't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

‘Wat daar gebeurde, is niet mijn vader, dat verdient hij ook niet’

Handbal en rommelmarkt, maar nu zonder Siem

Opeens stokte het kloppend hart van de vereniging HV Kras/Volendam. Voor het bruggetje dat de gemeenschap verbindt met de sporthal. De plek waar Siem Admiraal (67) als vrijwilliger met zijn (club)liefde en verantwoordelijkheidsgevoel de medemens diende. Het decor waar morgen zijn rommelmarkt plaatsheeft. En zaterdag de handballers een kraker tegen Aalsmeer spelen. Dat alles zonder Siem. Een markante man, met zijn gestalte, zijn stem. Dan is het vier weken geleden dat hij op tragische en bizarre wijze om het leven kwam. Dat hij op de fiets de brug miste en het water in reed. De diepe wond is nog vers en net als Siem blijven zijn vrouw Maart en zoons Nico en Hans liever op de achtergrond. Maar nu die altijd speciale week voor haar echtgenoot en hun vader aanbreekt, vertellen ze openhartig over hem.

Die zaterdagavond van ruim drie weken geleden, bepaalt nog ieder moment van de dag. Maart: ,,Ik zit zelf nog steeds op het bruggetje. Ik kan er inmiddels een theorie aan vastknopen, hoe het gegaan moet zijn. Opeens lag daar gewoon een slapende Siem. Hij heeft niet gevochten, is niet verdronken. Het lichtje is al uit geweest, anders fiets je niet naast het bruggetje, het bruggetje waar Siem duizend keer in de week overheen fietste. Klokgaaf lag-ie daar. Ik heb de foto zoals hij daar lag op mijn telefoon en elke dag kijk ik er naar en denk ik: dit bestaat niet, dit bestaat niet. Ik snap het nog steeds niet…”
Hans: ,,Ze hebben geen vocht gevonden in zijn longen, aan de spieren was te zien dat hij geen strijd heeft geleverd. Als hij op dat moment wel buiten bewustzijn zou zijn geweest, dan adem je door en komt er water binnen. Er is dus iets gebeurd, waardoor hij al overleden was. Daar lag gewoon mijn vader. Die geen spier vertrok. Niks, geen schrammetje.”
Maart: ,,Met een blos op zijn wangen.” Nico: ,,Het leek alsof hij lag te slapen. Je keek naar zijn buik, wanneer hij weer zou beginnen met ademen.” Maart: ,,Dat-ie op zou staan en zou zeggen: ‘zo kan-ie wel weer…’”

Aansturen

Maart: ,,Die middag had ik nog tegen één van de vrijwilligers van ‘de handbal’, Betty Zwarthoed, gezegd dat Siem en ik na de rommelmarkt maar eens moesten gaan praten over dat het een beetje minder kan. Want hij deed zoveel tegelijk. Ook die dag. Hij ging ’s morgens vroeg naar de ene sporthal, De Seinpaal. Daar zou Theo Veerman (blubber) hem aflossen, maar die kon niet. In de Opperdam was het G-toernooi van handbal. Daar ontbrak de pachter, Paco. Siem wilde daar ook aansturen en fietste heen en weer tussen beide sporthallen. In De Opperdam bakte hij voor de deelnemers patat en voor de namiddag fietste hij weer naar De Seinpaal, om daar te dienen.”
Hans: ,,De basketballers hadden de laatste wedstrijd van het seizoen met een afsluiting. M’n vader vroeg of ik de avonduurtjes in De Seinpaal wilde doen en dat was oké. Om acht uur ging mijn vader weg. Hij zat aan een biertje en ik dacht dat het niet zijn eerste was. Als je dan ook een lange dag hebt gehad, niet gegeten hebt en vermoeid bent. Maar achteraf gezien heeft onderzoek uitgewezen dat zijn alcoholpromillage de hoogte had van slechts vier flesjes bier, dat smeert-ie bij wijze van spreken op zijn broodje ’s morgens.”
,,En achteraf gezien zei één van de andere vrijwilligers in De Seinpaal ook dat m’n vader warrig was en wat dingen door elkaar heen vertelde, maar hij had er die avond geen aandacht aan geschonken. Het vreemde was dat hij mij in De Seinpaal ook allerlei dingen begon uit te leggen, terwijl ik precies weet waar alles staat.”
,,Hij is naar huis gegaan om te douchen en daarna weer naar De Opperdam gegaan. Daar bleek achteraf ook dat hij in de keuken stond te wankelen en een broodje gaf met de kroket ernaast liggend. Mensen zeiden: ‘Siem, ga naar huis, je bent moe’. Weer een ander zag hem tegen een muurtje staan leunen. Het zijn verschillende verhalen van verschillende mensen die op verschillende plaatsen stonden. Ieder voor zich geen reden tot paniek gevend. Als ik dat alles toen gelijk zou hebben geweten, hadden we de dokter gebeld.”

Bruggetje

Maart: ,,Hij gaat altijd eerder naar huis en zoals bij elke thuiswedstrijd is hij nog bij de tafel geweest waar ik zat. Ik zei dat de koelkast vol lekkers was en ik ook zo naar huis zou komen om wat lekkers voor hem te maken. ’Rustig aan’, zei hij. ‘Deze dag is om, morgen weer een nieuwe’. Dan moest hij weer om half negen in De Seinpaal zijn. Hij ging de trap af, heeft nog twee jongetjes die beneden een balletje aan het gooien waren gedag gezegd en stapte op zijn fiets…”
,,Om over dat bruggetje te gaan. Waar ik enige tijd later overheen fietste, op weg naar huis. Waar geen fiets was en geen Siem. Ik riep hem, maar geen gehoor. Dan staat je hart al stil. Ik belde Hans, of-ie misschien toch weer naar De Seinpaal was gegaan? ‘Want hij is niet thuis en neemt zijn telefoon niet op’, zei ik. En elke stap die hij zet, gaat vergezeld van een belletje. Zo trouw was-ie.”
Hans: ,,Da’s niet goed, want hij weet niet eens hoe hij zijn telefoon aan en uit moet zetten. Dus dan moest de telefoon in de sloot liggen of m’n vader was overreden, zei ik. Na een tweede telefoontje ben ik die kant opgefietst. Ik had overal kippenvel. ‘Je vader is weg’, die zin ging steeds door mijn hoofd. Dat is iets wat er altijd is geweest...”
Zoon Nico was als trainer van het tweede van Kras/Volendam onderweg terug na een uitwedstrijd in Boekel. ,,Toen ik onderweg gebeld werd, voelde ik dat het niet goed was. Zou-ie dan voor het eerst in zijn leven alleen ergens anders heen zijn? Maar diep van binnen ga je uit van het ergste.” Hans: ,,De wijze kant in je hoofd zegt dat er iets aan de hand moet zijn.”
Maart: ,,Ondertussen waren we anderhalf uur verder na Siem’s vertrek uit De Opperdam, die ondertussen al werd afgesloten.” Maar een aantal mensen van de handbalfamilie keerde terug. ,,De gewaarschuwde politie vroeg of hij op de dijk kon zijn. ‘Nee’, zei ik. Want Siem gaat nergens heen zonder Maartje. Wij zijn twee benen in één broek.”
,,Opeens renden enkele mensen naar het bruggetje. Het bruggetje waar na Siem’s vertrek ook tientallen mensen overheen waren gefietst. Jaap ‘Troet’, Dirkie ‘Tumpie’ en anderen gingen de sloot in met de politiemensen en haalden hem er uit. Hij lag gewoon naast in het water naast het bruggetje. Daarna begon het reanimeren. De brandweer kwam, traumahelikopter, de weg werd afgezet.”

‘Ik stond te kijken hoe ze op allerlei manieren probeerden hem
tot leven te wekken en dacht: ‘kom op ouwe, dit is toch niks voor jou’’

Nico kwam aanrennen: ,,Ik zakte op dat bruggetje door mijn knieën, zat te huilen. Dit kan niet. Dit is niet zoals ik mijn vader ken: een sterke levendige man, die alles voor een ander doet en die wordt daar nu levenloos uit het water gehaald. Ik riep ook van alles tegen hem: ‘Kom op… Dit kan niet. Zo ga je niet weg…’ Je staat er en ziet het, maar het dringt niet tot je door. Dit moest een misstap zijn, kwestie van een nat pak door het water, even nieuwe kleren aan en daarna gaan we weer verder.”
Hans: ,,Wij werden tegengehouden. Ik wilde ook niet opgeven, zei ook tegen mijn moeder: ‘wacht nou, ze zijn nog aan het reanimeren, anders stoppen ze toch?’ Daar heb ik valse hoop uit gehaald. Je wilt er niet aan. Achteraf gezien was dat ze blijven doorgaan met reanimeren omdat ze niet mogen stoppen tot hij op een bepaalde temperatuur komt. Eerder mogen ze je niet dood verklaren.”
,,Ik weet ook dat twintig minuten zonder ademhaling funest is. Maar niet mijn vader. Dit verdient hij ook niet. In het ziekenhuis zijn ze ook nog een tijdje met hem bezig geweest. Maar hij heeft anderhalf uur lang geen enkele reactie gegeven. Terwijl je zit te wachten dat er een dokter komt, die zegt dat-ie weer bij is.” Maart: ,,Tuurlijk weet je dat het niet goed is. Maar dat wil je niet horen, dat wil je niet zien, dat zijpad wil je niet op.”
Nico: ,,Ik stond te kijken hoe ze op allerlei manieren weer probeerden hem tot leven te wekken en dacht: ‘kom op ouwe, dit is toch niks voor jou’. Zijn hele leven heeft hij voor anderen klaar te staan en dan zonder seintje het lichtje uit. Dat bestaat niet. Dat is niet mijn vader en daar wil ik nog steeds niet aan geloven. Zo onwerkelijk. Zo’n dirigent, die alles regelt voor een ander en de controle wil houden, die ons en de mensen eromheen nu zo laat zitten. Afgelopen zaterdag stond ik met Hans die draaimolen voor de rommelmarkt uit 1800 op te bouwen, samen met Kees Toetjes, Jan Drum, Theo Blubber en Arjen Maas. Dat doet m’n vader toch altijd?”
Hans: ,,Het was wel gezellig met die mannen. Maar opeens bestel ík nou de kramen voor de rommelmarkt en wordt er van alles aan ons gevraagd wat mijn vader deed, over sponsoring, het aanvullen van de spullen voor de Seinpaal, of de container voor de rommelmarkt. Alsof het vanzelfsprekend is dat wij dat nu overnemen.” Maart: ,,Ik heb altijd gezegd dat-ie de dingen door de rommelmarkt op moest schrijven. Als in een draaiboek In de laatste drie jaar kreeg ik het voor elkaar dat hij in de laatste weken dingen opschreef en kon afvinken. Dat gaf hem rust. Dus we waren op de goede weg.”
,,De mensen zijn zó wakker geschud. Er is een aardbeving geweest. En de mensen willen dat de rommelmarkt blijft bestaan.” Hans: ,,Ze geven aan dat die uniek is. En ze pakken gelukkig op wat hij allemaal in z’n eentje deed, dat hebben we qua taken met een groepje verdeeld.”
De handbalfamilie omarmde hen in de uren daarna, net als de buren. Hans: ,,Met die handbalgroep met vrijwilligers hebben we een appgroep en daar heb ik om twee uur ’s nachts in gezet dat het niet meer ging. De fiets vol met kroos werd door de politie teruggebracht. De buren hem ‘m gewassen. Al die mensen die hier die nacht stonden en al die berichtjes, niemand geloofde het dat het Siem Admiraal was. Ondertussen gaat de film, de roes, gewoon verder.”

Veertigjarig huwelijk

Maart: ,,Want op de plek waar we een week eerder ons veertigjarig huwelijk vierden, in De Opperdam, stond vervolgens de kist. De trouwkaarten, de bloemstukken, ze stonden nog thuis van een week eerder en toen werden er opeens rouwboeketten gebracht. Terwijl Siem er nog niet was, omdat eerst zijn hart en hersenen werden onderzocht. Maandag in de namiddag werd hij thuisgebracht.”
Hans: ,,Ze konden bij zowel zijn hart als de hersenen geen opvallende dingen vinden die tot de doodsoorzaak zouden kunnen leiden.” Nico: ,,Nu weten we nog steeds niks, want het duurt een maand voordat we het sectierapport krijgen. Maar het zou niet te verteren zijn geweest als hij ergens door getroffen zou zijn en had gevochten in zo’n klein laagje slootwater.”
Hans: ,,Op de eerste avond kwamen al zeshonderd mensen langs. Iedereen zit met vraagtekens. Maar we weten nog steeds niks.” Nico: ,,Wij kunnen niks met z’n tweeën, niet eens een schilderij ophangen. Daar was mijn vader voor. Dus voor ons was hij al speciaal. Maar in de dagen erna hoor en lees je hoe speciaal hij voor veel meer mensen was. Hij heeft echt heel wat betekend en bewerkstelligd hier.”
Hans: ,,Er kwamen bloemstukken van alle voetbalverenigingen, de FC, de AV, de ZVV, terwijl hij niks met de voetbal heeft. Dat wil wat zeggen, hoe bijzonder hij was voor meerdere mensen. Als jas.”
Nico: ,,De kerk was afgeladen vol.” Maart: ,,Onderweg naar de kerk kwamen we achter de begraafplaats en het Noordeinde, daar woont Marie de Wit en die had een grote brief opgehangen: ‘Dag Siem’. Die zag ik even niet aan komen…”
Het is nog zo vers. Nico: ,,Soms kun je er goed over praten, soms zit ik zo ineens te janken als een klein kind. Hoe groot ik ook ben, geef me een anders problemen, want mijn rug is groter dan wiens rug dan ook. Maar nu word je er steeds mee geconfronteerd. Begint Romy Monteiro tijdens RTL Late Night een liedje van Robin Hood te zingen, de enige film waar ik ooit met mijn vader ben geweest. Dan denk je: wat kan mij nog verrassen, wat je niet zelf kunt regisseren? Gebeurt zoiets en zit je weer met tranen in je ogen.”
Hans: ,,Ik ben na een week toch weer gaan werken, maar zit soms ook ineens te gillen tussen allemaal vreemde collega’s. Ik ben nu ook voor het eerst naar de tekst van bijvoorbeeld een liedje van Blöf gaan luisteren. ‘Zo stil’. Dat is precies hoe ik me voel. Je bent door de dag heen met van alles bezig, maar er blijft niks hangen. En om vijf uur ’s morgens ben ik wakker. Ik heb al drie weken pijn in m’n hoofd en heb nergens zin in.”
Maart: ,,Je bent boos, beroerd, verdrietig, verlaten, kippenvel, zuchten, verslagen. En weer boos. Zo gaat het, zeg ik, als de mensen me vragen hoe het gaat.” Nico: ,,Het is nog één groot hoe en waarom.”

‘Het buurjongetje zei: ‘Hij moet wel wakker worden,
want we moeten nog fietsen’’

Hans: ,,Dan ligt hij in de kist, precies zoals hij was en dan zeg je tegen de begrafenisondernemers: ‘zet ‘m zo vijf jaar boven bij ons, met de koeling er onder’. Dan is hij tenminste nog bij ons. Dat gaat natuurlijk niet. Maar je wilt ‘m niet kwijt. En dan moet het deksel op de kist. Wij mochten de knoppen aandraaien. En dan is het… ‘doeg’. En dan is-ie weg…”
,,Gelukkig waren er heel veel mensen om ons heen, om ons bij te staan. Anders zak je in elkaar.” Maart: ,,Daarna ga je de film terugdraaien. Had ik nou maar gezegd dat-ie het wat rustiger aan moest doen. Maar Siem deed alleen dingen die hij leuk voelt.”
De buren waren ook compleet van slag. ,,Naast ons woont een jong gezin. Toen Siem hier lag, kwam het jongetje bij ons binnen om een snoepje. Zei hij: ‘Hij moet wel wakker worden, want we moeten nog fietsen’. En de dag erna kwam hij weer. ‘Hij slaapt wel lang. Is-ie zo moe?’ Daarna heb ik verteld dat we buur Siem naar de kerk hebben gebracht om hem samen naar de hemel te brengen.”
,,We hebben van de vereniging een prachtig boek vol met geschreven en getekende herinneringen gekregen. Van jong en oud. Net als van het mini's- en tijgertjesteam, dat ik nog train. Dat heb ik daarna weer opgepakt. Gingen ze tekeningen voor me maken in de kleedkamer. ‘En als we dan verdrietig zijn, dan gaan we het even samen doen. Niet alleen verdrietig zijn’, zeiden ze… Hoe kun je het treffen? Dat is toch fantastisch. Dat is mijn leven. Kinderen zijn zo open. Zoals ik zelf ook open met ze praat.”
Hans: ,,Dat is wel het risico. Straks is de rommelmarkt geweest en het handbalseizoen voorbij. Dan valt er wel een enorme stilte. Het is zo tegenstrijdig met de hyperactieve man die hij altijd was.”
Nico: ,,Hier heb je geen vrede mee.” Hans: ,,Als-ie nou vlak voor het bruggetje was gevallen. Was-ie dan sneller ontdekt en hadden ze nog iets kunnen doen? Straks staan wij bekend als de mensen van wie de vader en man uit de sloot werd gehaald.” Nico: ,,Dat is niet zoals wij hem hebben gekend. Hij deed alles voor iedereen. Ook al had hij het niet helemaal op je, dan draaide hij daar niet om heen, maar hij deed wel alles voor je. Zoals hij altijd zorgde dat de mensen in de verschillende kantines hun droogje en natje hadden. ‘Want dat zou jij toch ook willen?’, zei hij dan.”
In 2005, toen HV Kras/Volendam voor het eerst in de historie landskampioen werd, was hij apetrots want zoon Nico was één van de spelers. Maart: ,,Maar verder gaf hij geen zak om handbal, zoals hij dat zei.” Hans: ,,Als er een speler van buitenaf kwam, ging-ie op zoek naar een schemerlamp of een bank. Maar met de resultaten had hij niks. Maar hij deed alles voor de club en als het met de club maar goed ging.”

Tweede huis

Deze week is wéér een beladen week. Morgen is het Koningsdag, het decor van zijn rommelmarkt. Maart: ,,Het zal erg moeilijk worden, maar ik ga niet thuis zitten en ga er zeker naar toe. Alleen zal ik dat gezicht missen. Als dan om tien uur die grote stroom van mensen binnenkwam, dan keek hij me aan met die blik van: zie je, het staat allemaal weer. Na een superdrukke maand van voorbereiding.”
Nico: ,,En zaterdag speelt het eerste thuis de belangrijke wedstrijd tegen Aalsmeer en gaan we met alle vrienden voor het eerst weer samen kijken en Tom Schilder aanmoedigen. Dan ga ik weer dat bruggetje over en dan zal die avond van vier weken geleden duizend keer door mijn hoofd gaan. Het is de eerste thuiswedstrijd na dat gebeuren.”
Hans: ,,In De Opperdam, net als De Seinpaal zijn tweede huis. Maar dan is hij er niet, zijn lijf niet, het geluid niet van mijn vader achter de bar die omroept dat er broodjes kroket klaar zijn.”
Zijn vrouw Maart vormt tijdens thuiswedstrijden samen met Joke Zwarthoed het speakersduo. Maart: ,,Dan kwam Siem altijd na tien minuten naar ons toe met een bordje met wat etenswaar… Maar zaterdag niet.”
Afgelopen zondag bezocht zij zoals altijd de uitwedstrijd in en tegen Aalsmeer. ,,Kwamen ook veel mensen naar me toe. Zo verschrikkelijk lief. Maar dan denk je wel: Christus… Zo moeilijk. Maar ik blijf niet thuis zitten en het is ook niet goed als niemand naar je toe komt. Hier is geen recept voor. Hier kun je ook niet in berusten.”
Hans: ,,Als-ie nou vlak vóór het bruggetje was gevallen. Dan lig je op de straat en word je gezien. Nu lag hij in het water, het letterlijk doodstille water. Het is allemaal net niet. Niet het bruggetje gehaald, niet zijn hart, niet zijn hoofd. Maar het is wel dat hij hier lag in de kist.”
,,En de mensen die kwamen, waren allemaal zo van slag. Dan brak ik elke keer. Dan hoor je sommige zeggen: ‘hij ligt er wel mooi bij…’ Maar hij is wel dood… Het is gewoon mijn vader. Alsof-ie lag te slapen. Maar nu snap ik wel wat ze bedoelen.”
Maart: ,,Siem stond voor iedereen klaar. Op z’n werk, de vereniging, de jongens. Als zijn jongens gingen leren, dan zorgde Siem dat voor hen alle andere dingen werden gedaan.” Hans: ,,Ik heb sinds ik op mezelf woon nooit onkruid gehad. Dat wiedde mijn vader ongemerkt. En ondanks zijn zeeziek zijn ging hij met ons de Noordzee op, om te vissen. Ondanks hoogtevrees ging hij met ons in het een zweefvliegtuigje mee.”
,,Tijdens de nacht van de Nieuwjaarsbrand heeft hij één van de jongeren in zijn armen gehad die later gestorven is. Daar heeft hij het erg moeilijk mee gehad. Hij zat eerst bij mij, maar zag dat die andere jongen er erger aan toe was. Dat niemand die jongen snel met de ambulance mee liet gaan, dat heeft hij nooit los kunnen laten.”
Maart: ,,Het huis voelt leeg. Zijn jas hangt nog aan de kapstok. Als je in het schuur komt en boven, de georganiseerde chaos van Siem ligt er nog zoals het was. Niemand kan het nog begrijpen. Laat staan van wijzelf. Dat het gezin nooit meer heel wordt, maakt me misselijk van ellende, mijn hele lichaam zit in het verzet.”
,,Hij was een man van het recht. En iedereen was voor hem gelijk. Toen vlak voor aanvang van één van de kampioenswedstrijden in De Seinpaal de sporthal vol zat, ging hij, na drie zware dagen rondom de rommelmarkt, op een kruk zitten en zei tegen iedereen die nog kwam: ‘vol’. Toen kwam de burgemeester. ‘Vol’, zei Siem. ‘Moet hij eerder komen’. Uiteindelijk heeft diezelfde burgemeester hem jaren later nog geridderd.” Siem, ridder, Admiraal.

 

|Doorsturen

mark veldhuizen.

2017-04-26 20:15:14

sterkte morgen,bij de rommelmartkt,nu het kloppend hart,niet meer klopt,gelukkig zijn er mooie en dierbaren herrinneringen,aan de admiraal.wij mogen de admiraal erkentelijk zijn,voor zijn bewezen diensten,lieve admiraal,rust in vrede,veel dank voor alles,wij zetten door.

Uw reactie