Algemeen

Indrukwekkend vrijwilligerswerk-avontuur Anita Braspenning in Afrikaans land

Onvergetelijke belevenis in Ghana

De 20-jarige Anita Braspenning besloot tijdens de zomervakantie om voor zes weken vrijwilligerswerk te gaan doen in het Afrikaanse land Ghana. Door miscommunicatie moest zij helaas anderhalve week eerder vertrekken, maar ondanks dat kijkt zij met veel verwondering terug op haar tijd in Ghana. Anita kwam terecht in het dorp Senya Beraku. Zij heeft daar kinderen van 12 tot en met 15 jaar les gegeven en weet zeker dat zij volgend jaar weer vrijwilligerswerk gaat doen.

Door Jo-Ann Klepper

,,Ik ben merendeels op het idee gekomen door mijn ouders”, begint zij haar verhaal. ,Mijn moeder vond het altijd heel belangrijk dat ik de hele wereld zou zien en daardoor ben ik ook al op verscheidende plekken geweest. Ik heb door al dat reizen heel veel van de wereld meegekregen, maar nooit zelf wat teruggegeven. Ik vond het altijd heel belangrijk dat als ik een reis in mijn eentje zou maken, dat ik dan iets terug wilde doen. Zo belandde ik op vrijwilligerswerk. Dit werk wilde ik bieden aan een arm land dat de hulp echt kon gebruiken en na een tijdje struinen kwam ik uit op het continent Afrika. Daar heb ik nog het minste van gezien. Eerst dacht ik nog aan Zuid-Afrika, maar dat zou een te makkelijke optie zijn. Met veiligheid als achterliggende gedachte, ben ik uitgekomen op Ghana’’.

Cultuurshock
,,Na een gezellig afscheidsfeest ben ik 19 juni in het vliegtuig gestapt. Aan boord van het vliegtuig kreeg ik toch wel een beetje de kriebels. Je weet natuurlijk nooit wat je kan verwachten en naar mijn idee zouden er overal waar ik kwam leeuwen of olifanten lopen. Deze heb ik helaas niet gezien, maar ondanks de voorbereiding van zo’n reis krijg je het toch een beetje benauwd. De reis had ik geboekt met de organisatie Travel Active en zij hebben mij in drie introductieavonden uitgelegd hoe je met de omgeving, de kinderen en cultuurshocks om kan gaan. Zo werd ik namelijk gewaarschuwd om tien ringen om mijn vingers te doen, zodat de Ghanese mannen wisten dat ik getrouwd of verloofd zou zijn, wat ik niet ben. Vele mannen hebben mij ten huwelijk gevraagd tijdens deze reis. Dit proberen zij om zo misschien een Europees paspoort te bemachtigen. Er werd mij verteld dat ik er dan gewoon omheen moest lopen en nee moest zeggen, maar er was geen ontkomen aan.”
,,Na nog niet eens een uur op de Ghanese luchthaven gingen er twee mannen zo voor mij op hun knieën. ‘Oh Anita I love you!’, werd er tegen mij gezegd en zo ook tijdens een rondleiding. Ik ging samen met hem en zijn zusje op pad en terwijl we in het openbaar een drankje aan het doen zijn, begint hij uit volle borst te zingen: ‘Anita you’re the most beautiful person i have ever seen and I love you!’ De mannen daar snappen niet dat het niet kan. Soms moest je ook echt wel boos worden om aan te geven dat zij een stapje te ver gingen. Het is heel belangrijk dat je je grenzen hierbij aangeeft’’.
,,Tijdens de eerste dag mocht ik zelf kiezen welke kinderen ik les mocht gaan geven en koos voor de kinderen van de Junior High School, dit zijn kinderen tussen de 12 en 15 jaar. Het niveau en de manier van educatie verbaasde mij heel erg. De kinderen daar hebben geen boeken en geen computers zoals wij dat kennen. Voordat ik op reis ging heb ik aan verschillende middelbare scholen gevraagd of zij nog boeken hadden die ik mee mocht nemen en die heb ik aan de school gegeven. Daar waren de leerkrachten ook super blij mee.”
,,Gedurende de lessen die ik gegeven heb moest ik alles doen met een krijtje en een schoolbord. De kinderen zitten daar ook in overvolle klaslokalen met vijf kinderen op een tweepersoonszitje. Heel heftig om te zien en mee te maken. Maar ondanks dat willen de kinderen zó graag leren. Ze leren snel en de intelligentie is er ook echt. Na deze ervaring te hebben meegemaakt, irriteer ik mijzelf ook echt aan de Nederlandse jongeren die hier in Nederland vaak de lessen skippen. Wij moeten als jongeren blij zijn met de huidige educatie die wij hier hebben en dat wij de mogelijkheid hebben om ons op te leiden naar een bepaald beroep. In Ghana hebben de kinderen die mogelijkheid niet.”

‘John sliep in eenkamer in de school. In de kamer lag zijn bed: een kartonnendoos, zonder deken, zonder iets’


,,Als men de juiste educatie in zou zetten zou het land zich zoveel sneller ontwikkelen. Ze zijn daarom ook super blij met West-Europese vrijwilligers die hun les willen geven. De leerkrachten keken naar de manier hoe ik de kinderen les gaf. Zij hebben de opleiding tot leerkracht nooit gehad en weten eigenlijk niet hoe je kinderen les moet geven. Alle leerkrachten doen dit vrijwillig. Als Ghanese jongeren hun jaren op de Junior High School hebben afgerond moeten zij een jaar lang iets voor het land doen. Dit resulteert vaak in jongeren die in het leger gaan, in het ziekenhuis gaan werken of in jongeren die voor de klas gaan staan. Zij weten zelf niet wat zij eigenlijk aan het doen zijn en om dat verschil tussen Ghana en Nederland zo duidelijk te zien, heeft wel echt indruk op mij gemaakt.’’
,,Tijdens mijn tijd in Ghana vond er ook nog een sporttoernooi plaats. Het sporttoernooi ging om een volleybal- en een handbalwedstrijd. Ze droegen tijdens de wedstrijden shirtjes gesponsord door Hein Molenaar, voorheen van Molenaar en Zwarthoed. Nu ben ik zelf al jaren keepster bij de handbal en dan is het natuurlijk super leuk om mijn talent daarvoor te laten zien. Maar de kinderen in Ghana hebben geen schoenen en dragen deze ook niet tijdens de wedstrijden. De handbalwedstrijd duurde maar liefst drie uur, in het bloedhete zand zonder schoenen. Mijn voeten zaten na deze wedstrijd wel vol met bulten en infecties, maar dat maakte mij allemaal niks meer uit. Tijdens de wedstrijden zag ik echte pure blijdschap. Dat had ik nog nooit eerder gezien. Hoe blij die kinderen zijn met alles wat ze hebben, dat kennen wij hier niet eens. Dat vond ik één van de meest bijzondere momenten van het vrijwilligerswerk.’’
,,Gedurende het vrijwilligerswerk heb ik toch wel echt twee vriendjes gemaakt. Dit waren John en Emmanuel. Iedere dag nadat school voorbij was zag ik John nooit naar huis toe gaan. Ik snapte het maar niet en vroeg na een tijdje aan hem waarom hij nooit naar huis ging. Hij vertelde mij toen dat hij eerst in een dorpje een paar kilometer verderop woonde samen met zijn ouders, maar toen zijn ouders plotseling overleden waren, had hij geen vervoer meer om naar school te komen. Om iedere dag die verre kilometers naar school te lopen, was voor John niet haalbaar en toen liet hij mij zijn kamer zien. John sliep in een kamer in de school. In de kamer lag zijn bed: een kartonnendoos, zonder deken, zonder iets.”
,,De kamer had alleen een deur en alle ramen in de ruimte waren open. Hij sliep daar al twee jaar en vertelde mij dat hij daar de aankomende drie jaar ook nog moet slapen om zijn school af te maken. Ik ben hierom ook vaak emotioneel geweest, het was heel heftig om te zien dat zo’n jonge jongen op een kartonnen doos ligt te slapen omdat hij nergens anders terecht kan.”
,,Emmanuel woont nu nog bij zijn opa, die helaas ernstig ziek ik. Die zal over een tijd ook helaas overlijden en dan zal Emmanuel het kamergenootje van John worden. Ik ben heel blij dat de school onderdak geeft en beide jongens worden ook gesponsord zodat zij op school kunnen blijven. Maar om dat soort armoe van dichtbij te zien, komt hard binnen. Gedurende mijn tijd in Ghana is mijn moeder samen met een vriendin van haar nog bij mij langs geweest. Dit deed mij ook veel, omdat ik mijn moeder ook erg miste en super blij was om haar weer te zien na een paar weken.”

Cafetaria
,,Op de school bevindt zich een cafetaria, maar dit is natuurlijk niet zoals wij die op het Don Bosco College of de Triade kennen. Iedere dag worden er door lokale huisvrouwen verse West-Afrikaanse gerechten gemaakt. Daar moeten ze dan wel voor betalen, maar sommigen hebben het geld al niet om een maaltijd te betalen. Gelukkig is de samenleving in het dorp super sterk. Als iemand het de ene week niet redt, helpt de ander je een handje en vaak wordt er ook stiekem eten gegeven aan kinderen zoals John en Emmanuel die het moeilijk hebben. Voordat ik naar Ghana zou vertrekken heb ik ook een aantal donaties ontvangen. Veel van het geld dat ik heb opgehaald, heb ik aan de school gegeven en aan leerlingen die met honger naar school komen. Er zijn namelijk genoeg leerlingen die naar school komen zonder dat ze iets gedronken of gegeten hebben. Ze weten vaak überhaupt niet of ze die dag gaan eten of een slokje water krijgen. Daar had ik eerst nog niet echt bij nagedacht, totdat mijn begeleider Sammy mij vertelde dat de leerlingen die ik lesgeef soms twee dagen met een lege maag naar school komen. In deze bloedhitte kun je dat daar amper voorstellen en alsnog zijn ze iedere dag vrolijk. Het is voor mij ook daardoor een oprechte reality check geweest. Daarvoor was ik in eerste instantie niet gekomen, maar die heb ik uiteindelijk wel meegekregen.”
,,Het verblijf was wel een dingetje, om eerlijk te zijn. Ik zou eigenlijk in een accommodatie verblijven, maar toen dat helaas niet door kon gaan om bepaalde redenen belandde ik in een gastgezin. Ik mocht intrekken bij een super verwelkomende en lieve vrouw van 70 jaar oud. Mijn kamer was klein en in de kamer stonden twee bedden en geen kast. Ik heb dus eigenlijk al die weken uit mijn koffer geleefd. Nu niet dat ik dat erg vond, maar een kast is natuurlijk altijd wel wat prettiger. Ook wilde ik graag iedere week mijn bed verschonen, door de hitte vooral, maar dat mocht één keer in de twee weken. Dat vond ik dus ook iets minder. In het huis was ook een helper aanwezig, haar naam was Akos en daar in Ghana noemen ze dat gewoon nog de huisslaaf.”
,,Zij was super lief en sprak geen Engels. Dit mocht zij ook niet leren omdat zij geen educatie mag volgen en niet van het frontgebied af mag. Het gebeurt daar nog steeds, echt verschrikkelijk, maar samen met haar heb ik nog gedanst in de avonden, heb ik nog met handgebaren geprobeerd om met haar te praten en probeerde ik woorden te vertalen. Na een tijdje aanwezig te zijn in het huis merkte ik wel dat ik daar een beetje werd uitgebuit. Op een gegeven moment moest ik namelijk extra geld betalen, terwijl ik al best veel geld betaald had om daar überhaupt te mogen wonen, te eten en te drinken.”
,,Daarnaast had ik ook zelf geld ingezameld voor de school en voor het dorp zelf waarop mij vervolgens werd gevraagd om dit aan de oude vrouw te geven omdat zij volgende week een operatie zou hebben. Hier ben ik toen best van geschrokken, vooral omdat ik zo goed met haar overweg kon. Maar de mensen in Ghana zien je ook echt als ‘rijke witte persoon’ en daar had ik soms ook nog wel moeite mee.’’

‘Toen ik het bedrag van mijn tatoeage zei, zeiden de Ghanese jongeren dat ze met dat geld een heel dorp water zouden kunnen geven. Toen begon ik mij ook echt slecht te voelen’


,,Eén van de leukste avonden die ik heb beleefd in Ghana was toen ik werd uitgenodigd naar Club 69. Ik dacht toen al bij mijzelf van hebben ze hier clubs, maar ja, waarom niet, we kunnen altijd even kijken. Het is in ieder geval niet net als het Palladium in Amsterdam. We liepen ernaartoe en daar onder een grote laag hangende Afrikaanse boom stonden een paar plastic stoeltjes. Dat was de club. Daar zaten we dan met ze allen, ervaringen uit te wisselen over het leven tot 4 uur ’s nachts. En heel veel lachen. Ook voelde ik mij dan weleens schuldig. Ik heb bijvoorbeeld een grote tatoeage op mijn bovenbeen en eentje op mijn arm en dan vroegen ze hoeveel die kostten. Op dat moment schaam je je gewoon. Toen ik het bedrag zei, zeiden de Ghanese jongeren dat ze met dat geld een heel dorp water zouden kunnen geven. Toen begon ik mij ook echt slecht te voelen.”
,,Maar ze vertelden mij toen dat ik mij niet slecht hoefde te voelen en dat zij het alleen maar fijn vinden om te horen. Zo wordt er namelijk een besef gecreëerd dat zij echt hulp nodig hebben. Nu klinkt het super negatief allemaal, maar het was echt prachtig. Je bouwt daar gewoon een soort vriendschap op en de gemeenschap voelt echt als een hechte familie. Een ervaring zoals deze ga ik nooit meer krijgen en dat mag ik niet zomaar vergeten’’.
,,Net voordat ik naar Ghana zou vertrekken kreeg ik een mail over de faciliteiten die ik zou hebben. Na het een paar keer dubbel checken zag ik nergens het woord ‘douche’ staan. Geen douche? Ik snapte er niks van en hou best wel van wat luxe, dus ik raakte een beetje in paniek. Mijn broers grapten er al over dat ik mijzelf met een emmertje moest gaan wassen en wat denk je: ik doe de badkamerdeur open en daar staat één grote ton met water. Naast de ton stond een klein emmertje en daar mocht ik mee gaan douchen…”
,,Toen ik dit aan mijn moeder vertelde raakte ze gelijk in paniek want: ‘stilstaand water, daar word je ziek van!’ Iedere keer als ik mijn haar waste, duurde het ook echt een uur om alle shampoo eruit te krijgen en iedere keer als ik het kleine emmertje pakte, gooide ik er was antidesinfectiemiddel in. Achteraf kan ik er ook wel om lachen, want het was ook wel geweldig. Dus dan stond ik mij daar iedere keer in dat badkamertje te wassen met antidesinfectiemiddel en dan dacht ik steeds ‘Waar ben ik nou eigenlijk mee bezig?’ Dan zaten er weer hagedissen of andere beestjes in de douche, net zo groot als draken. Ook heb ik al mijn hele leven een angst voor spinnen maar sinds deze reis ben ik die kwijt. Spiderman stond gewoon bij mij in de douche, zulke grote spinnen. Ten tweede hebben zij daar geen wc’s. Er worden gaten in de grond gebruikt als toilet. Om deze gaten in de grond heen staan muren om nog een klein beetje privacy te behouden. Ondanks dat alles is dit ook wel een super ervaring geweest, want stiekem wilde ik dit toch wel allemaal meemaken. Maar voor mij is dit een paar keer, voor de inwoners van Senya Beraku is dit al hun hele leven zo en dat besef kwam ook best hard aan bij mij.’’

Straffen
,,Kinderen worden er nog steeds, als straf, geslagen met stokken. Dit vond ik één van de meest crue dingen die ik ooit heb gezien. Denk bijvoorbeeld aan het sporttoernooi. De school nam dit toernooi heel serieus en als er dan een fout werd gemaakt door één van de leerlingen, moesten ze met hun blote voeten richting de leerkracht gaan zitten en kregen zij een klap met een stok op hun voeten. Hier heb ik veel gesprekken over gehad, doordat ik er veel moeite mee had. Dit kan en mag niet. Het helpt ook niet doordat de kinderen gewend zijn aan de pijn van de stok. Als iedere leerling elke keer dezelfde straf krijgt helpt dat op een moment niet meer. Na de gesprekken hebben ze die straf geminderd, maar ze doen het nog steeds. Gewoon kleine kindjes die met de stok op hun arm, rug, hoofd, nek, buik of voeten geslagen werden. In Ghana zien zij agressiviteit als educatie, daar hebben zij harde maatregelen nodig, zo werd mij verteld. Dat was de heftigste cultuurshock kan ik wel zeggen.”
,,Ik verliefd geworden op het traditionele eten, het was heerlijk. Hoe pittiger, hoe beter en hele gekke namen natuurlijk. Ik ben wel een type die kan genieten van een bordje eten afkomstig uit het buitenland en bij het eerste hapje wist ik het dan ook zeker. De keuken is echt absurd lekker en goedkoop. Ik heb in de meest armoedige tentjes gegeten, maar iedere keer weer fantastisch lekker. In dit dorpje had je geen restaurantjes waarbij je je even lekker op kan tutten en je galajurk aan kan trekken. Hier liep je over een zandweg, vol met gaten, rotsen en modder op weg naar een tentje. Bij het eerste tentje dat ik tegenkwam zag ik een oud vrouwtje voor de deur zitten. Het leek net alsof je bij je oma ging eten. Meestal hoefde ik niet eens te betalen en als ik moest betalen kostte het maar 50 cent.”
,,Dit verschilde veel met de restaurants in de hoofdstad Accra. Daar ben ik voor één weekend naartoe gegaan. Het lijkt net een andere wereld. Daar rijden de mensen rond in Range Rovers, zijn overal musea en zijn er veel Italiaanse restaurants. Hier kon ik mij ook weer een keer netjes aankleden en ik moet zeggen dat ik dat ook wel had gemist. Door dat weekendje naar de hoofdstad te gaan heb ik wel echt duidelijk het verschil tussen armoe en rijkdom gezien. En dat allemaal in één land.’’

‘White privilege’
,,Naast lesgeven heb ik tijdens mijn tijd in Ghana ook waterputten gebouwd. Ook super gek om te doen en te zien. Leerlingen worden dan gebruikt om water naar een waterput te brengen. Zij worden dan gewoon uit het klaslokaal gehaald om te werken, terwijl er allemaal oudere mannen naar hen staan te kijken en niks doen. Op het dorp is de ouderwetse man-vrouw verhouding ook nog in werking. De vrouw blijft thuis en de man gaat aan het werk, werk oftewel dronken worden met hun werkmaatjes. Daarnaast bouwde de leerlingen en ik wel gewoon echte waterputten met stenen en zelfgemaakt cement. Dit cement werd gemaakt door water over stenen te gooien, deze werden vervolgens gemixt met modder en werden daarna platgestampt. Ik heb daar toch een partij lopen stampen”, lacht ze. ,,Het was superleuk om te doen en dat kwam ook door dat saamhorigheidsgevoel wat daar in de lucht hing. Het voelde ook goed. Eén waterput is namelijk goed voor 1700 leerlingen. Dat is gewoon bijna water voor een heel dorp.”
,,Voordat ik naar Ghana zou vertrekken heb ik best veel negatieve reacties gekregen van verschillende mensen. Zij zagen het als een soort White Privilege vertoning. Dat betekent dat jij als witte persoon je eigen omhoog wil werken door te laten zien dat je dit werk gaat doen. Maar dit is dus helemaal niet waar. Ik heb de waardering gezien daar en hoe graag zij juist die westerse invloed willen hebben. Dus ik raad het echt iedereen aan. Als je erover twijfelt, ga erheen om te helpen. Ze hebben het echt nodig en vanuit de overheid wordt er niks ondernomen. Het is niet alleen voor hen, maar ook voor jezelf. Je krijgt inderdaad even een reality check en als mijn kinderen, als ik die mag krijgen, zullen klagen over hun eten of school, zal ik de foto’s er even bij pakken. Het is bijna onvoorstelbaar dat dit in 2022 nog steeds zo gaat. Ik weet ook zeker dat ik volgend jaar weer terug ga naar Ghana om die anderhalve week af te maken. Daarna wil ik zeker nog verder gaan reizen en vrijwilligerswerk doen. Ik zou dan na Ghana naar Gambia, Kenia en Zuid-Afrika willen. Stiekem wil ik eigenlijk de hele wereld zien en daar heb ik gelukkig nog alle tijd voor.”

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties