is aan mij eigenlijk voorbijgegaan. Ik was destijds nog zo jong dat ik daar geen oog voor had.”
,,Vader kwam geregeld thuis met instrumenten. Vaak stond het hele huis vol met gitaren, mandolines, mondharmonica’s, alles waar je een mooi geluid uit kon krijgen. Thuis zat Evert altijd met een gitaar in zijn handen. Ik keek dan naar wat hij deed en rende daarna snel naar boven om het na te doen. Zo leerde ik gitaar te spelen.” Na vele uurtjes op zijn instrument te hebben geoefend, begon Jaap voorzichtig met zingen. ,,Ik was een jaar of elf toen ik ontdekte dat ik wel aardig kon zingen. Natuurlijk zong ik ieder jaar - na het bijwonen van de kerstmis - thuis aan de broodtafel ook mee met de klassiekers, maar ik had mezelf nooit eerder op de gitaar begeleid om dichtstukken van Bob Dylan en Leonard Cohen ten gehore te brengen.”

‘t Nickeltje
Waar Jaap ook naartoe ging, zijn gitaar ging mee. ,,Mijn vrienden waren natuurlijk ook op de hoogte van mijn liefde voor de muziek. Toen we een jaar of zestien waren, zaten we geregeld in ’t Nickeltje, de voorloper van ‘t Winckeltje. Daar draaiden ze fantastische muziek en bovendien had je er wekelijks een open podium-avond. In ’t Nickeltje zou ik ook mijn eerste publieke optreden spelen, de shows thuis onder de eettafel even buiten beschouwing gelaten.”
Samen met zijn vrienden zat Jaap aan de bar van hun geliefde café tijdens zo’n bewuste open podium-avond. ,,Er trad op dat moment nog niemand op. Wel stond er heel uitnodigend een akoestische gitaar in een standaard, wachtend om te worden bespeeld.” Jaaps vrienden zagen dat zijn aandacht naar de gitaar uitging en moedigden hem aan om het podium te betreden. ,,Na verloop van tijd besloot ik het te doen. Het zou er toch ooit van moeten komen. Ik herinner me nog dat ik een aantal oude blues nummers zong en wat liedjes van Bob Dylan en Van Morrison.” De toon was gezet voor een ingetogen, zestienjarige Jaap Veerman.
Niet lang na zijn eerste publieke optreden werd de jonge zanger gevraagd om zich bij de band Embryo aan te sluiten. ,,Samen met goede vriend Johnny Lautenschutz – die gitarist was – werd ik lid van de band. Al gauw stonden we met ons rhythm and blues-repertoire op de verschillende podia van Volendam. We waren zwaar onder de indruk van hoe goed onze band aansloeg bij het publiek.” Embryo speelde geregeld voor uitverkochte zalen, maar toch zou de band nooit meer dan een hobbyproject worden.
In 1977 werd door Dick Plat, Klaas Kap Tuyp en Theo van Scherpenseel de band Canyon opgericht. ,,Een jaar later stapte Theo vanwege tijdgebrek uit de band en ik werd gevraagd als zijn vervanger. Dick en Klaas waren de jaren voorafgaand aan Canyon al beroepsmuzikant geweest en met deze nieuwe formatie was dat weer het streven. Ik moet toegeven dat ik mijn twijfels had toen ik werd gevraagd. Niet vanwege de muzikanten, maar vanwege de muziekstijlen die ze speelden. Ik had het trio zien spelen op de bruiloft van mijn broer en ik was tot de conclusie gekomen dat ik Canyon een veredelde feestband vond. Ze speelden geen rock ’n roll, maar meer rustig en Nederlandstalig werk.”
Dick en Klaas wisten Jaap – die meer had met het ruigere muziekgenre – te overtuigen om toch eens mee te gaan naar een optreden. ,,Buiten bruiloften om werd voor uitverkochte zalen popmuziek gespeeld. Daarbij zou ik twee door de wol geverfde muzikanten als collega’s hebben en bovendien kon ik per direct beroepsmuzikant worden door in te stemmen. Ik besloot het een kans te geven.” Alsof het zo moest zijn kwam de planning zo uit dat het laatste optreden van Canyon met Theo van Scherpenseel plaatsvond op de bruiloft van Jaap zelf. ,,Ik trouwde en stapte tegelijkertijd in Canyon. Op mijn bruiloft werd het stokje overgedragen. Ik werd op het podium geroepen en zong een liedje mee met mijn nieuwe collega’s, dat was natuurlijk een leuk moment voor mij.”

‘Ik werd tijdens
mijn bruiloft op
het podium geroepen
en zong een liedje
mee met mijn
nieuwe collega’s’

Het feit dat Canyon de eerste jaren uit slechts drie bandleden bestond, had één groot voordeel ten opzichte van de concurrentie: ,,We waren een betaalbare band en konden vrijwel overal terecht. Iedere vrijdag, zaterdag en zondag speelden we door heel Noord-Holland heen. Ik denk dat we alle zalen uit die tijd wel gehad hebben. In het live circuit hadden we enorm veel succes. Buiten Volendam speelden we alle zalen plat met ons gebruikelijke repertoire en op het dorp zelf organiseerden we regelmatig shows met gastoptredens. Vooral tijdens de rustige wintermaanden zorgden wij voor gezellige avonden in het Pius X-gebouw. Ik denk dat we alle gerenommeerde muzikanten uit Volendam in die tijd wel op het podium gehad hebben: van Jan Kies tot Thomas Tol en van Evert Jash Veerman tot Harmen Veerman. Die speciale gastformaties bevielen het publiek zo goed, dat het concept uitgroeide tot iets dat meerdere malen per jaar terugkwam.”
Tussen al het live-geweld door waren de mannen van Canyon op de achtergrond bezig met het schrijven van eigen werk. ,,Dick en Klaas schreven voornamelijk Engelstalig. Ik luisterde destijds veel naar Boudewijn de Groot en stelde voor om Nederlandstalige muziek eens een kans te geven. Ze stemden met mijn verzoek in en de hulp van Theo van Scherpenseel werd ingeschakeld om onze eerste singles ‘Altijd Zon’ en ‘Ik Hield Van Jou’ te schrijven. De liedjes werden opgenomen bij Arnold Mühren in de studio en voor we het wisten zaten we in allerlei radioprogramma’s.” Canyon zou de eerste band uit Volendam worden die Nederlandstalige muziek uitbracht.
,,Terugkijkend had het beter voor Canyon geweest als we onder het management van Jaap Cas Buijs hadden gevallen. Wij waren aangesloten bij het bureau van een oud-muzikant uit Warder. Wel verliepen onze platen via Jaap Cas. Zo ben ik ooit twee keer door Jan Tuf Buijs teruggefloten van vakantie voor een televisieoptreden.” Jaap neemt een slok van zijn koffie en lacht: ,,‘Dit kan jullie doorbraak worden!’, zei Jan dan enthousiast door de telefoon. Als ik het me goed herinner, ging het om optredens bij de programma’s Op Volle Toeren en Nederland Muziekland. Misschien heeft Jan toch enigszins gelijk gekregen, we zijn vooral bij het laatstgenoemde programma vaak terug gevraagd.”
De bekendheid die Canyon met de televisieoptredens vergaarde werd uiteindelijk beloond. ,,We werden gecontracteerd door een grotere platenmaatschappij en in 1983 mochten we een album opnemen.” Met de single ‘Als ik Maar Bij Jou Ben’ bereikte de band de landelijke Top 40, maar een ander liedje zou – ondanks dat het de hitlijsten nooit haalde – vele malen bekender worden. ,,Mooi Volendam”, zucht Jaap. ,,Ondanks dat het hele land het liedje kent, is het nooit gelukt om er een hit van te maken. Een sleeper wordt dat in de muziekindustrie genoemd.”
Landelijk gezien zou ‘Mooi Volendam’ nooit de hit-status krijgen, maar binnen het derde klaphek is het lied uitgegroeid tot een ware evergreen. En aangezien het lied iets magisch heeft, is dat ook niet zo gek. Bij het horen van de openingstonen waan je je namelijk direct tijdens een zonnige dag op een gezellig gevulde dijk. ‘Mooi Volendam’ wordt in Jaaps thuisdorp vanaf het moment dat het uitgebracht werd, doorgegeven van generatie op generatie. ,,We zijn nog altijd ongeslagen kampioen in de Volendammer Top 1000. The Cats, BZN en Jan Smit hebben ons nog altijd niet overtroffen”, lacht Jaap. ,,Maar de mooiste herinnering die ik aan het liedje heb, is toch wel de dag waarop we het opnamen in de studio.”
,,Bij Arnold Mühren in de studio is het zo dat de beste zangers en muzikanten slechts één telefoontje verderop zijn. De basis van ‘Mooi Volendam’ was inmiddels opgenomen en we waren aanbeland bij de sologitaar. Arnold had geregeld dat Piet Veerman de gitaarpartij voor zijn rekening zou nemen. Piet kwam binnenstappen met zijn prachtige akoestische gitaar en nam plaats achter de microfoon. Het resultaat is alom bekend. Hij speelde het liedje op zijn eigen kenmerkende manier in.”

‘Het koor dat
het refrein van
‘Mooi Volendam’
ondersteunt, werd
– naast de Canyon-leden –
gezongen door
Cees Poes Veerman,
zijn broers Martin en Harmen,
Maribelle, Jaap de Witte
en Arnold Mühren zelf’

De godfather van de Palingsound voegde zelfs zijn karakteristieke Piet-noot toe aan de solo die later in het lied te horen is. ,,Het koor dat het refrein ondersteunt, werd – naast de Canyon-leden - gezongen door Cees Poes Veerman, zijn broers Martin en Harmen, Maribelle, Jaap de Witte en Arnold Mühren zelf. Al die mensen stonden onder de sneltoets in de studio van Arnold. Werkelijk fantastisch om mee te maken. Dat is een dag die me nooit meer zal worden afgenomen.”
Canyon bracht meerdere singles uit, maar tot een echte doorbraak kwam het helaas niet. ,,Het studiowerk sloeg niet aan bij het grote publiek. Volgens Albert West had het te maken met dat we ons teveel op onze optredens bleven richten. ‘Jongens, jullie moeten je optredens cancelen en je volledig storten op platen maken, anders wordt het niks’, adviseerde hij. Wij waren helaas genoodzaakt dat advies in de wind te slaan, simpelweg omdat er drie gezinnen leefden van de band. Terugkijkend op die periode vind ik het enerzijds jammer dat het niet gelukt is, maar anderzijds heb ik beroemdheid nooit geambieerd. Misschien heeft ook dat een rol gespeeld in het hele proces. Dat je als extra drijfveer hebt beroemd te willen worden. Ik wilde alleen muziek maken, zingen, spelen, maar beroemd worden zeker niet.”
Later in de jaren 80 brak er een moeilijker periode aan voor de Volendammer muzikanten. ,,De opkomst van de discomuziek betekende voor ons minder werk. We gingen niet mee in het nieuwe genre en als gevolg werden we minder geboekt.” Desondanks bleef Canyon volharden en verwelkomde in 1985 zelfs een nieuw bandlid. ,,We haalden Willem de Vries erbij als bassist. Tot die tijd had Dick Plat altijd met zijn voeten de bas gespeeld, terwijl zijn handen het druk hadden met het toetsenwerk. Maar met de toevoeging van Willem waren we toch dynamischer.”
Drie jaar later kreeg Canyon de volgende klap te verwerken. ,,Dick Plat verliet de band. Hij werd gevraagd door de BZN. Wij waren er natuurlijk niet zo blij mee, maar we hadden wel begrip voor zijn besluit.” Jaap, Klaas en Willem gingen op zoek naar een nieuwe toetsenist. ,,Evert Jash Veerman kwam net terug van zijn wereldreis en zat zonder werk. Het enige probleem was dat Evert gitarist was in plaats van pianist. Maar om een lang verhaal kort te maken: Evert heeft zichzelf vier maanden opgesloten en toen hij weer naar buiten kwam, was hij pianist. Zodoende kon hij tijdens onze optredens wisselen tussen piano en zijn virtuoze gitaarspel.”
De nieuwe formatie hield niet lang stand. ,,Begin jaren 90 gooide Klaas de handdoek in de ring. Helaas gebeuren dat soort dingen nu eenmaal in een band.” Nu zowel Dick als Klaas Canyon hadden verlaten, was het aan Jaap om de contacten met zaalhouders in Noord-Holland te onderhouden. ,,Ik dacht bij mezelf ‘we hebben nu al veertien jaar in Noord-Holland gespeeld, misschien is het tijd om onze horizon eens te verbreden’. Samen met Evert ben ik op zoek gegaan naar andere boekingskantoren door het land. Al vlug stonden we in contact met bureaus in Amsterdam, Dordrecht, Nijmegen en Friesland. Met deze nieuwe connecties kwamen we op de gekste plekken te spelen. We hebben zelfs over de grens in Duitsland en België gespeeld. Als ik tegenwoordig door Nederland rijd, herinner ik me overal nog zalen waar we gespeeld hebben.”
Monnickendammer Johan Lansing was net ingewerkt tot nieuwe drummer, toen de mannen van Canyon het volgende slechte nieuws te verwerken kregen. ,,Evert kreeg een hernia. Het was zo erg dat hij niet meer van bed kon komen. Al onze gezinnen leefden van de band, dus de optredens moesten doorgaan. Willem was nog bevriend met een pianist, een ‘wonder op toetsen’ noemde hij hem. Het ging om Ben Vermeulen, voormalig toetsenist van onder meer het orkest van André van Duin en verschillende andere orkesten. Totdat Evert opknapte zou Ben de honneurs waarnemen.” Weer doken de muzikanten noodgedwongen het repetitiehok in. ,,De toevoeging van Ben bracht weer verschillende muzikale invloeden met zich mee. Dat was ook weer hartstikke leuk en een mooie ervaring.”

Mooiste klussen
Een jaar later was Canyon lekker bezig met de nieuwe samenstelling, maar elders in Volendam begon Evert Jash weer op te krabbelen. ,,Dit bracht ons in een lastig parket. Enerzijds wilden we Evert natuurlijk niet kwetsen, maar anderzijds wilden we Ben niet kwijt. Hij was zo’n extreem goede, ervaren toetsenist, die zou je nooit weer treffen. Dus we besloten het maar met zijn vijven te proberen. En na dat besluit waren we op ons best. Ben achter de piano en Evert op zijn oude, vertrouwde gitaar. Willem zong de hoge stemmen en ik de zwaardere stemmen. We kwamen eindelijk weer in beter vaarwater terecht. We werden geboekt op de mooiste klussen. Van gigantische bedrijfsfeesten met duizenden mensen tot shows op indrukwekkende schepen. Het ging ons even voor de wind, tot Evert er in 1998 geen zin meer in had. Hij begon een charterbedrijf met zeilboten en wij besloten met zijn vieren verder te gaan. Dat hadden daarvoor immers ook een jaar zo gedaan. Al gauw hadden we alles weer op de rit. Er was geen vuiltje aan de lucht.”
En toen sloeg het noodlot toe. ,,De ramp… Het zal altijd onlosmakelijk verbonden blijven met mijn muzikale carrière.” Na het verliezen van zijn dierbare zoon Lennart, viel Jaap in een diep, donker gat. ,,Mijn kinderen zijn alles voor me. Lennart was zestien jaar en we waren zó ongelofelijk trots op hem. Hij was zo’n fantastische jongen met een prachtig innerlijk. Zijn karakter was goedaardig en lief. Hij kwam net uit de pubertijd, had een krachtig lijf, een schitterend gebit en een kop met pikzwart haar. En dan, zo, in één klap, is hij weg. Hoe dat voelt, is onbeschrijfelijk. Je komt als gezin in diepe rouw, alle optredens worden gecanceld, je leven komt stil te staan.”
Ondanks de tragische situatie waarin Jaap zich bevond, wilde hij zijn collega’s niet afvallen. ,,Na enige tijd probeerde ik de draad weer op te pakken. Ik heb tot juli van datzelfde jaar geprobeerd verder te gaan met Canyon, maar ik trok het niet.” Op Jaaps gezicht vormt een bedrukte blik: ,,Je staat op dat podium, de mensen in het publiek staan te dansen en te feesten en ik had het gevoel dat ik dood ging. Iemand anders zou het misschien sneller kunnen doen, maar bij mij zat dat er niet in. Dus heb ik tegen mijn collega’s gezegd dat ik het niet meer kon. De jongens begrepen het volledig. Ik heb ze nog gezegd dat ze met een andere zanger door moesten gaan, maar dat wilden ze niet.” Zeven maanden na de Nieuwjaarsbrand, in juli 2001, werd Canyon opgeheven en Jaap bevond zich in een diep dal.
,,Ik heb heel veel tijd nodig gehad om te kunnen zeggen dat dit bij ons hoort. Terugkijkend op het hele proces heb ik er vijftien jaar over gedaan om dat toe te kunnen geven.” Jaap neemt een korte pauze en vervolgt: ,,Laatst keek ik The Hobbit voor de zoveelste keer toen me iets duidelijk werd. Wanneer de hoofdpersoon in de film voor het eerst de ring omdoet, wordt hij onzichtbaar. De wereld om hem heen gaat op volle snelheid door, maar alles gaat aan hem voorbij omdat niemand hem kan zien. Ik dacht ‘dit is precies het gevoel dat ik had.’ De wereld gaat door, maar jouw wereld komt volledig stil te staan. Dat is wat ik voelde na het verliezen van mijn zoon.”

‘De mensen in het
publiek staan te
dansen en te feesten
en ik had het gevoel
dat ik dood ging’

Jaap zonderde zich af en deed de daaropvolgende jaren niets meer in de muziek. Tot dat Jan Mühren in 2004 voor de deur stond. ,,Jan kwam vragen of ik mee wilde doen aan het Concert van de Eeuw. Ik twijfelde omdat ik nog niet in goeden doen was, maar uiteindelijk besloot ik toch mee te doen.” Tijdens het legendarische optreden in de Opperdam zag het publiek hoe Jaap zijn ziel en zaligheid gaf om een gedenkwaardige show neer te zetten. De opvoering van de bedaarde zanger staat in het geheugen van veel Volendammers gegrift. ,,Er hing een bijzondere sfeer in de zaal toen ik het podium betrad. Ik zong ‘Jersey Girl’ en ‘Sherry Darling’ en naderhand in de coulisse werd ik opgevangen door collega-muzikanten. Iedereen had hetzelfde, emotionele gevoel overgehouden aan het optreden. Het was heel opmerkelijk.”
Later die avond sprak Jaap zijn neef Corn, die het optreden vanuit de zaal had meegemaakt. ,,Corn vatte mijn optreden samen als: ‘hij kwam, zag en overwon.’ Heel voorzichtig putte ik weer kracht uit de muziek. Zo nu en dan heb ik meegedaan aan een project, maar nooit meer ben ik onderdeel geweest van een vaste band zoals ik dat bij Canyon was.”
De afgelopen jaren werkte Jaap mee aan the Next Generation-optredens, het Americana Guitar Fest, PX-Recordings, de Leonard Cohen avonden en heeft hij zelfs An Evening With Jaap Corn gedaan. ,,Bovendien ben ik vijf jaar geleden samen met mijn zoon Martijn en toetsenist Christiaan Veerman een muzikaal trio begonnen waarmee we in kroegjes spelen. Dat is toch wat ik het liefste doe. Lekker op kleine schaal jaren 60 en 70 muziek spelen. Heerlijk…”
De zingende ambtenaar – zoals Jaap met een knipoog door zijn collega’s bij de gemeente wordt genoemd – heeft in zijn leven bijzonder veel meegemaakt en heeft bovendien een hoop om trots op te zijn. ,,Dat ik ‘Mooi Volendam’ heb ingezongen kan de zee niet meer uitwissen”, lacht hij. ,,Er is een fase geweest waarin ik een afkeer tegen het nummer begon te ontwikkelen, maar dat is ook niet zo gek als je bedenkt dat we het geregeld vier keer per optreden moesten spelen. Desalniettemin ben ik er ontzettend trots op dat mijn stem te horen is in het liedje.”
Jaap heeft na ruim tien jaar verslagenheid zijn plezier in de muziek teruggevonden. ,,Muziek is echt mijn leven. Muziek is helend, zowel voor het hart als voor de ziel. Het was ook de muziek die me uit de ellende heeft getrokken. Tegenwoordig kan ik weer vol vertrouwen zeggen dat ik nog niet denk aan stoppen met zingen. Het is zelfs zo dat ik weer iedere dag zing.”
Als slotakkoord komt Jaap met een verrassende primeur: ,,Binnenkort komt er een liedje uit van mij samen met Jan Smit. Ik kan nog niet zeggen hoe, wat of waarom, maar er wordt op de achtergrond aan gewerkt. Ik ben de laatste tijd bevriend geraakt met Jan en ik moet zeggen dat ik enorm veel bewondering heb voor die jongen. Wat hij allemaal heeft meegemaakt op zo’n jonge leeftijd, dat is niet te bevatten. Ik ben blij dat hij een goede vriend van me is geworden.”
Jaap kan naar eigen zeggen een krant vullen met sappige verhalen uit de muziek, maar die bewaart hij voor een ander moment. ,,Sommige verhalen zijn niet per se geschikt voor een groot publiek. Die vertel ik je wel eens in de kroeg”, lacht hij. Naast het feit dat Jaap een geweldig zanger en een fijne vent is, is hij boven alles een bewonderenswaardig mens. Jaap is uit een ongelofelijk diep dal geklommen, heeft zijn verdriet overwonnen en uiteindelijk heeft hij zijn liefde voor de muziek teruggevonden. Het jongetje dat met zijn zelfgemaakte gitaartje onder de eettafel optrad, groeide uit tot de zanger van Volendams grootste evergreen. De verlegen tiener die na aandringen van zijn vrienden voorzichtig een liedje zong in ’t Nickeltje, werd de ster van de show tijdens het Concert van de Eeuw. Of hij het zelf zo ziet, valt te betwijfelen, maar één ding staat vast: het Mooie Volendam is trots op Jaap.

Jaap ‘Corn’, samen met Nancy Guijt, tijdens een uitvoering van de ‘Tribute to Leonard Cohen’.

|Doorsturen

Uw reactie