Algemeen

Historie lokale politiek belicht

Klapper vs Keizer: confrontatie tussen twee werelden

‘Hier zijn geweldige gevechten gevoerd. Politieke gevechten.’ Deze woorden werden een maand geleden gesproken, toen de gemeenteraad haar nieuwe huisvesting besprak. Onze lokale politici vergaderen eind volgend jaar hoogstwaarschijnlijk niet meer ‘hier’, aan de Schepenmakersdijk in Edam, maar reizen dan af naar het centrum van Volendam, naar cultuurcentrum PX. Het vooruitzicht komt niet als een verrassing. De huur van de oude, historische zaal loopt af en het voornemen om te verhuizen was er al langer.
Door Frank Zwarthoed

Frank Zwarthoed (28) studeerde politicologie en is de afgelopen jaren werkzaam geweest in Den Haag, bij de VVD, voor een aantal Kamerleden en als campagnecoördinator voor de Europese- en Provinciale verkiezingen. Vanwege die werkzaamheden schoof hij het afronden van zijn universitaire masterstudie Journalistiek & Nieuwe Media op de lange baan. Voor een afstudeerproject loopt hij momenteel stage bij de Nivo en duikt voor een reeks verhalen in het verleden van de lokale politiek. Hij struint in de archieven en spreekt betrokkenen, over onder meer confrontaties tussen politieke instituten, de schoonheid van het debat, families waarvan generatie op generatie de politiek in ging. In deel 1: Klapper versus Keizer: confrontatie tussen twee werelden.

Toch mag best even teruggekeken worden op al die tientallen jaren dat er aan de Schepenmakersdijk vergaderd is. De plek waar menig vurig debat gevoerd werd en grote beslissingen werden genomen. Als gevraagd wordt aan lokale politici om eens te vertellen wanneer de debatten nou echt spannend waren, wat voor hen hoogtepuntjes waren in al die jaren politiek debat, dan wordt toch al snel verwezen naar de confrontatie tussen Willem Klapper (GroenLinks) en Wim Keizer (Volendam’80). De confrontatie tussen twee werelden.
VVD-fractievoorzitter Emile Karregat verwees er nog naar in de laatste raadsvergadering. Maar ook andere politici kijken er met enig gevoel van nostalgie op terug. Zo zei oud-fractievoorzitter van Volendam’80 Johan Koning enkele jaren terug in een interview in de Stadskrant: ‘Het was voor mij vooral een bijzonder vermakelijk schouwspel om de discussies tussen Wim Keizer en Willem Klapper te volgen. Die twee zaten elkaar voortdurend in de haren tijdens de raadsvergaderingen en dronken daarna in de kantine samen een borrel! Dat kon er bij mij niet in. Toen tenminste niet, nu wel.’ Hij vulde nog aan: ‘Politiek zou niet goed functioneren als er niet een wederzijds respect voor elkaar was en het besef dat je elkaar nodig hebt om dingen gedaan te krijgen waar de gemeenschap baat bij heeft.’
Waarom noemt toch iedereen Willem Klapper en Wim Keizer? Wat was er zo bijzonder aan hun confrontatie? En konden ze wel door een deur, ondanks de politieke verschillen? Deze vragen wilde ik graag stellen aan de hoofdrolspelers van toen. Helaas leeft Willem Klapper niet meer. Hij is overleden in 2002, aan een hartaanval. Andere hoofdrolspelers leven nog wel. Wim Keizer bijvoorbeeld, maar ook de politieke partner van Klapper: Greta Blakborn van GroenLinks, die in al die jaren veel met hem heeft samengewerkt. Hoe keken zij naar dè lokale politieke clash van de afgelopen decennia. Heb je landelijk Geert Wilders die Alexander Pechtold in de haren zat, en heb je in Amerika nu Biden tegen Trump. Zo hadden wij: Klapper tegen Keizer.

Opeens hoorde hij kabaal,
er werd buiten hard gejoeld:
een mensenmassa bewoog zich
richting het huis van
raadslid Kees Schilder (de bok)

Het was januari 1994. Kees Schilder (de Bok) had een mooie, zonnige winterdag achter de rug en liep naar huis na een lange wandeling. Hij had enveloppen met geld opgehaald aan de deuren, als inzamelingsactie voor de lokale kerk. Het werd al schemerduister en hij liep met stevige pas richting het Noordeinde, waar hij woonde. Kees was een drukbezet man. Naast het runnen van zijn restaurant op Marken was hij raadslid voor de plaatselijke partij Volendam’80. Het was verkiezingstijd in ’94 en Kees was daar als prominent lid actief bij betrokken, onder meer samen met zijn kompanen Siem Veerman (Lut) en Wim Keizer. En er was werk aan de winkel. Amsterdam liet zich volgens de partij van Kees veel te veel gelden in de regio. Edam-Volendam was aangesloten bij de ROA, een samenwerking van verschillende gemeentes in de regio, inclusief Amsterdam. Volgens critici ‘een rampzalige ontwikkeling’, volgens voorstanders ‘nodig om grensoverschrijdende problemen op te lossen’. Hoe dan ook, er was nog veel te doen voordat de verkiezingen in maart plaatsvonden. Kees was ondertussen bij zijn huis aangekomen, uitkijkend over het Markermeer. Hij ging naar binnen en verheugde zich op een goed kopje koffie.
Opeens hoorde hij kabaal. Er werd buiten hard gejoeld. Een mensenmassa bewoog zich richting het huis van Kees. ‘Wat is hier nou weer loos’, dacht hij. Hij zag borden, spandoeken en actieleuzen. Een groep jonge jongens had zich genesteld op de weg voor zijn huis. Het gezin van Kees was inmiddels naar de kelder gegaan. Zelf trok hij maar de stoute schoenen aan en opende zijn deur. De luidruchtige jongeren waren netjes gekleed in jasjes en stropdassen en hadden slogans op hun borden staan. Slogans zoals ‘VD80 = niet prachtig’, ‘Kees de Bok uit het gemeentehok’ en ‘Alleen gekken willen hekken’. Het bleken Leidse studenten bestuurskunde, speciaal naar Volendam gekomen om hun stem uit te spreken vóór de ROA en tégen het standpunt van Volendam‘80.
Hoewel Kees eerst even niet wist wat hij ermee aan moest, ging hij in gesprek met de studenten. Al snel ontstond er een levendige discussie, waar de voors- en tegens van de ROA werden uitgewisseld. Het bleek, volgens de NIVO van die tijd, al gauw te gaan om ‘beschaafde jongens’, die uiteindelijk na een goed gesprek en een handdruk weer weg gingen. Kees keek nog even waar de jongeren naartoe gingen. Hun eindpunt, en waarschijnlijk ook hun beginpunt, was het huis van zijn buurman, een stukje verderop. Zijn buurman heette Willem Klapper - GroenLinks-raadslid - en die was niet gek van een politiek statement en een stukje humor.
In een notendop schetst deze anekdote het verschil in wereldbeeld tussen de lokale partij VD’80 en GroenLinks, in ieder geval de situatie begin jaren ’90. GroenLinks zag de voordelen van intensief samenwerken in regionaal verband, Volendam’80 wilde niets weten van grootstedelijke bemoeienis met het dorp. GroenLinks wilde de dijk helemaal autovrij, Volendam ’80 zag daarin grote bezwaren. In de gemeenteraad wisten de partijen elkaar dan ook vaak te vinden voor een discussie. En niet alleen Willem Klapper kon die discussies stevig voeren, ook Wim Keizer kon er wat van. Ze zouden elkaar in de jaren ’90 flink in de haren vliegen. Verbaal dan. Maar, volgens Keizer zelf was het ‘een prachtig stukje politiek’. Wat voor mannen waren het, die zo lijnrecht tegenover elkaar konden staan?
Wim Keizer is een dorpsfiguur. Vriend en vijand zullen niet ontkennen dat Keizer een grote invloed heeft gehad op het dorp. Niet voor niets werd hij in publicaties af en toe ‘de onderkoning van Volendam’ genoemd. Het Volendams museum, de ijsbaan in het Boelenspark, Slobbeland; overal heeft hij zijn flinke steen bijgedragen. Soms zelfs letterlijk, want het Slobbeland is opgebouwd door een groep jonge vrijwilligers, waaronder Keizer. Zoals het een waar onderwijzer betaamt is hij niet op z’n mondje gevallen. Wat hij vertelt, kan verhalend en geschiedkundig zijn, zoals zijn kronieken over het dorp. Maar het kon in het verleden ook nog wel eens wrevel opwekken bij (politieke) tegenstanders, bijvoorbeeld als hij in zijn emotie op de man speelde. In een NHD-artikel uit maart 2020 zegt hij hierover: ‘Ook als je veel goed doet, krijg je vijanden’.

Keizer: ‘Klapper bereidde
zich goed voor en
las z’n stukken.
En hij had humor’

Maar één ding staat vast: zijn aanwezigheid in de raad leverde spannende discussies op. ,,Het waren mooie debatten”, concludeert Keizer. Hij herinnert zich nog levendig de debatten met Klapper: ,,We konden recht tegenover elkaar staan. Kijk naar de bebouwing van de Zuidpolder (nu Broeckgouw, red.), dat was volgens Klapper voor de vogels. Ik dacht daar anders over.” Ook de felle discussies over het verkeer op de dijk blijft hem bij. Keizer: ,,De dijk autovrij, dat kon je niet zomaar doen. Je had te maken met economische omstandigheden, met bussen, winkeliers en bewoners. Zoiets kon niet 1-2-3. Klapper vond van wel. Dan ontstond er een steekspel.”
Ondanks de verschillen waardeerde Keizer zijn tegenstander wel: ,,Klapper bereidde zich goed voor en las z’n stukken. En hij had humor.” Het oud-raadslid van Volendam’80 herinnert zich nog een grappige anekdote over Klapper: ,,Hij kon erg komisch zijn. Zo was er een raadslid van een andere partij die altijd pas vlak voor de vergadering zijn envelop met stukken openmaakte. Die wilde altijd als laatste spreker het woord omdat hij dan gemakkelijk kon reageren op wat anderen zeiden. Ik had het er dan met Klapper over: wat zouden wij hier nou mee doen? Klapper zei toen: hier weet ik wel raad op.” Keizer vertelt verder: ,,Bij de volgende vergadering nam Klapper dan het woord en verzocht de burgemeester heel netjes het bewuste raadslid als allereerste spreker te laten beginnen. Iedereen lag bewusteloos van het lachen. ‘Weet jij nog meer, Klapper!?’, zei dat raadslid dan.”
Wim Keizer herinnert zich ook nog een discussie met Klapper over een waterzuivering voor het instructiebad op het Slobbeland. ,,Klapper had toen een betoog: het was veel economischer en goedkoper als Volendammers in de zee zouden zwemmen. ‘We hebben een zwembad tot Marken’, zei hij toen. ‘Dat kan wel’, reageerde ik gelijk, dan trekken we Marken een stukje weg zodat er nog meer zwemwater ontstaat. Maar voordat ze daarheen kunnen zwemmen, moeten ze het eerst leren, anders gooi je het kind met het badwater weg.”
GroenLinks-leider Willem Klapper was ondanks zijn voorliefde voor Volendam een buitenstaander. Hij groeide op in Den Haag en ging uiteindelijk theologie studeren. Daar leerde hij ook wijlen pastoor Berkhout kennen. Berkhout schreef daar later over: ,,Willem viel toen al op vanwege zijn kritische interventies tijdens de colleges. Ook toen werd dat niet door elke professor gewaardeerd zoals dat later ook gebeurde bij zijn collega’s van de gemeenteraad.”

Blakborn: ‘We deden dingen
die hier nog niet waren,
bijvoorbeeld een Turks feest’

Hij liet zijn ambitie om priester te worden los en werd buurtwerker in Volendam. In die tijd leert oud-GroenLinks raadslid en wethouder Greta Blakborn hem kennen. ,,We waren een beetje alternatieve jeugd. We deden aan toneelstukken, weekenden weg en hadden discussies. Willem was een beetje onze mentor, hij organiseerde dingen en leerde ons iets.” Greta legt uit: ,,We deden dingen die hier nog niet waren, bijvoorbeeld een Turks feest. Dan dachten mensen in het dorp nog wel eens: ‘Die zitten allemaal aan de drugs en de hash, maar dat was niet waar. Het was gewoon super gezellig.” Daarnaast zette Willem zich ook in voor de emancipatie van vrouwen, door middel van cursussen en praatgroepen: ,,En dat was hard nodig. Er kwam dan bijvoorbeeld een vrouw met krulspelden langs en die zei tegen ons ‘M’n man weet niet dat ik hier ben. Ik vertel thuis dat ik naar m’n vriendin ben, m’n haar opkammen’.”
Uit de jonge club mensen die van alles organiseerden, vormde zich vanzelf een politiek bewustzijn: ,,We wilden hier dingen veranderen. In de gemeenteraad zaten ze met grote sigaren. Dat vonden wij een oud zootje. Als we wat wilden, dan moesten we dat van binnenuit doen.” Het groepje werd een lokale afdeling van de PPR (Politieke Partij Radikalen, red.). En de PPR werd GroenLinks. Willem was hun onbetwiste nummer één en hij haalde in 1990 een zetel in de gemeenteraad. Gelijk was wel duidelijk dat Willem er wat anders in stond dan de rest: ,,Hij zocht soms de randjes op, kan dit wel of kan dit niet? Zijn mening viel niet altijd in goede aarde. Dan hadden sommigen een instelling van ‘Hou nou maar eens je mond’.”
Maar Klapper had er ook een handje van om zijn tijd te pakken: ,,Tijdens debatten hield hij van lange verhalen. Dat wekte soms wat irritatie bij andere raadsleden. Die wilden toen een klok invoeren, Klapper kreeg dan drie minuten. Dan maakte hij net zulke lange zinnen, met heel veel komma’s, tot zijn verhaal afkwam. Maar als hij sprak, zaten de raadsleden er allemaal.”
Blakborn herinnert zich de discussies tussen Keizer en Klapper ook nog goed. ,,Wim Keizer had een keer het idee dat de ijsbaan in het Boelenspark geasfalteerd moest worden, want dan kon je er in de zomer ook op skeeleren. ‘Dat gaan we niet doen’, dachten wij dan, ‘zonde van het park’. Dan kon Wim Keizer flink flippen.”
Blakborn erkent wel dat Keizer een geduchte tegenstander in het debat kon zijn: ,,Hij heeft wel 28 jaar in de raad gezeten, dan weet je wel wat. Hij wist veel, de aantallen, de data. Dat paste ook wel een beetje bij het zijn van een schoolmeester. Hij had het paraat. Willem Klapper had dat niet, die zocht het op.”

Blakborn: ‘Ze konden
elkaar soms wel over
tafel trekken. Maar je
moet na afloop gewoon
een borrel kunnen drinken,
je moet met elkaar omgaan’

Als Blakborn wordt herinnerd aan de studentenactie voor de deur van Kees Schilder (de Bok) moet ze lachen: ,,Klapper hield wel van een geintje. Zo’n actie past in dat plaatje. We zijn ook een keer met een roze olifant op wieltjes over de dijk gegaan. Als protest tegen de bussen op de dijk. Daar kwamen ook best heftige reacties op.”
Toch moeten in de politiek de grootste politieke tegenpolen door een deur kunnen. Zoals Geert Wilders Mark Rutte nog wel eens na een debat een appje kon sturen met de boodschap ‘Je had me net goed te pakken!’, zo geldt ook lokaal: de sfeer moet goed blijven.
,,Het waren wel twee verschillende werelden”, legt Blakborn uit. ,,Ze konden elkaar soms wel over tafel trekken. Maar je moet na afloop gewoon een borrel kunnen drinken, je moet met elkaar omgaan.” Greta herinnert zich nog een moment na de Algemene Beschouwingen, het jaarlijkse debat rondom de begroting: ,,De raadsleden gingen dineren maar iedereen zat bij elkaar, partij bij partij. Klapper besloot dan om tussen de fractieleden van Volendam’80 te gaan zitten. Daar is immers zo’n diner voor. Al zei hij dan soms wel na afloop: ‘Ik zat toch niet zo lekker.’”
Wim Keizer bevestigt het beeld dat ze best door een deur konden: ,,Op menselijk gebied was er tussen Klapper en mij niets aan de hand. In de verste verte ook niet. We hebben elkaar ook nooit uitgescholden. Het was altijd met respect.” De VD’80-prominent haalt een anekdote aan, een gesprek tussen hem en GroenLinks-leider Klapper: ,,Hij vroeg aan mij: ‘Hoe vind je mij, Wim?’ Toen zei ik: ‘Klapper, als jij niet had bestaan, had ik je opgericht. Wat moeten ze nou buiten onze discussies doen? De rest hobbelt maar mee. Klapper zei daarop: ‘Da’s nog waar ook.’”
De twee zouden, ondanks hun verschillen, nog verscheidene keren met elkaar samenwerken. Bijvoorbeeld in hun strijd tegen het inpolderen van de Markerwaard. Blakborn: ,,Maar een verschil van mening, een verschil van ideeën, dat mag. Je moet het af en toe een beetje aanzetten om die discussie te krijgen. Maar wel met respect.”

 

 

|Doorsturen

Uw reactie