Algemeen

‘Mijn vader en moeder werden regelmatig gebeld door school’

Ben was al vroeg een boefje

Wat stond er in je rapport:
,,We moesten nog wel eens op school komen, want Ben werd gezien als een probleemkind”, vertelt Hein Koning van het gelijknamige administratiekantoor. ,,Waarom? Nou ja, als de juf vroeg aan de kinderen wat ze bij het ontbijt hadden gegeten, antwoordden ze netjes; een flip met muisjes of met jam. Ben zei doodleuk: boerenkool met worst. Of als de juf vroeg of hij wist wat een breuk was, pakte Ben zijn liniaal en brak die op zijn been doormidden. ‘Dit is een breuk, juf.’ Tja, dan gaan ze zich toch afvragen of je wel helemaal goed bent, haha!”
Door Jan Koning


Ben is in dit geval zoonlief Ben Koning, voor intimi beter bekend als Ben Boef. ,,Ja, die naam hebben ze me ook op tijd gegeven. Dat zal rond groep zes geweest zijn van de Kennedyschool. Ik was na schooltijd regelmatig met mijn maat Johan Visscher op pad. We hadden op een gegeven onze zinnen gezet op een konijn dat ergens in de Oude Kom in een hok stond. Lang verhaal kort, dat beest ging uiteindelijk in een tas mee naar huis. Volgens mij was William Keizer hier ook nog zijdelings bij betrokken. Ik had tegen mijn moeder gezegd dat we dat beest ergens hadden gevangen in het park, maar ‘s avonds stond de rechtmatige eigenaar bij ons op de stoep. Kees Flip – die ook bij ons op de buurt woonde – kreeg lucht van het verhaal en kwam met de naam Bennie Boef. Ik zat overigens op de Kennedyschool bij nog een aantal kopstukken in de klas. Pieter ‘Peterolie’, Peter Binken, Johan Visscher, Ronald de Wit, Dick Tol, noem ze maar op. Kees Kroon had altijd zijn handen vol om ons in het gareel te houden.”

Poppenkast
,,Voor mij was het overigens al vrij snel duidelijk dat ik in de bouw zou gaan. Dat wist ik op de basisschool al. Ik sleepte overal hout vandaan en ging dan bij mijn ouders thuis aan het timmeren. Doeltjes, ladders, ik timmerde van alles bij elkaar. School ging me wel makkelijk af en daardoor bleef er nog wel wat ruimte over om een beetje te klieren. Zo werd ik er een keer naar de gang gestuurd en daar stond zo’n poppenkast van Jan Klaassen en Katrien. Die was daar blijven staan van een voorstelling de dag ervoor. Dus kwam ik op het lumineuze idee om zelf een voorstelling te geven met die poppen voor het raam van de klas. De hele klas piste in de broek van het lachen en dus werd ik gelijk weer naar binnen gehaald. Dit schoot natuurlijk ook niet op. De Kennedyschool was voor mij een ontzettend leuke tijd. Vooral de zaalvoetbaltoernooien – die we een aantal keer wisten te winnen, mede door de uitstekende keeper Kees Koning (Kip) – herinner ik me nog goed. Ik was vaak topscorer, maar heb in tegenstelling tot andere jongens nooit de droom gehad om profvoetballer te worden. Was wel realistisch, zelfs als klein jongetje.”

Herkenning
,,Na de Kennedyschool ging ik naar de LTS. Dat was andere koek. Het leek zo nu en dan wel een scène uit een gevangenisfilm. Toch fietste ik er wel goed doorheen. Kon wel genieten van alles wat er om me heen gebeurde en deed zo nu en dan zelf een flinke duit in het zakje. De leraren leken daar namelijk wel continu overspannen. Alleen meneer Lutz niet. Daar kon ik mee lezen en schrijven. Hij werd eens geïnterviewd voor de schoolkrant. Er werd hem gevraagd met welke van de leerlingen hij zich het beste kon identificeren. Toen noemde hij mijn naam. Het ondeugende herkende hij ook wel in zichzelf. Daar kon ik wel om lachen.”
,,Des te strenger de leraar, des te meer ik de neiging kreeg om het randje op te zoeken. Dus werd ik er op de LTS nog wel eens uitgestuurd en dan kreeg je een kruisje. Bij twaalf kruisjes moest je van school en ik maakte er een sport van om ze te verzamelen. Deze kwamen overigens wel op bijzondere wijze tot stand. Zo was een van de leraren weer eens aan het schreeuwen dat iedereen zijn mond dicht moest houden. Bleef ik met mijn mond wijd open zitten, zonder dat er geluid uitkwam. Kon ik vertrekken. Of de keer dat ik te laat in de klas kwam bij Zevenhek omdat ik tussen de klassen door te lang op de wc was blijven zitten voor een grote boodschap. ‘Koning! Je bent 10 minuten te laat.’ Dus zei ik eerlijk: ‘ik moest effe tien minuten kakken, meester.’ Iedereen lachen, maar ik moest me weer melden bij de rector, Karman. Kon ik het nog een keer gaan uitleggen. Weer een kruisje.”
,,Toen ik elf kruisjes had, zaten we in de klas bij meneer Poeser. André Dekker, die had geen trek meer in zijn koek en gooide een stuk van zijn gevulde koek tegen het achterhoofd van de meester. Die flipte helemaal de pan uit. ‘Wie was dat!’ Iedereen bleef stil, waarop hij zei: ‘zolang ik niet weet wie dit was, gaan jullie nergens heen.’ Het was op donderdag het laatste uur en twee uur later had nog steeds niemand iets gezegd.”

‘Ik was het, meester’

,,Dus toen Poeser weer terug de klas inkwam, stak ik mijn vinger maar op. ‘Ik was het, meester. Doe mij dat kruisje maar. Ik spaar ze toch.’ Anders hadden we daar nu nog gezeten. Dat was mijn twaalfde kruisje en dus konden mijn vader en moeder weer naar school om te praten als Brugman, haha.”
,,Wonder boven wonder is het toch nog goed gekomen. Ik heb na de LTS nog mijn gezel, aspirant gezel, uitvoerders- en aannemersdiploma gehaald. Ik heb inmiddels een eigen aannemersbedrijf, BKB Bouw, en een bedrijf in isolatieoplossingen. Hier moet ik vooral mijn vader dankbaar voor zijn, want die heeft altijd gezegd dat ik moest blijven leren zolang ik dat kon. School was voor mij niets meer dan een grote speeltuin en ik kijk er ondanks alles met een goed gevoel op terug. Had er meer ingezeten? Wie weet, maar ik ben tevreden met wat er uiteindelijk van me terecht is gekomen. Eigen bedrijf, lieve vrouw, geweldige kinderen. Wat kun je nou nog meer wensen?”
Als meester Lutz wordt gevraagd om iets te zeggen over Ben, moet hij even graven in zijn geheugen. Het is immers al 25 jaar terug. Als hij eenmaal een foto te zien krijgt, komt alles weer terug. ,,Haha! Die pretletter! Ik hou wel van een beetje reuring in de les. Als er wat gebeurt, gaan de luikjes open. Als Ben binnenkwam, gebeurde er altijd wel wat. Altijd in voor een geintje, altijd gezellig. Hij nam de klas erin mee en dat in de meest positieve zin.”

|Doorsturen

Uw reactie