Algemeen

Moeder vertelt: ‘Het gebruik is zo gigantisch hoog, bizar’

Drugs acute bedreiging voor toekomst van gemeenschap

‘Volendam topt Europese hoofdsteden als Milaan, Parijs en Londen qua drugsgebruik’, kopten landelijke media precies tien jaar geleden. Onderzoek naar drugs in rioolwater wees destijds uit dat hier één lijntje cocaïne op 40 inwoners per dag werd gebruikt. Met xtc stond Volendam op nummer 3 in Europa. Een decennium verder is geen onderzoek nodig om te staven dat het drugsgebruik hier momenteel erger is dan ooit. En niet alleen onder de jongste generatie, ook in de generaties van dertigers en veertigers is drugsgebruik normaal. Ouders hebben er dikwijls geen weet van dat hun kind gebruikt of zelfs dealt. Daarbij wordt Moedige Moeders soms benaderd door verontruste kinderen, omdat zij verslaving signaleren bij (één van) de ouders en gebukt gaan onder de gespannen sfeer thuis. De toekomst van onze gemeenschap staat serieus onder druk. Als je het aantal drugsdoden van de laatste twee decennia In Edam-Volendam telt, kom je tot het schrikbarende cijfer van rond de twintig. Los van de verscheurde gezinnen met een kind die met verslavingsproblematiek kampen en proberen te overleven. Een Volendamse moeder, die anoniem haar verhaal doet, benadrukt de urgentie. Haar jonge tiener was soms dakloos, soms spoorloos. Inmiddels is het contact verbeterd. Nadat zij met haar hulpvraag stuitte op muren, op regels, maar gelukkig ook op toewijding.

Het is niet iets van de laatste decennia: in de zeventiger jaren – de hippiecultuur – laafde een minderheid uit onze gemeenschap zich ook al aan LSD, wiet en cocaïne. In 2004 richtten Gary Kok (en andere bevlogen mensen) als moeder van een verslaafd kind Moedige Moeders op, dat naderhand met nieuwe betrokkenen ook landelijk opvolging kreeg. Inmiddels is drugs diep in onze samenleving geworteld. Wietplantages worden opgerold, wikkels op straat achtergelaten, deals geschieden onder ogen van burgers. Toch houdt de gemeenschap zelf bepaalde dynamieken in stand, zoals de zitjes, die vaak het voorportaal vormen. Jongeren en volwassenen kiezen graag voor het in hogere sferen zijn, om, vaak ook door de groepsdruk, de hedendaagse ‘zorg’ te ontstijgen. Het hoort er bij. In combinatie met depressiviteit, eenzaamheid, gokverslaving en alcoholgebruik vormt drugs een acute bedreiging voor de gemeenschap.
Als je er in zit, bepaalt het je leven, zo onderkent deze Volendamse moeder. Enkele jaren geleden veranderde een mooie voorjaarsdag in een donkere wolk, toen zij een telefoontje kreeg van de school waar haar kind zat. ,,Ik mocht mijn kind komen halen, want zij was onder invloed van drugs. Dan begint het. Eenmaal thuis stel je vragen. Ze gaf aan dat het de eerste keer was, was in tranen, zei sorry. Ook met de school zijn we in gesprek gegaan en wat me tegenviel, was dat de school geen verantwoordelijkheid wilde pakken aangaande eventuele aangifte tegen degene die het verschafte; dan stonden we als ouders alleen. Mede omdat dat de overdracht en inname van de drugs vlakbij de school plaatshad en niet op het eigen terrein.”
,,Drie weken later werden we weer gebeld en werd aangegeven dat het de laatste waarschuwing was. Ik ben naar de huisarts gegaan, die verwees me door naar de gemeente, waarbij ik in mijn hulpvraag aangaf dat wij dit niet alleen konden. Zeven maanden later kon ik pas terecht. Ondertussen hadden we een hangende puber, die zich regelmatig terugtrok op haar kamer en anders was zij op school, althans, dat dachten we.”

‘Je komt achter dingen die onder je neus gebeuren, maar waar je totaal geen oog op hebt. Dat jouw tiener op dagelijkse basis drugs gebruikt’

,,In de tussenliggende periode heb ik zelf contact gezocht met Moedige Moeders. Tijdens de bijeenkomsten heb ik eerst geluisterd naar de moeders die daar al enige tijd zaten. Dan ga je van ongeloof naar erkenning en herkenning van je eigen verhaal. Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet dat de gemeente niet veel meer doet met deze mensen van MM, die zoveel kennis hebben van deze problematiek. Zij kunnen zoveel meer betekenen voor Volendam. Ik kon daar zelf ook mijn verhaal vertellen. Dat er naar je verhaal wordt geluisterd, dat was al een ervaring, die is niet te beschrijven.”
,,Eén van de mensen die Moedige Moeders helpt met het in gesprek gaan met verslaafden, won het vertrouwen van ons kind. In de gesprekken die zij hadden, bleek, zo hoorden wij naderhand, dat het drugsgebruik dusdanig frequent was, dat we enorm schrokken. Je komt achter dingen die onder je neus gebeuren, maar waar je totaal geen oog op hebt. Dat jouw tiener op dagelijkse basis drugs gebruikt en het precies wordt uitgekiend dat wanneer je elkaar pas weer ziet, de effecten uitgewerkt zijn. We zijn geconditioneerd en dan weet je van anderen dat pubers vooral liggen, hangen en eten en dat deed onze puber ook. Dus je ziet het niet. Totdat mijn man het zag aan haar gezicht – als ze thuiskwam van een zitje of buiten had gestaan met andere jongeren – en dat mij duidelijk maakte. Dan zie je opeens die andere blik, de ogen die anders staan. Erg gefocust. Op de vraag of ze iets had genomen, werd er ontkend. Daarom heb ik drugstesten thuis gehaald, via Moedige Moeders.”
,,Na zeven maanden mochten we bij de gemeente komen. We kregen een psycholoog van Youz toegewezen, die de gesprekken aanging met ons kind. Wij kregen een gezinsbegeleider van de Brijder, waar we meteen veel baat bij hadden. De psycholoog ging aan de slag met de trauma’s van ons kind – want ze voelde zich soms depressief – waarbij ik er ook van uit ging dat ze samen aan de verslaving zouden gaan werken.”

,,In de tussentijd ga je ook kijken naar wat je zelf anders had kunnen doen. Ik had misschien meer persoonlijke aandacht moeten geven, af en toe één op één met haar moeten gaan zitten. Maar ze zat in een fase van ‘ouders zijn dom’ en met enkele vrienden maakten ze ook een coconnetje, van ‘wij tegen de rest tegen de wereld’. De spanningen liepen steeds hoger op, ze bleef soms nachten weg. We probeerden grip te krijgen op de situatie, dat maakte het alleen maar erger. Dat zorgde er ook voor dat we de politie soms moesten vragen om naar haar te gaan zoeken.”

 

Radeloos

,,We waren radeloos. Via Moedige Moeders heb ik vervolgens zelf contact gezocht met ‘Yes we can’, een kliniek voor verslavingsproblemen. De hulpverleenster van Moedige Moeders ging ondertussen het gesprek aan met onze dochter en zij wilde opgenomen worden. Ze kreeg een intakegesprek met de kliniek en kon terecht. Het School Maatschappelijk Werk vond het ook goed als zij tien weken aan zichzelf zou gaan werken. Ik was blij dat de lichten op groen stonden en ging naar de gemeente met de aanmelding. Maar de gemeente gaf aan dat ze dergelijke hulpverlening bij andere zorgaanbieders hadden ingekocht, niet bij ‘Yes we can’. Dus ze mocht niet. Dan knakt er iets. Twee andere jongeren van moeders die ook bij MM zaten lukte het wel, op een andere manier. Dat zijn twee successtory’s geworden. Daarna hebben we nog gesprekken gehad bij de gemeente, maar ze bleven bij hun standpunt. En daar konden wij niet bij. Vervolgens raakten we ons kind kwijt…”

,,We probeerden haar in de gaten te houden, want we hielden rekening met van alles. Op het moment dat ik even voor mijn werk weg moest, is ze het huis uit gegaan. In de periode daarna sliep ze op allerlei plekken. Ook bij andere familieleden. Daar bleef ze ook niet lang, want daar waren ook bepaalde regels. Ons contact verwaterde. En vanwege de privacy kreeg ik van de psychologe niks te horen, terwijl haar verschrikkelijke dingen overkwam, zo hoorden we later.”
,,Wat er in die maanden gebeurde, kan ik eigenlijk niet omschrijven. Je gaat door… Zoekt steeds naar iets, wilt iets verzinnen wat je kunt doen zodat er weer contact komt of dat zij hulp krijgt. Voor ons gezin was het goed dat we de gezinstherapeut hadden, die ook pogingen ondernam om haar aan te laten haken. Dat was vergeefs. Je voelt verdriet, ongeloof, boosheid. Op een gegeven moment zet dat ook je relatie onder spanning. Daarom probeerden we twee weken leuke dingen te doen, om op te laden. Maar in je achterhoofd blijft… Je kunt zoiets niet loslaten. Of het moet zijn dat je erg ver in het proces zit, dat je al zoveel pijn hebt geleden, dat je niet anders kan. Als moeder kun je niet opgeven, het is mijn kind…”, zegt ze met trillend stemgeluid.
,,En nog zó jong… Ze heeft veel omzwervingen gemaakt. Je leert veel tijdens zo’n proces. Als ik het loslaat, als ik stop, dan gaat het echt fout… Dat denk je steeds. Inmiddels weet ik ook, dat als het kind er zelf niks aan wil doen, dan werkt het ook niet. En inmiddels weet ik ook dat het drugsprobleem hier gigantisch is, echt bizar groot. En waar ligt het aan? Het feit dat alcohol tegenwoordig duurder is dan bepaalde soorten drugs, werkt het gebruik van dat laatste in de hand. Voor jeugd is er ook weinig alternatiefs. Ik ging in mijn jeugd naar de PX, daar gaan ze nu niet of nauwelijks heen. Hoe krijg je dat toch weer op gang?”

‘Het feit dat alcohol tegenwoordig duurder is dan bepaalde soorten drugs, werkt het gebruik van dat laatste in de hand’

,,Moedige Moeders probeert het drugsprobleem overal aan te kaarten. Scholen kunnen bijvoorbeeld hun groepen 8 opgeven om een stuk voorlichting te krijgen en dat wordt niet door iedereen gedaan, terwijl sommige ouders – die ook mogen komen – die bijeenkomst ook links laten liggen. Qua voorlichting moet je zorgen dat er iets gebeurt én dan ook een opvolging krijgt. Er lopen hier genoeg mensen die ervaringsdeskundige zijn als verslaafde, die bereid zijn voor een klas te gaan staan en hun verhalen – omdat ze van hier komen en één van ons zijn – doen echt wel wat met de jeugd. Er zijn altijd meelopers, volgers, en die worden zo bereikt.”
,,Er is in Volendam heel veel knowhow opgebouwd als het gaat om verslavingen, maar we doen er veel te weinig mee. Waar hier vroeger veel alcohol werd gedronken om je sterker te voelen, een andere geest te halen, is dat sinds geruime tijd drugs. En dat het zo goedkoop verkrijgbaar is en aan de deur wordt gebracht, maakt het woest aantrekkelijk. Terwijl juist daarin Volendam ook een voorbeeld kan zijn, dat de horeca iets met de prijzen doet, waardoor de barren weer meer gevuld raken, er meer controle is en er geen drugs bij hoeft.”
Haar kind leefde ondertussen op verschillende plaatsen. ,,Ze had relaties. En we hebben wel geprobeerd om te kijken of het bij ons thuis werkte, maar dat ging niet. We hadden regelmatig gesprekken gevoerd met andere ouders, gaven voorzichtig aan dat we wisten dat er bij hun kind ook iets speelde. Maar dat werd weggewoven. Wij hebben ons er thuis wel in verdiept en ontdekten dat er in de telefoon op zowel als Snapchat als Insta een functie zit, dat wanneer kinderen iets gaan doen waarvan ze niet willen dat hun ouders mee kunnen lezen, dan staat er ‘ga even verder op Snap’. Er ligt een functie onder, beveiligd met een wachtwoord, en daar kom je als ouder niet bij. En op die functie praat de jeugd met elkaar. Het lukte ons om het te ontrafelen en wat er toen boven tafel kwam, de lijst met jongeren, meer dan tweehonderd… Je wilt er zó graag iets mee, om ouders te waarschuwen, want je weet dat ze allemaal bezig zijn met drugs. Maar je weet niet hoe het wordt ontvangen. Ik kan alleen maar zeggen dat ouders met hun kinderen moeten blijven praten en er ook naast moeten gaan zitten om te bespreken wat er zoals op de telefoon gebeurt.” ,,Ik heb mijn dochter nooit van me afgeduwd. Daardoor bleef onze band sterk. En toen de gezinsbegeleider na enige tijd het voorstel deed om eens samen te gaan wandelen, vond zij dat goed. Zo kon ik voor mijn puber weer de moeder zijn waar ze allerlei dingen tegen aan kon houden. En dat ene onderwerp liet ik even voor wat het was. We wandelden door weer en wind. Totdat haar relatie werd verbroken en de mensen waar zij veel verbleef en die veel voor haar hadden betekend, aangaven dat ze daar niet meer kon blijven. Vervolgens duurde het niet lang voordat het weer mis ging, omdat het schoolvakantie was en ze buiten rond fladderde. Er was ook geen contact meer met de psycholoog, want daar kwam ze niet verder mee, zo zei ze. Terwijl wij dachten dat het onderdeel ‘verslaving’ wel aangepakt zou worden, maar dat gebeurde niet. Wij hadden het gevoel dat we weer terug bij af waren.”

Slag- en daadkracht
,,We gingen weer naar de gemeente en de persoon die ons te woord stond, was van goede wil, maar het werk groeide hem boven het hoofd. Hij verdiepte zich ondertussen wel in de problematiek, voerde gesprekken met meerdere jongeren en daar heb ik enorm respect voor, hij deed fantastisch werk. Dan kom je er achter hoe dit netwerk van kinderen – want dat zijn het – te werk gaat. En daar schrik je behoorlijk van, want dan krijg je een heel ander beeld van je eigen kind. Dan ontdek je dat ze meer berekenend zijn dan jij denkt. Je wordt bespeeld waar je bij staat. En denk niet dat het jou niet kan overkomen. Maar het ontbrak de man van de gemeente aan man- en vrouwkracht om tot slag- en daadkracht te komen en er iets aan te gaan doen. Dat kan te maken hebben met het gebrek aan capaciteit, maar misschien ook met het gebrek aan prioriteit bij de gemeente.”

Een nieuwe fase in de lijdensweg brak aan. ,,Thuis komen was voor ons geen optie. We gingen op zoek naar een plek voor ons kind en dan begint er iets nieuws. Als je een keer een tv-aflevering hebt gezien van ‘Jojanneke en de Jeugdzorg’, dan weet je genoeg en vraag je je meteen af: ‘kan zoiets in dit land? En wij weten dat het écht zo gaat. Als ik nu zie hoe weinig tijd, energie en geld in onze eigen jeugd wordt gestoken en dat vergelijk met bijvoorbeeld vluchtelingen – waar ik als ruimdenkend mens absoluut niet over wil oordelen want die mensen verdienen een dak boven hun hoofd – dan vind ik het verwonderlijk dat van de 1700 kinderen die in ons land weggehaald zijn bij hun gezin, nog geen ouder iets geks heeft gedaan. Onze dochter kan niet bij haar vriend en diens ouders wonen, niet bij ons thuis, maar ze wil een plek en gaat daar éindelijk in mee, maar vervolgens krijgt ze te horen: daar is geen plek, daar is geld voor, daar is geen… Op een gegeven moment heb ik bij de gemeente aangegeven dat als er niet binnen een maand iets wordt gevonden, dat ik dan…” Ze vecht tegen haar tranen, maar verliest de strijd.

,,…Omdat je niet kunt begrijpen dat er geen veilige plek is voor een tiener die probeert om weer in het leven te komen staan en schreeuwt om hulp. Het is – daar heeft het alles van weg – erger dat ze haar huiswerk niet maakt, dan dat ze drugs gebruikt. Zo erg is het gesteld. Deze kinderen worden behandeld als… erger dan vuil. Mijn man liep tijdens de gesprekken bij de gemeente de kamer uit, kon het emotioneel niet handelen. Je ziet het systeem falen waar je bij zit. Het neemt allemaal te lang in beslag. Degene die wel hard willen lopen, zoals de gezinsbegeleider, hebben te maken met een overvloed aan papierwerk. Dat is contraproductief.

‘Mijn ouders hebben altijd de deur voor haar open gehouden, terwijl ik soms niet snapte dat ze die deur niet dicht deden’

Deze mensen maken verschil, die zetten een deur open voor jouw kind en zorgen dat je als gezin weer een beetje bij elkaar komt en die mensen worden niet gefaciliteerd. En waarschijnlijk wordt er landelijk volgend jaar nog meer bezuinigd… Terwijl er juist een groeiende behoefte is aan hulp voor mensen met verslaving en psychische problemen. Er gaat te weinig geld naar onze eigen jeugd. Terwijl: wij kunnen zo’n hechte gemeenschap vormen, wij kunnen dit hier echt anders faciliteren. Zorg dat er een gebouw is waar iemand altijd binnen kan lopen voor een luisterend oor, wedden dat het loopt. We hebben echt mensen die willen, neem de wijkagenten, maar het is te weinig. Ik weet niet wat er nog moet gebeuren, voordat er intensiever op wordt ingezet…”

Ze waren er inmiddels achter dat veel jongeren allerlei drugs uitproberen. ,,Middelen waarvan ze niet weten wat het doet. Langzamerhand groeit het bewustzijn bij ons kind. Inmiddels is het verworden tot een partydrug, tijdens festivals. Niet meer dagelijks. Ze gaat haar weg, gaat naar school, heeft een bijbaantje en verblijft in een woongroep in Amsterdam, waar altijd begeleiding is en waar zelfstandigheid wordt gestimuleerd. Daar gaat het goed. We hebben bijna dagelijks contact en de band met ons en haar opa’s en oma’s is goed, daar eet zij ook regelmatig. We maken stappen. Onze dochter heeft door dat ze door het leven heen moet en kán zonder zich elke dag te verdoven.”

Even breekt ze weer. ,,Als ik kijk naar mijn ouders… Daar heb ik heel veel steun van gehad. Die hebben altijd de deur voor haar open gehouden. Terwijl ik soms niet snapte dat ze die deur niet dicht deden. Pas achteraf begreep ik hoe goed dat is geweest, dat ze dat niet hebben gedaan. Heel knap. Want als grootouders heb je ook verdriet.”

Ze wil zich graag inzetten voor verandering. ,,De meeste Volendammers zijn emotioneel en zitten er meteen bovenop als er iets gebeurt of wordt gezegd, vaak te snel oordelend. Maar we zijn tevens als gemeenschap in staat om heel veel moois te realiseren. Ik denk nu even aan de Sinterklaasshow, maar zo zijn er meerdere evenementen. Verenigingen zijn hier groot, we hebben veel vrijwilligers, we krijgen alles voor elkaar, bedrijven staan altijd klaar. En tóch krijgen we het niet voor elkaar de jeugd te faciliteren met wat zij werkelijk nodig heeft. Of dat wat er is, om ze daar voor te enthousiasmeren, zodat ze niet met andere dingen bezig gaan. Terwijl we dat echt wel samen zouden moeten kunnen realiseren in deze gemeenschap.”

,,Ik kijk dan even naar de vrouwen hier, wat zij hier qua vrijwilligerswerk doen. Dat komt nog van vroeger, toen de mannen op zee waren en de vrouwen het thuis rooiden. We zijn een bijzonder volkje, maar we zijn op een of andere manier niet goed in een bepaald sociaal aspect. We doen wel dingen, maar het communiceren daarover laat te wensen over. Neem als voorbeeld het jezelf voorstellen aan iemand anders, bijvoorbeeld aan mensen van buiten. Iemand van buiten zei eens tegen me: ‘jullie kunnen zoveel bereiken, maar sociaal zijn jullie wel een beetje gebrekkig’. Dat heeft ongetwijfeld met vroeger te maken, toen ze gezinnen hadden van tien of meer kinderen. Dan werd er nooit met ‘ik ben trots op je’ of ‘ik hou van jou’ gestrooid. Dus dat was daarna – en is nog steeds – voor veel mensen ook moeilijk om te zeggen. We weten dat het goed zit met elkaar, maar om dat uit te spreken… Dat vinden veel mensen moeilijk. Ik zal nooit vergeten hoe ik enkele jaren geleden werd gesteund, in de tijd dat ik het financieel moeilijk had. Eten werd gebracht, visschalen uit viswinkels, enveloppen in de brievenbus. Dat is ook Volendam. Maar vaak lieten die personen niet hun gezicht zien. Veel Volendammers vinden het ook moeilijk om een compliment te ontvangen. Terwijl die gebaren juist anderen inspireren. Ik hoop echt dat we meer open gaan staan voor elkaar, zonder het oordeel te snel klaar te hebben, meer te luisteren en elkaar te bevragen. Zodat we samen open staan voor de problematiek die hier heerst en er samen iets aan doen. Het kán zo mooi zijn.”

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties