Algemeen

Tineke Schouten neemt afscheid van de jeugdgezondheidszorg

Na honderden kindjes nu tijd voor pensioen

In de wachtkamer van het Centrum voor Jeugd en Gezin spelen twee blonde zusjes in een speelkeukentje. Even verderop wordt een baby van amper acht weken oud gewogen op een weegschaal. Het blijkt nog knap lastig om vervolgens ook de lengte van het pasgeboren kindje op te nemen. Wanneer de zachte voetkussentjes het koude plastic van het meetinstrument raken, spartelen de kleine beentjes wild heen en weer. Het zijn alledaagse taferelen voor Tineke Schouten (geen familie van). Al zo’n dertig jaar is zij werkzaam in de jeugdgezondheidszorg. Maar niet voor lang meer, want 31 september gaat ze met pensioen. Voor de Nivo blikt ze terug op een bewogen loopbaan, de grote veranderingen die hebben plaatsgevonden in haar vakgebied, de mooie, minder mooie en indrukwekkende momenten.
Door Leonie Veerman

Nieuwe ouders zijn er ‘kind aan huis’, maar voor mensen zonder (jonge) kinderen is het niet altijd helemaal duidelijk wat het Centrum voor Jeugd en Gezin precies doet. Tineke licht toe: ,,Jeugdgezondheidszorg bestaat in feite al sinds het begin van vorige eeuw, maar vroeger spraken we van ‘consultatiebureaus’. In Volendam worden we vaak simpelweg aangeduid als ‘de zorg’. Dat kan soms voor verwarring zorgen, want jeugdzorg is bijvoorbeeld niet te verwarren met jeugdgezondheidszorg.”
Met enige nadruk legt Tineke uit dat het in dat eerste geval gaat om organisaties die jeugdhulp en jeugdbescherming bieden. De jeugdgezondheidszorg is puur gericht op preventieve gezondheidszorg.In mijn werk volg ik samen met de ouders de groei en ontwikkeling van hun kind. Ik heb een signalerende en adviserende functie en werk nauw samen met de cb.arts (jeugdarts, red.). Wanneer ik merk dat kinderen achterblijven in hun ontwikkeling, of als ik twijfel over de groei en/of gezondheid, bespreek ik dit met ouders. Samen met de cb.arts en de ouders worden dan eventueel vervolgstappen gezet, bijvoorbeeld een verwijzing naar de huisarts of de kinderarts. In de meeste gevallen is toelichting, advies of extra ondersteuning voldoende.”
,,Wanneer problemen in een vroeg stadium gesignaleerd worden, kan erger vaak voorkomen worden. De jeugdgezondheidszorg heeft een monitorfunctie. De groei ende ontwikkeling van het kind wordt vanaf de geboorte tot de leeftijd van 19 jaar bijgehouden en geregistreerd. Onze bevindingen worden bijgehouden en landelijk in beeld gebracht voor onderzoeksdoeleinden.”

Hoe ben je jeugdverpleegkundige geworden?
,,Na mijn opleiding Verpleegkunde heb ik eerst een aantal jaar in een ziekenhuis gewerkt. Vanwege gezondheidsredenen moest ik vervolgens een zittende baan kiezen. Dat vond ik erg lastig. Ik ben tijdelijk als huisartsassistente gaan werken en na een tijdje heb ik de opleiding gevolgd tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg. Hierop vond ik meteen werk als jeugdverpleegkundige bij een consultatiebureau in mijn woonplaats Hoorn.”

‘Op den duur begon ik
het contact met de ouders
en de kinderen te missen’

,,Het contact met ouders en kinderen vond ik meteen erg leuk, maar het leren ging me goed af dus ik besloot vervolgens ook een management opleiding te doen. Uiteindelijk gaf ik leiding aan consultatiebureauteams. In die periode was ik alleen maar bezig met personeelsmanagement, productontwikkeling, cijfers. Op den duur begon ik het contact met de ouders en de kinderen te missen. Daarom heb ik in 2002 bewust de beslissing genomen om weer terug de praktijk in te gaan. Destijds zocht de GGD Zaanstreek-Waterland tijdelijk een jeugdverpleegkundige voor het consultatiebureau aan de Julianaweg in Volendam. Binnen twee weken voelde ik me daar helemaal op m’n gemak. Ik had mazzel dat ik uiteindelijk voor onbepaalde tijd kon blijven.”

De Julianaweg, daar zit toch helemaal geen consultatiebureau?
,,Dat klopt, inmiddels zijn we al twee keer naar een nieuwe locatie verhuisd. Destijds zat het consultatiebureau tegenover de Mariakerk op de hoek van de Schoolstraat en de Julianaweg. Nu staat daar een nieuw gebouw met appartementen, een uitzendbureau en fysiopraktijk. Het consultatiebureau heeft vervolgens een aantal jaren in het pand van het Waterland ziekenhuis (tegenwoordig Dijklander ziekenhuis) aan de Heideweg gezeten, voordat we op onze huidige locatie aan de Wieringenlaan terechtkwamen.”

Dat zijn een hoop verhuizingen nietwaar?
,,Als jeugdverpleegkundige hoort dat er echt een beetje bij, dat vele verhuizen. Consultatiebureaus worden vaak opgetuigd in de buurt van nieuwbouwwijken, omdat daar de meeste baby’s worden geboren. Wanneer de kinderen uit de ene wijk goeddeels zijn opgegroeid, verhuist de organisatie naar een andere locatie. Dat is ook waarom consultatiebureaus vroeger vaak in tijdelijke bouwwerken gevestigd waren. Dan is dit prachtige nieuwe pand in de Broeckgouw wel even andere koek. Het is een prachtig pand, we zijn hier erg blij mee.”

Het instituut jeugdgezondheidszorg stamt al uit de vorige eeuw, is het inmiddels niet een beetje een verouderd concept? Met alle informatie en digitale hulplijnen waarover ouders tegenwoordig beschikken, kunnen ze de groei en ontwikkeling van hun kindje toch prima zelf in de gaten houden?
,,De tijden zijn inderdaad erg veranderd. Maar de jeugdgezondheidszorg is zelf ook veranderd. Al vanaf het begin ligt de nadruk in de jeugdgezondheidszorg voornamelijk op de groei en de gezondheid van de kindjes. We volgen alle aspecten van de ontwikkeling van het kind: Hoe groeit het kind? Hoe beweegt het? Maakt het stappen in zijn ontwikkeling? Hoe gaat het met praten en eten? Maar tegenwoordig gaan we ook, veel meer dan vroeger, het gesprek aan met de ouders.
Vroeger was het veelal een kwestie van zenden, daar ben ik tegenwoordig erg voorzichtig mee. Ik geef geen ongevraagd advies, maar zorg voor een goed gesprek waarin ik in beeld probeer te brengen wat de wensen en de behoeften zijn van de ouders. Uiteindelijk heb ik voornamelijk een signalerende functie. In eerste instantie probeer ik vooral heel goed te luisteren, uiteindelijk kennen de ouders hun kind tenslotte het beste. Hebben de ouders zelf bepaalde zorgen? Hoe gaat het met de ouders zelf? In wat voor omgeving groeit het kind op? Hebben ze voldoende steun? Gaat het thuis goed? Als een ouder zich zorgen maakt nemen we dat erg serieus.”

‘Ouders hebben tegenwoordig
onbeperkt toegang tot informatie
en dat maakt ze ook mondiger;
toch merk ik dat juist deze
eindeloze stroom aan informatie
op bepaalde punten ook
verlammend kan werken’

,,Je merkt dat ouders tegenwoordig onbeperkt toegang tot informatie hebben en dat maakt ze ook mondiger. Toch merk ik dat juist deze eindeloze stroom aan informatie op bepaalde punten ook verlammend kan werken. Voor veel ouders is het fijn om een vast aanspreekpunt te hebben waar ze terecht kunnen met al hun zorgen en vragen."

Krijg je wel eens te maken met enige weerstand van ouders?
,,Ieder gezin is uiteraard uniek. Soms tref je inderdaad iemand met enige weerstand tegen de ‘bemoeienis’ van de jeugdverpleegkundige, maar de meeste ouders zijn erg blij met de hulp die we ze bieden. Het blijft tenslotte erg spannend, het ouderschap. Van het ene op het andere moment ben je verantwoordelijk voor een kleine baby. Uiteindelijk wil iedereen dat zijn of haar kind gezond, veilig en gelukkig opgroeit, maar daar komt soms veel onzekerheid bij kijken.”
,,Uiteindelijk is de jeugdgezondheidszorg ook niet verplicht en in principe is de bemoeienis ook minimaal. Maar als een kind in de knel zit, zet ik me wel meer in en neem ik actiever het initiatief om met de ouders naar oplossingen te zoeken. Hierbij werken we ook samen met andere hulpverleners en hulpverlenende instanties.”

Je hebt het over ouders. Komen er tegenwoordig ook veel vaders mee naar de afspraken? Of komen hier toch (nog) voornamelijk moeders over de vloer?
,,Het zijn toch voornamelijk de moeders die hier met hun kindje naartoe komen. Je merkt wel dat vaders een steeds grotere rol in de opvoeding gaan spelen. Het wisselt op dit moment nog heel erg per gezin, maar ik zie een positieve ontwikkeling. Zo nu en dan hebben de ouders de verzorging gedeeld en komt in dat geval de vader met zijn kindje, of komen beide ouders samen. Het lijkt me erg leuk als dit in de toekomst vaker voor komt.”

Je komt zelf uit Hoorn, maar voelt je helemaal op je plek als jeugdverpleegkundige in Volendam. Valt het je wel eens op dat de opvoeding in Volendam afwijkt van de gemiddelde opvoeding in de rest van Nederland?
,,Wat mij vooral opvalt, is dat de grootouders hier een belangrijke rol spelen in de opvoeding. Met name op het gebied van oppas kunnen de meeste jonge ouders op veel hulp van hun eigen ouders rekenen. Dat is vrij bijzonder in vergelijking met andere plaatsen. Waarschijnlijk hangt dit voor een groot deel samen met het feit dat men zo honkvast is. Volendammers blijven vaak op het dorp wonen.”
,,Ik geloof dat het een hechte gemeenschap is, en dat mensen veel steun bij elkaar kunnen vinden. Dat is erg mooi. Toch lijkt dit soms ook een keerzijde te hebben. Juist in zo’n hechte gemeenschap is het soms lastig om voor je eigen mening uit te komen. Ik heb het gevoel dat dit best wat verborgen spanningen of eenzaamheid met zich mee brengt.”

‘Ook merk ik dat de sociale druk
hier soms hoog ligt. Het plaatje
moet perfect zijn. Dat brengt
veel stress en onzekerheid
met zich mee’

,,Ook merk ik dat de sociale druk hier soms hoog ligt. Het plaatje moet perfect zijn. Dat brengt veel stress en onzekerheid met zich mee. Wat ik ouders zou willen meegeven is dat het best oké is als het af en toe tegenzit. Het leven hoeft niet alleen maar perfect te zijn. Zodra je dit accepteert en openstaat voor hulp kan dat het leven veel prettiger maken.”

Je praat enthousiast over je werk. Wat waren de mooiste momenten uit je carrière? En waren er ook minder fijne momenten?
,,Ik kijk terug naar een hoop mooie momenten. Hoogtepunten waren voor mij vooral situaties waarin ik problemen tijdig kon signaleren en een kind adequaat kon doorverwijzen. Daarmee werden ernstige situaties uiteindelijk voorkomen. Andere mooie momenten waren de keren dat ouders helemaal ten einde raad waren door kinderen met slaapproblemen. Wanneer ik dan hoorde dat mijn voorgestelde aanpak succesvol was, was mijn dag weer goed.”
,,Dieptepunten zijn er ook geweest. Een enkele keer kom je ouders tegen met een kindje dat gezond geboren lijkt te zijn, maar zich dan niet ontwikkelt zoals je wenst. Na verloop van tijd en na meerdere onderzoeken, kregen ouders dan soms het bericht dat hun kind ongeneeslijke ziek was. Het is verschrikkelijk moeilijk om een vrolijk en energiek kind steeds vermoeider en zieker te zien worden. En daarnaast de ouders die vechten voor hun kind, maar het uiteindelijk moeten loslaten. Zoiets vergeet je nooit meer. Ik zie het zo weer voor me als ik eraan denk.”

Wat ga je het meeste missen als je straks met pensioen bent?
,,De contacten met ouders ga ik waarschijnlijk wel heel erg missen. In de loop der jaren bouw je vaak een goede band met ouders op. De afgelopen weken heb ik al individueel afscheid genomen van verschillende ouders en dan merk je dat je eigenlijk echt erge leuke contacten hebt opgedaan, en dat je ook echt iets hebt kunnen betekenen voor veel mensen. Dat is een fijn gevoel. “
,,Daarnaast zal ik natuurlijk ook mijn collega’s erg gaan missen. Ik heb mazzel gehad om in zo’n fantastisch team te mogen werken, we hielden elkaar scherp en zijn altijd goed meegegaan in veranderingen. Het lijkt me best gek als ik daar straks geen onderdeel meer van uitmaak.”

Wat ga je allemaal doen met al die vrije tijd?
,,De komende tijd wil ik in ieder geval helemaal vrij houden. Ik wil me nog niet te veel vastleggen. Ik wil onze tuin helemaal gaan inrichten. Ook heb ik een nieuwe sportfiets gekocht waar ik veel ritjes mee wil maken. Nog geen e-bike hoor! Daarnaast wandel en lees ik graag. Mijn man is al vijf jaar met pensioen, dus ik ben in goed gezelschap straks. We hoeven niet per se de hele wereld over te reizen maar we hebben familie in Australië zitten. Een bezoekje aan hen staat nog wel op de Bucket list.”

Met zo’n loopbaan achter de rug ligt er waarschijnlijk wel een mooie rol als oppas-oma in het verschiet? Of ben je wel klaar met al die kinderen nu?
,,Ik heb nog geen kleinkinderen om op te passen. Ik heb twee zoons van 25 en 29 jaar oud. Vroeger zei ik ze altijd dat ze niet moesten denken dat ik zo’n oppas-oma zou worden waar ze hun kinderen te pas en te onpas kunnen brengen als dat zo uitkomt. Nu lijkt dat me stiekem eigenlijk wel leuk. Ik hoop heel erg dat er over een paar jaar wel kleinkinderen komen.”

Met pensioen een bijzondere mijlpaal, tel je de dagen al af? Of denk je dat het nog wel even slikken wordt als je straks een punt achter je loopbaan zet?
,,Het voelt allemaal heel dubbel. Ik kijk uit naar de fijne tijd die eraan zit te komen met meer ruimte en vrije tijd. Aan de andere kant zet ik wel een punt achter m’n hele loopbaan. Dat doet me toch meer dan ik had gedacht.”

 

|Doorsturen

Uw reactie