Algemeen

Nieuws uit Volendam

‘Vanaf dat ik de Paus heb gezien, ben ik zo rustig in mijn lijf’

Alles ligt al klaar, maar klaar om te gaan is Monique Molenaar-Sombroek nog niet. Ondanks het zieke lichaam is de Volendamse nog vitaal, naar de mogelijkheden die zij heeft. Geestelijk is haar wil sterk. De ontmoeting met Paus Franciscus heeft haar nieuwe levenskracht geschonken. Alsof de cirkel rond is voor de toegewijde vrouw, die menig ouder en kind in ons dorp iets probeerde mee te geven van het katholieke geloof.

Enige tijd was ze bedlegerig, maar inmiddels kan ze aan de tafel in de woonkamer haar verhaal vertellen, in het bijzijn van haar man Henri en dochter Jeanne. Dochter Ellen ontbreekt, maar vergezelde het gezin uiteraard onlangs naar de Italiaanse hoofdstad.
,,Vanaf mijn dertiende ben ik betrokken bij het pastorale werk. Destijds kwam pastoor Hoogervorst op de oude Mavo vragen of er jongeren waren om bij de crèche van de Kruispunt-kerk op te passen op kinderen. Daarna heb ik door de jaren heen in bijna alle pastorale werkgroepen gezeten, behalve rouwverwerking, daar vond ik mezelf te jong voor. Voor mij was die toewijding vanzelfsprekend. Als jongere zat ik nog bij de gespreksgroepen die toenmalig Kapelaan De Boer organiseerde. Destijds leerde ik te luisteren naar andere mensen en meningen, maar ook mijn eigen mening te vormen.”


,,Later volgde ik bij Agaath van den Hogen een voorbereidende geloofscursus in De Ark, gevolgd door de tweejarige toerusting- en vormingscursus van het bisdom, alles om het vrijwilligerswerk te ontplooien en daar ben ik als mens rijker van geworden. Ik houd er van om met mensen van verschillende leeftijden om te gaan. Om kinderen te helpen, maar bijvoorbeeld ook samen met mijn buurman koffie te zetten voor de mensen in het Kloosterhof, gesprekjes daar te voeren of een kruiswoordpuzzeltje te leggen. Jammer genoeg mochten we door de coronasituatie niet meer komen. Onlangs is de laatste van onze groep van 24 mensen daar overleden.”

‘Ik kon alles weer eten, dus het eerste wat we deden was naar Broodje Van Dobben’

Vlak voor die coronasituatie legde Monique haar taken in de werkgroep van communievieringen neer. ,,Er werd een besluit genomen dat een viering niet door kon gaan, vervolgens werd de werkgroep afgemaakt op Facebook. Ondertussen had ik de betrokkenheid- en de toon van communicatie – van ouders al zien veranderen. Maar daartegenover stonden ook hele positieve momenten, zoals moeders die wilden helpen bij communieprojecten en de verdieping tijdens de avonden met ouders. Mooi is dat je op die avonden hoort dat mensen, ook al lijken ze niks met de kerk te hebben, tóch op vakantie een kerk in gaan en dan een kaarsje opsteken. Of bij sterfgevallen, dan komt het dichterbij en dan mág het ook dichtbij komen. De open gesprekken die dan gevoerd werden, hechtte ik veel waarde aan.”


In de periode dat zij dat deel van haar vrijwilligerswerkzaamheden stop zette, liet de staat van haar gezondheid al te wensen over. ,,Sinds vijf jaar geleden was ik aan het sukkelen, maar ik kon de vinger er niet op leggen. Dan werkte ik een dag bij Molenaar & Zwarthoed en daarna had ik een dag nodig om te herstellen. Bij uitgebreid darmonderzoek kwam er niets uit en nadat ik enkele keren bij de huisarts had aangeklopt, heb ik het in het alternatieve gezocht. Ondertussen begon mijn buik op te zetten.”


,,Een osteopaat voelde en zij zei ook dat ik hogerop moest gaan. Toen stond ik er bij de huisarts op dat er onderzoek moest komen, ik was radeloos. Dat kon ik niet zomaar aanvragen, werd gezegd. Maar ik stond er op en zei ook dat er ‘spoed’ op moest staan. Ik kreeg ‘m, alleen hoorde ik daarna niks en vervolgens bleek er sprake van vier maanden wachttijd. Zolang kon ik niet wachten. Ben ik maar zelf naar een kliniek gegaan.” De behandeling voor het onderzoek maakte haar behoorlijk beroerd. ,,Toen de huisarts kwam, zag zij dat ik mijn ontlasting er uit had gekotst en toen ze mijn buik voelde, moest ik meteen naar het ziekenhuis.”

‘Ik weet dat het allemaal is om tijd te rekken en dat ik niet meer beter word. Maar ik bén er
tenminste nog’

,,Na de kijkoperatie kwam ik bij en op dat moment stond het gezin aan mijn bed. Ik was opgewekt ze te zien, maar er kwam meteen een chirurg in opleiding de kamer binnen en die vertelde dat het er niet goed uit zag. Ik had uitgezaaide buikvlieskanker… Er werd nog wat verteld, maar mijn vraag was al snel ‘Hoe lang heb ik dan nog?’ Ik moest niet in jaren denken…”


Toevalligerwijs lag Monique op de afdeling waar haar dochters hadden gewerkt. Jeanne: ,,Ze wisten dat het om onze moeder ging, dus de medici waren behoorlijk geschrokken.” De kanker bleek uit haar eileider te komen. ,,Er volgde chemotherapie en een operatie, waarbij zoveel mogelijk zou worden weggehaald. Op voorwaarde dat er niks mis was met de longen. In de tweede week van de chemo ging het helemaal mis.” Weer werd Monique met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd; ze bleek uitgedroogd, had hoge ontstekingswaardes en de nierfuncties haperden. ,,Ik weet daar niet zoveel meer van, zo ziek was ik. Ze durfden me niet te opereren, maar de oncoloog wilde wel een stoma plaatsen. En dát zorgde voor bevrijding, ik had geen pijn meer, dat was zó lekker.”


Haar dikke darm was buiten werking. ,,Ik kon alles weer eten, dus het eerste wat we deden was naar Broodje Van Dobben.” Ze kon de chemo vervolgen, maar een operatie bleek niet meer mogelijk. ,,Het bleek namelijk dat de kwaadaardige cellen zich in de longwand hadden genesteld. De AMC-arts schetste mijn situatie in een korte opsomming, zonder enig empathisch vermogen. Terwijl die korte boodschap betekende dat ik minder lang te leven had. Bij een second opinion in het Antonie van Leeuwenhoek kreeg ik een bredere uitleg.”,,Naast de chemo’s krijg ik immuuntherapie en ik hoop dat laatste straks in de vorm van tabletten te krijgen. Ik weet dat het allemaal is om tijd te rekken en dat ik niet meer beter word. Maar ik bén er tenminste nog, ik fiets weer, ben weer op mijn werk geweest. Ik mag daar langs komen en inloggen wanneer ik wil, ze geven me ruimte. Zolang ik iets kán doen, wil ik ook iets betekenen. Het is echt een warm bad. Er is een collega van buiten Volendam die zelfs iedere week een bijzondere kaart stuurt. Echt geweldig, als je zo bent.” Jeanne onderbreekt haar moeder: ,,Maar zo ben jij ook, ma.”


Haar man Henri knikt. ,,De kaarten hingen hier rijen dik aan de wand, kaarsen en bloemen werden gebracht, zoveel mensen leefden en leven mee: het is een trieste situatie, maar het doet je heel veel als zoveel mensen met je meeleven.” Monique: ,,Het is echt hartverwarmend. Ik heb ook veel aan de mensen van de Thuiszorg. De meeste gesprekken die je voert gaan al een tijdje over het ‘ziek zijn’ en ik wil daar niet de hele tijd in zitten. Iemand van Evean zei dat het goed zou zijn om de tijd tussen de afspraken goed te benutten, leuke dingen te doen. Toen Pastoor Stomph in maart op bezoek was en vroeg of ik een laatste wens had, vertelde ik dat ik eerder door omstandigheden niet mee kon met de bisschop naar Rome en dat graag nog wilde. En als ik daar dan toch ben, dan wil ik ook de paus zien, zei ik.”


,,Hij vertelde dat aan Pastoor Eric van Teijlingen, die daar zeven jaar heeft gewoond. En zo belde Van Teijlingen me een paar weken later. Eric wilde zelf ook mee en dat wilden wij ook graag. We zouden in een priesterhotel slapen, maar dat bleek vanwege Pasen druk bezet. Belde hij me even later met een opgewekte stem. Iemand van het priesterhotel had hem gezegd een mailtje te wagen naar Domus Sanctae Marthae, waar de Paus slaapt. En nadat men daar het verhaal had gelezen, waren we daar welkom. ‘We logeren bij de paus’, riep hij door de telefoon.”


Zo toog het gezelschap vanuit Volendam naar Vaticaanstad. ,,Zagen we de Paus in de eetzaal. Alle priesters in het zwart met wit boord, de Paus in het wit. En wij zaten daar als gasten bij, in gewone kleding. Eric van Teijlingen zat uiteraard te genieten, hij spreekt ook Italiaans. Liepen we elke morgen om acht uur door de lege Sint Pieter Basiliek, dat was heel speciaal. Via de achteringang van de Sint Pieter kwamen we dan naar buiten en daar stonden regelmatig mensen te kijken, in de hoop dat de Paus daar uit kwam. En dan kwamen wij daar uit”, glimlacht Monique. Zo gingen ze ook richting het Sint Pietersplein, voor de audiëntie buiten. ,,Het is een hele bijzondere man, die goed wil doen en van mensen houdt, dat merk je meteen. Er waren jongeren uit Oekraïne, Argentijnse nonnen, een groep Franse mensen die hem toezong. Wij zaten op het bordes, ik was zo emotioneel, je hart brak telkens.”De Volendamse, wiens oudste zus ook twee vormen van kanker heeft, had iets meegenomen voor de Heilige. ,,Dat had ik niet kunnen geven, maar ik vond het allemaal al zo bijzonder. Eric had ons verhaal ondertussen bij de receptie uitgelegd en mensen daar wisten van de familie uit ‘Olanda’. De kamerheer van de Paus had vervolgens het verzoek voor een ontmoeting bij de Paus neergelegd en opeens verscheen de man – echt een engel met een vredig gezicht – en zei ons in de vooravond dat we de Paus om tien voor acht mochten ontmoeten. Geweldig. Dan weet je nog niet wat je te wachten staat.”


,,We waren echt allemaal zenuwachtig”, zegt Jeanne. Monique: ,,En toen kwam de Paus op ons aflopen. We hadden van alles voorgenomen, maar we sloegen allemaal dicht, door de zenuwen. De Paus glimlachte.” Jeanne’s ogen vergroten zich nog, door de verwondering met terugwerkende kracht: ,,Hij begon bij mij, terwijl het voor mijn moeder bedoeld was. Hij gaf me een hand en toen viel de rust over me heen.”

‘Legde de Paus zijn hand op mijn moeders hoofd, sprak enkele zinnen in het Italiaans en
gaf een kruisje op haar voorhoofd’

Henri: ,,Je kent de taal niet, maar ik kon sowieso geen woord uitbrengen, zó bijzonder. En zo’n lieve man. Eric heeft nog met hem staan praten.” Pastoor Van Teijlingen memoreerde bij de Paus nog even dat Monique terminaal is en hem zo graag wilde ontmoeten. Jeanne: ,,Legde de Paus zijn hand op mijn moeders hoofd, sprak enkele zinnen in het Italiaans en gaf een kruisje op haar voorhoofd. Bij mijn moeder liepen de tranen over haar wangen. We kregen bij het afscheid allemaal nog een hand en een prachtige rozenkrans.”


Monique: ,,Daarna kwam de ontlading, ook bij Eric.” Jeanne: ,,De pastoor heeft onze reis ook zó speciaal gemaakt. Hij is zelfs voorgegaan bij een viering in een kapel onder de Sint Pieter.” Monique: ,,Het was zó speciaal allemaal. We hebben zulke lange rijen gezien, ik had het, als we niet deze mogelijkheid hadden gekregen, fysiek niet kunnen doen.”


Het zeldzame samenzijn heeft voor innerlijke rust gezorgd. ,,Vanaf dat ik de Paus heb gezien, ben ik zo rustig in mijn lijf. Het gaf me echt zo’n gevoel van ‘zo is het goed’. Ik hoorde laatst iemand vertellen over een ziek iemand, die al een datum voor euthanasie had geprikt, daar schrok ik van. Dat hebben we hier nog niet gedaan. We praten er wel over, hoe moeilijk dat ook is. Er komt een tijd dat ik er niet meer ben en ik weet niet wanneer. Ik heb onlangs een gesprek bij Huis aan het Water gehad met het gezin en zo hebben we de laatste maanden meer dingen gedaan waardoor we er toch iets anders in zitten. Vooral die trip naar Rome.”

Berust
,,Eric van Teijlingen zei daarna ‘het lijkt wel of je je er in berust’. Dat nog niet. Ik moet nog niet aan het afscheid denken, maar ik heb al wel wat dingen klaar. De inhoud van de misboekjes bijvoorbeeld. Ik zou bij mijn uitvaart het liefst iets van ons eigen koor Forever Young en liedjes van cd’s willen laten horen. En als dat niet gaat, dan iets van het Mannenkoor. Ik zou graag ‘How great thou art’ en ‘Make me a channel of your peace’.” Tranen volgen. ,,Dat komt door de paus”, zegt ze met gebroken stem. ,,Dat laatste liedje is altijd al een favoriet lied van me geweest. Ik vertelde dat in Rome, vervolgens zei een priester dat dat het lied is van Franciscus... Dat is geen toeval.”


,,Gelukkig dat ik me zo voel”, vloeien er opnieuw tranen. ,,Dat had ik niet verwacht. Ik kon er al wel goed over praten, maar nu nóg beter. Ik maak er gewoon het beste van. Hoop dat ik de verbouwing van mijn jongste dochter nog ‘af’ zal zien. Kleinkinderen zien, dat kan ik uit mijn hoofd zetten. Het is afwachten. Ik heb een goede hoop dat die tabletten me helpen. En ik heb een hoge pijngrens. Bovendien wordt er op allerlei plekken voor me gebeden”, glimlacht ze met een blik van bescheidenheid en waardering.

‘Ik ga wel dood, maar ik ben gelukkig niet zo ziek’

,,Mensen zeggen dat mijn ogen goed staan. Ik ga wel dood, maar ik ben gelukkig niet zo ziek”, vervolgt ze. ,,Ik keek altijd naar de uitzendingen van ‘Over mijn lijk’, met een badhanddoek naast me voor het janken. ‘Je zal weten dat je dood gaat’, dacht ik dan hardop. Ik vond die mensen zó sterk. En nu heb ik het zelf. En moet ik zelf ook dingen uitzoeken voor bij het afscheid. Alles staat op papier. En ik schrijf zelf in ‘Mama vertel eens’ en het ‘JeGeDagteBoek’. We pakken samen de foto-albums er bij. En ondertussen zing ik weer met het Koor.” Ze leeft het leven nog, zolang het haar gegeven is.

|Doorsturen

Uw reactie