Algemeen

Peter Smit weet dat de houdbaarheidsdatum van het leven niet vastligt

Proberen op tijd geluk te oogsten

Op 1 januari is het straks 20 jaar geleden dat Volendam breaking news was in Amerika (CNN) en Groot-Brittannië (BBC). Nederland raakte geschokt, omdat bar De Hemel in brand stond en tientallen feestvierende kinderen – van buiten en van binnen – verwond raakten. Veertien jongeren kwamen te overlijden, duizenden mensen waren betrokken. Families, vrienden, omwonenden, hulpverleners, ooggetuigen, velen raakten getraumatiseerd. Naast de vele drama’s bracht de nasleep van de Nieuwjaarsbrand ook onvoorstelbare veerkracht en verrassende, soms ontroerende, gebeurtennissen met zich mee in de twintig jaar daarna. De Nivo brengt een reeks verhalen met mensen uit die betrokken groep. Vandaag Peter Smit (38). Hij stond dicht bij het vuur en vluchtte – met succes – voor zijn leven. Maar ontkwam er niet aan dat zijn toen al zieke moeder een jaar later bij het gezin werd weggehaald. Daar bleef het niet bij. Zijn eigen hart en dat van zijn vader kloppen nog, met behulp van de nodige stents. Een verhaal over twee uitersten in het universum, die dicht bij elkaar liggen: pech en geluk. Over zingeving en berekenend leven.
Door Eddy Veerman


Diverse spreuken begeleiden iemands binnenkomst, bij de entree van de woning. ,,Ik krijg sowieso geregeld een spreuk van het zogeheten ‘Omdenken’ toegestuurd. Dat vind ik leuk: hoe je ook op een andere manier naar situaties kunt kijken. Alleen ben ik het nog niet helemaal machtig. Ik ben in eerste instantie nog te direct naar andere mensen, denk dan niet wat langer na. Dat is dan weliswaar de waarheid, maar voor de ander komt dat misschien te hard aan op dat moment.”
,,Ik vind het leuk om die oneliners af en toe naar meerdere mensen te sturen. ‘Een moedig man is niet hij die bang is, maar hij die bang is en toch doet’. Of ‘gras groeit niet door er aan te trekken, maar door haar wortels water te geven’”, noemt hij er gauw twee. In dit geval slaan ze ontegenzeggelijk op hem zelf.

‘Ik zou zo graag
eens een praatje
willen maken
met mijn vader’

‘Papa, voor de wereld ben je een gewone man, maar voor ons ben jij de wereld’, vormt de liefdevolle op hout geschilderde boodschap in de gang. Woorden met een gevoelige lading, voor de vader des huizes, maar ook voor zijn vrouw Gerda, met wie hij letterlijk en figuurlijk veel deelt. Gerda heeft haar vader eigenlijk nooit gekend, want Hein Schokker (dalm) overleed toen zijn dochter nog maar vier jaar jong was. ,,Op vrijdag van Kermis viel hij van de trap bij Café Jan de Boer. Hij werd apart gelegd tot het ambulancepersoneel kwam en ondertussen werd het feest voortgezet.”
,,Ik was vier, mijn broer Henny veertien en zussen Liesbeth en Gina nog ouder. Ik ben naderhand nooit iets tekort gekomen. Later hoorde ik dat mijn oudste zus Gina destijds heel veel voor me heeft gedaan.” Nu heeft zij zelf twee dochters, Fleur (9) en Anouk (5). ,,En ga ik tijdens feestdagen wel eens over de schreef als het gaat om cadeaus voor onze eigen kinderen. Want bepaalde dingen die andere kinderen destijds wel hadden, konden bij ons niet. Bijvoorbeeld de vakanties of een Nintendo.”
,,Wat ik wel heb gemist? Ik zou zo graag eens een praatje willen maken met mijn vader. Ik heb heel veel verhalen over hem gehoord, dat hij leuk met kinderen was. Toen ik daarna opgroeide, heb ik mijn moeder wel meerder malen verdrietig gezien. Met name tijdens Kermis.”
,,Wij hebben niet zo’n brede basis”, vult Peter aan, doelend op dat bij beide een ouderlijke vleugel werd weggeslagen. ,,Onze generatie draait ook sneller door en dat is soms wel eens cru. Dan is het goed om er af en toe met je eigen kinderen bij stil te staan. Fleur wordt wijzer en gaat meer vragen stellen. Ook over de Nieuwjaarsbrand. Aan bekenden van ons en haar, zoals Fred Smit en Toos Molenaar, zie je dat ze gewond zijn geraakt. ‘Aan papa zie je niets’, zegt ze. Ik heb haar juist vorige week één van de Nivo-verhalen laten lezen en ze heeft de documentaire van de Kilimanjaro-beklimming met Lou, Tom en Marga bekeken.”
Gerda: ,,Opeens komen er meer gesprekken op gang. Ook over onze ouders, haar opa en oma, die er al lang niet meer zijn. ‘Dan kan je papa of mama maar beter doodgaan als je vier bent, dan weet je het nog niet zo goed’, zei ze, met al haar kinderwijsheid. We vertelden haar ook dat het ‘heel mooi maar ook heel moeilijk was voor papa toen jij geboren werd. Want papa kon jou niet aan zijn mama laten zien’.”

Zoenden
Peter was achttien toen bij zijn moeder kanker werd geconstateerd. ,,Zij zat al in het traject van chemo en bestralingen, toen ik tijdens die oudejaarsavond de deur uit ging. Ik was eigenlijk net De Hemel binnengekomen, had mijn jas nog aan en liep door naar de achterkant. Vlakbij de trap naar de wc zag ik Edward Jonk. We zoenden elkaar op de wangen, konden – we zaten samen op de MBO – samen best gek zijn. Hij zat op zijn barkruk en ik stond met hem te praten. Ik keek even opzij, zag dicht bij waar wij stonden dat bij elkaar gehouden sterretjes een vlam veroorzaakten en zag meteen dat het mis was. In een paniekreactie vloog ik weg, ben ik mezelf langs mensen gaan worstelen om weg te komen, naar de uitgang. Uiteindelijk viel ik om en lag redelijk dicht bij de uitgang.”
,,Mijn lichtje is voor korte tijd uitgegaan, omdat er geen zuurstof was, totdat de ramen werden ingegooid. Ik kon niet meteen wegkomen, want ik lag onderop. Het gekke is dat ik uiteindelijk via de nooduitgang eruit ben gegaan.”
De getrainde zwemmer van Ed-Vo liep rechtstreeks naar bar De Molen. ,,Ik had zelf een klein brandwondje op mijn been en heb daar binnen andere jongeren geholpen. Op de vloer werd een jongen gereanimeerd, er werd duidelijk dat hij het niet had overleefd. Ik gaf mijn jas aan een jongen met brandwonden: Peter Veerman. Hij zou twee weken later alsnog sterven.”
,,Zelf ben ik rond half drie door iemand thuis gebracht, door wie weet ik niet. Toen ik daar aankwam, stond mijn moeder in de deuropening… zij was heel blij dat ik er was…”, stamelt hij met gebroken stem en vochtige ogen. Terugdenkend aan de toen nog vanzelfsprekende aanwezigheid van een veilige basis, die een moeder aan een kind kan bieden.
,,Toen ik thuis zat, vertelde ik wat er was gebeurd en zei ik tegen mijn moeder dat ik bang was dat Edward het niet had overleefd. De volgende ochtend ging ik zelf naar het ziekenhuis, om mijn wond en mijn kniebanden, die opgerekt waren, te laten onderzoeken. Vervolgens werd mijn voorgevoel bevestigd. Edward was inderdaad overleden. Het liedje dat op zijn begrafenis werd gedraaid, ‘Why does it always rain on me’, van Travis, kwam later regelmatig in mijn leven terug.”

Vleugels
,,Daags na de Nieuwjaarsbrand moest mijn moeder weer voor chemotherapie het ziekenhuis in en kwam zij op een afdeling met twee Volendamse brandwondenslachtoffers te liggen: Thomas Veerman en Cor Kemper. Ik was achttien jaar, je denkt wel, als je die leeftijd hebt, dat je al heel wijs bent. Maar je bent nog kind. Zeker in Volendam, waar we over het algemeen lang onder de vleugels van de ouders blijven. Dat heeft zeker ook een goede kant.”
,,Mijn moeder was net 47, dat leek toen in mijn beleving al oud, maar dat ben ik over een aantal jaren al. Tegen mijn vader was wel gezegd hoe lang mijn moeder nog te leven had, dat hoorde ik zelf pas achteraf. Net als dat me niet verteld werd dat mijn moeder ’s nachts gruwelijke dromen had. Ik kan het wel begrijpen, ze hebben ons als kinderen er niet mee willen belasten, omdat ons leven in volle bloei stond. Nu heb ik zelf kinderen en misschien dat ik ze later wel in zo’n proces zou meenemen. Maar vroeger werd sowieso minder over emoties gesproken. Tegenwoordig gebeurt dat trouwens ook niet altijd. Niemand heeft tijd, dat is het probleem van deze tijd, zeg ik wel eens. De tour gaat altijd door”, gebruikt hij het jargon van één van de sporten die hij naast het zwemmen graag beoefent.
,,Het klinkt misschien gek, maar voor mij kwam de Nieuwjaarsbrand er eigenlijk even tussendoor. Vervelend, maar ik was ongeschonden uit de strijd gekomen. Ik had geluk en wist dat het weer goed zou komen. Dat kon ik niet zeggen van de thuissituatie. In de maanden daarna werd me duidelijk dat mijn moeder niet zou genezen. Maar wat doe je dan, als tiener. Zeggen hoe lief je haar vindt? Dat denk je dan vooral. Als zij in het ziekenhuis was en ik alleen thuiskwam omdat mijn vader werkte, probeerde ik me wel voor te bereiden op die momenten van ‘straks heb ik dat elke dag, dat er niemand thuis is als ik uit school kom’.”
,,Als mijn vader in de ochtend ging werken, ging ik naast mijn zieke moeder liggen. Niet dat we dan veel praatten.” Gerda: ,,Maar dan gaf je toch het gevoel van ‘ik ben bij je’.”
Peter: ,,Wat ik wel deed, is sommige momenten vastleggen. Zo sta ik met mijn racefiets in pak met haar op de foto. Toen was ze al heel ziek.” Hij houdt even in. ,,Uiteindelijk is zij gestikt. Dat moment vergeet ik nooit meer. Dertig seconden voordat zij ging, zei ze: ‘hou jelui goed…’”

‘Een dag na de
begrafenis van
mijn moeder gaf
ik een presentatie
op school’

,,Je bent verdrietig, maar als kind ga je ook weer verder. Mijn moeder werd op maandag begraven, ik had voor mijn MBO-opleiding stage gelopen en moest op dinsdag een presentatie geven. Alles zat nog vers in m’n hoofd en ik dacht: ik doe het gewoon, dan heb ik dat maar gedaan. Dus ik stond een dag later voor de klas. Je raast maar door.”
,,Ik ben net als Gerda nooit iets tekort gekomen. Mijn vader was vader en moeder tegelijk. Kookte eten voordat ik naar de zwemtraining ging. Toen Gerda en ik kinderen kregen, hadden we alleen oppas bij nood en dan werk je deels voor het betalen van de kinderopvang. Ik heb nu eigenlijk alles wat mijn hartje begeert, maar wij konden ons voorheen geen dure vakanties of andere dingen veroorloven. Zo zijn er wel eens momenten dat je denkt: als mijn moeder nog had geleefd. Ze had zelf twee jongens en nu hebben mijn broer Carlo en ik bij elkaar vier meiden. Dat had ze wel prachtig gevonden…”
Peter heeft zijn vader recentelijk ook meerdere keren vastgelegd op de foto. Omdat de eindigheid van diens leven ook al meerdere keren nabij was. ,,Een jaar voordat bekend werd dat mijn moeder kanker had, kreeg mijn vader een hartinfarct. Ik herinner me nog dat ik aan zijn ziekenhuisbed zat. Hij kreeg enkele stents ingebracht, maar hij leefde nog. En doorrr… Zo gaat dat op die leeftijd. Naderhand heeft hij het nog een aantal keren gehad en werden er telkens bij een operatie nieuwe stents in gebracht. Hij heeft zelfs een keer ‘koud gelegen’. Kwam zijn hart tóch weer op gang. Hij is dus een paar keer aan de dood ontsnapt. Je moet geluk hebben.”
Zes jaar geleden probeerde Peter ‘het mazzel hebben’ te verleiden, door een eigen onderneming te starten, naast zijn baan als key-accountmanager ecommerce in Eindhoven. ,,We zitten met dat bedrijf in de post en pakketten en onderweg deed ik het idee op om zaadjes te gaan verkopen. Bloemzaden, (biologische) groentezaden en kruidenzaden. Zo richtten we Dutch Garden Seeds op. Een webshop, in de talen Nederlands, Engels en Frans. Dat moest als het optuigen van een woning zijn en als het staat, is het een kwestie van alleen de tuin onderhouden. Ik was overtuigd van het succesverhaal, maar onderschatte sowieso hoeveel werk er in zou gaan zitten.”

Groeipotentie
Peter en Gerda kregen tussentijds te maken met compagnons die begonnen en afhaakten én belandden in de rechtbank. ,,Omdat een ander bedrijf onze concurrentie niet wilde en ons daagde omdat onze naam op die van hun bedrijf leek. Het was vaak aan- en doormodderen, ontzettend veel tijd en energie er in stoppen, maar ik bleef de groeipotentie zien, ook al stonden we na vijf jaar op nul. Ik wilde niet opgeven. Ik ben voor mezelf ‘to big to fail’. Heb te veel eigenwaarde, om dit niet te laten slagen.”
Peter houdt van uitdagingen en grenzen verleggen. ,,Mijn vader was ook een op en top sportman, als hardloper. Dat geldt ook voor mezelf. Ik heb nu wat overgewicht, maar op de racefiets heb ik al wat bergen beklommen en al jaren doen we met een groep zwemvrienden aan open water zwemmen.” Twee jaar geleden doemde plots een erfelijkheidskwestie op. ,,Ik wilde juist weer vaker gaan racefietsen, had net 100 kilometer gereden, stapte twee dagen later weer op en maakte toen een behoorlijke val. Ik kon geruime tijd niets, na drie maanden begon ik weer met zwemmen. Bij de tweede keer kreeg ik lamme armen. Dat was een signaal. Na de daaropvolgende training voelde ik me beroerd, kreeg een onderzoek, inspanningstest en katheterisatie. Het was foute boel: enkele aderen bleken dichtgeslibd. Een week later liep ik in Deen, voelde me niet goed worden, heb zo mijn volle boodschappentas in de schappen gezet en ben naar huis gelopen. Een half uur later lag ik in het ziekenhuis.”
,,Wat ik nu heb, beschouw ik als geluk, hoe gek dat ook klinkt”, vervolgt Peter. ,,Enkele jaren daarvoor zei ik tegen Gerda: of ik krijg kanker, of hartproblemen. In mijn moeders familie komt kanker buitensporig veel voor en aan mijn vaders kant meerdere mensen met hartproblemen. Dus de kans dat één van beide op mijn pad zou komen, daar hoef je niet voor door te leren. Dan hoopte ik dat het ‘hartwerk’ zou zijn. Daarmee kun je oud worden, áls je maar op tijd bent. Én geluk hebt. Of dat kansberekening is? Dat is het zeker. Zo relatief kijk ik er naar. Mijn tijd hier is beperkt, dus de tijd die je hebt, moet je goed invullen.”
Hij kijkt even naar zijn vrouw. Gerda: ,,Net als zijn vader, is hij al enkele keren opgenomen. Zes weken geleden voelde hij zich ook niet goed en stond de ambulance op de stoep. Telkens als hij wéér in het ziekenhuis werd opgenomen en ik op bezoek kwam, zong Peter dat liedje: ‘Why does it always rain on me’. Dan weet ik meteen hoe hij zich voelt.”

‘De laatste jaren
kan ik mijn tranen
niet tegenhouden.
Dat had ik in die
eerste jaren niet’

Peter: ,,Het punt is dat ik dit al eerder heb meegemaakt. Mijn vader is meerdere keren opgenomen en daarna kon hij toch weer door. Maar dat zwaard hangt boven zijn hoofd en inmiddels ook boven dat van mij. Daar zijn we ons allebei van bewust. Mijn vader zegt zelf: ik ben een tikkende tijdbom…”
,,Of we samen gepraat hebben over het verlies van mijn moeder? Eigenlijk nooit. Je wilt er gewoon niet aan, dat je moeder of vader doodgaat, als je zo jong bent. M’n vader is niet zo’n prater en het is een pijnlijke zwarte bladzijde voor een ieder. In zo’n situatie ben je machteloos, maar ook nuchter. Misschien is dat ook het verschil tussen vrouwen en mannen.” Gerda: ,,Maar jij bent echt wel gevoelig.”
Peter: ,,De laatste jaren kan ik mijn tranen niet tegenhouden. Dat had ik in de eerste jaren na de Nieuwjaarsbrand en het overlijden van mijn moeder niet.” Gerda: ,,Het is eruit gekomen na de geboorte van ons eerste kind. Toen de kraamverzorgster wat vragen stelde, kwam er opeens zoveel bij jou los. Toen merkte ik dat het zó diep zat bij jou.”
Ondertussen vertellen ze al twee uur, waarbij Peter voortdurend probeert het brok in zijn keel weg te slikken. ,,M’n vader staat altijd klaar en voor zijn vriendin Ina ook niets anders dan een grote pluim. Laatst zei hij ‘kan ook dat ik er volgend jaar niet meer ben’. Ik reageerde met ‘dan moeten we een verhaal voorlezen in de kerk’. Zei hij weer ‘dan kun je beter alvast beginnen’. Dat gaat met een dolletje, maar ik weet nu al dat ik de eerste zin niet eens kan voorlezen…”
,,Zes weken geleden zei de arts tegen mij dat ik heel veel geluk heb gehad, dat ik nog leef. Heel gek als je bedenkt dat Gerda bijna in dezelfde situatie zat als dat haar eigen moeder overkwam. Weduwe rond je 37e. We hebben samen veel pech gehad, maar ook veel geluk. Het is geen zielig verhaal, maar we weten dat de tijd beperkt kan zijn, daarom leven we bij de dag en maken we mooie momenten samen.” Gerda: ,,We plukken de dag.”
Peter: ,,We hebben wat ons huis betreft alles in etappes gedaan. Konden niet doen wat vele anderen deden, maar wij komen er ook wel. Door alles wat ons is overkomen, hebben we meer levenswijsheid en een vollere rugzak gekregen. Waardoor we dingen, die anderen als problemen ervaren, beter kunnen relativeren. We kunnen niet iedereen pleasen en nemen snel afscheid van negatief ingestelde mensen. Dat klinkt misschien hard, maar daar hebben we eigenlijk geen tijd voor.”

Waarom-vraag
,,Zoals ik ook geen tijd kreeg om de Nieuwjaarsbrand en de gevolgen daarvan te verwerken. Ik had geluk en er waren andere ernstige dingen in ons gezin aan de hand. Mijn moeder, zij had geen geluk, maar pech. Ik heb in de jaren daarna regelmatig de waarom-vraag gesteld. Daar heb ik nooit antwoord op gekregen. Niet voor alle situaties is er de oplossing van het omdenken. Die waarheid is keihard. Het is een domme uitspraak, maar: het is wat het is. En daar moet je maar mee om zien te gaan.”
,,Vandaag de dag voelt het dat ik geluk heb. Er is vaak tegen ons gezegd ‘wat moeten jullie nou met zaadjes?’ Zaadjes moeten groeien, zei ik dan. Na het ingaan van corona gingen winkels en tuincentra dicht, dus besloten mensen hier en uit het buitenland online zaden te bestellen. Werden we plots overvallen door gigantische drukte. Stond ik bijvoorbeeld op Eerste Paasdag om half zes ’s ochtends in te pakken, maar ook ’s avonds laat. We riepen hulp in van anderen om die om die plotse piek op te vangen, want na juni is het seizoen voorbij.”
,,Straks gaat het seizoen weer beginnen.” Er is gezaaid. ,,Het systeem heeft een upgrade gehad.” Dus nu hopen op een goede oogst. ,,We zijn er klaar voor. Het is toch prachtig dat wij leveren van Frankrijk tot in Dubai. In mijn hoofd zit dat ik de dans van het werken tot mijn 65e wil ontspringen.” Gezien de voorgeschiedenis is zijn houdbaarheidsdatum immers omgeven door nóg meer onzekerheid. ,,Daarom wil ik straks eerder genieten van meer vrije tijd in plaats van alleen te werken. Ik heb een fantastische baan, met heel veel vrijheid en daar zou ik niet mee willen stoppen. Maar ik ben zó blij dat het met de zaadjes goed gaat.”
Voor de foto zoeken we in de vroege ochtend het – ijskoude – open water op. Onlangs finishte Smit nog als twintigste in de grachten van Schiedam.” Zijn vrouw is gereserveerd, maar houdt hem niet tegen. ,,Is dat wel goed voor je hartje?” Peter glimlacht. ,,Ach, we zijn de icemen. Alhoewel, we zijn nu een beetje de cardioploeg aan het worden met de open waterzwemmers: ook Pieter Plat, Jan Veerman (bommie) en nu Alex Schilder, die al eens aan het WK in Siberië heeft meegedaan, hebben hartprobleempjes.”
,,Mijn arts zei zes weken geleden na die opname: ‘Waarom zou je nog een topprestatie willen leveren en continue je hartslag naar 170 willen laten gaan?’ Tja, in mijn hoofd ben ik, als het om sport gaat, nog achttien. En ik heb een winnersmentaliteit. Dat heb ik ook in mijn werk. Als ik een klant op het oog heb, dan zal ik ‘m hoe dan ook binnenhalen.”
Op weg naar het water moet hij door modder. Het is grijs en koud. Inderdaad: ‘Een moedig man is niet hij die bang is, maar hij die bang is en toch doet’. ,,Ik heb geen gevoel meer in mijn tenen. Maar kijk het daar eens mooi worden”, zegt Peter, als de zon doorbreekt en verlichting brengt.

|Doorsturen

Uw reactie