Algemeen

Johan Stroek viert het leven, maar voelt ook andermans pijn

Bourgondiër en een oude ziel

Op 1 januari is het straks 20 jaar geleden dat Volendam breaking news was in Amerika (CNN) en Groot-Brittannië (BBC). Nederland raakte geschokt, omdat bar De Hemel in brand stond en tientallen feestvierende kinderen – van buiten en van binnen – verwond raakten. Veertien jongeren kwamen te overlijden, duizenden mensen waren betrokken. Families, vrienden, omwonenden, hulpverleners, ooggetuigen, velen raakten getraumatiseerd. Naast de vele drama’s bracht de nasleep van de Nieuwjaarsbrand ook onvoorstelbare veerkracht en verrassende, soms ontroerende, gebeurtennissen met zich mee in de twintig jaar daarna. De Nivo brengt een reeks verhalen met mensen uit die betrokken groep. Vandaag Johan Stroek. Hij en zijn maatje Jan Tol (kurk) waren onafscheidelijk, behalve op dat ene moment, die bewuste avond. Daardoor doorvoelde de één, die alles zag en beleefde, het anders dan de ander, die zwaar verbrand in het ziekenhuis belandde. Hoe diep de vriendschap tussen de twee zat, bleek even later in dat brandwondencentrum. Én in het leven ná de Nieuwjaarsbrand, waarin het hardop ‘jongensdromen’ alsnog in de praktijk werd gebracht.
Door Eddy Veerman


Leedhiërarchie. Bij het vergelijken met andermans verdriet, zijn mensen geneigd hun eigen drama kleiner te maken en de (geestelijke) pijn te verzwijgen. Twintig jaar na dato voelen dorpsgenoten dat nog steeds, zo ook Johan Stroek. Mag het er wel zijn? ,,Wij hebben zoveel geluk gehad. Waarom word ik gevraagd? Ik ben toch geen slachtoffer en ben toch niet verbrand?”, vraagt hij zich hardop af. Inmiddels weten we dat genoeg (verbrande) jongeren en ouders erkenning hebben voor de mensen met onzichtbaar leed, zij die zoveel hebben gezien. Zoals Johan. Dus het mag er zijn. ,,Maar er zitten dubbele sloten op, die moeten er eerst af, voordat ik kan graven.” Als de kluis met opgeborgen verhalen ontgrendeld is, blijkt dat zich achter dat guitige gelaat van toen – en nog steeds – een boeiende authentieke persoonlijkheid heeft ontplooid, met een sterk moreel geweten en kompas. In een dorp waar anders zijn niet voor de hand liggend is, durft hij zichzelf te zijn.

Later
Hij was net 17, destijds. ,,Had een vriendengroep, maar ik trok op zaterdagavond vaak naar de vriendengroep met Jan Tol (kurk), jongens van drie jaar ouder, toe. Jan had lange tijd verkering met mijn zus Carla en wij zijn daardoor beste maten geworden. Waar de één ging, ging de ander. Als iemand één van ons zocht, klonk het ‘waar zijn Kurk en Stroek?’ Vóór de Nieuwjaarsbrand zei Jan al: ‘Joh, zie je die Audi, die krijgen wij later ook als we ons eigen bedrijf hebben’. Ik lachte er dan om. ‘Laat mij eerst eens leren schilderen, voordat we daar aan denken’, antwoordde ik dan.”
,,We begonnen die oudejaarsavond, net als elke zaterdag, in De Blokhut. In de loop van de avond gingen we altijd naar boven, naar De Hemel, want daar zaten veel meer meiden. We wisten op die avond van 31 december dat Hemel-barkeeper Rolf Zwarthoed (nonnie), tien jaar ouder dan ik maar ook een goede vriend geworden, vuurwerk in zijn auto had en dat zouden we even voor twaalf uur afsteken. We verlieten onze barkruk, gingen vanuit De Hemel samen met hem naar buiten en ter hoogte van de scheepswerf, aan de overkant, staken we samen het vuurwerk af. Rolf rende daarna meteen naar binnen, om weer aan het werk te gaan. Jan zei ook ‘gaan we Stroek, naar boven’. Maar ik stond met een meid te praten en was een shaggie aan het draaien. ‘Nee, ik kom zo wel, ik rook even dit shaggie’, zei ik. ‘Huh? Nee?’, keek Jan vreemd en zei nog een keer ‘kom mee Joh’. Maar ik bleef. Dat was niks voor mij. En wat het was? Een engel? Een hogere macht die mij tegenhield? Misschien. Want twintig minuten later was er brand in De Hemel. Dus als ik, zoals gewoonlijk, mee naar boven was gegaan, zou ik ook verbrand zijn geraakt. Jan zat namelijk dicht bij waar het vuur ontstond. Gelukkig heeft hij zijn handen voor zijn gezicht gedaan. Hij belandde bovenop enkele jongeren en zijn hele rug en de achterkant van z’n billen waren wel behoorlijk verbrand.”
,,Het moment dat het mij opviel dat er iets aan de hand was, was toen Dave Duin met een barkruk op de luifel van de WirWar Bar stond en het raam insloeg. Ik zag meerdere jongens helpen, maar beneden en boven kwam er ook jongeren uit met vellen aan handen en gezicht. Hoorde ik iemand schreeuwen ‘er is brand geweest’. Ik wilde naar binnen, want Jan was daar, mijn zus Marian was daar, maar het lukte niet, vanwege de tegenstroom. Best snel stonden de eerste brandweerauto’s er. Het was horror.”

‘Ik trok deuren
van ambulances open,
om te kijken of ze
daar in lagen, maar nee’

,,Wat me enorm is bijgebleven, is dat juist de ernstig verbrande jongeren die ik tegenkwam, niet schreeuwden en gewoon handelden alsof er niets aan de hand was. Dat is dus de shock die in werking treedt in het menselijk lichaam. Er kwamen jongeren uit De Hemel lopen, ze gleden van de gladde klucht af richting de havenkade, waar ik iemand aan de waterkant rechtop hielp. Maar ik wist niet wie het was. Je hart gaat enorm tekeer, je komt in een roes terecht. Ik hielp iemand de trap af richting het Pellersplein, waar bewoners hun deuren hadden opengezet. Daar was het een veilige plek. Het leek soms wel of ik, vanwege de gesmolten huid, het skelet zag. ‘Hé Stroek, hoe is-ie?’, zei iemand met brandwonden, maar ik herkende diegene gewoon niet.”
,,Ondertussen zochten mijn ogen Jan en mijn zussen. Maar iedereen was aan het zoeken, dus het telefoonverkeer lag plat. Ik trok een paar deuren van ambulances open, om te kijken of ze daar in lagen, maar nee. Op de dijk kwam ik mijn oudste zus Carla tegen en was ik zó blij. ‘Waar is Marian?’, vroegen we tegelijk. We gingen allebei een kant op. Uiteindelijk kwamen mijn zussen elkaar tegen, dat hoorde ik later. Ik heb er nog een tijd rondgelopen. Probeerde te helpen, net als zovelen. Ik weet nog dat ik een ander café inging om verder te zoeken, overal werd hulp geboden. Er zat een jongen op een kruk, zó verbrand. ‘Nou, het was gezellig, hè’, zei hij tegen degene naast hem. Dat moet naast de hoeveelheid alcohol ook de shock zijn geweest, want hij voelde kennelijk nog niks. Die beelden zijn heel helder. Zoals ik tot op de dag van vandaag, als ik een sirene hoor, weer naar die nacht word getrokken. Het hele centrum was blauw van de lichten, ik heb vooral heel veel respect voor alle hulpverleners gekregen, die zo snel ter plaatse waren.”
,,Om ongeveer half vier was ik thuis. Godzijdank waren mijn zussen ook veilig thuisgekomen, Marian met nog zwart haar van de rook. Maar nog steeds niet wetende waar Jan was. Ik ging toch naar bed, om proberen even te slapen. M’n vader ging naast mijn bed zitten, op z’n knieën, om me gerust te stellen. Na een paar uurtjes werd ik weer wakker. Ik wilde weten hoe het met Jan was, maar kreeg zijn ouders niet te pakken. Hoorde ik later op de dag dat hij in het ziekenhuis lag. Enkele dagen later zaten bij ons thuis mijn moeder en tantes te praten aan tafel. Die was overleden, die lag in dat ziekenhuis, die was er slecht aan toe.”

Drang
,,Ze hadden ook gehoord dat Jan naar het brandwondencentrum van Beverwijk was gebracht. Wilden mij misschien ergens op voorbereiden en gaven aan dat ik van het ergste uit moest gaan. Dat-ie het misschien niet zou halen. Toen werd ik zó boos. ‘Ik voel dat-ie nog leeft’, zei ik. Ik was emotioneel en zei ook ‘dit mag je nooit meer zeggen’. Ik pakte meteen m’n brommertje, ben naar Jan zijn ouderlijk huis gereden en toen ik daar binnenkwam, zei ik ‘ik moet ‘m zien, ik moet Jan vandaag zien’. Zo sterk was die drang…’ Terwijl zijn zoontje Rob op de grond kruipend van zich laat horen, valt zijn vader stil. En rollen er tranen over papa’s wangen.
,,‘Dat kan niet, Joh’, zei Jans moeder. ‘Want hij ligt op intensive care, hij is net geopereerd.’ Maar ik werd er naar toe getrokken. ‘Dat kan wel wezen, maar ik moet heen’, zei ik weer. De moeder van Jan vroeg aan zoon Kees om dan toch maar de auto in te stappen met mij. Daar aangekomen, maakte een verpleegkundige duidelijk dat we niet binnen mochten, omdat Jan een flinke dosis morfine had gekregen na de operatie en met rust moest worden gelaten. Ik bleef volhouden. Kees vroeg nog of ik het zeker wist, want Jans hoofd en lichaam was door het vocht bijna twee keer zo groot en verder lag er een mummie met een pijp in zijn mond aan de beademing, dat kunstmatig het lichaam heen en weer liet gaan. Uiteindelijk mocht de eerste van twee schuifdeuren open.”

‘Opeens hoorden
we piepjes van de
machines waar Jan
aan lag en… zijn
hand ging omhoog’

,,Ik kreeg hele sterke gedachten, die zich richtten tot Jan. ‘Waag het niet, jongen, waag het niet. Want ik ga je achterna om je te halen’, zo dacht ik. ‘Jij gaat dit redden, want je hebt beloofd dat we met z’n tweeën voor onszelf zouden beginnen en die Audi gaat er ooit komen’. Opeens hoorden we allerlei piepjes van de machines waar Jan aan lag en… de hand van Jan ging omhoog… ‘Dit is onmogelijk, met de morfine die hij heeft gekregen’, zei de verpleegkundige. ‘Mag ik nou wel bij hem?’, vroeg ik aan de verpleegkundige.”
,,Ik kreeg een beschermend pak aan en mocht door de tweede deur heen. ‘Dit ga jij redden, vriend. Niet zo aanstellen hè, dit is peanuts voor jou’, zei ik. ‘Je gaat geen enkele tegenslag krijgen, jij bent Jan Kurk en je bent een sterke krijger’. Gingen opeens z’n ogen trillen… Alsof hij het ergens in de verte verstond.”
,,Hij heeft daarna ook geen complicaties gehad, geen terugval. Herstelde goed en kwam na enkele maanden uit het ziekenhuis. Toen had een aantal getroffenen een zogeheten drukpak aan voor de littekenvorming, Jan ook. Waren we een half jaar na dato een keer samen in de bar. Zei Jan opeens ‘maar nou nog iets’. Kennelijk was dat moment thuis ter sprake gekomen en zei Jan dat hij tijdens zijn ziekenhuisopname stemmen hoorde en ook mij dacht te horen met bepaalde teksten. Door de ramp zijn we nog closer geworden.”
Johan had een hoop voor zijn kiezen gehad. ,,In de eerste dagen na de gebeurtenis ben ik naar m’n maat Carlo Buijs geweest, hij verloor zijn zusje Liesbeth. Echt verschrikkelijk. Ik kende zoveel jongeren. Om toch samen te komen, konden we met de jeugd elke dag van ‘s ochtend tot ‘s avonds in de PX terecht. Ik kreeg zelfs de sleutel van Jaap ‘Dibbes’, om de Pius te openen elke ochtend, het was een soort opvang geworden voor ons. Destijds hadden we geen whatsapp, wij hoorden dáár het nieuws, hoe het met iemand ging of wie er was overgeplaatst naar een ander ziekenhuis, of wanneer iemand was overleden.”
Zijn spontane glimlach verhult soms de intensiteit waarmee hij het herbeleeft. Dan ogen zijn bruine kijkers opeens indringend. ,,Ik vertel uit mijn hart”, zegt hij terloops. ,,Ik deed mezelf altijd stoer voor, maar ik heb een erg klein hartje en breek snel doormidden. Dat heeft de Nieuwjaarsbrand met me gedaan. Alle meiden van de vriendinnengroep van mijn zus Marian waren er, op een enkeling na, heel slecht aan toe. Mijn zus had niks, maar wel de pijn van wat de anderen was overkomen. En wat stond hen nog te wachten? Eén van haar beste vriendinnen was Anja Kok, een hele knappe meid. Ze waren veertien jaar oud, maar als ze bij ons thuis waren, dacht ik altijd ‘wauw’. Eigenlijk was ik stiekem verliefd op haar. Anja had ook heel veel brandwonden opgelopen: toen zij het ziekenhuis mocht verlaten en ergens een ijsje had gegeten, had zij mij wel gezien, maar ik had haar niet herkend. Ik schaamde me enorm.”

Prachtig mooi meisje
,,In juli van dat jaar, zeven maanden na de gebeurtenis, zou zij alsnog komen te overlijden door een bacterie. Mijn zus was kapot van verdriet. Voelde dat ze bij mij kon huilen en praten, dus ik was er in die tijd altijd voor haar. Hield me sterk en probeerde altijd het positieve te zoeken. Ik ging met haar mee om te condoleren toen Anja overleed. Ik brak compleet doormidden, dacht dat ik om zou vallen en kreeg een glas water van Anja haar vader. Ik kon het niet aan. Het leed van die ouders is echt onbeschrijflijk. Ik denk, nu ik zelf drie kinderen heb, heel vaak aan de ouders die hun kind hebben verloren door de ramp. Voed je een prachtig mooi meisje op en dan wordt dat zo ineens van je ontnomen: echt het ergste dat je kan overkomen. Tot op de dag van vandaag kan ik niet met verdriet van anderen omgaan, op die momenten breek ik zelf ook.”
,,Mijn ouders hebben zich naderhand gelukkig geprezen, want ze hadden die avond drie kinderen op de dijk, die ongedeerd bleven. Maar tegelijkertijd zullen ze zich als het ware schuldig hebben gevoeld. Want een hoop ouders hadden wél kinderen die verminkt raakten. Van onze vriendengroep belandden alleen Jan en Rick Jonk in het ziekenhuis en van mijn oude vriendengroep niemand.”
,,Van een kind, net zeventien, was ik nog maar, was ik opeens volwassen geworden. ‘Later?’, zei ik als iemand het over later had. ‘Je moet nu leven’. En dat zeg ik nog steeds. Dat deden we daarna ook met onze groep en vele andere jongeren die we ontmoetten. We hadden vaak een feestje, tot in de late uurtjes. We dachten niet verder dan vandaag, want het leven is fragiel en het kan zomaar over zijn. Dus vierden we het leven en als er alcohol in het spel is, komen ook de verhalen los. Als m’n moeder dan mopperde dat mijn zus Marian en ik het weer eens zo laat hadden gemaakt, zei ik regelmatig ‘gezelligheid kent geen tijd, ma’. Want met een drankje, een gitaar of muziek van The Cats, hadden we gelegenheid om dingen te bepraten en los te laten. Soms zat ik zaterdag ’s nachts met Jan – met wie ik inmiddels samen het schildersbedrijf Kurk en Stroek was begonnen – in het park, uren te praten. Dan huilden we en lachten we samen. Of bij mijn ouders thuis, als zij al sliepen, dan was het ‘de lest erop’, de hele cd van Nirvana Unplugged aan, samen meezingen, met m’n vaders gitaar. Die tijd was goud waard.”

‘Hoe komt een
28-jarig iemand
aan een burn-out?’

,,Dus toen ik mijn vrouw Nicole Schilder ontmoette en wij mooie gesprekken kregen, vertelde ik haar ook het hele verhaal.” Al snel woonden ze samen. ,,En werd Nicole plots zwanger. Negentien was ze nog maar. Helaas werd het een miskraam, na twaalf weken. We hebben het vruchtje nog in onze handen gehad. Dat is heel bijzonder.”
Niet veel later werd Johan getroffen door een zware burn-out. ,,Er was een druppel die de emmer deed overlopen, maar hoe kwam die emmer nou vol? Hoe komt een 28-jarig iemand aan een burn-out? Het eigen bedrijfje was uitgegroeid tot veertien schilders Ik deed de administratie en acquisitie ’s avonds, want overdag moest met schilderen het geld worden verdiend. In het weekeinde was ik ook in touw. Tot ik simpele dingetjes in Excel niet voor elkaar kreeg en een keer om half twaalf ’s avonds brak. Ik stortte helemaal in. Van hartkloppingen, niet meer slapen tot mensenschuw. En dat, terwijl ik altijd die spontane jongen was die zelfs tegen een boom ook praatte. Opeens durfde ik niet eens de deur uit, bang dat mensen tegen me zouden praten. Ik kon om alles huilen.”
,,Ik ging niet naar een psycholoog, ben meer van de alternatieve en homeopathische geneeswijze. Besloot personal training te gaan doen, maar wel vóórdat er andere mensen in de sportschool kwamen. Als je zoiets als de Nieuwjaarsbrand op zo’n jonge leeftijd meemaakt, heeft dat impact op je psychische gesteldheid. Daar bovenop kwam het vele werken. Gek genoeg bleek die burn-out het beste geschenk wat me ooit kon overkomen. Sindsdien ben ik heel anders gaan denken en doen. Als voorheen een klant belde dat hij voor het einde van de dag een offerte moest hebben, al moest ik dan tot ’s nachts door, die offerte kwam er. Sindsdien laat ik me niet meer gek maken. Anders maar niet en ik ben niemand verantwoording schuldig. Daarbij hebben Jan en ik het geluk dat we de gunfactor hebben, omdat we allebei open en gemakkelijke praters zijn. We mogen prachtige dingen doen en hebben zo een mooi netwerk opgebouwd.”
Niet lang na haar miskraam gaf Nicole geboorte aan een dochter, Senna. De lieve jonge dame hield haar ouders ’s nachts een jaar lang uit de slaap, waardoor Johan bijna een zwaar ongeluk kreeg op de A10. Hij ontsnapte. Ondertussen werd Johan ook richting het spirituele pad gegidst. ,,Ik verdiepte me in de verschillende types mensen: introvert, extravert, geel, groen rood, blauw en het brein van de mens. Iemand raadde me aan boeken van Dale Carnegie, over zelfverbetering, te lezen en ik herkende dat ik dingen deed wat hij beschreef. Zo ben ik nog meer gaan lezen, uit nieuwsgierigheid en om te leren. Ik let altijd op houdingen van mensen, of iemand open of gesloten is, of iemand me aankijkt of een stevige hand geeft. En als iemand koppig is of niet lekker in z’n vel steekt, probeer ik dat te doorbreken.”

Vluchtgedrag
,,Wat me ook enorm interesseert is het vecht- en vluchtgedrag wanneer zich een ernstige situatie voordoet. Daarom heb ik enorm respect voor Dave Duin en ontelbare mensen die gelijk, zonder na te denken, alles eraan deden om maar te helpen. We hebben twee jaar geleden een benarde situatie meegemaakt in Spanje tijdens onze vakantie. Er ontstond brand tussen vier huizen in het dorre droge hoge gras, dat zich supersnel verspreidde. Ik heb toen weer gezien wat er in paniek gebeurt met mensen. Mijn vrouw Nicole, m’n vader, moeder, het buurmeisje en ikzelf hebben alles op alles gezet het vuur te blussen van vier meter hoog. Bamboetakken van vijf meter hoog vatten vlam, waar ik tussenin stond met mijn waterslangen en emmers water, die Nicole en mijn ouders steeds brachten. Toen de brandweer arriveerde, hadden we het vuur gelukkig onder controle. Als we niet snel gehandeld hadden, had die hele wijk in lichter laaie gestaan, gezien de droogte. Ik ben dankbaar en trots dat ik een vrouw heb die moedig is, ook gelijk weet hoe te handelen.”
Af en toe slikt hij. Hij is hoog sensitief. Iets waar je niet zo gauw mee te koop loopt, omdat je in een gemeenschap als de onze dan al gauw een stempel opgeplakt kan krijgen en Johan is wars van stigma’s. ,,Als tiener was ik niet bezig met dat er ook mensen zijn met hongersnood of andere maatschappelijke dingen. Ik keek niet verder. Maar ik geloof inmiddels dat er meer is tussen hemel en aarde.” Hij heeft bovendien de kenmerken van een oude ziel. ,,Nicole en ik hebben een sterke intuïtie en zijn geen schapen die met de kudde meegaan. We zijn mensen met een sterke hang naar natuurgenezing.”
Johan draagt altijd een steen – organiet – bij zich. ,,Die beschermt mij tegen negatieve invloeden, aangezien ik snel energieën van anderen oppik. En ik ben niet zomaar in de oude kom gaan wonen, net als mijn ouders. Dicht bij de dijk, bij het water. En het is hier een zoete inval. Er is altijd een lekker wijntje of biertje aanwezig met lekkere hapjes, je kunt mee eten als je wilt, we willen dat mensen zich hier op hun gemak voelen, met een goede sfeer en prettige energie.”

‘Doerak, nu ga je
er toch niet
tussenuit knijpen’

Hun tweede kind, Nick, had heftige opstartproblemen. ,,Zijn hartje stopte regelmatig met kloppen. Hij was geboren op mijn verjaardag. Nicole en ik verbleven in het ziekenhuis en werden wakker gemaakt om ons voor te bereiden op het ergste, want het ging steeds slechter. Met tranen in mijn ogen praatte ik op hem in. ‘Doerak, nu ga je er toch niet tussenuit knijpen. Je gaat het redden… Je bent geboren op mijn verjaardag en dat gaan we samen heel vaak vieren. Waag het niet hè, wees sterk makker, wees sterk’. En ik aaide steeds over zijn hoofdje.”
,,Nick haalde het en inmiddels is hij vier. En de derde, Rob, was een cadeautje, dat hadden we niet meer verwacht. Net als Senna slaapt ook Rob al anderhalf jaar niet goed, maar daar zetten we onszelf overheen. Het is een mindset. Er zijn ergere dingen in de wereld, zolang de kachel brandt en ze liggen hier warm en veilig onder een deken, dat moeten we koesteren. We zijn inmiddels wel doorgewinterd, na wat we hebben meegemaakt. Zijn geen klagers en proberen altijd positief te blijven. Als ik het even niet zie zitten, door de vermoeidheid, denk ik altijd aan de serie Band of Brothers. De geallieerden die, opgejaagd door de Duitsers, geen tot weinig eten en kou, voor ónze vrijheid vochten en dan ineens ben ik er weer en ben ik weer dankbaar voor alles wat we hebben.”
,,Met dat alles in deze wereld, telefoons, iPads, doen we ons best met opvoeden. We hopen voor nu en straks dat ze thuis alles delen. Opkroppen is niet goed, dat hebben velen gedaan en sommige doen het nog steeds, omdat we dus denken dat ons verhaal er niet toe doet, vergeleken bij anderen.”
,,Als ouders kunnen wij zaadjes planten. Een kind is, plat gezegd, een leeg usb-stickje, en wij kunnen dat vullen met dingen waar het kind iets aan heeft en gaandeweg kunnen ze zelf dingen oppakken. Ik ben vooral bezig met ‘wie goed doet, goed ontmoet’. Dus wees vriendelijk naar een ander, dat wil ik de kids ook meegeven. Toen ik enige tijd geleden tijdens een vakantie met mijn neefje ging vissen, zag ik dat er rond de vijver een jongen met meerdere hengels en een koffer met hengelspullen zat. Ik merkte ook meteen dat hij een verstandelijke beperking had.”

Kippenvel
,,Ik zei ‘hallo’ en vroeg of hij iets gevangen had, waarna de jongen enthousiast begon te vertellen. M’n neefje was al doorgelopen en ik vroeg of hij alsnog die jongen wilde begroeten. Hij vroeg waarom. Ik legde hem uit dat als je vriendelijk bent, je dat ook terugkrijgt. En nooit weet waar het toe kan leiden. M’n neefje ging alsnog heen en begroette de jongen. Niet veel later – alsof het van boven gedirigeerd werd – bleek dat mijn neefjes dure hengel kapot was gegaan. ‘Nu is het moment om naar die jongen te gaan, ik denk dat hij jouw hengel kan maken’, zei ik. Hij ging op hem af, de jongen bood zijn hulp aan en repareerde de hengel. Krijg nu weer kippenvel terwijl ik er aan denk. M’n neefje was zó blij en vanaf dat moment groet hij alles en iedereen.”
,,Ik heb ook dingen gedaan in mijn jeugd. Van sommige dingen heb ik spijt, zoals het – in de groepsdruk en het erbij willen horen – pesten van een klasgenoot. Ik heb het enkele jaren later goedgemaakt. Ik denk dat het goed is om interactie te houden met je kinderen. Hen mee te nemen in wat ze onderweg tegen kunnen komen, zoals pestgedrag, seksualiteit, drank, drugs. Zodat kinderen thuis aan tafel dingen durven te vertellen, ook als ze beslissingen hebben genomen die verkeerd hebben uitgepakt. Door te blijven praten, kunnen we samen verder. Nu ik zelf vader ben van drie kinderen, denk ik vaak aan de tijd waarin mijn ouders terecht kwamen na de Nieuwjaarsbrand. M’n zussen, vooral Marian en ik, hadden geen gemakkelijke tijd en voor mijn ouders was het ook moeilijk. Want wat was nou goed om te zeggen? Je kunt niet zeggen ‘alles komt goed’, want iedere dag hoorden we weer verschrikkelijk nieuws. Soms is ‘er zijn’ al heel goed.”
Zoals Johan bijna twintig jaar geleden er wás voor zijn maatje. ,,De vader van Jan, Kees, is ook een hele sterke beer, een man die je nooit zal zien huilen. Toen Jan drie jaar geleden trouwde, pakte Kees – laat op de avond, met een biertje op – mijn arm vast en haalde die dag in januari van 2001 aan. ‘Ik zal nooit vergeten dat er een zestienjarig slungeltje op zijn brommertje kwam en er op stond dat hij zijn vriend te zien kreeg’, zei hij. Hij gaf me een stevige knuffel. ‘Jij heb mijn zoon gered’, zei hij, met een traan over zijn wang Dat was heel bijzonder. En Jan en ik? Hebben het mooie bedrijf waar we vroeger van droomden. Maar nog veel belangrijker: we zijn er nog en we hebben een band voor het leven. Daar komt niets tussen.”

|Doorsturen

Uw reactie