Algemeen

"In de kleur van je hart"

Wiljo Oosterom zet zich al halve eeuw – hier en in Afrika – in voor kwetsbaren

Tijdens de Waterdag in Edam, eind augustus, ontmoette ik ‘Woodi’ Wiljo Oosterom. Op de stoep van haar huis in de oude binnenstad waar rieten strandtassen stonden uitgestald. ,,Ze komen uit Afrika”, vertelde Woodi Wiljo mij, net als de kleurige jasjes aan het rek. Haar dochter ging even het biljet van vijftig euro wisselen bij de winkel om de hoek en Woodi Wiljo begon spontaan te vertellen. Over haar dubbele naam, een Afrikaanse en een Nederlandse, over haar werk in Afrika, over dove kinderen en gebarentaal. Aan het eind van de straat zag ik mijn zus ongeduldig staan wachten, haar lichaamstaal sprak boekdelen. Maar ik wilde nog veel meer horen van Woodi Wiljo. We maakten een afspraak, want zij heeft een boeiend en inspirerend verhaal.

Door: Gudy Koning - van den Hogen

Op de vraag hoe zij wenst te worden aangesproken – Woodi of Wiljo of Woodi Wiljo – geeft zij geen eenduidig antwoord. In Afrika is haar naam Woodi, na haar huwelijk, na het ‘knopen’ zoals ze daar zeggen, met de Mauritaniër Demba Abou Bah. In Nederland heette ze vanaf haar geboorte Wiljo Oosterom. Maar gedurende ons gesprek blijkt al gauw dat Woodi het onderscheid niet meer kan of wil maken. Of je haar nu Woodi of Wiljo noemt, het is haar om het even. En zo schakelt ze net zo gemakkelijk van verhalen over haar huidige werk als communicatietherapeut en projectcoördinator in Afrika, naar vertellen over hoe het begon, op een zorgboerderij in Nederland en over haar pionierswerk in de gebarentaal.

Behoefte
Als prille twintiger begon Woodi in 1971 met Cor, haar toenmalige echtgenoot, in Broek in Waterland een woonvorm voor geestelijk en lichamelijk gezonde kinderen, die om wat voor reden dan ook niet bij hun eigen ouders konden wonen. Waaronder ook dove kinderen met een verstandelijk beperking. In 1986 verhuisden zij naar de Middenbeemster in een dubbele stolpboerderij. Het was misschien wel een van de eerste zorgboerderijen van heel Nederland, met in het voorste gedeelte elf slaapkamers en in het achterdeel ruimte voor een dagprogramma, een fietsenmaker, kaasmakerij, atelier. Woodi, toen nog Wiljo, was 19 jaar oud toen ze haar eerste biologische kind kreeg, ‘uit eigen buik’. En op de leeftijd van 24 jaar was zij (pleeg) moeder van maar liefst negen kinderen. Iedere keer als er een kind in de loop der jaren vertrok, om te gaan studeren bijvoorbeeld, kwam er weer een nieuw pleegkind bij. In die tijd, zo’n vijftig jaar geleden, was Wiljo al werkzaam met dove kinderen en kregen deze kinderen voornamelijk nog les in liplezen en lag de focus op het echt, hardop leren praten. ,,Gebarentaal bestond nog niet, of nauwelijks. Er leefde bij ouders en opvoeders een zekere angst dat bij gebruik van gebarentaal een dove nooit echt zou leren praten. Met de kennis van nu kunnen we wel stellen dat communiceren voor een doof iemand toch veel belangrijker is dan met horten en stoten, en met heel veel moeite, leren praten”, zegt ze.
Samen met Wim Emmerik (1940-2015), de beroemde Nederlandse gebarentaaldichter, ging Wiljo aan de slag om woorden te vertalen in gebaren. Op mijn suggestie dat Wiljo misschien wel één van de grondleggers van gebarentaal in Nederland genoemd mag worden, antwoordt zij stellig: ,,Nee! De doven zijn de grondleggers van de gebarentaal! Dat moet er met hoofdletters in! De behoefte om in gebaren te spreken, om te kunnen communiceren, komt immers vanuit de dove zelf. Een doof persoon kan niet alleen niets horen, hij leeft ook in een isolement en in een aparte cultuur. Als (pleeg)ouder wil je dolgraag een band met je kind aangaan, contact maken en emoties delen. Maar daarvoor heb je taal nodig, woorden en gebaren om uitdrukking te geven aan wat je voelt, boosheid, angst of blijdschap. Voordat gebarentaal voor doven geaccepteerd werd, was de dove volledig afhankelijk van in hoeverre de horende bereid was om zich te verdiepen in de dove. Een dove krijgt alleen informatie tot zich als de horende er echt voor gaat zitten. Gelukkig gaat het nu steeds beter, zoals het nieuws op tv met tolken met gebarentaal.”

‘We hadden een pleegzoon die al in elf verschillende gezinnen en inrichtingen was geplaatst en alleen zijn vuisten kon laten spreken’

,,We hadden toen een pleegzoon, een jongen van een jaar of vijftien, die al in elf verschillende gezinnen en inrichtingen was geplaatst en alleen maar kon slaan, alleen zijn vuisten kon laten spreken. Hij had in zijn jonge leven geen andere manier gevonden om zich te uiten. Ik leerde hem een aantal scheldwoorden te articuleren.” Welke moeder leert haar kind nu scheldwoorden? ,,Maar daarmee kon hij uiting geven aan zijn woede en frustratie. En ik leerde hem om te praten met zijn handen. Dove kinderen konden vaak ook niet lezen en schrijven. Niet zo vreemd natuurlijk, als je geen woorden tot je beschikking hebt. We begonnen toen heel provisorisch met visualiseren, het vertalen van gedachten en woorden naar beelden. Ik had toen een grote ladekast op de boerderij die ik vulde met op kaartjes geplakte foto’s en knipsels uit tijdschriften. We maakten pictogrammen die een situatie, bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts, verbeelden. We gebruikten kleuren en vakken en vormen, alles zoveel mogelijk visueel ingesteld. De boerderij was een plek vol kleur, alles duidelijk en herkenbaar voor de dove bewoners.”
In 1990 – Wiljo was toen 43 jaar – overleed haar man Cor. Ze bleef achter in de stolpboerderij met de zeven kinderen die toen nog thuis woonden. ,,Later werd de zorgvoorziening op de stolpboerderij overgenomen in een nieuwbouwproject met behulp van het Christelijk Instituut voor Doven in Zoetermeer, wat nog later is overgenomen door Odion.”
Wiljo zette er eind jaren ’90 een nieuwe woonvorm voor zo zelfstandig mogelijk wonen op, met zes dove jongeren met een verstandelijke beperking, met financiering van het toen geïntroduceerde Persoonsgebonden Budget (PGB). Toen kon zij ook de door haar ontwikkelde methode van visualiseren-lezen-schrijven verder doorzetten en konden de bewoners continu met elkaar communiceren via gebarentaal. ,,Heel fijn”, geeft Wiljo aan, ,,want als je drie doven en zeven horenden in een gezelschap hebt, dan wordt er al heel gauw gewoon weer gesproken en wordt de gebarentaal vergeten.” Haar oudste pleegzoon werd destijds coördinator. ,,Zo hadden de jongeren een vertrouwde persoon in hun nieuwe omgeving, bekend met gebaren en visualisatie die zij van (ons) huis meebrachten. Deze woonvorm sloot naadloos aan op het werken in de zorgboerderij.”
Een kijkje op de website van Silent Work (www.silentwork.org) in Afrika – het gezamenlijke levenswerk van Woodi en haar tweede echtgenoot Demba Abou Bah – leert dat in de laatste twintig jaar het echtpaar in Mauritanië en Senegal bezig is met dovenonderwijs en met het opzetten en begeleiden van tal van projecten voor de Afrikaanse gemeenschap. Wat is de sleutel tot het succes van al die kleine en grotere projecten? Woodi hoeft niet lang na te denken. ,,Als jonge vrouw op die zorgboerderij in Nederland, met al die kinderen van klein naar groot, heb ik al geleerd om te denken in mogelijkheden en oplossingen. En later leerde ik dit van het volk van de Peuhl, waartoe mijn man behoort. Een creatief en optimistisch volk waar in hun taal geen woord voor probleem bestaat. Ze zoeken altijd naar een oplossing en als die er niet blijkt te zijn, dan accepteren ze dat en gaan verder met hun leven. Niet in je eentje, maar samen de oplossing zoeken! En die oplossingen voor problemen worden in Afrika voor het merendeel aangedragen door de bevolking zelf. De eerste watertoren die wij in een project realiseerden, was maar liefst twintig meter hoog, een enorm gevaarte in die droge woestijn. Het probleem was dat de mannen en de vrouwen van het dorp, toen het water uit de pijp spoot, het niet vertrouwden. Water pompen, vanuit zo diep onder de grond, dat kon niet goed zijn, daarmee greep je in, in het respect voor Gods land. Demba wees de meisjes van het dorp aan om met kalebassen, vol kostbaar door God geschonken water, iedereen een slokje te laten drinken. Niemand ging dood, het was goed.”

‘Peuhl is een creatief en optimistisch volk, waar in hun taal geen woord voor probleem bestaat’

,,En voordat we daadwerkelijk met een project starten, moet er eerst voldoende geld zijn, een doortimmerd projectplan en betrouwbare partners. Mijn man Demba zoekt uit de gemeenschap drie mannen: één die goed met de overheid overweg kan, één die verstand van zaken heeft en de talen spreekt en één die goed ligt binnen de gemeenschap. Vervolgens gaan we het gesprek aan met de mannen, daarna met de vrouwen en dan met de kinderen. Uiteindelijk is iedereen mede-eigenaar van het project. Wat bovendien heel belangrijk is: de behoefte en de vraag komt vanuit de bevolking zelf.”
,,Ik beschouw mezelf slechts als een schakeltje in het geheel. Ik noem mezelf altijd een zilveren kraaltje in een gouden ketting. Niet het slotje, of een hangertje, maar een kraaltje dat daar zit omdat het anders niet rond komt. En als het project eenmaal rond is, dan kan dat zilveren schakeltje eruit en is het een gouden ketting. Het voor elkaar krijgen dat het project loopt, dat is mijn aandeel. Mijn kennis zit erin, mijn betrokkenheid, energie en liefde. Maar het is niet van mij. Wat ook bijdraagt aan het succes van onze projecten is dat we de startklare projecten vijf jaar lang blijven volgen en begeleiden. En mocht het mislopen, door wat voor interne of externe oorzaken dan ook, dan beginnen we gewoon opnieuw.”
Woodi kwam voor het eerst als hulpverlener in Afrika terecht tijdens de genocide van 1994 in Rwanda, tussen de bevolkingsgroepen Tutsi’s en Hutu’s, waarbij in een periode van 100 dagen naar schatting 500.000 tot 1 miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s werden vermoord. Wat moest zij als 47-jarige vrouw met zo’n druk bestaan op de zorgboerderij en met zoveel (pleeg)kinderen in godsnaam op dat gruwelijke strijdveld doen, zo ver van huis? Woodi: ,,Ik was gevraagd door een Rwandese Vluchtelingenorganisatie in België om daar te komen helpen met mijn achtergrond als communicatietherapeut voor doven, samen met twee lokale pastoors (Hutu en Tutsi). Wilde Ganzen wilde eerst wachten op een vredesakkoord voordat er geld geïnvesteerd werd in de wederopbouw. Maar daar konden we niet op wachten! Die 850 kinderen tussen 2-16 jaar leefden zonder ouders daar op die heuvel, aan hun lot overgelaten. Die hadden per direct hulp nodig. Later is dat via een tv-uitzending Heilig Vuur toch een plezierige samenwerking geworden. Ik weet nog goed hoe we met de pastoors en de oudere mensen die daar achtergebleven waren, een begin maakten om de vernielde schoolgebouwtjes te renoveren. Alles lag in puin en toch lag de focus vooral op het timmeren van schoolbanken. Is dat niet een beetje gek, vroeg ik de pastoors. Moeten we niet eerst het dak repareren? Maar die schoolbanken waren van groot belang, een vorm van status voor de oudere kinderen om ze naar school te ‘lokken’. Nu heetten ze studenten in plaats van dakloze en ouderloze jongeren.”

Genocide
,,En de pastoors lieten de ouderen oppassen op de kleine kinderen. Mannen werden uit de gevangenis gehaald om te timmeren en te metselen. En de vrouwen, die zoveel ellende hadden meegemaakt, kregen de taak om met een geweer om hun schouder, deze ex-gevangenen te bewaken. En als je naar Afrika gaat om te helpen, denk dan vooral niet dat jij weet hoe te helpen. De Afrikanen weten zelf heel goed waar de oplossing ligt, niet wij in het Westen, een heel andere wereld. Ik vroeg wat ik kon doen, ik wilde helpen. En ik heb drie weken schoongemaakt. Botten en beenderen en schedels, hele stapels. Gevonden in latrines, in strontputten en massagraven. We moesten tonen aan de wereld: dit kan zo niet. Jullie moeten ons helpen hier uit te komen. Het schoonmaken van die botten en beenderen, dat betekende respect tonen. De geur en het bewijsvolle besef, zoveel mannen, vrouwen en kinderen gedood, het was vreselijk.”
Woodi bleef in de daaropvolgende jaren nog herhaaldelijk terugkeren naar Rwanda, waar ze projecten opzette, onder andere speciaal onderwijs voor doven en kinderen met een beperking. In februari van dit jaar is in Mauritanië het Centre Commerical des Sourds voor doven feestelijk geopend, een kleinschalig winkelcentrum, gebouwd en opgezet voor en door doven. ,,Dit winkelcentrum is een leerplek voor zestig doven, met alleen doven als vakdocenten, maar belangrijker nog: een werkplek met toekomstmogelijkheden. Er staan vijf winkels met daarachter vijf werkplaatsen. Een broodbakkerij, een meubelmakerij, een kunstgalerie, een kledingatelier, een informatica-opleiding en een loodgietersbedrijf samen met elektra.” Woodi vertelt erover, met lichtjes in haar ogen en een grote glimlach. Ze trekt mij mee in haar enthousiasme en even geloof ik weer in het goede van de mens. Toen God de mens schiep had hij zijn evenbeeld in gedachten. Met Woodi Wiljo en Demba Abou Bah is Hij een flink stuk in de goede richting gekomen.
Wiljo Oosterom schreef meerdere boeken: Sterren van Rwanda, Kleur bekennen, Een sluier van Zand en Dromen van water. De boeken zijn in de boekhandel uitverkocht maar nog te bestellen bij: silentwork.nl@gmail.com

 

Woodie leert een kind gebarentaal.

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties