't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

3JS kwetsbaar en krachtig tijdens theatertour en op nieuwe album

Van toen naar ‘Nu’: machtig mooi

Het is 3JS ten voeten uit. In de nieuwe theatertour, op de nieuwe cd en afgelopen vrijdagavond aan tafel bij Humberto Tan. Klein, melancholisch, groots, hard, ruig, breekbaar, schreeuwend vanuit de krochten van het gevoel, krachtig, eigentijds, eenvoudig, zigzaggend. De nieuwe theatertour is een reis door de tijd, van toen naar het ‘Nu’, de titel van het nieuwe(tijdse), wéér ijzersterke album. Met de hypothese ‘wat als…’ als leidraad voor de verhaallijn op het podium. Waarbij hilarische verhalen worden opgedoken en voor het eerst worden gedeeld. Waarbij in kwetsbaarheid over de ‘vloek van de 3JS’ wordt gesproken en bewuste keuzes en toevallige ontmoetingen worden aangestipt. Zonder destijds te weten dat het zou leiden naar het ‘Nu’.

De lat lag hoog, na de fenomenale U2 (Joshua Tree)-tour van vorig jaar. Die lat wordt zeker aangetikt, maar dan vanuit de eigen identiteit. Als 3JS, die door die uitverkochte zalen van vorig jaar een groep nieuwe liefhebbers heeft aangeboord.
Ze refereren momenteel in de zalen met geen woord naardie U2-tour, terwijl ze vorig jaar aan het einde van de theaterconcerten telkens de vraag stelden wie voor het eerst een optreden van de 3JS bezocht. Dat bleek soms tachtig procent van het publiek te zijn. Ze hoopten die mensen natuurlijk terug te zien in de theaters. ,,We hebben zeker gescoord met die uitverkochte tour”, zegt Dulles. ,,Daardoor staan we nu voor de komende twee jaar in veertig theaters, in plaats van vijfentwintig.”
,,En er zijn nu ook theaters uitverkocht die dat voorheen niet waren. Maar dat kun je per stad beoordelen. Wat het theater betreft, moet je in iedere stad de mensen veroveren. Als je daar een goede show hebt gegeven, zijn ze trouw.”

Trouw
,,We kregen recentelijk wel enkele berichtjes van mensen, dat ze het een beetje zonde vonden dat er niet een liedje van U2 in de nieuwe set zit. We vonden het echter niet passen om een U2-nummer er doorheen te doen. ‘Bronnen’ is ook een onderdeel van onze theatercarrière geweest, maar daarvan spelen we ook geen liedjes. We wilden veel materiaal van de nieuwe cd laten horen, spelen liedjes die altijd voorbij komen, maar ook liedjes die we minder vaak speelden, of juist in een ander jasje hebben gestopt.”
,,Ik houd alle reacties bij van de mensen op sociale media en na de show. Dan lezen en horen we wat ze vinden van de show en de nieuwe liedjes. Het wordt zeer positief ontvangen.”
Da’s waardering voor de gedurfde keuzes die werden gemaakt (twee producers voor één album) en voor het peentjes zweten, want de finale van het productieproces duurde lang. ,,We waren laat klaar. Terwijl ik al van een prachtige vakantie genoot, zat Jaap Kwakman nog met onze nieuwe producer Oscar Holleman in de studio. We leren altijd een beetje van zo’n proces, al zullen we met het volgende album toch ook wel weer in de stress komen.”
,,Het resultaat is dat alles liedjes heel goed geproduceerd zijn, ook omdat we maar tien liedjes hebben gemaakt. Dan heb je meer tijd per liedje.”
,,De eerste keer dat je sommige nieuwe liedjes hoort, valt het koud op je dak, maar na een paar keer luisteren kom je er toch weer achter dat het nieuwe 3JS-liedjes zijn. We hebben een paar liedjes aan Oscar gegeven en paar liedjes aan Attie Bauw. De liedjes die de één maakte, kan de ander niet maken. Het was een interessant vertrekpunt. Oscar is een rockproducer, dan blijf je het aan de ruigere en duistere kant houden als je schrijft. Terwijl Attie zich ontfermde over liedjes als ‘Spotlight’ en ‘De wereld is nog niet verrot’. Dan mag het wat moeilijker zijn qua productie, dan mag het gekker, want Attie heeft veel geduld.”

‘Deze cd leent zich naast het theater
ook voor het poppodium;
misschien komt er wel een clubtour’

,,Dat was een leuke bijkomstigheid van het proces. Bij het masteren wordt het uiteindelijk een beetje naar elkaar toegetrokken. Toen de ene producer de liedjes van de ander hoorde en andersom, schrokken ze wel. Maar als je de liedjes door elkaar zet op het album, merk je toch dat die diversiteit aan stijlen bij elkaar past.”
In die vijver van stijlen dobberen het zeer aanstekelijke en volkse ‘Mensen’, een kwetsbare ballade als ‘Bella’, het van klein beginnend naar opzwepende ‘Zon’. Het tegen de tijd van tegenwoordig bezien wat spottende en jolige ‘Spotlight’. ,,Die heb ik lachend ingezongen. En er zit een ‘Katy Perry-refrein’ in”, merk Dulles op.
Er fonkelt ook een rauwe poprocksong op als ‘Los van alles’, die iets van de Kensington-sound weg heeft, maar de try-outs van het theater niet heeft overleefd. ,,Dat is een echt festivalliedje, een echte rocksong, die willen we liever voor een ander podium gebruiken. Die moet gewoon hard.”
Zo ruw eindigt de ‘Betere jaren’ ook, terwijl het zo breekbaar begint. ,,Het gaat eigenlijk over een fotocollage, van je familie, van vrienden. Die vaak thuis in de wc hangt. Maar het kan ook een foto zijn van een overledene. Als je vader of moeder dood is, zet je ergens in de huiskamer een foto neer of die hang je op. Mijn vader leeft nog, maar hij is er niet. Door zijn ziekte. Daarom heb ik een foto aan de muur gehangen, van toen hij nog was wie hij was, sterk.”
Daarover verhaalt hij in de ‘Betere jaren’. ,,Bij het schrijven werd het wel even emotioneel, maar vanaf dan leef je al zo lang met zo’n liedje, dan voel je dat niet meer. Als ik weet dat er straks familie in de zaal zit, dat zij emotioneel kunnen worden, met dat in je achterhoofd wordt het misschien lastig. Of wanneer iemand op de voorste rij begint te huilen. Maar ik wil niet emotioneel worden, want dan kan ik niet meer verder zingen.”
,,Vroeger zouden we zo’n liedje akoestisch en Iers houden, dan zouden we er een viool in doen en komt er op een gegeven moment een accordeon bij. En nu wordt het een rocksong. Die eindigt in de stijl van Coldplay. Keiharde rock, terwijl je zo klein en romantisch begint.”

Festivals
,,Of er een ander podium komt? We willen na deze theatertour een stap richting de clubs en festivals maken, daar leent deze cd zich voor. We willen bekend staan als een band, die stevig kan zijn. Deze cd is een belangrijke stap in dat proces. Clubs en festivals, waarvan er 250 zijn in ons land, daar willen we naar toe, want we willen laten zien dat we dat kunnen. Onze fans weten dat wel en de mensen die jaarlijks naar Vrienden van Amstel Live komen, ook.
Ooit stond Blue Bus, de voorloper van de 3Js, in mei 2006 in het Goffert Park in Nijmegen op een grote bühne, in het voorprogramma van Nickelback en Bon Jovi. Wat als… dat destijds direct tot een aanbieding van een platenlabel had geleid? Had de 3JS dan wel bestaan? Het gebeurde niet.
Wat als… het creatieve deel van het brein van de J’s in datzelfde jaar niet tot het melodietje van ‘De zomer voorbij’ was gekomen? ,,Die zomerse middag bij Jaap Kwakman op de bank in de Berend Demmerstraat. Aan dat liedje hebben we alles te danken. Ik vind dat oprecht een bizarre gedachte. Dat als die simpele ontmoeting of ingeving niet plaatsheeft, je leven een hele andere wending neemt. Tuurlijk moet je het talent nog gebruiken en doorzetten én moet je een kans worden geboden, zoals wij toen op de Jan Smit-trein konden stappen.”
In het nieuwe theaterverhaal vraagt Jaap Kwakman zich af als – vanaf de dijk komend – zijn ‘beschonken’ ogen op die zaterdagnacht niet het bordje in de Jozefstraat, van de watersnoodramp, hadden opgemerkt. ,,Want die bracht me ertoe even later mijn gitaar te pakken en ‘het water’ na te spelen en dát ook op te nemen. Waarbij ik de volgende dag ‘zwaar’ wakker werd, maar wel het begin van ‘Watermensen’ had gemaakt.”
De mannen wandelen, vertellen en musiceren in het theater over dat zij als eerste, samen met hun dorpsgenoten Jan Smit en Nick & Simon ‘Fake News’ bedachten, vertolken toch één van hun inspiratiebronnen met Herman van Veen’s ‘Suzanne’ in de vorm van een schitterende mantra.
En ze benoemen de ‘vloek van de 3JS’. Die met ‘Wat is dromen’ eindelijk hun gewenste nummer 1-hit hadden, samen met Ellen ten Damme. Maar op de voorpagina van De Telegraaf werd Ellen’s succes gekopt. ,,En wij werden ergens in een regeltje genoemd.”

‘Wij moeten blijven knokken
tot we zestig zijn’

,,En er is het stigma van Volendam. We worden vaak nog steeds in één adem genoemd en vergeleken, terwijl we allemaal onze eigen muziek maken. Maar dat houdt ons ook steeds scherp. Er is nooit een moment geweest dat we achterover konden leunen. Wij moeten blijven knokken tot we zestig zijn. Dat houdt ons ook fit. Daardoor hebben we nu een album gemaakt wat in onze ogen ons beste album is. Waar we productioneel gezien ontzettend trots op zijn. En daar moeten we bij een volgend album weer overheen. Wij kunnen onszelf elke keer weer opnieuw uitvinden.”
Bij het gevoel van ‘de vloek’ die enigszins over de Volendammers rust, mag het Songfestival niet ontbreken. ,,Wat als we ‘De Stroom’ hadden gekozen als uit te zenden liedje? Wat als wij de visuals hadden gekregen zoals de acts als de Common Linnets daarna hadden. Wat dat betreft hebben wij de weg geplaveid voor hen”, begint Dulles een hilarisch verhaal over dat memorabele Songfestival waar de 3JS – Nederland dus – als laatste eindigde. Over de strategie van Jaap Buys, de gastvrijheid op de boot in Düsseldorf. De TROS had al gewonnen, maar er was ook de keerzijde. De 3JS schreven bedenkelijke geschiedenis. Toen Dulles het verhaal voor het eerst in theater vertelde, waren de bandleden en het management nog niet op de hoogte van dat deel van het script. Ze lagen in een deuk. ,,En het is nog steeds even scherp”, lacht de zanger.
De nieuwsgierigen uit onze gemeente kunnen het binnenkort in de buurt aanhoren en aanschouwen: op 22 maart in Hoorn, op 13 april in Purmerend en 20 april in Zaandam. Of op 28 mei tijdens het slotconcert in Carré.
,,Dat is wel weer héél bijzonder. Het is op een maandag, dus we willen bepaalde artiesten vragen om ook te komen. Vier jaar geleden stonden we ook op die heilige grond en dat was één van de hoogtepunten, al kan ik me van de show niet zoveel herinneren. Het enige dat ik me kan herinneren, is dat ik een half uur voordat de show begon, werd gebeld door mijn moeder. Dat ze onderweg was, alleen. Dat ze eerst een uur bezig was geweest om m’n vader mee te krijgen, maar ze kreeg hem niet mee, omdat hij zo in paniek was geraakt, bij de gedachten dat hij tussen de mensen moest, terwijl Alzheimer net was geconstateerd.”

Nooit ziek
,,Hij had toen voor zichzelf door dat er iets mis was. Dat-ie met mensen op straat stond te praten en ineens niet meer wist met wie hij stond te praten. In Carré zou hij bekenden tegenkomen en hij durfde er nog niet voor uit te komen. Daarom wilde hij niet mee. M’n moeder wilde hem meenemen, ook voor mij, we stonden tenslotte voor het eerst op het gedroomde podium van Carré. Maar ik begreep het wel. Ik had medelijden met hem.”
Van ‘Nu’ krijgt hij inmiddels helemaal niets meer mee. ,,Voor mijn moeder is het een manier van leven geworden, zij heeft er een dagelijkse taak van gemaakt en voedt mijn vader heel goed, dus zo lang ik hem ken is hij nog nooit ziek geweest. Dat lichaam houdt het waarschijnlijk nog een hele tijd vol, maar het hoofd is niks meer. Dat is heel ernstig. Waar hij jaren geleden nog wel eens agressief kon worden, is hij nu doods. Hij zit in een stoel en daar komt hij niet meer uit. Hij loopt niet meer, want zijn hersenen geven het sein niet meer. Hij brabbelt nog wel eens, soms een woordje, soms een zin, waar wij niks mee kunnen. Soms, soms is er even een herkenning van mijn vader naar mijn moeder.”
,,Op een gegeven komt er ook geen seintje meer vanuit de hersenen dat hij moet eten. En gezien het personeelstekort in dergelijke tehuizen kan dát het eind van een patiënt worden. Mijn moeder doet het bij mijn vader en zorgt daardoor dat er een impuls tot eten blijft.”
,,Maar op een gegeven moment – het is hard om te zeggen – dan moet je ook gewoon dood. Want dan is er geen enkele kwaliteit van leven meer voor mijn vader. Mijn moeder wil dat natuurlijk niet en ik wil dat ook niet voor m’n moeder. Maar als mijn vader het zelf voor het zeggen zou hebben, had hij drie jaar geleden al gestopt. Als hij wist wat hem te wachten stond.”
,,Als ik hem bezoek, dan is daar geen huiselijk gevoel. Ik stap met een naar gevoel binnen en ga verdrietig naar buiten. Het enige waar ik blij van word, zijn de mensen die daar nog bepaalde uitspraken doen waar je vreselijk om kan lachen. Met hen voer ik dan ‘gesprekken’. Ondertussen heeft m’n vader dan een uur met zijn hoofd naar beneden gezeten. En dan heeft hij mij niet gezien. En als hij me ziet, weet hij niet dat ik het ben. Zijn zoon. Een enkele keer. Dan noemt hij mijn naam. Dat is dan wel leuk. Maar dat is uitzonderlijk.”

Foto's: Robert Gort fotografie

|Doorsturen

Uw reactie