Algemeen

Wayne, Georgie en Jan vertellen: voor begrip, bewustwording en bespreekbaar maken

Misschien niet zo bedoeld, maar wel zo gevoeld

‘De wereld loopt op ze endje’, was in de vorige eeuw een veelgehoorde uitspraak van oma’s in Volendam. Opeens klinken die woorden weer, want de verruwing van de samenleving duurt onverminderd voort. Jong en oud ventileren meningen, terwijl niet stil wordt gestaan bij wat het met een ander doet. Soms vanuit dominantie, vaak vanuit onzekerheid, jaloezie, pesterij of kopieergedrag. Het kan ongenuanceerd zijn, er ontbreekt zelfreflectie en kan relaties en personen beschadigen. Soms is het niet zo bedoeld, maar wordt het ondertussen wel zo gevoeld. Het gebeurt op het schoolplein, op het sportveld, tijdens sociale samenkomsten en op sociale media. Ook in de discussies rond Black lives matters en Zwarte Piet gaat het er soms ongevoelig hard aan toe, binnen een gevoelige materie. De Nivo ging de dialoog aan met enkele mensen die woonachtig en/of werkzaam zijn in Volendam: over diversiteit en inclusiviteit. ,,We zijn de afgelopen jaren zó geconcentreerd geraakt op de vorm van het protest van de boodschapper, dat we afdrijven van de daadwerkelijke inhoud van die boodschap”, zegt Wayne Neijhorst, manager van de Sport-Koepel. Met hem vertellen ook tandarts Jan Veerman (reus) en RKAV-jeugdtrainer Georgie Biswana. Niet om te oordelen, niet om met de beschuldigende vinger te wijzen, niet om te schreeuwen dat het zo of zo moet. Integendeel: om ervaringen te delen en om zo begrip en bewustwording te creëren, hoe sommige situaties aanvoelen. Om het bespreekbaar te maken en ons anders naar de wereld, naar onszelf en naar de ander te laten kijken.
Door Eddy Veerman

Wayne Neijhorst was al werkzaam bij de Sport-Koepel, toen hij vorig jaar de rol van manager overnam van Johan Molenaar. ,,Voorheen wilde ik nooit in het openbaar – en vanuit de emotie – reageren. Ik heb kennissen die in de zwarte pieten-discussie zaten, tijdens de protesten met de hand iets filmden en het ’s avonds terugzagen bij de NOS, waarbij het zo geknipt en geplakt was, dat de agressor – degene die bedreigend overkwam – was omgedraaid. Dat heeft me voorzichtiger gemaakt en ik wil niet ‘de donkere manager van de Sport-Koepel die ook zo graag iets wil vertellen’ zijn. Maar na alles wat ik heb meegemaakt en hoe het er dan nu nog steeds aan toegaat, dan voel ik wel dat ik nu iets wil zeggen.”
,,Het gesprek willen aangaan om ervaringen te delen, maar wel héél ver weg blijven van het huidige activisme of hoe mensen het activisme beleven. Dat ligt niet in mijn aard, ik wil graag dicht bij mezelf blijven. Ik heb een zichtbare rol in deze gemeenschap, ben herkenbaar in mijn Sport-Koepelkleding en ik wil dat nog heel veel jaar met veel liefde en plezier blijven doen. Waarbij ik gezegd wil hebben dat ik best de dialoog aan wil gaan, maar ik wil niet in de wij/zij/hunnie/zullie-discussie belanden.”

‘Ik kon het hen
niet kwalijk nemen dat ze, ondanks dat
ze het leuk vonden, niet meer met mij
wilden basketballen op straat’

Hij is geboren en groeide op in Amsterdam. Het was de tijd dat jongere – blanke – meisjes niet met me wilden omgaan, omdat hun omgeving hen dan ‘negerhoer’ noemde. Dus ik kon het hen niet kwalijk nemen dat ze, ondanks dat ze het leuk vonden, op een gegeven moment niet meer met mij wilden basketballen op straat. Ik ben in de gelukkige omstandigheid geweest dat ik veel mocht reizen van en met mijn ouders. Op de middelbare school zat ik bij Markers, Monnickendammers en Volendammers in de klas. Wat dat doet in de dynamiek, is dat je elkaar vrij snel gaat begrijpen. Die nabijheid, die is belangrijk.”

Maar dan heb je ook destijds en naderhand vaak genoeg opmerkingen voorbij horen komen?
,,Dat klopt. Dan volgde dat vaak door de zin ‘ja, maar jij bent anders’. Nee, je kent mij. Als het gaat om de rest van de groep kun je van afstand een gepolariseerde mening handhaven, maar eenmaal in mijn nabijheid kom je er achter dat die mening niet houdbaar is. Dat voelt ongemakkelijk en dan is het simpel om te zeggen ‘jij bent anders’. Als jij als Volendammer naar de stad gaat en iemand daar in een groep lomp gaat doen over die boeren die buiten de ring wonen, dan wordt jouw Volendamse-zijn geactiveerd. Als iemand tegen jou zegt ‘ik zie jou niet als Volendammer’, kan dat bij jou ook de hoezo-vraag oproepen.”
,,Ik voel me ook niet altijd aangesproken als men het heeft over de zwarte man, maar na zoveel jaar dezelfde opmerkingen… Als je kijkt op YouTube naar het Blue eyes-brown eyes experiment van Jane Elliott, lerares in de VS. Het is onderdeel van een onderzoek naar hoe de omgeving reageert op mensen, waarbij de boel bewust wordt omgedraaid: mensen met blauwe ogen worden in het midden gezet en ze doet daarmee wat er regelmatig gebeurt met mensen die een kleur hebben. Dan zie je hoe zwaar het ineens wordt voor de mensen die – in een gesimuleerde omgeving –aan de andere kant van de maatschappij worden gezet. Mensen worden niet op basis van gedrag, denken en voelen beoordeeld, maar op basis van een aangeboren of toegewezen kenmerk. De emoties schieten alle kanten op.”
,,Er zijn genoeg mensen die waardevrij kunnen observeren. Soms ben je je er als mens niet bewust van dat je toch een waardeoordeel loslaat, dat heb ik zelf ook wel eens.”

Je hebt talrijke ervaringen meegemaakt, kun je er enkele delen?
,,Ik was net afgestudeerd en werkte als voortvloeisel uit mijn stage in Amsterdam Bos en Lommer, bij het UWV, dat toen nog GAK heette. Het mooie was dat een Volendammer, Gerard Hoogland, mij de kans gaf om bezig te gaan met een nieuw personeelssysteem. Daarmee verrichtte hij wonderen voor mijn carrière. Hij maakte mij als informatieanalist junior projectleider. Na een lange dag – ik had me op het werk al omgekleed om te gaan sporten – reisde ik met de bus en ging op de lege plek naast een wat oudere mevrouw zitten. Ze keek naar me, klemde haar tas opzichtig vast en zette die met een plotse beweging naar de kant van haar lichaam, tegen het raam. Dat raakte me. Ik vroeg of ik even met haar mocht praten. ‘U geeft mij het gevoel dat u bang bent dat ik uw tas wil stelen. Dat is geen fijn gevoel. Alsof ik een crimineel ben.’ Ze probeerde te duiden waarom zij dat deed. Ze was gewaarschuwd voor dat soort mannen, zei ze. ‘Als uw kinderen u hebben gezegd dat u de tas altijd aan de veilige kant moet zetten, kunt u dat in het vervolg beter meteen doen’, zei ik. Ik was door mijn vermoeidheid getriggerd. Iets wat ik eigenlijk nooit bij mezelf wil toegeven, is de emotie die het bij me losmaakt. De woede, de angst, het gevoel van onmacht. Deze mevrouw was geen racist in de definitie van het woord, maar associeerde mij als donkere man met een crimineel en dief.”

‘Mijn moeder is basisschooljuf en
mijn vader psychomotorisch therapeut,
dus ik heb een moreel kompas meegekregen
waar ik – al zou ik willen – niet los van kom.
Je kunt echter niet zien dat ik afgestudeerd en hardwerkend ben’

,,Ik heb geen strafblad, ben een zacht ei van karakter. Mijn moeder is basisschooljuf en mijn vader is psychomotorisch therapeut, dus ik heb een moreel kompas meegekregen waarvan ik – al zou ik willen – niet los kom. Je kunt echter niet zien dat ik afgestudeerd en hardwerkend ben. De associatie met mijn kleur is best gek en het ongemak – zoals in de situatie met die mevrouw – omdat ik in de nabijheid kom, daarvan wordt van mij verwacht dat ik dat oplos of dat ik er mee omga.”
,,In de twintig jaar dat ik mijn rijbewijs heb, ben ik zo’n veertig keer van de weg geplukt, voor een standaard politiecontrole. Kun je je voorstellen wat dat doet met iemand? Dat gaat op een gegeven moment frustreren. De grap is, dat toen ik dit in het begin aan mijn omgeving vertelde, de reactie was dat ik vast en zeker in een bepaald type auto reed… Na verloop van tijd waardeer je de grap niet meer, want ik reed in gewone auto’s. Was op een gegeven moment consultant bij de KLM en draaide, terugkomend van mijn werk, in mijn Renault Clio de A9 op. Plots werd ik door drie politieauto’s met loeiende sirenes van de weg af gedrukt. Mijn adrenaline schoot omhoog. Ik werd uit de auto getrokken en tegen de auto gedrukt, er werd van dichtbij een getrokken pistool op me gericht. Ik was in een shock…”
,,Agenten draaiden me om en één van die gasten riep ‘k.t, het is hem niet’. Ze lieten me los, doken hun auto’s in en gingen ervandoor, waarbij er eentje nog snel toeriep ‘sorry’. Ik belde trillend mijn vrouw. Het bleek dat er in Amstelveen een overval was gepleegd door een donker iemand, waarbij een agent gewond geraakt was. Ik snapte heel goed dat die agenten overstuur waren. Maar…”
,,Kijkend naar de statistieken – dat mensen met een huidskleur relatief vaker worden verdacht dan die met een Nederlandse achtergrond – de politieagent kent die en dan snap ik dat hij extra goed let op die donkere man met die baard. Dat zegt iets over de training die hij meekrijgt en over de focus die ons opsporings- en justitionele apparaat heeft, maar het is ook beeldvorming. Als je mij een goede reden kan geven waarom ik zo vaak staande ben gehouden… Ook voor mijn eigen gemoedstoestand, want de gedachten die in mijn hoofd omgaan, daar wil ik graag van af. Die zijn soms namelijk vervelend, om als functionerend en liefhebbend mens binnen deze samenleving mee rond te moeten lopen.”
Enkele jaren geleden maakte Edam-Volendam – en dan vooral de kinderen – kennis met de bevlogenheid van Wayne. Om die jongeren op een plezierige en veilige manier tal van sportvormen aan te reiken, ze in teamverband te laten samenwerken, weerbaarder te maken. Tussen de talrijke mooie momenten, zaten ook pijnlijke.

‘Dat iemand van mij vraagt
om niet op mijn werk te komen,
omdat anderen zich daar ongemakkelijk
bij konden voelen, dat deed wat met mij’

,,Ik werkte al samen met de Sport-Koepel toen ik hier twee jaar geleden een keer in De Opperdam kwam en steeds mensen heen en weer zag lopen, met decorstukken. Ik liep door de gang de hal in en vroeg wat er aan de hand was. Het bleek de theaterproductie van de Sinterklaasshow, waarbij heel veel vrijwilligers betrokken waren, bedrijven sponsorden, alles voor de kinderen, kortom: ontzettend gaaf initiatief. Toen ik terugliep naar mijn werkplek en door de gang liep, kwam iemand op me af en ik zei hoe gaaf ik het vond. ‘Wat doe jij hier?’, werd er gevraagd. Ik zei dat ik met Sport-Koepel samenwerkte en hij vroeg of ik de volgende dag – vrijdag – ook hier werkte. Ik knikte. Dan was het misschien toch beter dat ik niet kwam, zei hij. Want dan kunnen er best mensen zijn die zich dan onprettig voelen bij mijn aanwezigheid. Dat iemand van mij vraagt om niet op mijn werk te komen, omdat anderen zich daar ongemakkelijk bij konden voelen, dat deed wat met mij.”
,,Ik voelde me gekwetst, maar van mij wordt verwacht dat ik snap wat die meneer bedoelt en dat ik daar oké mee ben. Deze meneer is geen racist, maar hij maakte zich druk om de mensen van de productie. Ik wilde geen ophef maken en kwam die vrijdag niet naar het werk. Terwijl deze man volgens de normen en waarden van onze maatschappij aantoonbaar fout zat. Echter, ik wilde niet de agressor zijn.”
,,Anderhalf jaar geleden, vlak voor Sinterklaas, kwam ik op de verjaardag van een vriendin. De persoon die me binnenliet, ging weg, ik hang mijn jas op en vanaf het toilet kwam een kind, dat mij zag, schrok en verstijfd achter de deur bleef staan. Kwam zijn vader aanlopen: ‘Joh, ik snap het, het is ook schrikken dat er zo eentje staat zonder dat die ouwe man met die baard ernaast loopt… Wordt het minder? Naarmate ik ouder word, word ik er minder mee geconfronteerd. De dreiging die van mij uitgaat, lijkt lager te zijn geworden.”
,,Mijn vrouw is wit. Ik heb haar al snel in onze relatie gevraagd ‘weet je zeker dat je met een zwarte man je leven wilt delen?’ Ze vond het maar gek, dat ik dat vroeg, want anno 2005... Als je haar nu vraagt hoeveel bagger zij over zich heen heeft gekregen. Zij werkt in Volendam. Ook nu, nu de discussie weer is opgelaaid na de protesten, heeft zij allerlei opmerkingen voorbij horen komen. Nu is het 2020.”
,,Als ik kijk naar wat mijn neefje van acht jaar dit seizoen over zich heen kreeg op het voetbalveld in Schellingwoude, dat is buitenproportioneel. Maar dat gebeurt hier ook. Ik krijg hier van collega’s ook wel eens wat screenshots met teksten te lezen, van ouderen en jongeren. Dan denk ik: durven we elkaar er nog op aan te spreken als iemand iets zegt dat niet oké is? En wat krijgen kinderen mee? Het zou goed zijn als we steeds proberen in gesprek te blijven gaan met elkaar. Klasgenoten van elkaar te maken. Dan groeien ze op met elkaar, dat is die nabijheid.”

‘Op het moment dat wij in een
ruimte staan als mensen en iemand
maakt zo’n grap, dat is waar wij als
maatschappij de witte medemens
nodig hebben, dat één van
hen zegt: goh, wat zeg je nou?’

,,Die dialoog moeten we ook voeren met de volwassenen. Niemand wil racist zijn, maar juist de dialoog aangaan met elkaar en naar elkaar luisteren, jezelf verplaatsen in de ander, is belangrijk. Gelukkig gaan steeds meer mensen nadenken over wat oké is en wat niet. Wat kun je nog meer doen? Op het moment dat wij in een ruimte staan als mensen en iemand maakt zo’n grap, dat is waar wij als maatschappij de witte medemens nodig hebben, dat één van hen zegt: goh, wat zeg je nou? Niet diegene er mee weg laten komen. Waarom zeg je iets waarvan je zegt dat je het niet zo bedoelt? We laten het wegglippen en zo blijft het beeld hangen. En dan ontstaat er een onderbuikgevoel.”
,,Dus als je denkt aan wat kunnen we doen, denk ik aan: ga – bijvoorbeeld op vakantie – in gesprek met andere culturen, praat met andere mensen, over welke kleur ze hebben. Ook over wat je wellicht zelf hebt meegemaakt dat niet oké is. Praat er samen over en zwijg het niet dood.”
,,Ik merk dat het me steeds meer moeite kost om te blijven lachen, als iemand in een groepssetting weer een grapje maakt over in wat voor auto ik reed. Waar het vroeger zo van me afgleed, werkt het nu cumulatief. Als ik met Volendammers praat die buiten de gemeente werken, die soms vooroordelen aanhoren over het cocaïnegebruik, het vreemde taaltje, de cultuur, of de grapjes over incest, hoor ik dat ze ook datzelfde sentiment voelen. Dan zegt men wel eens ‘maar je wilt je niet laten kennen’. Ik zie het als dat je accepteert wie je bent en dus raakt het je. Dan moet je steeds bij jezelf op de rem trappen voor het comfort van de groep.”
,,Ik voel me ontzettend op mijn gemak hier in Volendam. De cultuur hier is zó vergelijkbaar met de Afro-Caraïbische, Latijns-Amerikaanse cultuur. Het ‘van wie ben jij er een?’, dat zit ook in die cultuur.”

Historisch beeld
,,Ben ik verbitterd? Nee. Ik word echter wel verdrietig van dat sommige mensen niet wíllen zien, de dingen die hier in Nederland gebeuren. In de afgelopen vijftien jaar is er niet één jaar geweest dat ik geen grap heb gehoord over de link dat ik een zwarte piet zou zijn. Alleen dat al, maakt dat ik zeg, met alles wat ik doe voor en in de Nederlandse samenleving, zou ik het fijn vinden dat diezelfde samenleving daar rekening mee houdt.”
,,In de historie zijn dingen gebeurd – zoals de VOC – die door de bril van nu niet netjes zijn, maar die wel van enorm goede invloed zijn geweest voor de huidige samenleving. Dat zijn gebeurtenissen uit het verleden, waarover sommige mensen nu hevig discussiëren. Als je het historische beeld in het onderwijs completer zou maken, kunnen we het - juist door het te benoemen en beide kanten weer te geven – voor meer Nederlanders een plek geven. Dan zal het, bij het opnieuw definiëren van heldenmoed, voor iedereen eventjes pijn doen, maar nu moet ík er steeds rekening mee houden, omdat er – door dingen die gebeurd zijn in het verleden – mogelijk anders naar mij wordt gekeken.”
,,Mijn ouders gaven me mee dat ik harder moest werken dan een ander, eerder aanwezig moest zijn, iedere fout zou zwaarder worden gewogen. Die last voelt mijn neefje van acht jaar nu ook. We zijn generaties verder. Ik heb al drie gesprekken met hem moeten voeren om institutioneel racisme in kindertaal aan hem uit te leggen, want hij wordt er mee geconfronteerd.”
,,Het begrip met betrekking tot wat er gebeurt, is er dus nog steeds niet. Wat mij betreft moeten wij witte kinderen en zwarte kinderen aanleren hoe met elkaar om te gaan. Mijn missie is, met het vertellen van mijn verhaal, delen dat dit niet Amerikaanse excessen zijn, maar Nederlandse dingen van alledag. Ik wil delen dat het pijn doet en frustratie oplevert dat we de nieuwe generatie kinderen met een kleur nog steeds moeten leren waar ze rekening mee moeten houden.”
,,We verzanden de laatste tijd in discussie over de vorm van het gesprek, maar kijk alsjeblieft naar de kern van mijn boodschap. Die is na dertig jaar nog steeds niet bij iedereen geland. Het is een roep om hulp. Als we dat als maatschappij helder maken, dat het óns probleem is, dat verder en dieper gaat dan de dingen die in het nieuws komen, als we dat sámen onderkennen, dan gaan we wél die goede kant op.”

Georgie Biswana: ‘Essentieel is hoe er thuis over wordt gesproken’
Georgie Biswana werd geboren in Amsterdam. Toen zijn moeder bijna veertig jaar geleden werk vond in het ‘ouwe mannen-huis’, oftewel het Sint Nicolaashof, verhuisden zij naar Volendam. ,,We behoorden tot de eerste vijf gezinnen met een andere huidskleur die hier neerstreken. Ik weet nog dat we soms mensen voor de ramen hadden, die bij ons naar binnen keken. Het leek net of we een attractie waren.”
,,Vlak daarvoor ging ik nog in Amsterdam naar de kleuterschool en ik vergeet nooit meer de poster die ik destijds in de school zag hangen. Daarop stond: als ik geboren word, ben ik zwart; als ik opgroei, ben ik zwart; als ik de zon in ga, ben ik zwart; als ik het koud heb, ben ik zwart; als ik ziek ben, ben ik zwart, als ik dood ga, ben ik zwart; in tegenstelling tot jou, mijn blanke vriend: als jij geboren wordt, ben jij roze; als jij opgroeit, ben je wit; als jij de zon in gaat, word jij rood; als jij het koud hebt, word jij blauw, als jij ziek bent, word jij geel en als jij dood gaat, ben je grijs. En dan noemen ze mij een kleurling?’ Die tekst is me altijd bijgebleven.”
,,In de afgelopen 35 jaar heb ik hier in Volendam genoeg meegemaakt en ook zelf moeten aanhoren. Nog steeds. Met echt schrikbarende voorbeelden. Dat deed en doet soms best pijn. Veel mensen zijn zich niet bewust van wat ze zeggen en wat dat doet met een ander.”
,,Dan hoor je daarna regelmatig ‘ach, hij weet niet beter’, maar dat gaat op een gegeven moment langs je heen. Of dan zeggen ze ‘ik bedoel jou niet, want jij woont hier al jaren, jij bent niet net als hen’. Dus de rest is wel zo? Wat essentieel is, is hoe er thuis over wordt gesproken. Wat geef je je kinderen mee als het gaat om dit soort onderwerpen?”

‘Behandel mensen zoals je zelf
behandeld wilt worden’

Georgie verwerd tot een sterke persoonlijkheid, reikte tot het beloftenelftal van FC Volendam en is inmiddels enkele jaren trainer van de jeugdselectie bij de RKAV Volendam. ,,In het verleden zei een kind wel eens ‘jij bent bruin’. Ik knikte dan. ‘Maar het gaat niet om je kleur, we zijn mensen en het gaat om wie je bent als mens’.”
,,Ik heb onze eigen kinderen onderweg al wel wat dingen meegegeven als het gaat om dit onderwerp, om ze voor te bereiden op wat zou kunnen gebeuren en hoe ze daar mee om kunnen gaan. Wat ik ze daarnaast heb geleerd, is ‘behandel mensen zoals je zelf behandeld wilt worden’.”
,,En zo probeer ik de kring om me heen ook bewust te maken. We kijken niet naar kleur, maar naar wie je bent. In het begin van het seizoen geef ik de nieuwe groep voetballertjes altijd een krachtige hand. Dat is wellicht de allereerste hand die ze van een donkere man krijgen, dus dat is best een dingetje. Vervolgens gaan we met ze aan de slag, niet alleen op voetbalgebied, maar we geven de jongens ook vertrouwen en plezier. Al snel denken ze ‘hé, je kunt met hem lachen en het is een leuke trainer’. Dan wordt de beeldvorming bijgesteld. Ik hoop dat later, als iemand iets negatiefs zegt over mensen met een andere huidskleur, zo’n jongen dat durft te ontkrachten, omdat hij een donkere man kent die een leuke trainer is, die respectvol is. En dat we zo meer mensen bereiken. Ik wil dus niet alleen bij de RKAV bijdragen om er betere voetballers van te maken, maar de kinderen ook maatschappelijk en qua persoonlijke ontwikkeling iets meegeven.”
Zaterdagmorgen postte Georgie op FB de clip van ‘Mensen’, van de 3JS. Met daarbij vredetekens van vingers in alle kleuren. ,,Laten we respect voor elkaar hebben. Heftige reacties wekken heftige extreme reacties op en daar komen we niet verder mee.”
,,Zoveel mensen willen een punt maken, laten weten wat hij of zij denkt, voelt en voor staat. Maar lang niet iedereen denkt dan na over wat het met die ander doet… Empathisch vermogen dus. Eind vorig jaar vertelde Natacha Harlequin daarover op tv in Ladies Night. Ze haalde een gesprek aan tussen haar blanke man en haar zoon. Die plots aan tafel vertelde dat hij wekelijks discriminerende uitingen aanhoort, maar het tot dan toe verzweeg om zijn ouders te ontlasten. Zij refereerde aan een tekst uit een liedje van Waylon. Als je luistert naar wat zij vertelt, dat is raak, dan kun je het niet droog houden.”

Jan Veerman: ‘Nooit beseft wat het doet met andere mensen’
Tandarts Jan Veerman (reus) kreeg in de afgelopen decennia in Tandheelkundig Centrum Volendam collega’s aan het werk met een andere etnische achtergrond. ,,Bovendien leer je van verhalen die je hoort of meemaakt. Een goede vriend van ons was directeur van een technische vakopleiding in Hoorn en stond er in op de manier van ‘wat is dat voor gelul, dat kick out zwarte piet’. Zo haalde hij die discussie ook aan, toen hij de lerarenkamer binnenkwam, en vroeg aan zijn collega met een andere huidskleur, een man die al zo’n vijftien jaar in dienst was en er nooit wat over had gezegd. ‘Wat vind jij nou van dat zwarte piet-gedoe’. Barstte zijn collega in tranen uit en zei dat hij het elk jaar de meest vreselijke tijd vond. Dat hij vroeger als kind op school al werd gepest, want hij hoefde zich immers niet te schminken. Ik zag aan onze goede vriend dat het hem raakte, toen hij het ons vertelde. Omdat hij het nooit besefte wat het doet met deze mensen. Dat zet je aan het denken.”
,,Wij kregen hier in de praktijk ook eens een klant aan de balie, die zei ‘ik wil niet geholpen worden door die zwarte’. Die man hebben we vriendelijk doch dringend gevraagd het pand te verlaten. Wij hebben vaker mensen met een andere huidskleur of afkomst aan het werk gehad en nog steeds. Bijvoorbeeld kinderen van asielzoekers met een verschrikkelijke geschiedenis. Op het moment dat een collega dan zegt ‘al die buitenlanders’, dan wijs ik hem er op om even ‘na te denken over wat je zegt’. Dan komt vaak de opmerking ‘ja, maar die bedoel ik niet’. Maar zo werkt het niet.”

 

|Doorsturen

Uw reactie