Algemeen

‘Het is mooi geweest; tijd voor een nieuwe generatie onderwijzers’

Een geliefde, verhalen vertellende meester is met pensioen

,,Als kinderen maar met plezier naar school gaan, dan leren ze ook makkelijker”, vertelt meester Froek Zwarthoed (66) ongeveer een week nadat hij officieel met pensioen ging. Het was bijna een leven lang zijn motto. Bij leerlingen was de leraar van de St. Petrusschool geliefd om zijn verhalen. Verhalen waarin hij hen ongemerkt iets wilde bijbrengen. Lessen in wijsheid en over hoe met elkaar om te gaan. Toen afgelopen maart de scholen moesten sluiten, betekende dat een abrupt einde van Froeks werk voor de klas. Hij had zijn laatste periode in het onderwijs liever anders gezien. Ondanks dat hij nooit met tegenzin naar zijn werk ging, is hij blij dat zijn taak erop zit. Tijd om ruim baan te maken voor een nieuwe generatie onderwijzers.
Door Laurens Tol

,,I gave you the best years of my life”, zegt Froek wijzend op een bord waarop staat: ‘Officieel met pensioen’. Toen hij als jongeling op het kleinseminarie zat, vroeg een leraar hem naar zijn toekomstplannen. Froek was eerlijk en zei dat het grootseminarie dat leidt tot het priesterschap niet aan hem was besteed. Hij had meer interesse in een toneelopleiding, maar deze bleek na een bezoek ‘te zweverig’ voor hem. Zijn toekomst bleef onzeker, totdat iemand hem wees op de mogelijkheid om te kiezen voor het onderwijs. Dat moest het worden en hij begon aan een opleiding die was gevestigd in de Amsterdamse Jordaan.

‘Ik heb nooit wat
gehad met managen,
delegeren en noem
maar op’

,,Als je net timmerman bent, sla je nog regelmatig met je hamer op je duim. Zo is het in het onderwijs ook. Je leert altijd weer bij.” Froek kwam erachter dat er veel komt kijken bij het vak. Tijdens zijn studie ondervond hij bij het stagelopen dat er verschillende manieren van lesgeven zijn. Op een school waar hij terechtkwam spraken de leraren onderling nauwelijks met elkaar. De sfeer was er niet harmonieus. ‘Zo wil ik het niét’, dacht hij toen. Later zou hij gaandeweg zijn eigen, verhalende stijl ontwikkelen.
,,’Wat is jouw doelstelling?’, vroeg het hoofd van de school soms tijdens het jaarlijkse functioneringsgesprek. Ik wil dat de leerlingen met plezier naar school gaan. Dat vind ik het belangrijkste. En als je met plezier naar school gaat, leer je ook makkelijker. Dan wil je dingen tot je nemen. Als ze met zo’n sik in de klas zitten, dan zijn ze met hun hoofd halverwege de Canarische Eilanden. Daarom vertel ik verhalen en dat zeg ik aan het begin van het jaar ook tegen de ouders. Dan zeg ik: als je kind aan het eind van de schooldag terugkomt en vertelt ‘we hebben lekker niks gedaan’, dan moet je dat niet geloven. Tijdens ouderavonden liet ik weleens zien wat ik bedoelde. Dan was het na anderhalf uur afgelopen en hadden we rekenen, taal, godsdienst en geschiedenis behandeld. Dat vonden ze prachtig.”

Wijsheid
Froek probeerde de ouders ervan te overtuigen dat het gaat om de manier van kennis overbrengen. Hij leerde dat kinderen in de klas sneller loskomen als je als docent iets over jezelf vertelt. Bepaalde leerlingen zijn dan meer geneigd om ook iets over zichzelf los te laten. Roemrucht zijn Froeks verhalen over zijn diensttijd, die hij bestempelt als ‘de meest verschrikkelijke periode in mijn leven’. Oud-leerlingen van tientallen jaren geleden halen deze anekdotes soms nog aan. Wat Froek tijdens het vertellen nooit erbij vermeldde, was dat hij er iets mee probeerde te bereiken. Er zat altijd een achterliggende boodschap in over normen, waarden, hoe met elkaar om te gaan en dat je samen sterk staat. Wijsheid verpakt in verhalen.
,,Vroeger zwaaide de meester de scepter en zo was het. Tegenwoordig zijn ouders erg betrokken. De school is ook zeer laagdrempelig geworden, je kunt voor alles naar binnenstappen.” Toen de Volendammer begon met lesgeven had ‘de meester het voor het zeggen’. Hij komt uit een gezin met zeven kinderen. En als hij klaagde over de opgelegde straf van een schoolmeester, dan zei zijn moeder: ‘Dan heb je het er zelf naar gemaakt’. Froek heeft ervaren dat ouders nu meer aandacht hebben voor hun kroost. Dit en dat er nu veel meer mogelijkheden zijn voor leerlingen ziet hij als positief. Vroeger stond voor sommige leerlingen al jong vast dat ze later naar ‘de ambacht’ moesten. In de huidige tijd kunnen ze volgens Froek veel meer kanten op.

Spiraaltheorie
Niet alleen de ouders en de mogelijkheden voor hun kinderen veranderden in de loop der jaren. Ook de onderwijspraktijk onderging vele vernieuwingen. ,,Vandaag kreeg ik nog een bericht. Er komen weer nieuwe, geavanceerdere schoolborden. Helemaal gedigitaliseerd. Ik heb foto’s waarop ik nog een krijtje in mijn hand heb. Nu heb je én het digitale bord én een bord waarop je met een stift nog iets kunt neerzetten. Het gaat steeds verder en daar ontkom je niet aan. Ik sprak hier nog een collega over die kwam met de spiraaltheorie. Hij zei: ‘Op een gegeven moment ga je tot het puntje. Dan kun je niet hoger en dan zakt het weer naar beneden’. In de mode zie je hetzelfde gebeuren. Daar komen dingen van vroeger ook weer terug. Dat ze gaan inzien van: dat was evengoed zo slecht nog niet. Dit heb je overal mee.”
Voor sommige docenten zal het uiteindelijke doel zijn: doorstoten naar het management. Hoofd van de school worden en carrière maken. Froek heeft er de papieren voor, maar koesterde nooit de ambitie om directeur te worden. ,,Ik zat ooit in de jeugdvolleybal-selectie van Nederland. Toen ik achttien was zei ik tegen de trainer: dit was mijn laatste dag. Ik wilde alleen nog trainen en geen wedstrijden meer spelen. Hij werd toen boos en verweet mij een gebrek aan ambitie. In dienst vroeg de kapitein mij ook ooit of ik hogerop wilde. Toen zei ik: deze meneer blijft Froek met de pet. ‘Naar jou luisteren ze’, reageerde hij. Maar ik wil het niet, besloot ik. Ik heb nooit wat gehad met managen, delegeren en noem maar op. Het sprak en spreekt mij nog steeds niet aan.”

‘Vroeger zwaaide de
meester de scepter
en zo was het.
Tegenwoordig zijn ouders
erg betrokken'

Froek bleef altijd plezier houden in het lesgeven. Zijn leerlingen kwamen op hun beurt ook altijd graag naar zijn lessen, waarmee hij zijn eerder genoemde doel bereikte. Nog steeds komen er kinderen naar het huis van de leraar, omdat ze ‘even de meester willen zien’. En als hij met de auto voor het schoolplein stopte, werd hij door leerlingen ontvangen als een filmster. Maar toen hij vijf jaar geleden plotseling ernstig ziek werd, bleek pas echt hoe geliefd meester Froek is. Hij ontving in die tijd 255 kaarten en waardeerde deze steun zeer. Zijn ziekteperiode maakte in vele opzichten een onuitwisbare indruk op hem.
,,Vier dagen was ik helemaal van de wereld. Ik wist niks meer. Dat is heel vreemd om mee te maken. Mijn hart stopte ermee en ik was twaalf minuten lang klinisch dood. Ik zeg altijd voor de grap: misschien heb ik Petrus wel een hand gegeven. En heeft die gezegd: ‘Je kunt nog niet bij de Petrusschool vandaan’. Maar eigenlijk heb ik er geen enkele herinnering aan. Toen ik bijkwam dacht ik: wat is dít? Dit had ik nog nooit gevoeld. Ze zeiden: ‘Ja, meneer. Uw ribben zijn gebroken door het reanimeren’. Het was niet makkelijk, maar na zes weken ging het weer beter. Eigenlijk is het een wonder dat het zo goed afgelopen is. Sinds die periode sta ik meer stil bij dingen waar je normaal aan voorbijloopt.”

Potje pillen
Toen Froek bijkwam, was bellen met de school dat hij niet kon werken het eerste waar hij aan dacht. Zijn gewaardeerde hoofdmeester Kees Schilder (Kos) antwoordde dat hij al op de hoogte was van het nieuws en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Na het infarct functioneert een deel van Froeks hart niet meer. Ondanks dat feit, zegt hij dat het prima gaat met hem. Met ‘dagelijks een potje pillen’ kan de Volendammer op een prettige manier zijn leven leiden. Vanaf het moment dat hij weer aan het werk ging, onderwees hij niet meer langdurig dezelfde klas. Zoals hij jarenlang het gezicht van groep 8 was. Hij ging meer invallen voor andere docenten. Een ervaren collega vertelde dat hij ‘altijd met een gerust hart zijn klas overdroeg aan Froek’. En dat was niet zo bij alle invallers.
Als hartpatiënt valt Froek in de risicogroep die een grotere kans heeft op het ondervinden van hinder bij besmetting met het coronavirus. Het was daarom dat hij aan de bel trok bij het hoofd van de school toen bekend werd dat de pandemie ons land had bereikt. De cardioloog adviseerde de leraar om voorlopig niet meer voor de klas te gaan staan. Vanaf 13 maart zat Froek plotseling thuis. ,,Het is natuurlijk leuker als je tot de laatste dag voor je pensioen kunt doorwerken. Dat je dan voldaan in huis stapt. Nu ben ik na twintig weken in huis al min of meer gewend aan mijn pensioen. Het was daarom geen groots afscheid. Na de vakantie komt er misschien nog een receptie.”
Na zijn pensionering heeft Froek vanzelfsprekend meer tijd voor andere activiteiten. Hij ontdekt momenteel een nieuwe kant van zichzelf en blijkt een talentvol klusser te zijn. Zijn dochter Annemarie betrok onlangs een nieuw huis en de gepensioneerde houdt zich bezig met de verbouwing ervan. ‘Hij kan alles’, zegt zijn vrouw. ,,Het duurt wat langer dan bij de vakman, maar toch lukt het aardig. Als je ergens niet aan begint, weet je ook niet of je het kunt. Ik zei: we gaan eerst schilderen en we zien wel. Ik heb ook klinken aan deuren gezet. Verder hou ik erg van boeken lezen en laatst sloot ik een Netflix-abonnement af. Dat had ik jaren eerder moeten doen. Ik vermaak mij dus prima. Het is mooi geweest. Tijd voor een nieuwe generatie onderwijzers.”

|Doorsturen

Uw reactie