't Bottertje
Lid worden
't Bottertje
Lid worden

Algemeen

Familie Springer gaat al dertig jaar op rij op visvakantie naar Denemarken

Traditie om te koesteren

Al dertig jaar op rij gaan ze steevast een weekje naar Denemarken om met elkaar te vissen en gezellig te borrelen. Het is een traditie van de broers Piet (75), Klaas (73) en Jaap (61) Springer en hun echtgenotes. Inmiddels gaat ook de volgende generatie, de twee zoons van Jaap, mee de zee op. Afgelopen maand trokken ze voor de veertigste keer samen naar Scandinavië. Maar vervelen gaat het nooit. ,,Er wordt nu alweer gezocht naar de volgende bestemming.”

Het is zondagmiddag, iets na twaalf uur. Op het strandbad in Edam blikken de broertjes Springer terug op hun afgelopen avontuur. Uiteraard onder het genot van een blikje bier. En uiteraard met de branie en humor die hen zo kenmerkt. ,,Wie had dit jaar ook alweer de eerste kabeljauw gevangen?”, roept Jaap met stemverheffing. Klaas schudt zijn hoofd. Hij is met afstand de beste visser, terwijl Jaap meer van het entertainment is en Piet altijd het roer in handen heeft. Desondanks ving Jaap dit keer de eerste vis. En dat is altijd een belangrijk moment voor de Springers. ,,Diegene krijgt van alle vissers twee euro”, weet Piet. ,,Reken maar dat het er fanatiek aan toe gaat. Het is een soort prestigestrijd.”
Jaap: ,,Degene die wint, heeft voor de hele week geld om mee te zwikken. Dat doen we altijd in de avonduurtjes en ook dan wordt er met het mes op tafel gestreden. Het gaat maar om vijf cent per potje, maar geloof me: tijdens het zwikken is iedereen van de pot gerukt. We houden allemaal van winnen. En aan verliezen hebben we een bloedhekel…”
Klaas: ,,Het is ook een mooie traditie dat we de eerste gevangen vis meteen schoonmaken en een dag later samen opeten, met een butter en eekie erbij. De rest van de vangst vriezen we in. Het is weleens voorgekomen dat we niks mee naar huis konden nemen, maar over het algemeen hebben we altijd een lekker portie mee. Het record staat op tachtig kilo kabeljauw.”
Kees
Als de mannen de zee op gaan, binden de vrouwen meestal de wandelschoenen onder. Een enkele keer gaan ze mee uit varen. ,,Maar dan moet de zon schijnen en mag er geen wind zijn. Golven zijn al helemáál uit den boze”, grapt Jaap.
Het lukt hem niet om de vrouwen uit de tent te lokken. Ze houden wijselijk hun mond. Jaap vervolgt: ,,Nee, zonder gekheid: als ze mee willen, huren we een extra boot. En ’s avonds zorgen ze altijd voor heerlijk eten. Zo hebben we allemaal onze rol.”

‘Die treetjes bier moeten
gekocht worden in de reclame,
want Springertjes houden niet
van duur bier’

De laatste jaren verblijven de Edammers steevast in Spodsbjerg. Dat is een klein dorpje met een haventje, op het eiland Langeland. ,,We hebben bijna het hele land al gehad en nu zijn we hier heel tevreden”, vertelt Piet. ,,Op Langeland kun je het beste vissen, in Spodsbjerg kan onze boot perfect liggen en de omgeving is fantastisch. Onze vader is ook nog een keer mee geweest naar dit dorpje.”
Vader Kees was ook niet vies van een beetje branie en humor. Samen met zijn vrouw Lijsbeth was hij er al bij toen zijn zoons en schoondochters voor het eerst op visvakantie gingen. Dat was in 1988. Piet was de initiator. Hij vertelt over het ontstaan: ,,Mijn vrouw en ik zaten op een verjaardag van een vriend. Daar ging het over voetbal, politiek én vissen. Een van onze vrienden zei: als je nou wat wilt vangen, dan raak je naar Denemarken. Hij had zelf een stacaravan in de buurt van Aarhus en overtuigde ons om een keer die kant op te gaan. Dat beviel geweldig. De vissen sprongen zo de boot in. Mijn vrouw had nog nooit gevist, maar zelfs zij ving tachtig scharren.”
Corlijs
De eerstvolgende keer dat de Springers elkaar weer zagen, vertelde Piet in geuren en kleuren over zijn trip naar Denemarken. Jaap, Klaas en vader Kees waren zo enthousiast dat het idee werd geopperd om een keer samen te gaan. Zo geschiedde. ,,We hebben nog een broer en twee zussen, maar die gingen om uiteenlopende redenen niet mee”, vertelt Jaap. ,,En dus reden we dertig jaar geleden met z’n achten naar Denemarken. Nou, je begrijpt waarschijnlijk wel dat het goed beviel.”
Piet: ,,Op zeker moment gingen we zelfs twee keer per jaar. In het begin visten we vanaf de kant. Daarna ontstond het plan om met het bootje van Klaas te gaan. Die boot is na verloop van tijd weer vervangen door een andere boot. We noemden hem ‘Corlijs’, vernoemd naar onze ouders: Cornelis en Lijsbeth. Daar varen we nu nog steeds mee.”

‘Als ik er nu zo over praat,
raakt het me nog steeds’

Klaas: ,,Hij is maar vijf meter lang en we zitten er meestal met z’n vieren in. Dat is best een uitdaging, kan ik je vertellen. Als je nog nooit gevist hebt en je gaat vervolgens in dat bootje zitten, dan krijg je gegarandeerd oorlog. Door de ervaring die wij inmiddels hebben, gaat het allemaal fatsoenlijk.”
Piet: ,,Komt ook doordat we tegenwoordig veel makkelijker op de hoogte kunnen blijven van de weersomstandigheden. Vroeger hadden we alleen het weerbericht. Als je dan windkracht 3 had en je zat met dat kleine bootje op zee, kon je natuurlijk niet lekker vissen. Nu kunnen we het veel makkelijker checken via de telefoon. We hebben een veel strakkere planning dan voorheen.”
Zeeziekte
Van zeeziekte hebben ze naar eigen zeggen nooit last gehad. ,,Komt ook doordat we nooit drinken tijdens het varen, hè”, verklaart Klaas.
Jeanet, de vrouw van Jaap, haakt in: ,,Na het varen halen ze dat wel weer in, hoor…”
Klaas: ,,Dat is een ander verhaal. Als we vissen, zijn we serieus.”
Jaap: ,,Het enige dat we op zee hebben, is een koppie koffie met een broodje.”
Klaas: ,,Pas als de vis schoon is, nemen we een biertje. En daarna misschien nog één of twee.”
Duur kratje
Het bier nemen ze meestal mee uit Nederland. Wat dat betreft hebben ze geleerd van hun eerste verblijf in Denemarken. ,,Toen zagen we een kratje Carlsberg liggen in de supermarkt”, vertelt Piet. ,,Omgerekend kostte dat liefst tachtig gulden, ongeveer 65 gulden duurder dan in Nederland. We twijfelden even, totdat Klaas zei: het kan wel de laatste keer zijn, neem mee dat krat.”
Jaap: ,,Sindsdien nemen we altijd genoeg eten en drinken vanuit huis mee. Vier dozen boodschappen van Deen en vier treeën Amstel Bier. En die treetjes moeten gekocht worden in de reclame, want Springertjes houden niet van duur bier...”
Er volgt een lachsalvo. De Springers zorgen deze zondagmiddag voor een uitstekende sfeer op het strandbad in Edam. Het valt bovendien op dat ze een vergelijkbaar karakter hebben, ad rem zijn, elkaar feilloos aanvoelen én van gezelligheid houden. Dat laatste is ook in Denemarken ieder jaar een kernbegrip. Los van de fysieke inspanning wordt er immers altijd voldoende ruimte ingebouwd voor vermaak. Dat begint al tijdens de autorit naar Spodsbjerg. Piet: ,,Meestal vertrekken we ’s nachts. Onze buren zijn daar niet zo blij mee, want we zijn een luidruchtig volkje...”
Jaap: ,,We gaan altijd met twee auto’s en de boot erachteraan. Zo gauw als we bij de grens zijn, zetten we de motor uit en komen de koffie en broodjes op tafel. Dan gaan we even uitgebreid zitten en gezellig met elkaar babbelen. Dat doen we al zolang we die kant op gaan. Het is 859 kilometer rijden en als er geen file is, doen we daar steevast twaalf uur over. Geen stress, dus.”
Zeemansliedje
In 1997 werd hun moeder Lijsbeth getroffen door een herseninfarct. Het herstel verliep niet zoals gehoopt, maar het was voor de familie Springer geen optie om Denemarken een jaartje links te laten liggen. Vandaar dat ze op zoek gingen naar een oplossing om Lijsbeth alsnog mee te kunnen nemen. Ze besloten een busje te huren waar haar rolstoel in paste.

‘Wij zijn vervelende klojo’s,
maar onze vader
kon er ook wat van’

,,Zo hebben we dat járen volgehouden”, vertelt Piet. ,,Ik herinner me nog een keer dat we behoorlijk wat file hadden. Onze moeder zat daar natuurlijk niet zo aangenaam in haar rolstoel. We leefden met haar mee. En om de tijd een beetje te doden, begon één van ons een oud zeemansliedje te zingen. Voordat we het wisten, zongen we allemaal mee. Dat was zo’n bijzonder moment. Als ik er nu zo over praat, raakt het me nog steeds. Het was symbolisch voor de warme en hechte band die we met elkaar hebben.”
Jaap: ,,Onze moeder was altijd heel zelfstandig en had moeite om dingen uit handen te geven. Nadat ze een herseninfarct kreeg, had ze opeens verpleging nodig. Daar kon ze moeilijk mee omgaan. Toch vertrouwde ze ons wat dat betreft volledig als we in Denemarken waren. Dat voelde voor ons heel speciaal. Uiteindelijk is ze nog zeven jaar met ons mee geweest. Een maand voordat ze overleed, was ze er zelfs nog bij. Tja, mooie herinneringen…”
Sanitaire stop
Er was even twijfel of de Springers het jaar daarna opnieuw naar Scandinavië zouden reizen, maar vader Kees haalde zijn zoons over. Zo bleef de traditie voortbestaan. Jaap haalt een fotoboek tevoorschijn van de trip in 2009. Het was een van de laatste reizen waar vader Kees bij was. Hij was op dat moment 90 jaar oud, maar op de foto’s is de passie van zijn gezicht af te lezen. ,,Wij zijn vervelende klojo’s, maar onze vader kon er ook wat van”, lacht Jaap. ,,Daar hield hij van, de boel een beetje stangen. En als we weer thuis waren, had hij het hoogste woord. Ook al ving hij weinig.”
Klaas: ,,Een jaar later was hij er voor het laatst bij. Hij begon toen al een beetje af te takelen, maar ging wel gewoon mee de zee op. Een Caballero in zijn mond en lekker een beetje gek doen. En geloof het of niet: als 91-jarige visser ving hij nog een kabeljauw ook. Niet te geloven, toch?”
Jaap: ,,We hebben wat afgelachen in al die jaren, tjonge jonge. Vooral als er een sanitaire stop moest worden gehouden met die ouwe erbij. Dan was hij aan het bedakken met een emmertje, in dat minibootje. Als we dan daarna niks meer vingen, zeiden we natuurlijk: ja, vind je het gek met zo’n stank? Geweldig. Het zijn geen vijfsterrenreizen, maar daar krijg je wel de mooiste verhalen door…”
Wilgen
De zoons van Jaap waren allebei drie jaar toen ze voor het eerst meegingen naar Denemarken. Ook zij vonden het geweldig en zijn er sindsdien elk jaar bij. Jeroen is nu 25 jaar. Niels, die voetbalt in de zaterdag-1 van de RKAV, is krap drie jaar jonger. ,,Het enthousiasme is op hen overgeslagen”, verzekert Jaap. ,,Vooral Niels vindt het geweldig. Die kijkt nu alweer voor de volgende reis.”
Piet: ,,Als je soms een keer denkt dat de laatste visvakantie nabij is, dan steekt Niels daar wel een stokje voor. Ieder jaar in oktober komt de eerste e-mail binnen met de mogelijkheden. Tussen mei en juni gaan we meestal die kant op.”
Klaas: ,,Nadeel is wel dat je sinds kort maximaal vijf kabeljauwen per persoon mag vangen in het gebied waar wij vissen. Vroeger moest je alleen een vergunning kopen. Voor de rest mocht je onbeperkt je gang gaan.”

‘Het zijn geen vijfsterrenreizen,
maar daar krijg je wel
de mooiste verhalen door’

Piet: ,,Er waren ook al forse boetes uitgedeeld aan mensen die meer hadden gevangen, hoorde ik. Dat maakt het er wel minder leuk op.”
De kans dat ze op korte termijn hun hengels aan de wilgen hangen, is desondanks klein. ,,Een jaar zonder Denemarken? Ik kan het me niet voorstellen”, zegt Piet.
Jaap: ,,We noemen het al gekscherend ons tweede vaderland.”
Klaas: ,,De voorpret voor de volgende reis is nu al aanwezig.”
Piet: ,,Deze familietraditie moeten we koesteren.”

|Doorsturen

Uw reactie