't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Zo’n blik van: weet je nog van die mooie tijd

De Seinpaal, sporttempel, hal van momenten van glorie en tragiek, valt straks te grabbel aan de sloophamer. Landskampioenschappen, degradaties, demonstraties, reputaties werden gemaakt en sneuvelden. Vriendschappen gesloten, huwelijken geboren. Het gezicht (Werner Smit) van ‘boven’ maakte later plaats voor mannen als Siem Admiraal, met aan de andere kant van de bar de zaalvoetballers, volleyballers, handballers, basketballers, badmintonners. Als je binnenkomt, worden herinneringen levend. Die ‘lucht’, de uitschuifbare tribune, het gangetje, de gele muur, de houten vloer. De sporters vertellen. Over de nu nog levende legende. Deze keer Werner Smit. Die meer dan een kwart eeuw de beheerder en gastheer was.

Over nostalgie gesproken. Werner Smit wandelt door ‘zijn’ kantine. Aan dat domein is niet veel versleuteld. ,,Alleen de prijzen zijn wat veranderd.” De keuken waar hij die overheerlijke satésaus bereidde, het werkblad van toen – uiteraard aftands -.zit er nog in. ,,Jeetje, mijn mini-discs nog, de muziekinstallatie...”
De voluptueuze vrouw aan de zijkant van het koffiezetapparaat is dan weliswaar verdwenen, het meeste is nog in de oude staat, zoals hij het ruimschoots voor de eeuwwisseling inrichtte. Het zelfgegeven likje verf op de muur, de zorgvuldig gekozen vloerbedekking, de Coca Cola-spiegel die er vanaf zijn trouwen hangt.
,,De Seinpaal werd in 1972 geopend. Voor die tijd speelde ik met de volleyballers – net als de handballers – onze thuiswedstrijden in Hoorn en Amsterdam. Dus speelden we altijd zonder publiek. Wat en hoe wij speelden, daar zagen je dorpsgenoten dus niks van. Toen we in eigen dorp een sporthal kregen, betekende dat niet alleen een enorme impuls voor de plaatselijke sport, er kwam ook publiek op af.”
,,Helemaal omdat we met de diverse sporten in lagere klassen van een ander district werden ingedeeld en diverse promoties beleefd konden worden. Dat had een enorme aantrekkingskracht. Andere sporthallen als ’t Spil in Monnickendam en ’t Bolcwerk in Edam waren er toen nog niet.”
Hobby
,,Basketbal en badminton werden vanaf dat moment ook beoefend. Mijn neef Jan ‘Bokkum’ was aanvankelijk de beheerder. Ik zette al snel met wat andere mensen het mix-toernooi voor de volleyballers op en dat was een groot succes. Jan vroeg na drie jaar of het iets voor mij was, want hij zou stoppen. Ik zocht eigenlijk geen vastigheid, maar zag het ook als een kans. Om vanuit mijn hobby mijn werk te maken.”
,,Aanvankelijk waren mensen wel sceptisch, want volleybal bijvoorbeeld, dat was voor jongens die niet konden voetballen en dan maar wat anders gingen proberen. Het was dus even wennen. De zaalvoetballers vormden al een soort van enclave, met buurt- en vriendengroepen. Ik vond de dynamiek en beleving van andere sporten juist mooi, ik was meteen verkocht.”
,,Tuurlijk maakte ik in het begin fouten. Dat moet. Ik ondernam ook. Zette een poolbiljart neer, een tafeltennistafel, een dartbord. Op het Munnikenveld woonde toen de jeugd, de pubergeneratie en die zocht een plek, dus het werd ook een jeugdhonk. Dat botste ook wel eens, als het tegelijk kwam met de drukte van de reguliere sporten.”
,,Ik had zo mijn eigen voorkeur qua muziek. Als ik binnenkwam zette ik eerst een half uur Pink Floyd op en daarna paste ik me aan. De sporters kwamen vaak vragen om bepaalde platen, dus ik zorgde wel dat het up-to-date was. Al snel werd het gezellig en bleven ploegen zitten.”
,,De moeilijkheidsgraad in het begin was dat het ieder voor zich was, van de verschillende sporten. Dus er was weinig coulance met de medehuurders. Vaak stond de volgende ploeg – vaak voetballers – al een kwartier van tevoren klaar en vloog de bal wel eens in het badmintonveld. Dat zorgde dan voor irritatie.”
,,In die tijd had je De Inform, een sportblad waarin elke week verslagen en aankondigingen stonden, allemaal opgebracht door vrijwilligers. Geweldig. De mensen waren sowieso enorm betrokken bij alle sporten, aan vrijwilligers geen gebrek. Iedereen wilde sporten of kwam kijken.”
,,Door allerlei kampioenschappen wilden verschillende verenigingen met hun selectie- en jeugdteams vaker trainen, op betere tijden. Dat zorgde wel voor een spanningsveld bij het indelen van de uren. De recreatiesporters werden daardoor vaak kind van de rekening. Sommige wisten dat – omdat ze zich onder de noemer van een vereniging schaarden – slim te omzeilen.”

‘Om zeven uur
’s morgens werd
er al gesport’

,,Er kwamen verschillende ploegjes. Op maandagmiddag leefden de BZN-leden zich uit met voetbal. Woensdagmorgen om zeven uur had je een zaalvoetbaluurtje met broer Jan Smit (pitjes), Jenny Bet en anderen. Op donderdag voetbalde een aantal ondernemers als Piet ‘Peterolie’, Fred Vilten, Evert Bootsman, Jan ‘Mandjes’, Hans Kes, Cor ‘Puul’. Die maakten dan zelf hapjes klaar en hadden daarna een hoop te vertellen, oftewel dat werd wel eens gezellig daarna.”
,,’s Winters werd er zelfs op zondagochtend om zeven uur getennist in de zaal, door mensen als Thoom Sier. Daarna werd er gezaalvoetbald door bijvoorbeeld de Blaaien, met Jan Smits’ vader Ruud. Als ik dan binnenkwam, stormde kleine Jan van links naar rechts met het spel mee. Om vervolgens met zijn zus Jenny wat lekkers te kopen.”
,,Het zaalvoetbalsucces begon met een ploeg als Intervent, op districtsniveau. Dik ‘Bup’ begon met het organiseren van ’t Gat-toernooi, ter voorbereiding op het seizoen. Speelden de tieners van Kras Boys tegen de gevestigde namen van IJsclub/Kil Mazda. Kras Boys ging op een gegeven moment het land in, waardoor bussen met toeschouwers hier kwamen, maar zij zelf ook supporters meenamen naar de uitwedstrijden. Die eerste landtitel van Kras Boys, dat was wel een gigantisch mooie tijd.”
,,In die tijd had ik al één van de eerste videocamera’s gekocht en zat zelf op de scheidsrechterstoel te filmen bij wedstrijden. Later ook bij andere sporten, om zo de lokale omroep van beelden en commentaar te voorzien. Ik was zelf zo bij de sport betrokken, dat ik ook altijd even van achter de bar vandaan kwam om bij wedstrijden te kijken. Ook bij die penaltyreeks waarmee Kras Boys de landstitel won. Ongekende vreugde brak er los. En een gezellig feest. Na één van die feestjes ging ’s nachts het alarm afging. Johan Steur was tussen de tribunebanken in slaap gevallen…”
,,De Seinpaal was uniek in zijn soort. De vloer, de akoestiek, was van bijzondere kwaliteit. Je hoorde de zaalvoetbal tegen de muur ploffen als die in het net ging, de volleybal op de grond slaan na een smash. Er heerste dat intieme gevoel. Iedereen voelde: dit is van ons. Kwam ook omdat de tribunes, als ze waren uitgerold, zo ver kwamen dat je dicht op het veld zat.”
,,Die gele muur achter de doelen, met stukken vloer uit de gymzaal, die kwam pas later, toen er wat ongelukken waren gebeurd. Want de uitloop bij een voetbalwedstrijd was zo kort, op een gegeven moment brak iemand beide polsen.”
Gebroken polsen
,,Dat gebrek aan uitloopmogelijkheid zorgde er bij het volleybal voor dat er met tape een stippenlijn een halve meter in het veld gemaakt moest worden, bij de servicelijn. Daarvoor kregen we in het begin dispensatie. Bij het zaalvoetbal kwamen de problemen toen de tv-programma’s kwamen. Moest de tribune ook minder ver worden uitgerold, want als je onderaan zat kon je eigenlijk de scheidsrechter laten strompelen. Uiteindelijk werd dat ook teruggedraaid. En aan de zijkanten van de tribunes zat ook geen hekwerk. Kinderen sprongen er van af. Dat hoorde er ook bij. Ook bij de manier waarop die kinderen opgroeiden.”
,,We hebben prachtige toernooien georganiseerd. Mauritius had haar demonstraties, de majorettes een NK. Dat betekende dat een andere sport dan moest wijken. Die seizoensindeling, dat was voor de gemeente een pittige legpuzzel. Later is het bedrijfsvolleybaltoernooi ontstaan, met in de hoogtijdagen 140 deelnemende teams. De bouwbedrijven kregen een zaalvoetbaltoernooi rond de Kerst, er was schoolvoetbal en we hebben nog een demo gehad van de volleybalinternationals Martin Teffer en Edwin Benne.”
,,Ondertussen nog het kampioenschap van de zaalvoetballers van Voldafar/Rex. Laatst werd Nico Runderkamp (mepper) geïnterviewd voor deze rubriek, hij maakte toen in de finale een wonderschoon doelpunt. Ik kreeg later een fotoserie in mijn bezit, waarbij die actie van de andere kant werd gefotografeerd. Waarbij je per foto de monden van het publiek steeds meer open zag gaan. Ik krijg nou zo weer kippenvel als ik er aan denk. Die explosie die daarna losbarstte, dat die gammele tribunes het toen hebben gehouden… Dat dreunde nog ver en lang na.”
,,Dat waren tijden. Dat we vier zaalvoetbalclubs op het hoogste niveau hadden. Dat we met de wedstrijden van Kras Boys en Rex extra tribunes neerzetten, maar ook de toestelruimtes aan de zijkanten ontruimden, om daar zit- en staanplaatsen te creëren.”
,,Als de zaalvoetballers van de eerste wedstrijden aanzaten en er gebeurde iets op het veld, dan vlogen ze de kantine uit. Je kon het ook zien door het raam, dus dan riep iemand wat. Niet dat je dan een herhaling van het doelpunt of het opstootje kreeg, maar dan wilden ze gewoon even die beleving meepakken.”

‘Of ik beneden
even wilde ingrijpen,
ze dachten dat
het oorlog was’

,,Die sfeer die er hing was bijzonder. Tuurlijk ging het in de kleedkamers wel eens flink tekeer. Kwam iemand van een ploeg van buitenaf naar boven in de kantine, of ik beneden even wilde ingrijpen. Ze dachten dat het oorlog was. Maar eenmaal boven was alles al gesust en werd het gezellig.”
,,Ik word vaak gegroet, door bekenden en onbekenden. Maar dan kijken ze je aan, met zo’n blik van; jeetje wat was dat een mooie tijd. Zie je die glimlach om hun mond. Dat is Werner, van toen, dus voor hen is dat ook een terugblik. Het is een periode waarin er veel is gebeurd voor menigeen, de sportieve momenten, maar ook relaties zijn ontstaan. Menig sporter bestelde voor het naar huis gaan alvast een patatje of kroketje voor hem en zijn vrouw, maar dan werden er nog wat gesprekken werden gevoerd, nog een biertje gedronken en tegen de tijd dat ze naar huis gingen, was de inhoud koud. Of hun vrouw lag allang te slapen.”
Hij kijkt naar het inhammetje waar een soort van barretje staat. ,,Destijds nog vervaardigd door Kees Karregat, die ook een belangrijk gezicht achter de bar was. Daar zat aanvankelijk de ingang, maar dan blokkeerde het volledig bij de bar. Dus heb ik de gemeente gevraagd of de ingang aan de andere kant van de trapopgang mocht en dat kon.”
,,Jaap de Boer en Albert Steur fungeerden in al die jaren als trouwe schoonmakers, die ook altijd behulpzaam waren, op welk moment dan ook. Ik was gemakkelijk met het afgeven van de sleutels. Dat is mijn karakter en ook gemakzucht, maar ik vertrouwde de mensen. En dat kon ook, in die tijd. Veel mensen van toen verrichten er nu nog vrijwilligerswerk, zoals Jan ‘de brak’ en zijn vrouw, van ‘de’ handbal.”
,,Met de opkomst van de handballers, dat waren ook prachtige tijden, met de kampioenschappen in de eerste en tweede divisie. Ook was er nog de periode dat ze na de val van de Muur van Berlijn voormalige Oost-Duitsers inlijfden. De handbalvereniging en Volendam omarmden die jongens. Zo was Volendam ook niet meer die enclave waar je maar moeilijk tussen kon komen.”
,,Het was een ontmoetingsplek voor velen. De zwemmers van Ed-Vo, waterpoloërs, onderwaterhockeyers, de Kneuzen. Die zitten er nu nog elke vrijdag. Dirk Besseling, de Bibber, Kees ‘Aro’, noem ze maar op. Die zouden bij de eindceremonie moeten worden betrokken als De Seinpaal ter ziele gaat.”
,,Ze kwamen hier omdat er nering was en ze anderen konden ontmoeten. Dat was de aantrekkingskracht van De Seinpaal. Op een gegeven moment zag ik aan het eind van de avond dat hun zwembroek en handdoek nog keurig waren opgerold… Hadden ze niet gezwommen maar kwamen ze vooral voor het socializen.”
Onder schot
,,Er is regelmatig ingebroken. Dan ging ik ’s nachts naar De Seinpaal, gooide meteen alle lichten aan. Ik was nooit bang. Eén keer gebeurde het dat ik op een alarm was afgegaan en toen ik daarna weer afsloot, stond de politie achter me. Werd ik onder schot gehouden, omdat ze dachten dat ik de inbreker was.”
Hij herinnert zich nog de hype rond Danny de Munk. ,,Bekende mensen langs als Johan Cruijff kwamen binnen, toen zijn zoon Jordi hier jeugdvoetbal speelde. Maar ook lokale mensen waar – zo nuchter als we zijn – tegenop werd gekeken, zoals Wim Jonk en handballer Claus Veerman. Danny de Munk voetbalde hier soms met familie en kennissen. Organiseerden ze een keer iets voor het goede doel, zaten er opeens tribunes vol met jonge meisjes, overal vandaan.”
,,Voor de jaarwisseling van 2000 wilde Kees Mühren van Den Egelantier het millenniumfeest in De Seinpaal organiseren. Onder de vlag van de Pius X. We hadden twee dagen, vanwege de sportactiviteiten, om alles aan te kleden. ’s Morgens vroeg kwamen de vrachtwagens met vloerdelen, een mat die krulde, man wat een enorme organisatie was dat.”
,,Waren we goed onderweg, kwam Cees Bont namens de gemeente langs, voor de brandveiligheid. We hadden versiersels opgehangen. Vroeg hij me om mee te komen naar zijn huis. In de keuken hield hij er een lucifer bij en het brandde zo weg. Ik schrok. Daar hadden we totaal niet bij stilgestaan. Alles moest weg. Hij deed dat zeer menselijk, niet op een autoritaire manier. Toen een jaar later de Nieuwjaarsbrand gebeurde, heb ik daar veel aan moeten denken.”
,,Die Nieuwjaarsbrand speelde zeker een rol bij het moment dat ik stopte in De Seinpaal. Er heerste een downstemming, de handballers werden uit de eredivisie gehaald. Bovendien, ik had al die jaren ’s avonds gewerkt en de uitdaging was weg. Sportief gezien was het toewerken naar grote successen voorbij, bij de verenigingen – dat merkte ik bij de volleybal – ging het allemaal moeizamer.”
,,Het was sowieso al rustiger geworden in de sporthal, die op de rol stond om te gaan verdwijnen. In 2002 ben ik bij Succes Schoonmaak gaan werken. Wat ik doe als de sloophamer er straks echt in gaat? Dan zal ik niet emotioneel worden. Misschien moeten ze wat stenen bewaren, als aandenken aan De Seinpaal. Nu kan iedereen nog langs fietsen en mijmeren: wat hebben we daar een mooie tijd gehad.”

Oude foto: Typerend voor de Seinpaal-sfeer: Louis Tuijp (pet) kan moeilijk naar huis gaan en 'zit' alvast op zijn fiets, in de kantine, in gesprek met onder meer Casper Smit en Jan Kwakman (bami).

|Doorsturen

Uw reactie