Algemeen

‘De feiten over Van Baars actieve betrokkenheid bij de Jodenvervolging liggen op tafel’

Houdbaarheidsdatum Burgemeester van Baarstraat is verstreken

Enkele weken geleden zijn Piet Koning en ondergetekende naar het Nationaal Archief in Den Haag geweest, om zelf het zuiveringsdossier van oud-burgemeester Van Baar nogmaals te bestuderen. Aanleiding was de publicatie van het rapport Berispt, maar niet openbaar, het onderzoeksverslag van dr. Lennert Savenije, uitgevoerd in opdracht van het gemeentebestuur van Edam-Volendam. Voor ons beiden was het een hernieuwde kennismaking met het zuiveringsdossier. Voor Rachels Kinderen (2002) heb ik het archief in 2001 bezocht, Koning was er een klein decennium later voor zijn Wereldoorlog in het dorp. Volendam 1939-1945 (2010).

Door: Dr. Erik Besseling

Tot medio 1944 was Van Baar pro-Duits
Wij wilden met name weten, waarom een belangrijk document uit het zuiveringsdossier in het onderzoek van Savenije geheel ongenoemd blijft. Het gaat om de Vragenlijst Binnenlands Bestuur, een formulier dat na de bevrijding naar de gemeenten is gestuurd om burgemeesters te screenen. Over Van Baars betrokkenheid bij de Jodenvervolging is tijdens de zuivering (van overheidspersoneel) weinig geschreven. Uitzondering zijn de twee verslagen van de plaatselijke illegaliteit over Van Baar.
In een eerste rapport uit september 1944 wordt een algemeen beeld gegeven hoe de burgemeester tijdens de Duitse bezetting (die dan nog niet is beëindigd) heeft gefunctioneerd. Het is niet mis wat daarin over Van Baar te lezen staat. Hij was tot halverwege 1944 pro-Duits. Het nauwgezet uitvoeren van de Duitse verordeningen was zijn stelregel. Ook bij ‘de opgave van Joden’ eiste Van Baar stipte medewerking op het stadhuis. Een citaat uit het rapport: ‘De Sicherheitspolizei behoefde slechts te kikken en zij werden op hun wenken bediend.’ Het tweede document is de al genoemde Vragenlijst Binnenlands Bestuur. Het is een lange lijst met vragen, een van de onderwerpen is de Jodenvervolging. Gevraagd wordt of de burgemeester in zijn gemeente Joden heeft laten arresteren, vervolgens of hij daartoe opdracht heeft gegeven aan de plaatselijke politie, ten slotte of hij het arresteren van Joden heeft gesaboteerd (verhinderd). De antwoorden voor Van Baar luiden dat hij en de plaatselijke politie hebben meegewerkt aan het arresteren van Joden in de gemeente en dat er van sabotage geen sprake is geweest.

Een onderzoek met vraagtekens
Wij hebben geconstateerd dat de Vragenlijst Binnenlands Bestuur, met zijn ernstige beschuldigingen over Van Baars actieve betrokkenheid bij de Jodenvervolging, zich wel degelijk nog steeds in Van Baars zuiveringsdossier bevindt. Waarom dit cruciale document in het geheel niet wordt genoemd of geciteerd in het onderzoek van Savenije, is voor ons een raadsel. Savenije behandelt wel het rapport van de illegaliteit uit september 1944. Hij noemt dit rapport ‘onevenwichtig’, en ‘dat moet ook de zuiveringscommissie zijn opgevallen.’ Deze veronderstelling over de zuiveringscommissie blijft geheel zonder argumenten.
Savenije leest vervolgens dat Van Baar als burgemeester twee kanten liet zien: én hij was dienstbaar aan de Sicherheitsdienst bij de Jodenvervolging, én hij stond klaar voor getroffenen. Dit is voor ons in de eerste plaats een vertekening: Van Baar legde als burgemeester een pro-Duitse gezindheid aan de dag, de Duitse verordeningen waren voor hem heilig. Het doet ook geen recht aan het feit dat Van Baar in de zomer van 1944 (na D-day op 6 juni) zijn knopen begon te tellen en toenadering zocht tot de illegaliteit. Maar is daarmee het verslag over Van Baar onevenwichtig? Een verslag over iemand die - zo kunnen we lezen - ‘niets heeft nagelaten om zich in zijn positie te handhaven.’ Vervolgens betoogt Savenije dat ondanks de onevenwichtigheid het rapport toch als uitgangspunt gebruikt wordt voor Van Baars zuivering. Savenije schrijft: ‘Dat valt in de eerste plaats op te maken uit het verweerschrift dat Van Baar na zijn schorsing in het vroege najaar van 1945 schreef.’ Wat gebeurt hier? Het lijkt erop dat het verdedigingsgeschrift van Van Baar voor Savenije de maatstaf is in diens eigen zuivering – een typisch geval van de slager die zijn eigen vlees keurt. Het laat zich raden dat Van Baar niet blij was met wat de plaatselijke illegaliteit over zijn collaboratie met de Duitsers (de Jodenvervolging en de Arbeitseisatz) had aangekaart. Overigens maakt Savenije daarbij, zo moeten wij helaas constateren, ook nog een fout: Van Baar verwijst in zijn verdedigingsgeschrift naar de Vragenlijst Binnenlands Bestuur (die Savenije zoals gezegd tot onze verbazing geheel buiten beschouwing laat). Savenije meent ten onrechte dat Van Baar reageert op het ‘onevenwichtig’ rapport uit september 1944, en niet op de Vragenlijst. Daardoor komt het hele betoog van Savenije in de lucht te hangen, met name waar het gaat over de Jodenvervolging.

Excuses minister-president voor falende overheid
Savenije geeft in zijn onderzoeksrapport weer dat Van Baar lang als burgemeester in de oorlogstijd heeft gediend, en daarom verschillende fasen van de bezetting heeft meegemaakt. Savenije schrijft: ‘Als verantwoordelijk bestuurder heeft Van Baar zodoende verordeningen rondom de openbare orde en Jodenvervolging in zijn gemeente laten doorvoeren: zoals vrijwel al zijn medeambtgenoten.’ (Onderstreping van mij.) Deze opmerking over mede-ambtgenoten past niet in de onderzoeksopdracht van het gemeentebestuur om naar één zuiveringsdossier (dat van Van Baar) te kijken. Maar het staat er wel als verontschuldiging voor Van Baar. Dat er ook andere burgemeesters in Nederland zijn geweest die aan de Jodenvervolging hebben meegedaan, is zeker waar, maar dat verontschuldigt Van Baar niet. Er zijn ook burgemeesters geweest die zich heel wat minder meegaand hebben opgesteld. Ja, het is een feit dat de Nederlandse overheid heeft meegewerkt aan het uitvoeren van de Duitse anti-Joodse maatregelen die tot de moord op meer dan 202.000 Joden hebben geleid. Dat is precies waarvoor minister-president Mark Rutte bij de Nationale Holocaust Herdenking op 26 januari 2020 in Amsterdam excuses heeft gemaakt aan de Joodse gemeenschap. Excuses voor het falend overheidshandelen bij de vervolging van de Joden in Nederland.

Het vorige College van B&W van Edam-Volendam heeft mij op 14 april 2022 in een brief laten weten, dat het geen stappen zal ondernemen om de eerbewijzen aan de omstreden oud-burgemeester in de gemeente teniet te doen.
Bij de eerbewijzen gaat het om de Burgemeester van Baarstraat en zijn ereburgerschap (uit 1959) van de stad Edam. Het college volgt daarbij wat in Savenije’s rapport te lezen staat. Van Baar zou een exemplarische ‘burgemeester in oorlogstijd’ zijn geweest, hij is niet proactief geweest in de Jodenvervolging.
Exemplarisch, dat klinkt bijna als een compliment! En proactief, wat is dat voor een criterium, is actief niet genoeg om Van Baars betrokkenheid bij de Jodenvervolging te beoordelen en vraagtekens te zetten bij het eren van deze man? De langdurige zuiveringsprocedure van Van Baar alleen al laat zien dat hij allesbehalve een ‘doorsnee’ of ‘standaard’ burgemeester in de oorlogsjaren is geweest.


NSB-rapport over Van Baar onder tafel verdwenen
Ons hernieuwde bezoek aan het Nationaal Archief heeft bevestigd dat Van Baar als Duitsgezind te boek stond en dat de naoorlogse zuiveringscommissies (zowel de provinciale als de centrale zuiveringscommissie) in 1945 en 1946 bij herhaling en aanhoudend hebben gesteld dat Van Baar moet worden ontslagen.
Hij zal er uiteindelijk met een ‘genade-veroordeling’ vanaf komen, zodat hij kan terugkeren naar Edam: ‘Berisping zonder openbaarmaking’.
De Commissaris van de Koningin in Noord-Holland De Vos van Steenwijk (verzetsman) heeft zich tegen deze veroordeling gekeerd. Van hem bevindt zich een brief (1 november 1945) in het archief, gericht aan de voorzitter van de centrale zuiveringscommissie. De Vos van Steenwijk laat er geen twijfel over bestaan hoe hij over Van Baar denkt. Economische collaboratie (hulp bij aanleg van vliegvelden voor de Duitsers) is daarbij hoofdthema, de rapporten in de zuiveringsprocedure van Van Baar zijn daar hoofdzakelijk op gericht.
De burgemeester was commissaris bij een familiebedrijf dat in de oorlog werkzaamheden voor de Duitsers heeft uitgevoerd, waaronder het aanleggen van vliegvelden. Wat betreft de strafmaat schrijft de Commissaris van de Koningin dat met een berisping niet kan worden volstaan. Hij ziet ontslag als de juiste straf. En precies dat zal de centrale zuiveringscommissie ook tot het allerlaatst blijven adviseren: ontslag. Minister van Binnenlandse Zaken Beel heeft het advies genegeerd en het ontslag van Van Baar (een KVPpartijgenoot van Beel) verhinderd. Eén beschuldiging uit het dossier verdwijnt op het ministerie geheel onder tafel. Het gaat over de pro-Duitse houding van Van Baar, zoals die uit een NSB-rapport uit 1944 is gebleken. De tweede beschuldiging wordt afgezwakt, zijn economische collaboratie als commissaris van een familiebedrijf wordt een jaar na de bevrijding als minder ernstig ervaren.

Houdbaarheidsdatum Burgemeester Van Baarstraat is verstreken
Correspondentie van burgemeester Van Baar over de uitvoering van anti-Joodse maatregelen in de eerste oorlogsjaren bevindt zich in de verschillende archieven (zie ook Rachels Kinderen). Uit de twee documenten van de illegaliteit in het zuiveringsdossier wordt duidelijk dat Van Baar actief was bij de vervolging van Joden in de gemeente. Onder Van Baars verantwoordelijkheid zijn ondergedoken Joden (van twee van hen zijn de gegevens bekend) in Edam gearresteerd en zijn eveneens eenentwintig Joodse ingezetenen uit Edam op transport gesteld en in concentratiekampen vermoord.

De feiten over Van Baars betrokkenheid bij de Jodenvervolging liggen op tafel. Ook in het rapport van Savenije – het wordt als vooronderzoek gepresenteerd – staat te lezen dat Van Baar de Duitse verordeningen over de Jodenvervolging in zijn gemeente heeft uitgevoerd. Wat wil het gemeentebestuur nog meer weten? De raad heeft in 1958 ingestemd met de Burgemeester Van Baarstraat, een voorstel dat nota bene van Van Baar zélf afkomstig was. De raad wist toen niets van de veroordeling waarmee Van Baar in 1946 als burgemeester naar de gemeente was teruggekeerd.
Nu Van Baars aandeel in de Jodenvervolging vaststaat, dient in mijn ogen de raad opnieuw te beoordelen of het eren van Van Baar met een naar hem genoemde straat nog gewenst is. Naar mijn mening is de houdbaarheidsdatum van die straatnaam sinds de excuses van Mark Rutte van 26 januari 2020 verstreken. Ik ben graag bereid de raad nader te informeren.

‘De Tochtgenoten’ in Edam herinnert aan de 21 Joodse Edammers die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord.

Clement van Baar. Bron: Waterlands Archief Purmerend.

Burgemeester Van Baar bericht over de isolatie van de Joden in Edam. Archief: Kees Bootsman. Kees Bootsman te Edam heeft ruim dertig jaar geleden onderzoek naar bovenstaande brief gedaan. Hij heeft daarvoor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie benaderd. Op 3 april 1990 schrijft het Rijksinstituut aan Bootsman: ‘In antwoord op uw brief moet ik u tot mijn spijt meedelen dat de heer Julius Guggenheimer samen met zijn vrouw Regina Guggenheimer-Metzger op 4 juni 1943 te Sobibor is omgekomen. Beiden waren op 1 juni 1943 uit Westerbork op transport gesteld.’

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties