Algemeen

Voormalig 3JS-lid legt passie tevens in het schrijven van een thriller

Jaap de Witte: beroepsmuzikant in blessuretijd

Nadat hij als tienjarige knaapje een Spaanse gitarist op televisie had gezien, wist Jaap de Witte waar zijn hart lag. Als gevolg van zijn ingeving maakte hij met buurjongen Jack Dekker de ruil van zijn leven. ,,Jack had een oude, praktisch onbespeelbare gitaar staan en ik had nog een oud judopak liggen”, lacht het voormalige 3JS-lid. ,,Ik wist dat Jack wilde judoën en ik wilde niets liever dan gitaarspelen. Zo kwamen we tot een win-winsituatie.” Jaap raakte verslaafd aan de muziek en in het bijzonder aan gitaarmuziek. Klassiek, rock ’n roll, blues, country, folk: door de jaren heen maakte hij de meest uiteenlopende stijlen eigen. De bescheiden Volendammer groeide uit tot gitaarvirtuoos, beroepsmuzikant, schrijver van vele landelijk bekende hits, maar bovenal bleef hij al die tijd volhardend liefhebber. Zelfs nadat zijn hand hem in de steek liet, bleef Jaap genieten van de muziek. ,,Ik ben te lang geforceerd, met pijn, doorgegaan met spelen, waardoor ik de strijd van mijn snaren uiteindelijk heb verloren. Pezen zijn niet van ijzer, maar snaren wel…”
Door Kevin Mooijer


Jaap (67) herinnert zich dat hij op vierjarige leeftijd al verregaande interesse in de radio had. ,,Als kind zat ik nagenoeg met mijn oren aan de radio vast. Ik was gek van Little Richard en van de ballads van Elvis Presley en Pat Boone kon ik toen al emotioneel worden.” Een jaar of zes jaar later sloeg de vonk definitief over. ,,We kregen thuis een televisie en op die televisie zag ik een klassiek, Spaanse gitarist spelen. Dat was voor mij een life-changing experience. Ik zat met open mond te kijken en dacht: ‘ik moet zo’n ding hebben.’ Niet wetende dat je er een heel leven voor nodig zou hebben om het onder de knie te krijgen.”
Jaap ontdekte twee dingen over zijn buurjongen Jack Dekker. ,,Jack had twee nauwelijks bespeelbare gitaren staan – niemand wist in die tijd namelijk iets over het afstellen van een instrument – en Jack ambieerde judo. Ik had nog een oud judopak liggen, dus kwamen we tot een deal.”
Van zijn buurjongens leerde Jaap zijn eerste akkoorden. ,,Toen ik veertien was, glipte ik stiekem de Jozef in als er een bandje speelde, zodat ik kon kijken hoe de gitaristen het aanpakten. Vanwege het gebrek aan lesmateriaal moest je een beetje improviseren. Net als Evert Jash in zijn interview al vertelde, heb ook ik ontelbaar veel uurtjes naast een pick-up gezeten om een gitaarsolootje na te leren spelen. Keer op keer dat naaldje terugzetten naar het punt net voor waar de solo ingezet werd. Iedere millimeter die je won op de plaat was een triomf.”
Een jonge, ambitieuze Jaap de Witte bleef zichzelf uitdagen tijdens zijn muzikale ontdekkingstocht. ,,Toen ik veertien was, kwam er wekelijks een muziekdocente uit Hoorn lesgeven in klassiek gitaar in de Kattekop. Na lang aandringen van mijn moeder, mocht ik daar uiteindelijk op les. Mijn vader snapte er niks van dat je zomaar een muziekinstrument ging spelen. Dat was in zijn honderd voorgaande geslachten nog niet voorgekomen.” Jaap neemt een slok koffie en lacht: ,,Misschien dat hij ergens wel liefde voor muziek had, maar hij wist het altijd goed verborgen te houden.”

‘Volendam was in de
jaren na de oorlog
een sober oord,
maar begin jaren
60 maakte die
muziek wat los’

Als kind groeide Jaap op in een muzikale buurt. ,,Mijn buurjongens waren de Dekkers. Ze waren geloof ik met twaalf of dertien jongens en ik denk dat ze allemaal in de fanfare zaten. Hun vader was dirigent en bijna alle zoons speelden een blaasinstrument. Toen die jongens de leeftijd van rond de twintig jaar bereikten, werden ze – zoals zovelen in die tijd – een beetje ruig. Ze kregen de rock ’n roll in de gaten. Ik herinner me nog heel goed dat ze in die tijd vaak op de stoep, omringd door vrienden, zaten te musiceren. Dat vond ik het mooiste wat er bestond. Volendam was in de jaren na de oorlog een sober oord, maar begin jaren 60 maakte die muziek wat los. Er vond een omwenteling plaats en als kind was je daar bijzonder gevoelig voor.”
En toen arriveerden The Rolling Stones. ,,Dat iemand met een stem als Mick Jagger in die tijd durfde te claimen dat hij zanger was, dat was ongehoord. De drums en bas van The Stones klonken als vuilnisbakken en Micks stem was verpakt in het harde gitaarwerk van Keith Richards en Brian Jones. Met hun agressieve geluidsbeeld en grenzeloze lef ontketenden ze een revolutie. Tot dat moment was ik altijd nog bezig geweest met het klassieke werk dat ik op tv had gezien, maar dit rauwe, harde werk van The Stones stond me toch ook wel aan.”
In diezelfde periode veroverde Peter Green met zijn Fleetwood Mac - na het uitbrengen van ‘Need Your Love so Bad’ - menig muzikantenharten. ,,Ik werd gelijk gegrepen door het gitaarspel in dat nummer. Peter Green en Eric Clapton brachten de Amerikaanse blues naar Europa. En dat op achttien- of negentienjarige leeftijd. Ik kon niet bevatten hoe die gasten zó ver konden zijn met hun technieken en stijlen.”
Op zijn vijftiende kwam Jaap in zijn eerste bandje. ,,Onder meer samen met goede vriend Martin Poesie speelde ik in Coffin. We repeteerden in de zogenaamde hulpkerk. De hulpkerk bevond zich boven de Mauritius en was alleen op zondag open omdat het dan te druk was in de traditionele kerken. We repeteerden op het altaar, tussen de kandelaars in. En dat terwijl onze bandnaam Coffin (Doodskist, red.) was. Het was een leuke tijd en we speelden best aardig, al zeg ik het zelf. We hebben nog twee keer een voorprogramma mogen verzorgen in de Pius X. Dat was voor ons als jonge gasten een enorme ervaring.” De volgende bestemming tijdens zijn muzikale reis werd bereikt toen Jaap gevraagd werd voor Progress, waar, na het vertrek van een aantal bandleden, Peter Bergen en Theo van Scherpenseel overbleven.
,,Ik was een jaar of negentien toen ik voor de band gevraagd werd. Ze hadden een grote auto vol apparatuur en ze speelden door het hele land. Wie was ik om te weigeren?” Niet lang nadat zowel Jaap als zijn vriend Martin Poesie zich hadden aangesloten bij Progress, dook de band de studio in om de eerste single op te nemen. ,,De platenmaatschappij vond de naam Progress niks, dus veranderden we het in Jen Rog, naar de kluizenaar die zich nooit waste. De man die een gat in het dak van zijn woning maakte zodat hij paling kon roken in zijn huiskamer. Zijn naasten zouden hem na tientallen jaren éindelijk in bad hebben gekregen, waarna hij een uur later dood neerviel.”
Jaap lacht: ,,Maar waar gaat de legende over in de werkelijkheid? Enfin, we namen ons liedje ‘Devilish Mary’ op en dat was eigenlijk gelijk wel raak. Het werd landelijk veel gedraaid op de radio. Veronica draaide het wel zes keer per dag. De platenmaatschappij had niet gerekend op dat succes. Ze hadden veel te weinig plaatjes gedrukt. Er was meer vraag dan aanbod, waardoor we er achteraf veel meer hadden kunnen verkopen.”

‘De platenmaatschappij
had niet gerekend op
dat succes van
‘Devilish Mary’ en
had veel te weinig
plaatjes gedrukt’

Naast zijn taken als gitarist en achtergrondzanger in Jen Rog werkte Jaap doordeweeks als elektricien. ,,Met Jen Rog speelden we gemiddeld drie keer per week en dat bracht meer op dan wat ik doordeweeks verdiende in de bouw. Martin werkte destijds als betonvlechter en hij vond dat wij beiden niet geschikt waren voor het arbeidsproces. Ik had altijd in mijn achterhoofd nog de droom om bijvoorbeeld advocaat of ingenieur te worden, maar Martin wist me te overtuigen om me volledig op de muziek te richten en mijn baan als elektricien op te zeggen.”
Zo gezegd, zo gedaan: Jaap werd beroepsmuzikant. ,,Ik denk dat we een maand de professionele status hadden toen Specs van het dak viel”, lacht Jaap ,,Hij brak zijn been en ik kon de bouw weer in. Specs stond gelukkig weer gauw op het podium. De eerste fase zat hij weliswaar op een stoel met zijn been in het gips, maar we konden weer spelen.”
,,Op een zeker ogenblik stopte Specs met de band en als vervanger kwam mijn broer Pol de gelederen versterken. Pol was op het podium een echte entertainer. Hij presteerde het bijvoorbeeld om tijdens een optreden de enige lamp die op de band gericht stond kapot te gooien met zijn microfoon. Zo enthousiast was hij als hij op de bühne stond.” Pol zou drie jaar zanger van Jen Rog zijn voordat ook hij zijn microfoon aan de wilgen hing. ,,We vonden niet zomaar een geschikte vervanger, dus werd ik zelf maar zanger. Ik wist van mezelf dat ik geen ballads kon zingen, maar rock ’n roll moest wel lukken. The Police lag me onder meer heel goed. Die nummers vielen ook goed bij ons publiek, waardoor het uitgroeide tot een kenmerk van Jen Rog.”
,,We hebben veel personeelswisselingen gehad binnen de band, meestal leuke gasten en vaak enorm goede muzikanten, met name Jack Schilder 80 was een bijzondere gitarist. Volkomen autodidact en erg getalenteerd. Alles waar hij zijn zinnen op zette, speelde Jack moeiteloos weg.” Toch zou de meest opvallende nieuweling in de band Jaap Kwakman worden. ,,Hij was nog maar vijftien jaar oud en ik kende hem omdat hij gitaarles van me had gehad, maar juist op die jonge leeftijd beleefde hij de piek van zijn virtuositeit. Zijn toevoeging was echt een impuls voor de band. Gitaarmuziek was in Nederland weer aan een opmars bezig, waardoor wij ieder weekend weer voor volle zalen van soms twee- tot drieduizend man stonden te spelen.”
,,Terugkijkend was dat de meest florissante tijd om in een coverband te spelen. Grote installaties, indrukwekkende lichtshows, Metallica-, Bon Jovi- en Pink Floyd-platen spelen, je voelde je een rockster. Ondanks dat Jaap Kwakman nog een babykop had - met dat ene piekje haar en een trainingspak aan - kwamen mensen naar Jen Rog om hem te zien spelen. Gitaristen van andere coverbands liepen op hun tenen om de muziek bij te houden, maar wij hadden Jaap. Hij schudde die razendsnelle loopjes zo uit zijn mouw.”
De gevleugelde kreet ‘een coverband speelt van house tot Hazes’ betekende het einde van Jaap de Wittes tijd in Jen Rog. ,,Die kreet werd voor Martin Poesie al een jaar eerder de dooddoener in de band, en uiteindelijk viel voor mij ook het doek. Ik was inmiddels 43 jaar oud en mijn motivatie was ver te zoeken.” De rasmuzikant besloot zijn leven over een andere boeg te gooien. ,,Ik ben bij Kees Tol Verpakkingen gaan werken. Terwijl Jaap Kwakman door was gegaan met Jen Rog, stond ik een uurtje of zestig per week op een vierkante meter achter een machine. Het is heel wat anders dan een leven als muzikant, maar er zat zorgeloosheid in. Ik had mijn eigen plekje, een vast loon en aardige collega’s. Ik vond het wel prima.”

‘Als Jaap Kwakman
dan weer eens in
een kleedkamer in
een gehucht in
Friesland zat,
belde hij me dat
hij een nieuw
plan had’

Het dynamische duo Jaap en Jaap bleef ondanks hun uiteen gegroeide levens veel contact houden. ,,Als Jaap dan weer eens in een kleedkamer in een gehucht in Friesland zat, belde hij me dat hij een nieuw plan had. De coverbandcultuur maakte een verandering door en dat kwam de muziek niet ten goede. Het werd meer een soort verkleedpartijtje, showtjes doen, verschillende acts, komische dingen. Jaap wilde ook wat anders. Hij had bedacht dat wij samen liedjes zouden gaan schrijven. Het idee sprak me wel aan en bovendien had ik in het verleden al één en ander geschreven, onder meer samen met Martin Poesie voor ons album Veerman & Schilder. We zouden Engelstalige liedjes gaan schrijven die we opnamen op Jaaps slaapkamer in zijn ouderlijk huis. Wat we schreven zongen we zelf in, maar romantische liedjes bleken een dingetje te zijn.”
Jaap de Witte realiseerde zich dat hij onlangs – tijdens een amusante avond op de dijk – een nieuwe, lokale zanger had horen zingen. ,,Tijdens de eerste maat hoorde ik het al. Hij speelde met zijn bandje Cool Fridge en ik weet nog dat ik dacht: ‘Jezus, hier is wat loos’.”
Jan Dulles werd uitgenodigd om een paar nummers - die Jaap de Witte samen met Jaap Kwakman voor diens nieuwe band Blue Bus hadden geschreven - in te komen zingen. ,,Hij vond het leuk om te doen, dus vroegen we hem om alle liedjes die we gemaakt hadden maar gelijk in te zingen. Zo werd Jan de leadzanger van Blue Bus.” In de tussentijd stond Jaap doordeweeks nog altijd aan de machine bij Kees Tol Verpakkingen. ,,Op de machine waaraan ik werkte had ik steevast pen en papier liggen. Zo schreef ik richting de kermis af en toe een regeltje tekst op. Daar zijn onder meer ‘Volendammer Vrouwen’ en wat teksten van the Pietels uit ontstaan. De onzinkant van de muziek, dat pure hobbyisme, daar hebben we ontzettend veel lol aan beleefd.”
Onverwachts kreeg de moedertaal Jaap, Jaap en Jan in haar greep. ,,Nederlandse teksten bleken ons wel te liggen.” Wat begon met een humoristisch kermisliedje, groeide uit tot een lokaal kunststukje. ‘Dansen op de Dijk’ zou het eerste album van de 3JS gaan heten. Liedjes als ‘De Zomer Voorbij’ en ‘Manos de Dios’ domineerden de kermisplaylists bij jong en oud, maar merkwaardig genoeg, misschien zelfs onverwachts, bleef Volendam ook ná de kermis in de ban van het tiental Nederlandstalige liedjes. De muziek van de 3JS sloeg in als een bom en dat was ook manager Jaap Buijs niet ontgaan…
,,Jaap Buijs nodigde ons uit in zijn stamcafé voor een borreltje en een ouwehoertje. ‘Moeten jullie nou luisteren’, begon hij. ‘Als jullie nou wat willen verdienen, dan moet je die rock-onzin achterwege laten. Jullie 3JS-albums zijn niet aan te slepen, maar die Engelse rock krijg je niet door mensen hun strot geduwd.’ Jaap zei wat hij dacht. Ikzelf was geen lid van de band Blue Bus, maar werkte alleen mee als schrijver. De band werd lange tijd aan het lijntje gehouden door Universal. Misschien dat het nooit gelukt is omdat wij op de achtergrond te veel gefocust waren op ons hobbyproject: de 3JS. Desalniettemin, Jaap Buijs garandeerde ons als 3JS honderd optredens per jaar en we zouden per direct beroepsmuzikant zijn. Hij had een heel plan klaarliggen voor ons. Jaap Kwakman en Jan waren jong en hadden allebei een baan zonder toekomst. Zij zagen het wel zitten om het te proberen. Maar ik voelde me een oude man in de band. Ik had de afgelopen tien jaar achter een stoffige machine gestaan. Ik voelde me geen rockster meer, en dat ben ik ook nooit meer geworden.”
Zoals bekend wisten Jaaps jonge collega’s hem uiteindelijk over te halen. ,,We schreven alles met z’n drieën en in het eerste jaar traden we 140 keer op. We hadden het gevoel dat we opgetild werden door het publiek. We kwamen op de radio, we bereikten de top 10 en de top 5, alles wees erop dat we het waar zouden maken.” Het eerste officiële album werd opgenomen in het oude huisje van Jaap Kwakman in het centrum van Volendam. ,,Afgezien van mijn weerzin tegen het popartiest willen zijn, vond ik het wel hartstikke mooi om de liedjes die we zelf schreven, opnamen, mixten en produceerden, de wereld in te zien gaan. Ik had een hoop meegemaakt, maar dit was me nog niet overkomen. We namen een liedje op bij Jaap in de studio en vier maanden later stond in Zeeland tweeduizend man de tekst mee te zingen. Dat is een gigantische kick als songwriter. Als je liedjes schrijft om ze vervolgens in de la te leggen, dan motiveert dat niet, daar word je geen goeie songwriter van. Wij zagen ons eigen werk tot leven komen. Mijn uitgebluste ziel werd nieuw leven ingeblazen. Ik leefde weer voor de muziek.”

‘Wij zagen ons eigen
werk tot leven komen,
mijn uitgebluste ziel
werd nieuw leven
ingeblazen’

,,Naarmate de jaren vorderden, experimenteerden we tijdens het schrijfproces hoe ver en diep we konden gaan. Sommige mensen vonden onze muziek te zwaar worden, anderen vonden het juist weer te lichtvoetig. Ik vond zelf dat we overeenkomsten hadden met Herman van Veen en Boudewijn de Groot. Onze muziek kun je als kleinkunst zien. Ik heb me er nooit aan gestoord. Ik was er trots op.” Jaap herinnert zich een zeker ogenblik waarop hij stilstond bij zijn leven op dat moment. ,,Ik was 53 jaar toen we met de 3JS startten, dus eigenlijk zat ik al in mijn blessuretijd. Dag in, dag uit schreef ik liedjes en speelde ik samen met een unieke zanger en een gitaarvirtuoos. Dat bestaan deed mijn muzikantenhart goed. Ik had nooit durven dromen dat ik op mijn 53e nog eens beroepsmuzikant zou worden.”
,,Als nestor van de groep keek ik mijn ogen uit. Ik maakte kennis met de beste sessiemuzikanten, maakte deel uit van gigantische producties, speelde in de mooiste theaters en mensen door het hele land kenden onze liedjes. Neem bijvoorbeeld ons optreden in de Heineken Music Hall (tegenwoordig AFAS Live, red.). Als je daar speelt, dan komen er externe bedrijven voor de catering en beveiliging, er komen specialisten om het licht, geluid en de PA te checken. Ik had zoveel interesse in hoe die mensen hun vak uitoefenden. Het was voor mij één grote speelgoedwinkel. Ik stond als een klein jongetje te kijken naar hoe die technici aan het werk waren en vergat dat ik ’s avonds zelf onder die lamp zou staan.” Het kenmerkt de bescheidenheid van tekstendichter Jaap de Witte.
,,Vanaf mijn 45e begon ik last te krijgen van mijn linkerhand”, zucht Jaap. ,,In eerste instantie had ik vooral pijn tijdens het spelen van intensieve gitaarpartijen. Ik dacht dat ik meer moest oefenen om die vlugheid weer in mijn vingers te krijgen. Heel fanatiek startte ik weer met allerlei oefeningen, terwijl ik mijn hand - achteraf gezien - rust had moeten gunnen.”
Na jaren met pijn te hebben gespeeld, begon de blessure ook geestelijk zijn tol te eisen. ,,Als we een radio-optreden moesten doen, zat ik er dagen van te voren al over in of mijn hand het zou trekken. Ik was genoodzaakt alle mooie tokkeltjes die Jaap en ik altijd feilloos samen hadden gespeeld te vereenvoudigen. En ondanks dat ik er een simpele versie van had gemaakt, zat ik toch altijd met het zweet op mijn rug te spelen. Mijn hand wilde niet meer…”
Jaap besloot het hogerop te zoeken en plande een afspraak in met een specialist. ,,Hij vertelde me dat ik een ontsteking op mijn pezen had, waardoor er littekenweefsel ontstond dat tot een soort knobbeltje werd gevormd. Op dat moment is er niet genoeg ruimte voor je pezen om zich vrij te blijven bewegen in je onderarm. Het resultaat hiervan was dat mijn linkerpink en ringvinger vaak gebogen bleven staan, met uiteindelijk als compensatiegedrag vanuit mijn hersenen dat mijn middelvinger bewoog als ik mijn ringvinger wilde gebruiken. ‘Je pezen zijn niet van ijzer, maar je snaren wel’, zei de chirurg. Ik was kansloos in deze strijd.”
In de hoop op verbetering liet Jaap zich opereren, maar het mocht helaas niet baten. ,,Mijn hand bleef onberekenbaar. Als gitarist kan je geen vingers missen. Dat kun je vergelijken met een Ajax-speler die het veld op wordt gestuurd met één been. Dus als ik op een groot podium stond en er kwam een tokkeltje aan van mij, dan stond ik eigenlijk met één been op het veld in de Arena. Om mijn hersenen voor te zijn had ik een aantal trucs bedacht. Zo zorgde ik dat ik tijdens liveoptredens een maat van tevoren alvast aan het volgende akkoord dacht. Dan ben je natuurlijk niet op een lekkere manier aan het spelen, maar het verminderde de onbewuste fouten. Het was schaken tegen mezelf.”
,,Geestelijk had ik er weinig moeite mee dat ik het einde van mijn muzikale carrière voelde naderen – ik was tenslotte zestig – maar de gedachte om mijn positie in de 3JS af te staan, deed me wel pijn. Als gevolg van mijn blessure en alle daarbij behorende mentale strubbelingen begon ik me al meer af te zonderen. Als ik niet aan mijn blessure dacht, dan zat ik wel in over het leeftijdsverschil tussen mezelf en Jaap en Jan. De stress liep zo hoog op dat ik maar opgebiecht heb dat het niet meer ging.”

‘Geestelijk had ik er
weinig moeite mee dat
ik het einde van mijn
muzikale carrière voelde
naderen, maar de gedachte
om mijn positie in de
3JS af te staan,
deed me wel pijn’

Met frisse tegenzin accepteerden Jaap en Jan het slechte nieuws. ,,Ze hadden ook zoiets van ‘dan moet het maar gebeuren, want dit kan op deze manier niet verder’. Toen mijn omgeving op de hoogte was van het nieuws, vroeg mijn zoon Jan of hij in beeld kwam als mijn vervanger. Ik zei: ‘Jan, Jaap Kwakman is kritisch, maar je hebt een hoop voordelen. Je bent een ‘J’, je komt uit Volendam, je speelt gitaar en je zingt.’ Na een paar dagen wist Jan me te vertellen dat hij me zou gaan vervangen.” Jaap lacht: ,,Ik vroeg of ik daar ook nog wat in te zeggen had, maar hij had het zelf beklonken met Jaap en Jan. Hartstikke leuk natuurlijk dat mijn zoon me kon vervangen in de band.”
Als afscheid is Jaap de Witte nog één theatertour mee op pad gegaan met zijn grote liefde 3JS. ,,Gitaarspelen zat er niet meer in, maar als achtergrondzanger gewapend met een tamboerijn en met hier en daar een incidenteel theaterbabbeltje, kon ik mezelf nog nuttig maken. Ik kon op mijn manier afscheid nemen van de bandleden, het publiek en het muzikantenbestaan en Jan was in de tussentijd druk bezig met het instuderen van het repertoire. De volgende tour zou hij het stokje van me overnemen.”
Op de achtergrond is en blijft Jaap van onschatbare waarde voor de 3JS. ,,Ik schrijf af en toe nog mee met Jaap en Jan, ik denk mee als ze erom vragen en bij theatershows schuif ik soms aan op het mooiste plekje: naast de geluidstechnicus. Ik zal altijd enorm blijven meeleven met de 3JS. We hebben ten slotte een hoop meegemaakt samen en bovendien heb ik een hoop vrienden overgehouden aan mijn tijd als 3JS-lid. Terugkijkend kan ik stellen dat ik – ondanks mijn eerste ingevingen na het borreltje met Jaap Buijs – absoluut geen spijt heb gehad van het hele avontuur.”
Nu Jaap de Witte eindelijk met pensioen is heeft hij een nieuw talent van zichzelf ontdekt. ,,Ik ben altijd al een fanatiek lezer geweest. Doorgaans lees ik serieuze stof, maar voor mijn ontspanning mag ik graag thrillers lezen. Het probleem met thrillers is alleen vaak dat ik het na twee hoofdstukken weer wegleg omdat het te voorspelbaar is. Een half jaar geleden beleefde ik deze tegenvaller een paar keer op rij en uitte ik een paar krachttermen, waarop mijn vrouw zei: ‘De beste stuurlui staan aan wal.’ Dat werkte stimulerend en zo had ze het waarschijnlijk ook bedoeld. Ik had onderhand zoveel gelezen en ik dacht te weten wat een boek interessant zou maken, dus ik besloot het een kans te geven. We zijn inmiddels een paar maanden verder en ik ben halverwege mijn verhaal. Het is het mooiste wat ik heb gedaan in mijn leven.”
,,Ik verwacht er niks van en ik weet ook echt niet of het boek ooit gepubliceerd zal worden, maar als hobby kan ik het iedereen aanraden.” Jaap heeft een aantal kritische testlezers om zich heen verzameld die hem tot dusver uitsluitend van lovende kritiek hebben voorzien. ,,Goede reacties op je schrijfwerk krijgen is te gek. Ik kwam erdoor in een euforische gemoedstoestand waardoor mijn schrijfwerk niet te stoppen was. De karakters leven in mijn hoofd en ik kan bijna nergens anders meer aan denken. Ook nu, op dit moment, kan ik niet wachten om verder te schrijven!”
Ter afsluiting staat Jaap nog één keer stil bij het einde aan zijn muzikale carrière. ,,Laatst kwam ik oud-collega Jack Jozef tegen. Hij vertelde dat hij nog altijd vaak wordt gevraagd om mee te doen bij optredens van lokale bandjes, maar dat hij een leeftijd heeft bereikt waarop hij moest stoppen. ‘Je voelt je verplicht om iedere dag te oefenen, maar er komt een moment in je leven waarop je er het hoofd niet meer voor hebt’, aldus Jack. Hij had er moeite mee dat hij op dit punt was aanbeland. Het is een harde realisering dat je op een leeftijd komt waarop je hoofd niet meer zo helder is dan voorheen. Ik kan natuurlijk niet meer op niveau spelen, maar gelukkig beschik ik nog wel over een goed geheugen. En toch, ondanks mijn goede geheugen, heb ook ik dagen dat het waziger is dan de dag ervoor. Het leven is eindig en dat einde komt voor de meeste mensen met een dag tegelijk, zullen we maar zeggen.”

 

|Doorsturen

Uw reactie