Verhalen

Het verhaal over politieke families in onze gemeente

‘Help, mijn vader is politicus… en ik ook’

Het is nog maar de vraag of het hip is om op de basisschool te vertellen dat je vader of moeder een politicus is. Je zal er geen drommen vriendjes en vriendinnetjes door krijgen. Toch valt op dat nog best veel jongeren die opgroeien in een ‘politiek gezin’, zelf ook de stap maken om actief te worden. Internationaal kennen we natuurlijk het voorbeeld van George Bush junior en zijn broers. Iets dichterbij kun je denken aan Jan van Zanen, Edammer en burgemeester van Den Haag, wiens oom wethouder was van Edam-Volendam. Of wat dacht je van ons aller Wim Keizer, die de interesse in politiek heeft opgepikt van zijn vader Sijmen Keizer? Het wekt de vraag op: hoe gaat die interesse van vader op kind? En wat als de zoon of dochter dan kiest voor een andere partij? Vliegen de potten en pannen dan dagelijks door de huiskamer? Drie families staan in dit stuk centraal: de familie Veerman (Lut), de familie Sier (Goot) en de familie Karhof (Nars).
Door Frank Zwarthoed


Als ik het huis binnenkom van Margret Veerman (Lut) kan niet worden genegeerd dat er een nieuw lid van het gezin is geboren: baby Livia. Het huis is roze versierd door de komst van de nieuwe telg in de familie Lut. Terwijl Margret en haar jongere zus Lia flink op de praatstoel zitten, blijft het kindje rustig. Misschien luistert ze al aandachtig mee, wie weet.
Margret (33) en Lia (29) lijken best op elkaar. Niet alleen kunnen ze allebei hun mondje roeren, ze hebben ook beiden wat met de politiek. Hun opa (bap) is Siem Lut, de oprichter van de lokale partij Volendam|80. Hun vader is Peter Lut, oud-raadslid van het CDA. Kan er nog een partij worden toegevoegd aan deze mix? Jawel, want Margret is jarenlang actief geweest voor de lokale VVD. En Lia voor het CDA. Een opmerkelijke combinatie van partijen in één familie. Kan dat goed gaan?
,,We hadden altijd wel onderling discussies,” vertelt Lia. ,,Niet alleen met onze vader of met elkaar, maar ook met onze moeder. Het ging en gaat bij ons vaak over de actualiteit. Als je het nieuws nog niet gezien hebt en je komt bij ons binnen, dan praat onze moeder vijf kwartier in een uur en weet je wat er speelt.” Lia vertelt dat haar vader Peter een stuk rustiger is. Ondanks dat, is hij zo’n twaalf jaar lang in de lokale gemeenteraad actief geweest. En dat hebben de gezusters Veerman geweten.
Lia: ,,Er werd bij ons in huis zoveel gebeld, dat we twee vaste telefoons in de huiskamer hadden én nog vaste nummers in onze slaapkamers. Als m’n vader de ene politicus aan de telefoon had moesten wij tegen de andere vertellen dat hij of zij even moest wachten. In de bank keken wij elkaar vaak genoeg aan: wie gaat hem opnemen?” De gezusters hadden zelfs een spelletje bedacht: ,,Onze oudere zus Marja zei dan: ‘Ik zet een vijfie op Theo Nouwen!’. Margret antwoordde daarop: ‘Ik zet een vijfie op Herman Leenders!’ Dan nam ik de telefoon op en riep ik de huiskamer in: ‘Het is Emile (Karregat)!’”

‘We hadden twee
vaste telefoons:
als m’n vader de
ene politicus aan
de telefoon had,
moesten wij tegen
de andere vertellen
dat hij of zij
even moest wachten’

Margret werd er ook wel eens op vervelende manieren mee geconfronteerd dat haar vader politicus was. Zo werd zij op jonge leeftijd door een basisschoolleraar aangesproken op een lokaal politiek thema met de woorden: ‘Is jouw vader die boef die…’ Margret: ,,Ik voelde me niet zo snel gekwetst of beledigd, maar ik schrok er wel van. Dat was de eerste keer dat ik dacht: ‘Mijn vader doet kennelijk iets in de politiek, waar andere mensen het niet mee eens kunnen zijn’.”
Toch kroop het bloed bij beide dames waar het niet gaan kon. De politieke interesse zat er in, door de vele gesprekken die thuis gevoerd werden over de actualiteit. Toen Margret op 4 HAVO maatschappijleer op school had gekregen, kwam ze er echter wel achter dat ze zich het meest thuis voelde bij het liberalisme. Margret: ,,Ik kwam toen thuis en zei: als ik mag stemmen, dan stem ik VVD. Mijn vader was niet verbaasd en zei tegen VVD-raadslid Emile Karregat: ‘Nou, ons Gret wordt VVD’er..’ De dag erna ging de telefoon, en werd ik gevraagd om actief te worden.”
Lia maakte ook de stap om actief te worden en belandde wel op de lijst bij de partij van haar vader, het CDA. Ze werd gevraagd voor een werkgroepje van de partij, waar een aantal jongeren hun ongezouten mening mochten geven. Ze deed dat tevens op haar eigen manier. En zei dan bijvoorbeeld tegen een prominente CDA’er: ‘Van driekwart wat je nu zegt, snap ik niet waar je het over hebt.’ Lia: ,,Toen lag hij dood van de lach. Ze begrepen ook wel dat ze er wat te gemakkelijk vanuit gingen dat elke inwoner begrijpt waar de politiek het over heeft.” Nadat ze in dit werkgroepje had gezeten, werd ze gevraagd om op de lijst te staan.
Hoe kan het toch dat allebei de zusters besloten om de politiek in te gaan? Lia: ,,Wij zijn opgevoed om zelfredzaam te zijn. Dat betekent ook: als iemand zegt ‘Dit mag niet of dit kan niet’, dat ik dan zeg: Waarom niet? Wie moet ik daarvoor bellen om dit wél voor elkaar te krijgen? Dat is zo in je eigen leven maar ook in de politiek.” Margret vult aan: ,,Als er een probleem is, dan moet je daar zelf iets aan doen om het op te lossen, dat is wel wat we van onze vader en moeder hebben meegekregen.”

Samen aan de onderhandelingstafel
Toch blijft de vraag overeind waarom Margret voor een andere partij koos dan haar vader. Ze zegt daarover: ,,Ik heb een heel ander karakter dan mijn vader, een andere baan, een ander geslacht en ik leef in een andere tijd. Het zou best wel toevallig zijn als ik precies bij dezelfde politieke kleur uitkom als van m’n vader en moeder.” Voor Peter Veerman (Lut) is dit verhaal herkenbaar, want ook hij koos voor een andere partij dan zijn vader, Siem Lut. Lia vertelt daarover: ,,Ik denk dat onze vader een beetje dezelfde relatie met zijn pa had als wij met onze vader. M’n bap zag het niet als een afwijzing dat zijn zoon een ander pad koos. Hij lachte stiekem in zijn vuistje dat mijn vader zo fanatiek was en z’n eigen mening had. Dan dacht hij: heerlijk, kom maar op.”
Dat Margret en haar vader actief waren voor verschillende partijen leidde in 2010 tot een bijzonder moment. De verkiezingen waren geweest en het CDA en de VVD zaten beiden aan tafel voor de vorming van een coalitie. Inmiddels was Margret voorzitter geworden van de lokale VVD-afdeling, terwijl Peter voorzitter van het lokale CDA was. Niet veel later deed zich een unieke gebeurtenis voor: Margret en haar vader zaten tegenover elkaar aan de onderhandelingstafel in het Stadskantoor, te praten over het vormen van een coalitie. Margret: ,,Daar ging het thuis natuurlijk constant over. Als we tegenover elkaar zaten tijdens de onderhandelingen, vonden de aanwezige partijleden het schouwspel natuurlijk wel komisch. Dan zeiden ze: ‘Nou, daar zitten ze hoor.’”
Iemand die ook kan meepraten over het opgroeien in een politiek gezin is Kees Sier (57), oud-raadslid voor de VVD en zoon van prominent CDA-wethouder Wim Sier (Goot).
Wim Sier mocht als wethouder graag een sigaartje aansteken, thuis, maar ook in de raadszaal. Daar schreef ik enkele maanden terug een verhaal over in de NIVO. De CDA-wethouder verdedigde zijn sigaartje met verve. Hij wilde zich op dat punt niet neerleggen bij de veranderende tijden. Snel na de publicatie kreeg ik een berichtje van zijn zoon, Kees Sier, waarin hij gekscherend zei: ‘M’n vader had geen gelijk.’ Het tekent de verschillen tussen Kees en zijn vader, die allebei anders naar het leven keken. Toch zou Kees kiezen voor hetzelfde pad: actief worden in de politiek. Kees: ,,Mijn vader was altijd met politiek bezig, en was niet vaak thuis. Wel had hij vaak fractievergadering bij ons in huis, met andere raadsleden. Hij stak dan een sigaartje op, en ik ving als jonge jongen die gesprekken op. Hoewel ik toen negen van de tien onderwerpen niet interessant vond, kwam ik toch steeds vaker in discussie met m’n vader. Ook op school, waar ik het gesprek aanging met linkse leraren en best wel gebekt was.”
Toch kwam Kees er op een gegeven moment achter dat de partij van zijn vader niet de partij was waar hij zelf op wilde stemmen: ,,Toen ik dat bij m’n vader aangaf, was hij daar niet blij mee. Dat begreep hij niet. Hij stopte z’n hele ziel en zaligheid in de politiek. Maar ik had niet zoveel met de kerk, dus ook niet met het CDA. Al stemde ik lokaal wel op hem, uit fatsoen en respect.”
In de puberteit kreeg Kees steeds meer discussies met zijn vader. Om Kees iets te kalmeren stuurde zijn vader hem dan op pad met zijn vriend en partijgenoot Jan Lagrand, die raadslid was in Edam-Volendam voor het CDA. Jan werkte voor een ondernemersvereniging, moest vaak lobbyen in politiek Den Haag, en Kees kon dan als zijn chauffeur mee: ,,Hij legde me dan uit hoe de politiek werkte en liet het me zien in Den Haag. Ik stond dan aan de bar in Nieuwspoort, de plek waar Kamerleden en journalisten samenkomen. Ik kon dan een beetje rondhangen en met de barvrouw een praatje maken. Die wereld vond ik fascinerend. Ook konden de gesprekken met Jan mijn gedachten wat rustiger krijgen, want in die tijd ging ik alle kanten op.”

‘M’n vader heeft
me altijd verteld dat
het loont om goed
naar anderen te
luisteren; ook al
ben je overtuigd
van je eigen mening,
er kunnen ook
anderen zijn met goede ideeën’

Toen de gedachten van Kees in rustiger vaarwater kwamen, begon hij toch wel bewondering te krijgen voor zijn vaders politieke beweegredenen: ,,Mijn vader zat er voor het algemeen belang. Je zit er niet voor jezelf, maar voor de gemeenschap. Dat is me altijd bijgebleven. Ook heeft m’n vader me altijd verteld dat het loont om goed naar anderen te luisteren. Ook al ben je overtuigd van je eigen mening, er kunnen ook anderen zijn met goede ideeën. Daar moet je altijd voor open staan.”
Deze wijze lessen kwamen van pas toen Kees gevraagd werd om lokaal actief te worden. Hoewel hij nooit gedacht had zelf in de politiek te gaan en in de voetsporen te treden van zijn vader, heeft hij het toch gedaan. Kees: ,,M’n vader zei: ‘Hoe kun je dat nou doen, de VVD?’. Ik zei dan: ‘Vader, ik weet hoe jij bent, jij weet hoe ik ben. Ik weet dat jij het altijd voor het algemeen belang hebt gedaan en niet voor jezelf. Die opvoeding heb ik ook van jou gehad.’ Toen was het goed.” Kees voegt daar lachend aan toe: ,,Al heeft hij nooit op me gestemd. Mijn vader stemde altijd op mijn zus Rita, die op de lijst stond voor het CDA. Mijn moeder stemde dan ‘voor de goede vrede’ op mij.”
Kees heeft zelf ook een les voor politici, een les die hij van CDA’er Peter Lut heeft meegekregen: ,,Peter zei tegen mij: ‘Ik heb twaalf jaar in de raad gezeten, dat is eigenlijk vier jaar te lang. Op een gegeven moment weet je hoe het werkt. Je moet het acht jaar doen en dan ermee stoppen.’ Ik vind dat je op een gegeven moment de weg vrij moet maken voor de nieuwe generatie.” Kees volgt de politiek nu van een afstandje. Geïnteresseerd, betrokken, maar niet meer in de arena.
Waar Margret Veerman (Lut) en Kees Sier besloten een andere politieke kant op te gaan dan die van hun vader, is ex-raadslid Nico Karhof (58) het gedachtegoed van z’n vader trouw gebleven. Ook Karhof is opgegroeid tussen de rookwalmen en de politieke discussies, en ook hij koos het politieke pad. Achteraf misschien niet zo verrassend, want ook in huize Karhof ging het constant over de ‘polletiek’: ,,Mijn vader, Nars Karhof, was melkslijter, kwam met melkbussen bij mensen aan de deur. Hij hoorde dan alles waar zijn klanten mee zaten. Hij wilde daar iets aan doen. Die verhalen nam hij mee naar huis, dus werd er veel over politiek gesproken.”
Door dit politiek bewustzijn richtte Nars een eigen politieke partij op met zijn buurman, meester Klaas Plat: de Volendammer Partij. Een alternatief voor en tegenhanger van het CDA. Nico: ,,Mijn vader was een man van het volk. Destijds vond hij de zittende politici te ver van het volk afstaan, misschien soms wel wat hooghartig. Daarom vond hij dat er een tegenwicht moest komen.” Door afsplitsingen van de Volendammer Partij ontstond uiteindelijk Volendam|80, de partij waar Nico voor zou kiezen.
Nico groeide op in een gezin van twaalf kinderen. Omdat hij het elfde kind was en zijn broers en zussen allemaal de deur uit gingen, kon Nico meer tijd met zijn vader doorbrengen. Hij ging dan bij raadsvergaderingen kijken en zag een man die genoot van de discussies en van het spel. Nico: ,,M’n vader was rustiger dan ik, eigenlijk niet echt een prater. Maar als het nodig was plaatste hij zijn opmerkingen, en daaruit bleek dat hij de materie goed beheerste. Hij vond het mooi om te doen, maar was daardoor wel meerdere avonden in de week de deur uit. Achteraf heb ik misschien nog wel meer ontzag voor m’n moeder, want als je een gezin van twaalf kinderen hebt en je man is vaak weg... Dat was niet makkelijk.”

Argumenten
Zelf kwam hij in aanraking met de politiek door de zaalvoetbal. Nico had samen met vrienden een Volendamse zaalvoetbalclub opgericht, de Blokhut Boys. Toen de nieuwe Opperdam was gebouwd bleek de vloer niet geschikt voor zaalvoetbal. Nico zocht uit hoe hij invloed kon uitoefenen op de politiek en werd daarom voorzitter van de lokale sportfederatie. Vanuit die rol bestookte hij daarna jarenlang de sportwethouder met argumenten en onderzoeksrapporten. Dat viel op, waarna hij werd gevraagd om actief te worden voor Volendam|80.
Nico: ,,Wil je wat veranderen, dan moet je het zelf doen. Dat hebben wij allemaal meegekregen van onze vader.” De vader van Nico zag het politieke werk als iets terugdoen voor de gemeenschap: ,,Zijn klanten zorgden ervoor dat onze familie de boodschappen kon doen. Mijn vader dacht dan: wat kan ik terugdoen? Die drijfveer heb ik ook meegenomen in de politiek.” Niet lang nadat hij in de politiek stapte, ging het bij Nico in huis, net als in zijn ouderlijke woning, ook over de politieke tegenstanders, de verkiezingsstrijden en hingen de oranje posters in de ruiten. Want fanatiek kunnen de Karhoffen zeker zijn, als het gaat om de politiek.
En de klap op de vuurpijl: misschien wordt er wel een nieuwe generatie Karhoffen klaargestoomd voor de politiek. Nico vertelt namelijk dat hij zijn kinderen ook graag bij de politiek betrekt: ,,Ik geef mijn kinderen mee: je kunt wel op een ander wachten, maar je moet het zelf doen. Hoewel ze nu druk is met haar studie, kan het zomaar zijn dat onze dochter Shannon de lokale politiek in gaat. Ze zou er ook geschikt voor zijn.” Nico plaatst hier nog wel een kleine kanttekening bij: ,,Mijn vrouw is er overigens geen voorstander van. Ze heeft gezien wat het voor het gezin betekende. Ik was op een gegeven moment, net als mijn vader, soms vier dagen in de week de deur uit. Dat was voor m’n vrouw – met drie kleine kinderen – niet altijd leuk. Toch heeft ze mij altijd gesteund als dat nodig was en daar ben ik haar dan ook erg dankbaar voor.”
Al deze verhalen maken duidelijk: opgroeien in een gezin waar de politiek prominent op de voorgrond staat, kan zomaar eens zelf je interesse aanwakkeren om politiek actief te worden. Maar is dat gek? Geenszins. In mijn eerdere interview met burgemeester Jan van Zanen zei hij daar het volgende over: ,,Ga jij nou eens aan handballers vragen: waarom zit jij op handbal? Of bij de fanfare, of de voetbal, of op het koor. Ik denk dat zo’n 70 of 80 procent zegt: ‘Nou, m’n vriendin of m’n moeder..’. Zo gaat dat met politiek ook. Je hoort ervan, je ziet het. ”
Je hoeft ook helemaal niet uit zo’n gezin te komen om jezelf in te zetten voor de gemeenschap. Integendeel. Margret Veerman zegt daarover: ,,Misschien wordt de maatschappelijke betrokkenheid en de politieke interesse wel van ouder op kind doorgegeven. Maar uiteindelijk heeft politieke betrokkenheid niets met DNA of een bloedband te maken. Het is verre van ‘m’n vader vindt dit, dan vind ik het ook.’ Het gaat om het vertegenwoordigen waar jíj vanuit jouw referentiekader voor staat of juist tegenaan loopt. Ik ben docent, en zeg dit altijd tegen m’n leerlingen.”
En daar heeft ze natuurlijk gelijk in. Want ieder jonge, geïnteresseerde jongen of meid kan doen wat Margret, Lia, Kees en Nico hebben gedaan: zich inzetten voor de publieke zaak. Daarvoor hoef je echt niet uit een politiek gezin te komen. Hoe mooi de verhalen uit deze families ook kunnen zijn.

|Doorsturen

Uw reactie