Algemeen

Maggy en Irene geven Burgerschapslessen vorm op Triade

Binnen dialoog jezelf verplaatsen in de ander

Het heet een samenleving, maar dit jaar zijn er genoeg voorbeelden van hoe die samenleving, lokaal, nationaal en mondiaal, verdeeld kan raken. De urgentie om voor een betere en meer veilige basis te zorgen, thuis, op school, op de vereniging, is hoog. Om zo, in plaats van verdere ontwrichting en groeiende polarisatie, een betere SAMENleving te creëren. Wat is daarvoor nodig, als het gaat om kinderen? Want zij zijn immers de ouders van de toekomst. Meer aandacht besteden aan sociaal emotionele vaardigheden, thuis en op school, lijkt raadzaam. Dat moet leiden tot betere omgangsvormen en groeiend empathisch vermogen. Daarnaast meer bewustwording creëren, van culturen en elkaars achtergrond, zodat minder vooroordelen kunnen ontstaan. Op de Triade, de Technische School in Edam, is in dat opzicht een maatschappelijke beweging in gang gezet: Maggy van Pooij (24) en Irene Prins (25) hebben de Burgerschapslessen uitgediept en intensiever vorm gegeven. Er wordt schoolbreed aandacht besteed. ,,Wij zijn trots ons steentje bij te dragen. Beginnen is één, volhouden is twee: wij zijn vastberaden om dit vol te houden.”
Door Eddy Veerman


De Triade, de vroegere LTS, heeft in vergelijking met het verleden sowieso een ware metamorfose ondergaan. Leerlingen, jongens en meiden, vanuit verschillende achtergronden en culturen, vormen de populatie van de school, waarin op allerlei manieren zichtbaar wordt gemaakt voor welke omgangsvormen die school staat. De afbeelding op de foto achter Maggy, met de tekst ‘Wij gaan respectvol met elkaar om, dat is hier normaal’, is één van de manieren van uiting waarmee de Triade haar norm en wens van omgangsvorm aangeeft. Binnen de klasmuren, maar óók op de gangen.
De Volendamse Maggy van Pooij kwam al in het tweede jaar van haar opleiding Leraar Geschiedenis binnen op de Triade en is niet meer weggegaan. Maggy en Irene Prins, die de leraaropleiding Maatschappijleer afrondde en het vak Nederlands doceert, zijn de vakdidactici en hebben de vormgeving van de Burgerschapslessen op zich genomen.

Wapenen
,,Sinds 2006 zegt de wetgeving dat alle scholen iets moeten doen met burgerschap, schoolbreed en vakoverstijgend”, begint Irene. ,,Wij deden al best veel, zo bleek, als je kijkt naar het bezoeken van bedrijven, maatschappelijke stages, dat is burgerschap. Maar dat was zo niet gekaderd. In de laatste jaren zijn er nieuwe activiteiten toegevoegd. Dat zijn drie mentorlessen, lessen over onderdelen van het burgerschap. Omgangsvormen en discriminatie zijn inmiddels uitgebreid aan bod gekomen, binnenkort volgt het digitaal burgerschap. Dan praten we over algoritmes, online-privacy, social media, de koppeling naar verslaving en hoe kun je jezelf daar tegen wapenen.”

Waar halen jullie de input vandaan?
Irene: ,,Dat is wisselend. We vinden veel bij de Anne Frank Stichting en dan voegen wij zelf aspecten uit de actualiteit toe en zo bouwen we er een les omheen. Als het straks gaat om digitaal burgerschap, komt bijvoorbeeld de Netflix-docu ‘The Social Dilemma’ aan bod.”
Maggy: ,,Het wordt heel goed gedragen binnen de school, docenten denken ook mee. We spelen inderdaad op de actualiteit in, zoals we ‘Black Lives Matter’ inzetten voor het onderwerp discriminatie. We sluiten aan bij de belevingswereld van de jongeren, dan pas kunnen we het écht betekenis geven. Het is voor zowel de docent als de leerlingen een intensieve les. Er worden uiteraard meningen gegeven, maar er wordt ook groepsdruk gevoeld.”
Irene: ,,Qua klassenmanagement is het inderdaad pittig, want sommige leerlingen geven bijvoorbeeld constant hun mening, waardoor er minder ruimte zou kunnen ontstaan voor andere leerlingen, dus dat vraagt om veel bijsturing.” Het is het tweede schooljaar dat er een uitvoerbaar burgerschapsplan ligt – geschreven door Maggy en Irene – en wordt uitgevoerd. Maggy: ,,We verschaffen de theorie over ‘hoe er mee om te gaan’, zoals onze leerkrachten ook een workshop hebben gevolgd over ‘hoe ga je de dialoog aan’. Het draagvlak onder de leerkrachten is vergroot. Het wordt serieus genomen. De bewustwording wordt nu veel groter binnen de school, waardoor het veel meer aanwezig is. De leerlingen weten wat het is en weten waarom we het doen.”

‘Leerkrachten,
waar dan ook,
zullen soms denken
‘maar dit gaat mij
toch niet aan’.
Maar het gaat
ons allemaal aan’

Irene: ,,We hebben onze collega’s voorafgaand een presentatie gegeven van wat burgerschap is. Het is namelijk een abstract begrip. Sommige dingen behoorden al tot burgerschap, maar daar was men niet zich van bewust. En we hebben de doelen van het burgerschap benoemd. De drie domeinen zijn identiteit, participatie en democratie. Met behulp van voorbeelden hebben we het tastbaarder gemaakt voor onze collega’s.”
Maggy: ,,Leerkrachten, waar dan ook, zullen soms denken ‘maar dit gaat mij toch niet aan’. Maar het gaat ons allemaal aan. De insteek is om zowel leerkrachten als leerlingen eigenaar te maken van hun eigen proces.” Irene: ,,Soms kun je er te weinig bij stil staan wat in de klas gebeurt. Je zit als leerkracht gewoon vast aan bepaalde dingen, omdat je de leerlingen klaar moet stomen voor het examen.” Maggy: ,,Als leerkrachten worden we ook geprogrammeerd. Je wordt opgeleid om leerlingen volgens het curriculum, de programmatoetsing en afsluiting richting het volgende schooljaar te begeleiden. Burgerschap is meer ervaringskunst, dan dat je het leert.” Irene: ,,Het is goed dat er eisen worden gesteld vanuit het Ministerie van Onderwijs en de overheid, zoals het instellen van Burgerschapslessen, maar het zou niet zo moeten zijn dat scholen dingen gaan afvinken. Het is belangrijk om je eigen vrijheid daar in te houden.”
De twee dames hebben die vrijheid tot (door)ontwikkelen gekregen op de Triade, waar overigens ook ‘Gelukskunde’ wordt gegeven. Maggy: ,,Wij hebben handvatten gekregen waarop je voort kan borduren. Toen we de documenten voor de herziening en actualisatie van het curriculum in handen kregen, voelden we dat we met diverse domeinen aan de slag konden. In de afgelopen jaren zijn er vragen uit het veld gekomen om het vak Burgerschap te specificeren. Tot op heden is er maar één opleiding in Nederland, die je tot expert Docent Burgerschap kan opleiden. Dat is nieuw en zit in Zwolle. Het inzicht is gekomen dat men het belangrijk vindt dat men er vakmensen worden opgeleid. Wie weet kunnen wij onszelf daar in de toekomst aan wagen.”

Is het voor jullie zelf ook meer gaan leven, gezien alle maatschappelijk-sociaal problematiek lokaal, nationaal en mondiaal?
Maggy: ,,Zeker. We maken het bespreekbaar en bieden het ook aan bij de docenten. Onze school is een afspiegeling van deze omgeving en wat er speelt. Dat brengt ook de nodige uitdagingen met zich mee. We laten bijvoorbeeld de Volendamse leerlingen zien hoe een ander het ziet, die hier niet vandaan komt. Dat is ongekend belangrijk. Daar staan we voor. We zijn ons er bewust van en we doen er iets mee. Het zou mooi zijn als we gemeentebreed de krachten kunnen bundelen en er een doorlopende leerlijn komt, daar is behoefte aan. Er zijn inmiddels gesprekken op gang gekomen, met een Volendamse en Edamse basisschool.”
,,Je merkt dat er verandering optreedt. Dat komt misschien door de urgentie van maatschappelijke discussies, maar bij sommige docenten zat wellicht ook een diep verlangen. Die combinatie zorgt er voor wat er nu gebeurt.”

Welke dynamiek komt op gang in een klas?
Irene: ,,Wat je vooral merkt, is dat jongeren die hun mening durven te geven, niet altijd nadenken over wat het gevolg voor een ander kan zijn. Ze roepen dingen door de klas en zeggen daarna ‘dat bedoelde ik niet echt’, of ‘ik bedoelde jou niet’. Ondertussen voelen anderen zich aangesproken.” Maggy: ,,Dat hebben we inmiddels bereikt: het laten ontwaken van het bewustzijn, door met de leerlingen daarover in gesprek te gaan.”
Irene: ,,Als leerkracht heb je soms de neiging om te denken ‘ik laat het maar even voorbij gaan’, anders creëer je chaos. Ondertussen is er dan wel iets – wellicht heftigs – gebeurt voor een leerling. Rosanna Zwarthoed, onze collega die de workshop ‘Hoe de dialoog aan te gaan’ heeft gegeven, gaf aan juist wel er op in te gaan en vragen te stellen, zodat leerlingen zelf gaan nadenken over wat ze hebben gezegd. Wat bedoelen ze daar mee en hoe komen ze aan. Het verschaft inzichten.”

‘Jongeren denken
niet altijd na
over wat het gevolg
voor een ander kan zijn’

Maggy: ,,Dan kom je bij sociale media als informatievoorziening, want dat is vaak de enige bron.” Irene: ,,Ook als het bijvoorbeeld om het stemmen gaat. Roepen ze de naam van een politieke partij, maar als je vraagt om drie inhoudelijke punten van het partijprogramma waarmee ze het eens zijn, dan weten ze dat niet. Het gaat ons niet om iemand te kakken te zetten, maar het beargumenteren van een mening. En het jezelf verplaatsen in een ander.”

De groepsdruk is hoog?
Irene: ,,Zeker, dat is van alle tijden.” Maggy: ,,Je beloont iemand die wel zijn of haar mening durft te geven en hoopt dat anderen zich daarmee ook veiliger voelen om te doen, ook al wijkt het af.” Irene: ,,Het blijven immers kinderen, die graag willen horen dat ze iets goed doen. Zelfs de stoere jongens, die er soms moeilijk mee om kunnen gaan, als je een compliment geeft.”
Irene: ,,Bij de eerste werkvorm rondom racisme was het meteen heftig. Eén leerling werd verdrietig en toen hebben we er ook meer tijd voor genomen. Het ging om jongeren die in een stoere bui iets hadden geroepen en onbewust iemand verdriet hadden gedaan. Daardoor besteden we ook veel aandacht aan die bewustwording.”
Maggy: ,,Dat is niet alleen een leerproces voor leerlingen maar ook voor de docenten.” Irene: ,,Zeker, want dan denk je ’s avonds ‘had ik dit maar gedaan of dat gezegd’. Het prettige aan de mentorlessen is dat je er naderhand bij andere situaties op terug kunt vallen en het weer even onder de aandacht kunt brengen bij leerlingen: weet je nog dat we die discussie hadden of dat filmpje keken.” Maggy: ,,Het ideaalplaatje is dat jongeren zich gaan verplaatsen in elkaar, maar dat is een langer proces, daar gaat wat tijd overheen.”
Irene: ,,Ik geloof er in dat wanneer je je als leerkracht kwetsbaar opstelt en het soms persoonlijk maakt, dan gebeurt er meer in de klas. We hebben al een paar mooie momenten beleefd sinds de invoering van het plan.” Maggy: ,,Tijdens klasgesprekken maken we inzichtelijk hoe het voor de ander voelt.” Irene: ,,Er wordt ook veel gelachen in de klas. Soms is het nodig om stevige structuur aan te brengen, omdat dat voor een beter leerklimaat zorgt. Maar het samen iets bereiken en ook het samen kunnen lachen, dat is het leukste aan het docent zijn.”
Ze voelen ook waardering van leerlingen. Maggy: ,,Maar het kan ook zijn dat een leerling zegt: ‘allemaal leuk en aardig, juf, maar ik word gewoon timmerman. Maar ook in dat vak heb je bijvoorbeeld communicatieve vaardigheden nodig. Bovendien: na je werk wil je ook iemand zijn en een gefundeerde mening kunnen vormen. Sociale media speelt momenteel zo’n grote rol in het leven van de jongeren, het is eigenlijk bizar dat daar geen onderwijs over verschaft wordt. Kennelijk moet ook daaromtrent eerst een gevoel van urgentie ontstaan.”

|Doorsturen

Uw reactie