Algemeen

Over de grens: John Tuijp test nieuwe medicijnen vanuit metropool Barcelona

Thuis in Catalonië

’s Ochtends met de scooter naar zijn werkplek aan het strand van Barcelona, tussen de middag lunchen in één van de honderden tapasbarretjes op loopafstand van het kantoor en ’s avonds weer richting zijn Spaanse vrouw, die thuis in de bergen op hem wacht. De aanleiding naar zijn leven onder de Spaanse zon? ,,Ik werk als senior projectmanager Oncologie bij medicatieontwikkelaar ICON.” John Tuijp (39) woont en werkt sinds begin 2017 in Barcelona. Op Valentijnsdag 2019 trouwde hij met zijn Indira. De Volendammer gedijt goed in Catalonië.
Door Kevin Mooijer

Op het Don Bosco College merkte John dat vakken als biologie, scheikunde en natuurkunde hem goed afgingen. ,,Ik was er niet alleen goed in, maar vond het ook heel leuk en interessant”, begint hij zijn verhaal. ,,Ik was op zoek naar een studie die aansloot op deze vakken. Geneeskunde vond ik te lang duren, dus ging ik op zoek naar een alternatief. Dit vond ik in biomedische wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Deze studie is vooral gericht op laboratoriumwerk en is onderzoekgericht. Je leert er eigenlijk van alles, van oncologie tot cellulaire biologie.”

De Volendammer heeft zich bij zijn werkgever in Barcelona onderhand opgewerkt tot senior projectmanager Oncologie. En dit terwijl hij de Spaanse taal niet beheerste, toen hij overgeplaatst werd naar het land van siësta, tapas en paella. ,,Wat me gelijk opviel, was dat mensen hier vrijwel geen Engels spreken. Ik moest de Spaanse taal dus zo snel mogelijk onder controle krijgen. Inmiddels kan ik mezelf goed verstaanbaar maken, maar dat snelle taaltje – dat je bij Spaanse voetbalcommentatoren hoort – heb ik nog niet. Om nog beter te worden, lees ik veel Spaanse boeken en kijk ik lokale tv-zenders. Laatst heb ik Terminator 2 in het Spaans zitten kijken. Voor de bevolking werkt het natuurlijk niet mee dat alle televisie hier in de moedertaal nagesynchroniseerd wordt. Zo leren ze nooit Engels.”

‘Inmiddels kan ik
mezelf goed
verstaanbaar maken,
maar dat snelle
taaltje – dat je bij
Spaanse voetbal-
commentatoren hoort –
heb ik nog niet’

John is dagelijks bezig met zogenaamde clinical trials. ,,Een farmaceut heeft een medicijn ontwikkeld dat ze op de markt willen brengen. Voordat dit mogelijk is, moet het medicijn getest zijn en dat is het onderdeel dat aan ons wordt uitbesteed. Wij testen aan de hand van drie fases of het medicijn veilig en werkzaam is, maar voordat we dat doen, gaan we op zoek naar geschikte landen, ziekenhuizen en artsen voor het betreffende medicijn.”
Op het moment leidt John twee projecten: één met als onderwerp een borstkankermedicijn en één met medicatie tegen longkanker. ,,Voor ieder product schrijven we een protocol waarin we een bepaalde uitkomst voor ogen hebben. Vervolgens gaan we op zoek naar geschikte artsen met de juiste ervaring en patiënten die nog geen andere medicatie hebben gehad. Neem bijvoorbeeld de longkankerstudie. Voor dat medicijn hebben we wereldwijd 80 meewerkende ziekenhuizen. Deze ziekenhuizen bevinden zich onder meer in Canada, Hong Kong, Taiwan, Polen, USA, Italië, Portugal, Spanje en Frankrijk. We zijn tot deze landen gekomen door het standaard behandelingstraject voor longkanker van ieder land onder de loep te nemen.”
Onder leiding van de ervaren, gespecialiseerde artsen kunnen patiënten zich aanmelden voor het nieuwe medicijn. ,,Het medicijn wordt aan de hand van drie fases getest. Tijdens fase 1 – de zogenaamde first in human-fase – gebeurt dat meestal bij een klein aantal gezonde vrijwilligers. Er wordt door middel van oplopende doseringen gekeken naar tolerantie en veiligheid. Tijdens fase 2 doen we onderzoek naar de werkzaamheid bij patiënten en naar de veiligheid bij kortdurend gebruik. Tijdens de derde fase wordt het middel in de medische praktijk getest bij grotere aantallen patiënten voor de uiteindelijke dosering en lange termijn effectiviteit.” Vanwege de gevoelige materie komt er heel wat kijken bij dit proces. ,,Het is een streng gereguleerde wereld en dat is maar goed ook.”
Het bedrijf waar John voor werkt, ICON, is gevestigd in meer dan veertig landen. Op een half uurtje rijden van Volendam bevindt zich één van deze kantoren. Toch koos de avonturier ervoor om zijn leven over de grens voort te zetten. ,,Ik heb jaren op het kantoor in Amsterdam gewerkt, maar die dagelijkse files op de ringweg gingen me tegenstaan. Ik dacht bij mezelf ‘waarom zou ik het niet eens ergens anders proberen?’ Ik wilde wel in hetzelfde vakgebied blijven werken. ICON zit over de hele wereld, dus de volgende stap was om een geschikte locatie te vinden waar ik in een managementfunctie zou kunnen werken. Deze functie vond ik in Barcelona.”

‘Het liep iets anders.
Ik werd verliefd op
het leven in Barcelona.
De stad, de levensstijl,
het klimaat en bovenal
mijn vriendin’

John vertrok voor een paar maanden naar Spanje. ,,Dat was de insteek: een paar maanden en dan weer terug naar Nederland”, lacht hij. ,,Het liep iets anders. Ik werd verliefd op het leven in Barcelona. De stad, de levensstijl, het klimaat en bovenal mijn vriendin.” Nadat de periode verlopen was, bleef John terugkeren naar zijn zo geliefde stad. ,,Ik zat op een gegeven moment in een fase waarin ik twee keer per maand richting Barcelona vertrok. Dat was geen doen, dus besloot ik er gewoon te gaan wonen.”
,,Het leven in Barcelona is een stuk relaxter dan we in Nederland gewend zijn. De werkdag start om een uur of negen a half tien. Rond één uur gaan we lunchen in één van de vele restaurantjes die rondom het kantoor gevestigd zijn. Al die tentjes hebben een dagmenu tijdens de lunch. Je hebt dan voor tien euro een driegangen lunchmenu met een lekker wijntje erbij. Dat is natuurlijk een heerlijke onderbreking in de dag. Na een uurtje gaan we weer aan het werk en de dat doen we dan tot een uur of zes ’s avonds. In Nederland was het zo dat de medewerkers om vijf uur met piepende banden van het parkeerterrein afscheurden, hier zijn ze wat dat betreft een stuk relaxter. Vaak gaan we na het werk nog even het strand op met wat collega’s om te beachvolleyballen of pingpongen. De mensen zijn hier heel sociaal. Collega’s organiseren bijvoorbeeld veel barbecues waar mijn vrouw en ik ook worden uitgenodigd. Door die sociale sfeer is het altijd gezellig en leuk in de stad.”
De laatste vijf weken heeft John, net als de rest van Spanje, het gezellige leven moeten missen. ,,Vanwege het coronavirus zitten we in lockdown. Dit houdt hier in dat je alleen voor essentiële zaken de straat op mag. Je mag naar de supermarkt of je hond uitlaten, maar meer ook niet. De lockdown duurt sowieso tot 28 april, daarna moet er een plan komen om de stad weer deels te gaan openen. Het is hier zover gekomen omdat het land er te laks mee omgegaan is. Het virus was al uitgebroken in Madrid, waar inclusief toeristen zo’n tien miljoen mensen rondlopen. Toen de eerste maatregelen werden getroffen, besloot een groot deel van die stad nog even richting familie elders in het land te vertrekken. Zo is het virus in no time door het hele land verspreid. Het ging echt als een lopend vuurtje.” Gelukkig lijkt het de laatste dagen wat beter te gaan. ,,Het lijkt wat af te zwakken na vier weken, dus we denken voorzichtig weer aan het normale leven.”
Vanwege John en zijn vrouw Indiras gastvrije mentaliteit – en de kans om ’s werelds beste voetballer live in actie te zien – verwelkomt het stel veel Volendammers in Barcelona. ,,Volendammers zijn van nature al dorstig, maar als ze in het warme Barcelona landen, zijn ze helemaal niet meer te houden”, lacht John. ,,Tijdens een avondje stappen loopt het vaak uit de hand. Laatst was hier een jongen die vond het zo gezellig dat hij zijn vlucht had gemist! Ik zal niet te veel in detail treden, maar mijn vrouw krijgt zo natuurlijk geen goeie indruk van mijn dorpsgenoten. Nee, zonder gekkigheid, ze vindt het een prachtig volk waar je altijd mee kunt lachen. En zo is het.”

Ben je of ken je ook Volendammers of Edammers die over de grens wonen? Neem dan contact op met onze redacteur: kevin@nieuw-volendam.nl

|Doorsturen

Uw reactie