Algemeen

‘Een groep opgeschoten jongens ging ooit voor mij op de knieën tijdens kermis'

Klaos Pet verrast vriend en vijand met comeback op kermispodium

In de aanloop naar kermis legt de Nivo verhalen vast achter klassieke kermishits. Vorige week de geschiedenis van Joop Vrachts ‘De Sancta Maria’. In deze editie gaan we in op het verhaal achter de kermisliedjes van Klaas Tuijp (Pet). Hij debuteerde tijdens de eerste kermishitparade in 1997 met ‘De Jukbonk’. In de jaren daaropvolgend kwam hij met ‘Dikke Koek’ en ‘Usters’. Liedjes die lokaal een bijna legendarische status hebben verworven. De Nivo zocht Klaas op in zijn woonplaats Achlum, in Friesland.
Door Laurens Tol

Na het passeren van de Afsluitdijk is het nog zo’n twaalf kilometer rijden. Wegen met namen als: ‘Greate Pierwei’ en ‘Sytzamaweg’ leiden door het Friese platteland via Kimswerd naar Achlum.
De rit vervolgt zich naar een wijk met vrijstaande woningen. Op een van de huizen staat een naambordje gespijkerd met daarop de tekst: ‘Klaos & Agnes Tuijp’. ,,We zochten rust en ruimte. Dat hebben we hier wel gevonden”, vertelt Klaas. De woonkamer biedt vrij uitzicht op uitgestrekte velden. ,,Vroeger woonden we in de Meester Mührenlaan. Op den duur vonden we het daar te krap worden. Na een tijdlang ‘wonen’ op de website Funda, kwamen we uit bij dit huis.”
Op een sociaal medium brak deze week een storm van reacties los, nadat bekend was geworden dat Klaas tijdens de komende kermis optreedt met de nieuwe kermisband ‘De Gezonde Apotheek’. ,,Jarenlang heb ik het categorisch geweigerd om te zingen met kermis. Dit heb ik steeds gedaan, omdat ik weer scherp voor de klas wilde staan na afloop van het evenement. Voor een ouder wordend mens kost zo’n optreden veel energie.”

‘Een jongedame zei ooit
broodnuchter tegen mij
dat ze mijn nummers ook
in februari draait’

Onlangs is Klaas (64) met pensioen gegaan na een lange loopbaan in het onderwijs. ,,Daardoor heb ik nu alle tijd om te herstellen en kon ik worden overgehaald om zondagavond mee te doen in de Kermistent. Vanaf vrijdag van kermis woon ik vier dagen in Volendam. Ik maak mij geen zorgen dat ik stemproblemen krijg gedurende de kermis. Door het meezingen met de muziek, raak ik juist beter ingezongen. Op zondag ben ik dan waarschijnlijk op mijn best”, zegt Klaas met een glimlach.
Klaas staat versteld van de respons die hij nog altijd krijgt op zijn kermisliedjes. ,,Ik ontvang meer positieve reacties dan ik zelf terecht vind. Eén daarvan vind ik de meest grappige. Een groep opgeschoten jongens ging ooit voor mij op de knieën tijdens kermis. ‘Klaos Pet, maak alsjeblieft nog een nummer!’, smeekten ze bloedserieus. Een jongedame zei ooit broodnuchter tegen mij dat ze mijn nummers ook in februari draait. Het heeft blijkbaar wel een zekere impact gehad.”
Alweer ruim twintig jaar geleden bracht Klaas ‘De Jukbonk’ uit. ,,Het initiatief voor een kermishitparade was toen net ontstaan. Wim Westendorp, Cor Veerman (Dekker) en platenwinkel-eigenaar Jan Cas Sombroek waren hier de drijvende krachten achter. Zij vormden ook een heuse kwaliteitscommissie. Als je een liedje had gemaakt, moest dit eerst worden goedgekeurd. Vandaar dat ik met een cassettebandje onder mijn arm naar Jan Cas Sombroek ging.”
Tijdens een vakantie ontstond het idee voor zijn eerste kermisliedje. ,,Wij waren in Noorwegen en daar heb je vrij grote muggen. Dat bracht ik in combinatie met het prachtige Volendamse woord ‘Jukbonk’. Ik dacht: dit kan ik weleens gebruiken voor een liedje. Het is een lekker gek woord en ik vond dat zo’n nummer dat ook moest worden. Een beetje gek en het liefst een tikkeltje origineel. De tekst en de muziek moesten ook goed bij elkaar passen.”
Klaas’ liedje werd goed genoeg bevonden door de commissie. ,,Mijn broer Ab sprak mij op een gegeven moment aan. ‘Nou, je kenne’, zei hij. ‘Je liedje mag op de cd’. Ik mocht toen op een vergadering komen om mijn nummer voor te dragen. Gelukkig werd er meteen positief op gereageerd. We kregen toestemming om De Jukbonk officieel te gaan opnemen. Dit deed ik samen met Ab, bij hem in zijn thuisstudio.”
In de jaren daarna hoefde Klaas niet meer voor de selectiecommissie te verschijnen. ,,Blijkbaar vonden ze het toen sowieso wel goed als ik meedeed. Ik weet daarom niet hoe lang die kwaliteitscommissie nog bestaan heeft. Waarschijnlijk waakten ze er in dit beginstadium vooral voor dat de liedjes tekstueel niet te gek werden. Het gebruik van allerlei schuttingtaal wilden ze mogelijk voorkomen. Ik vermoed dat in de huidige tijd alle nummers wel worden goedgekeurd.”
Niet te ingewikkeld
Kort na het afronden van De Jukbonk, zag Klaas al het belang in van een goede videoclip. ,,Tijdens het hele creatieproces heb ik kunnen rekenen op steun van mijn broers Ab en Jan. Wij vonden de clip erg belangrijk. De Jukbonk is eigenlijk maar een dom carnavalsliedje, dat je niet te ingewikkeld moet maken. Het moest pas echt leuk worden door de bijbehorende clip. Mijn broer Jan was toen al handig in het maken van films. Hij speelt ook de dokter in de eerste clip.”
In de video is Klaas te zien met een opvallend omvangrijke jukbonk in zijn halsstreek. ,,Deze bult is gemaakt van was, wat ik heb gekocht in Hoorn. Tijdens het schieten van de clip liet de substantie regelmatig los, waarna het weer moest worden vastgeplakt. In de kamer van de hoofdmeester van De Zuidwester, filmden we de scène met de dokter. Daarvoor liepen we kort vermomd over straat. Ik kwam toen nog een bekende tegen. Dat was hartstikke grappig.”
Rond De Jukbonk is er één mysterie dat voor velen altijd onopgehelderd is gebleven. ,,Tijdens kermis hebben mensen mij vaak uitdrukkelijk gevraagd: ‘Wie is nou Boris Karloff?!’. Deze naam komt voor in de zin: ‘je lijke al temet op Boris Karloff’. Nou, hier is dan het antwoord. Dit is de acteur van het monster van Frankenstein. Deze figuur had twee grote schroeven in zijn nek. Als er dus nog een bult was bijgekomen, dan leek ik bijna op Karloff. Velen hebben dit niet begrepen.”
Na het succes van De Jukbonk, kwam Klaas in 1999 met een tweede kermisliedje. ,,Belangrijk voor mij was dat het weer iets typisch Volendams moest bevatten. Daarnaast wilde ik er wat meer satire in verwerken. Het idee ontstond om iets te doen met de onderwerpen ‘vermageren’ en ‘diëten’. Ik had een tante die vaak zei: ‘hier word je niet dik van, dit kun je gerust opeten’. Zij maakte ook vaak dikke koeken. Dat vond ik zo’n mooie Volendammer gewoonte.”
Een bepaalde zin vormde de basis voor het liedje ‘Dikke Koek’. ,,Het eerste idee dat ontstond was: ‘dikke koek heeft een gat in het midden, waar geen vetten inzitten’. Daar ben ik mee gaan spelen. In die tijd had je nog geen Sonja Bakker en dat soort namen. Montignac was toen in de mode, net als allerlei andere idiote diëten. Ik wilde de link leggen tussen dikke koek en deze afslankprogramma’s. Daar komt ook het idee voor de clip-intro van Dikke Koek vandaan.”

‘Bij Dikke Koek vond
ik het een beetje teleurstellend
dat het in eerste instantie
niet werd opgepikt’

Tijdens deze intro wordt geacteerd dat Klaas een liposuctie-behandeling ondergaat. ,,Het gebouw waar ik in deze scène naar binnenloop, is de oude ambachtsschool in Edam. De kamer waar de behandeling wordt gespeeld, is een ruimte van mijn toenmalige buurman Rob Duin. Tijdens de clip lijkt het alsof er een naald in mijn buik wordt gestoken, maar dat is uiteraard niet zo. De naald ging terug de stofzuiger in bij het raken van mijn buikoppervlak.”
In de clip wordt de rol gespeeld van een typische Volendammer vrouw. ,,Ik zocht naar echte Volendammer namen. Uiteindelijk is het ‘Neel van Pietje Griet’ geworden. Daarna bedacht ik het idee van ‘Dikke Neel’, die ook zelf een prachtfiguur heeft. Niks geen onsje te veel, enzovoorts. Mijn broer Jan speelt ook deze rol met verve. Een andere scène is opgenomen met een RTL 4-studio als decor. De presentatoren worden daarbij weer geacteerd door Jan, samen met een vriend.”
Bij het vertolken van Dikke Koek maakte Klaas gebruik van een voorbeeld. ,,Ik had een bepaald persoon voor ogen tijdens het zingen. Deze man praatte Volendams op een overdreven en nogal ‘koenterige’ manier. Iedereen kent wel zo’n iemand. Ik zing het met zijn manier van doen. Het duidelijkst komt dit misschien wel naar voren bij het woordje ‘Nai’. De persoon die ik bedoel, had dit zo gezegd kunnen hebben. Wel mooi, dat typisch Volendamse.”
Het derde en laatste kermisliedje van Klaas werd ‘Usters’. ,,Ik hoorde een nummer van cabaretier Kees Torn, waarbij hij alle zinnen eindigt op één rijmwoord. Dit vond ik leuk en dacht: dit kunnen wij ook. In combinatie met het thema ‘Usters’, moest dit idee de basis vormen van het nieuwe liedje. Ik besloot om de zinnen te laten eindigen op ‘iene’. Daarna heb ik allerlei rijmwoorden bij elkaar verzonnen. Digitaal kan dit tegenwoordig ook, alleen met Volendams werkt dat niet.”
Klaas koos bewust voor eenvoud bij het maken. ,,Bij Dikke Koek vond ik het een beetje teleurstellend dat het in eerste instantie niet echt werd opgepikt. Het liedje eindigde dat jaar elfde in een wedstrijd voor het beste kermisliedje, die toen nog werd gehouden. Ik besloot daarom om het anders te gaan doen. Het nieuwe liedje moest zo simpel mogelijk worden. Achteraf bezien, vind ik het wel het minste nummer dat ik gemaakt heb. Het is eigenlijk maar flauwekul.”
Nieuwjaarsbrand
Meerdere redenen waren er de oorzaak van dat Klaas na Usters stopte met het maken van kermisliedjes. ,,De nieuwjaarsbrand in 2001 heeft grote indruk op mij gemaakt. De kermis ging dat jaar niet door en ook daarna kon ik het niet meer opbrengen om een jolig kermisliedje te maken. Er komt ook veel kijken bij het maken van zo’n nummer. Het bedenken en opnemen valt nog wel mee, maar vooral een clip maken kost veel moeite. Ik vond het wel weer mooi geweest.”
Over een van zijn liedjes is Klaas achteraf het meest tevreden. ,,Ik vind Dikke Koek het beste liedje dat ik gemaakt heb. De clip, melodie en tekst van dit nummer zijn wat mij betreft het meest geslaagd. Het is ook heerlijk Volendams in al zijn facetten. In Usters zit bijvoorbeeld nog het woord ‘meewarig’. Dit is het enige niet-Volendamse woord dat ik ooit gebruikt heb in mijn liedjes. Hier heb ik tot op de dag van vandaag berouw van.”
Ervaring met liedjes maken, deed Klaas op tijdens zijn werk. ,,Vroeger maakte ik zelf de hele musical en kerstuitvoering van de school waar ik lesgaf. Daarbij bedacht ik alle teksten en muziek. Een gigantisch karwei dus. Het was fijn dat mijn toenmalige directeur Wim Zwarthoed mij hierin steunde. Hij vond het een goed initiatief. Later ben ik hiermee opgehouden. Het was allemaal wel heel veel werk om te maken.”
Vooralsnog zijn er geen plannen voor nieuwe liedjes. ,,Mijn broers Jan en Ab willen graag weer een kermisliedje maken en zeggen dat ik daar op dit moment alle tijd voor heb. ‘Nu moet je gewoon weer aan de bak’, verklaren ze. Ik antwoord dan dat ik inmiddels bijna zeventig ben. Andere mensen moeten het stokje maar overnemen. Jan en Ab zouden in deze tijd wel beter clips kunnen maken en muziek opnemen dan vroeger, zeggen ze zelf.”
Nu Klaas gepensioneerd is, wil hij wel weer meer met muziek gaan doen. In zijn huiskamer staat een groot orgel. Daarnaast heeft Klaas in het verleden zanglessen gevolgd. ,,Ik denk alleen niet dat er nog een kermisliedje inzit. Maar goed, wie weet weten ze mij wel over te halen. Net als die band voor dat optreden tijdens kermis.”

|Doorsturen

Theo Lambregts

2019-08-30 16:25:18

Geweldig om weer eens wat van meester Klaas te vernemen. Naast muziek was het voorlezen van The Hobbit en het evenzo epische vervolg TLOTR zijn tweede passie. Meester Klaas heeft een ‘betere Smeagol in huis’ dan Andy Serkis... Zalige kerremus meester Klaos.;)

Uw reactie