Algemeen

Een hoofdstuk uit het leven van alleskunner Jan Tuijp ‘Pet’

Nog één keer op de bühne voor zijn kleinkinderen

,,Er waren al twee gitaren, dus moest er een basgitaar bij.” Met die woorden omschrijft Jan Tuijp ‘Pet’ (73) hoe zijn extreem succesvolle, 43 jaar durende carrière als professioneel basgitarist tot stand kwam. Als enige bandlid dat zowel het eerste als laatste optreden van BZN meemaakte, heeft de Volendammer zowel in armoe als rijkdom geleefd. En met titels als piloot, ingenieur, wereldburger, muzikant en gevierd fotograaf is Jan in staat een eigen boekenreeks te schrijven, maar in deze rubriek beperken we de gespreksstof tot muziek. Tijdens het afscheidsconcert van BZN in de zomer van 2007 kwam Jans muzikale loopbaan tot een einde, maar als alle puzzelstukjes op hun plek vallen, betreden de voormalig bandleden nog één keer samen het podium…
Door Kevin Mooijer

The Shadows
,,Mijn vader zocht vroeger altijd Radio Luxembourg op”, blikt Jan terug op zijn kindertijd. ,,Met name de muziek van The Shadows vond ik prachtig. Jong als ik was, die instrumentale hits kregen me in hun grip.” Op vijftienjarige leeftijd trok Jan voor het eerst zijn dansschoenen aan. ,,Dat was destijds het vermaak voor jongelui. Je ging op dansles of op voetbal. Gelukkig voor mij koos ik voor de muzikale richting”, lacht hij. ,,Op dat pad ontmoette ik Evert Woestenburg en later Cees Tol namelijk. Evert kon ik voor die tijd al wel, maar nu raakten we samen met elkaar in gesprek over muziek. En wat wilde het toeval? Ook Cees en Evert bleken Shadows-aanhangers.” Aan een tafeltje in het cultureel centrum van ‘Spruitje’ ontstond het idee om samen een muziekgroep op te richten. ,,We spraken later die week af bij Evert op z’n kamertje. Daar zouden we een plan vorm gaan geven.”

Wat betreft de rolverdeling kwam Jan voor een uitdaging te staan. ,,Cees en Evert bleken allebei al een gitaar te hebben. Ik had geen instrument, en het zat er ook niet in dat ik er eentje zou krijgen. Mijn vader was fabrieksarbeider, bovendien had hij elf kinderen. Er was simpelweg geen geld voor een instrument. Wat ik dus deed tijdens die eerste sessie was een beetje ritme aangeven door op de tafel te tikken als zij speelden. Maar ja, dan volgt al gauw die opmerking: ‘jij moet ook een gitaar kopen.’ En omdat er al twee gitaren waren, doelden ze op een basgitaar.” Jan legde thuis zijn probleem voor. ,,Mijn vader trommelde zijn broer Jaap op en nam ons mee naar de werkplaats van Nieuw Leven. Daar hebben mijn vader en zijn broer een basgitaar voor me gebouwd.”

Uniek instrument
Trots tovert Jan een prachtige, uniek ogende basgitaar uit een hoekje vandaan. ,,Dit is hem. Hier is het allemaal mee begonnen. Als mijn vader dit instrument niet had gebouwd, was ik nooit in de muziek beland.” De zelfgebouwde, lichtgewicht basgitaar heeft sinds hij in 1965 de werkplaats verliet een hoop doorstaan. ,,Twee jaar terug is hij onder de hoede van gitaarbouwer Jeroen Gmelich in het RTL-programma The Repair Shop voorbijgekomen, hij heeft jarenlang in het Palingsound Museum gehangen, als eerbetoon aan mijn vader heeft hij tijdens ons laatste optreden in Ahoy een ereplaats op het podium gehad, en in de beginjaren van BZN heb ik er natuurlijk in alle uithoeken van Nederland op gespeeld. En dan te bedenken dat ik hem 25 jaar kwijt ben geweest…”

Nadat de originele BZN-bezetting een reeks betaalde optredens achter de rug had, kocht Jan een tweede basgitaar. ,,Mijn idool, de bassist van The Shadows, speelde op een Bison Burns bas. Die moest ik natuurlijk ook hebben. Toen ik hem eenmaal had, stonden al gauw de bassisten van andere Volendammer beginnende bandjes voor de deur om mijn zelfgemaakte bas te lenen. Uiteindelijk ging hij van bandje naar bandje, waardoor ik hem uit het oog verloor. En toen, een jaar of 25 later, werd er bij me aangebeld. ‘Deze moet van jou zijn’, zei de jongen met de door mijn vader gemaakte basgitaar in zijn handen. Ik wist niet wat me overkwam. Geestelijk had ik al afscheid genomen van dat prachtige instrument, maar nu, bijna drie decennia later, had hij zijn weg terug naar mij gevonden.” Aangezien de basgitaar bijna niet meer bespeelbaar was, gaf Jan hem in bruikleen aan het Palingsound Museum. ,,Daar heeft hij lange tijd gehangen, tot Jeroen Gmelich vroeg of hij hem mocht opknappen in een uitzending van The Repair Show. Voor die uitzending zijn we in de geschiedenis van deze basgitaar gedoken. Ik vertelde bijvoorbeeld dat onze gitarist Cees Tol – die destijds als bankwerker in de werkplaats van Heijmeijer in Edam werkte - de aluminium slagplaat en de stalen volumeknopjes op de basgitaar nog had gemaakt. En we hadden zelfs de mogelijkheid om bij de lintzaagmachine van de firma Nieuw Leven te kijken waar de gitaar bijna zestig jaar geleden op is gemaakt. ‘Hier staat al zeventig jaar dezelfde lintzaagmachine!’”

Jan lacht: ,,Dat werd geroepen toen ik ernaar kwam vragen. Jeroen heeft uiteindelijk een wonder verricht met de restauratie van het instrument. Ik speel er sindsdien weer iedere week op. Het is niet te geloven hoe lekker hij speelt. Niet één van mijn andere basgitaren van gerenommeerde merken kan eraan tippen. En dat zeg ik niet omdat mijn vader en oom hem hebben gemaakt.”

Een band zonder naam
Na een interessant en kenmerkend uitstapje, pakt Jan de draad weer op. ,,Terug naar het ontstaan van BZN. Met mijn basgitaar was ik eindelijk in de gelegenheid een paar nootjes mee te spelen met Cees Tol en Evert Woestenburg. We vroegen Everts neef Gerrit om als drummer bij onze naamloze formatie te komen. Met een drummer erbij waren we naar ons gevoel compleet. Nu konden we immers liedjes van The Shadows naspelen. En dat deden we. In de school van meester Plat speelden we instrumentale hits tot we erbij neervielen.”

De bandgenoten werden zo close dat ze ook samen naar de welbekende dansavonden in De Jozef gingen. ,,Er speelde een bandje uit Hoorn: The Goldfingers. Wij zaten gezellig aan een tafeltje te pilzen en onze vrienden, waaronder Sam Pen en Jan ‘Kies’ Veerman waren ook mee. Zij drongen er bij de Hoornse muzikanten op aan om ons op te laten treden. Niet veel later werden Cees, Gerrit, Evert en ik op het podium geroepen. Nog altijd waren we een band zonder naam, waardoor de aankondiging wat moeizaam ging. We kregen de instrumenten van die jongens om Gerrit tikte af. Het eerste nummer dat we speelden was ‘The rise and fall of Flingel Bunt’, uiteraard van The Shadows.” De Volendammers zouden de eerste keer dat ze oog in oog stonden met publiek, drie nummertjes spelen. ,,Een paar dagen later viel de Nivo op de mat. ‘Band Zonder Naam’ werden we genoemd. Dat sprak ons wel aan, dus we hebben de naam gelijk geadopteerd. De redacteur van de Nivo heeft feitelijk dus de naam BZN bedacht.

‘Mijn vader rookte aal en wij gaven een paar nummertjes weg’

Niet lang na het eerste publieke optreden kreeg de Band Zonder Naam met de eerste personele wisselingen te maken. ,,Gerrit Woestenburg stopte ermee, Jaap ‘Lood’ Sombroek werd onze nieuwe drummer en Jan ‘Kies’ kwam als zanger bij de groep. Een van de eerste liedjes die hij bij ons zong was ‘Russian spy and I’ van Jan Akkermans The Hunters. Wij waren in de gelegenheid om dat na te spelen omdat we Cees Tol als gitarist hadden. Verder waren er weinig die Jan Akkerman dat stukje virtuositeit nadeden.” Eind jaren ’60, als de sterren goed stonden, vond er iets bijzonders plaats in Volendam. Een achterstraatje in de Dokter Weversstraat nr 24 werd dan omgetoverd in het kleinste festivalterrein op aarde.

,,Ik ben opgegroeid in een klein huisje met zeven broers, drie zussen en onze vader en moeder. Mijn vader hield van palingroken. Het liefst deed hij dat in de achtertuin van ons huisje in de oude kom. Als hij bezig was, draaide het altijd uit op een komen en gaan van buren. Iedereen kwam op die heerlijke geur af. Voor BZN dus een uitgelezen kans om een respectievelijk publiek te bereiken. Onderwijl mijn vader aal rookte, gaven wij op een zelfgebouwd podiumpje een paar nummertjes weg.” Jan grijnst: ,,We hadden daar echt een oergezellige buurt…”

Palingroken
Van gastoptredens in De Jozef en palingrookshows in de Dokter Weversstraat, maakte BZN de overstap naar grote zalen door het hele land. Binnen korte tijd groeiden ze uit tot een populaire rockband met een vaste schare fans. ,,Het is het bekende verhaal. We pakten wat we pakken konden, maakten een paar liedjes, maar de grote doorbraak bleef uit. Met als dieptepunt het moment waarop ‘de muizen dood voor de kast lagen’, besloten we dat er verandering moest komen.” Jan Keizer – die drummer Jaap ‘Lood’ inmiddels had vervangen – werd zanger en van rock ’n roll zanger Jan ‘Kies’ werd afscheid genomen.

De jonge Jack ‘Dekker’ Veerman nam op zijn beurt plaats achter het drumstel en Cees Tols broer Thomas werd als toetsenist verwelkomd in de band. Na verloop van tijd ontstond er een gouden wisselwerking tussen de muzikanten. ,,Werkdagen brachten we door in de repetitieruimte. Thomas bedacht achter zijn piano de melodieën, gezamenlijk beoordeelden we het nieuwe werk dan. Als we allemaal tevreden waren, was de volgende stap dat Jan Keizer een brabbeltekst improviseerde. Het ging daarbij vooral om de klanken. De melodie, de brabbeltekst en het bandje gebruikte ik daarna om de definitief tekst te maken, samen met Cees Tol. Tenzij het een Franstalige tekst moest worden. Die maakte Jan Keizer namelijk. Vervolgens schaafden we het nummer met de hele band samen bij. Pas dan werd het een BZN-nummer.”

Nummer 1
Als een soort grap zetten de muzikanten ‘Mon amour’ op de demo die naar de producer ging. Het zou het omslagpunt worden voor de Volendammers. Hun ‘grap’ stond binnen twee weken op nummer één in de Nederlandse hitparade. ,,Het moment dat we hoorden dat we op één stonden zal ik nooit vergeten”, vervolgt Jan. ,,Mijn vader werkte in de koolborstelfabriek van Morelisse in Edam. Ik haastte me gelijk naar hem toe met het goede nieuws. Eenmaal bij de fabriek aangekomen riep ik hem; ‘Vader, we staan op één!’ Hij was helemaal door dolle. Mijn vader sprong en rende over alle machines en staalbanken heen terwijl hij riep: ‘Mijn kind staat op nummer één! Mijn kind staat op nummer één!’ Geen van zijn collega’s wist waar hij het over had, maar dat deed hem niks. Hij was enorm begaan met mijn carrière. Dat zijn mooie herinneringen…”

‘Als we beginnen
te spelen is het
net of er een knop
met geluk omgaat’

Als bassist van BZN behaalde Jan ongehoorde successen. Om op te sommen wat de band allemaal gepresteerd heeft is nog een artikel nodig, maar om toch wat notabele aangelegenheden onder de loep te nemen: als bassist van BZN zag Jan zo ongeveer de hele wereld, scoorde hij ruim 56 hits, sleepte hij 88 gouden platen in de wacht, verkocht hij ruim vijftienmiljoen geluidsdragers en stond hij keer op keer op de mooiste podia in binnen- en buitenland. Een meer vruchtbare carrière is bijna niet voor te stellen. Er valt voor Jan nog slechts één ding te halen in de muziek, namelijk dat waar het uiteindelijk allemaal om draait. Plezier. ,,Dat heb ik nog iedere keer als ik mijn basgitaar oppak”, beaamt Jan.

,,Sinds kort zit ik zelfs weer in een hobbybandje. Samen met een paar “jongens” van dezelfde leeftijd repeteer ik elke week af en toe. We spelen instrumentaal, net als The Shadows.” De cirkel is rond. Na een schitterende loopbaan in de muziek is Jan weer aanbeland bij de kern. Op vijftienjarige leeftijd speelde hij op de door zijn vader gebouwde basgitaar covers van The Shadows. En nu, bijna zestig jaar later en een rugzak vol ervaring en herinneringen rijker, speelt hij op diezelfde basgitaar dezelfde covers van The Shadows.

‘De meeste oude
lullen liggen ergens in een hoekje, maar ik neem mijn
kleinkinderen mee vliegen.’

,,Eén van m’n nieuwe bandleden is Evert Woestenburg”, lacht Jan. ,,Onvoorstelbaar, toch? Het is ruim een halve eeuw geleden dat we samen op zijn zolderkamertje begonnen met Shadows-muziek naspelen, en nu mogen we dat weer doen. Na de eerste repetitie samen zei Evert: ‘Als we beginnen te spelen is het net of er een knop met geluk omgaat. Je draait het geluk aan als je aftikt.’ En bij die mooie woorden sluit ik me graag aan. We zijn nu écht puur met muziek bezig. We hoeven niemand meer te bedienen. Dit groepje oude muzikanten heeft er zoveel plezier in dat we zelfs wat liedjes gaan opnemen. Niet om uit te geven hoor, maar voor onze kleinkinderen. Zij hebben toch nooit bewust meegekregen wat hun opa’s deden.”

Jan kijkt bedachtzaam en na een korte pauze vervolgt hij zijn verhaal: ,,Mijn kleinkinderen zien mij natuurlijk als oude man - dat is niet meer dan natuurlijk - maar toch vinden ze dat gezien mijn levensstijl moeilijk te plaatsen. Ik ben namelijk hun bap, en de meeste oude lullen liggen ergens in een hoekje, maar ik neem ze mee vliegen in mijn PH-BZN.
Dat vinden ze toch apart. En dat geldt ook voor mijn bijdrage aan BZN, ze zijn te jong om zich daar bewust van te zijn. Daarom zou ik het ze graag nog eens laten zien. Áls we een reünie met BZN organiseren, dan is voor mij het belangrijkste dat mijn kleinkinderen op de eerste rij mogen zitten bij het optreden. Ik weet zeker dat de andere bandleden met kleinkinderen daar precies hetzelfde over denken.” De bassist ziet het al helemaal voor zich: ,,Een uitverkochte zaal, er heerst een fantastische sfeer, het orkest zit al klaar, alle kleinkinderen op de eerste rij, en dan betreden hun bappies het podium. Als ik nog één droom heb, dan is dat het.”

 

|Doorsturen

Uw reactie