Algemeen

Glasaal Volendam BV verhuist naar grotere locatie met nieuwe faciliteiten

‘Dat de larven eten, is een belangrijke doorbraak’

Vroeger waren de emmers vers gevangen wilde paling niet aan te slepen op de dijk in Volendam. Maar door zaken als ziektes, illegale vangst in de Europese wateren en obstakels in de trekroutes daalde de palingstand in het IJsselmeer de afgelopen jaren tot nog geen 5% van wat dit vroeger was.
Door Leonie Veerman


Om het aanbod in deze bijzondere vissoort – en daarmee ook een belangrijk stukje cultureel en culinair erfgoed van Volendam – in stand te houden, werd in 2008 Glasaal Volendam B.V. opgericht. Door de voortplanting van de paling in een kweekomgeving te laten plaatsvinden, en de larven vervolgens op te kweken tot glasaal (jonge paling), hoopt Glasaal Volendam uiteindelijk een commerciële glasaalproductie te realiseren.
Het is de biologen van Glasaal Volendam inmiddels gelukt de volwassen palingen te laten paren in gevangenschap, in toenemende mate bevruchte eieren te behouden en gezonde larven lang in leven te houden. Hoewel de groei van de larven op dit moment alleen nog onder een microscoop is waar te nemen, werd het voormalige pand aan de Morseweg te klein voor het volgende stadium van het onderzoek: de doorkweek naar glasaal en uiteindelijk de opschaling naar een draaiende productiefaciliteit.
Afgelopen zaterdag verzorgde burgemeester Lieke Sievers de officiële opening van het nieuwe onderkomen van Glasaal Volendam aan de Nijverheidsstraat 5 in Edam. Onder alle aanwezigen van deze feestelijke opening bevonden zich, naast alle medewerkers en het bestuur van Glasaal Volendam, ook diverse enthousiaste investeerders. Met grote interesse volgden zij in kleine groepjes een rondleiding door het nieuwe onderkomen, waarbij alle faciliteiten en geavanceerde nieuwe systemen van het kweekproces uitgebreid werden toegelicht.

‘Om paling te kweken
gebruiken wij echt
zeewater uit de Oosterschelde’

In een lange hal bevinden zich een reeks grote blauwe tanks waarin zeewater wordt opgeslagen dat in de kweekbakken gebruikt wordt. Camillo Rosso, een van de aquacultuur biologen die de rondleidingen verzorgt, licht toe: „Om paling te kweken kun je ook zelf zeewater maken door water met zeezout te mengen, maar wij gebruiken echt zeewater uit de Oosterschelde. Ondanks, of misschien wel dankzij, alle bacteriën en plankton, boeken we in echt zeewater namelijk aanzienlijk betere resultaten in het kweekproces.”
Naast diverse ruimtes met een indrukwekkend aantal kweekbakken en -tanks, al dan niet gevuld met aal, steekt het laboratorium er nogal schril bij af. Maar juist in deze kale kamer, met slechts twee microscopen en een laptop, vindt volgens Camillo het grootste deel van het onderzoek plaats.
Op het scherm van de laptop is een uitvergrote microscopische foto van een larve te zien. Trots wijst Camillo naar een zwarte vlek op het lijfje van het kleine beestje. „Hier zie je dat er eten in het maagje zit” legt hij uit. ,,Het heeft een tijd geduurd om de juiste voeding samen te stellen die bij de larven in de smaak viel. Dat we ze nu aan het eten hebben gekregen, is een belangrijke doorbraak.”
Dan loopt Camillo naar de andere kant van de kamer, waar vier onopvallende ijskasten op een rijtje staan: „Deze ijskasten vormen op dit moment het belangrijkste onderdeel in ons onderzoek.” Uit de onderste lade pakt hij vier plastic zakjes met bruingekleurde smurrie tevoorschijn. ,,We hebben nu een recept dat de larven lekker vinden, de volgende stap is om een dieet te vinden dat voldoende voedingsstoffen bevat om ze flink te laten groeien.”
Nu de wetenschappers de larven hebben laten eten hebben ze de levenscyclus van de paling voor 75% voltooid. Voor de laatste fase van het onderzoek: het doorkweken van de larven tot glasaal, is het team wetenschappers gegroeid. Naast de aquacultuur biologen Camillo Rosso en Rick Leemans, die beiden al enige jaren bij het project betrokken zijn, werden onlangs ook Annalena Karyda en Daan Maassen aan het internationale team toegevoegd. In het nieuwe pand aan de Nijverheidsstraat beschikken zij nu over een compleet nieuwe faciliteit, met meer ruimte en gloednieuwe systemen om het project uiteindelijk tot een succesvol einde te brengen.

‘Als de Japanners
het kunnen, ben ik
er van overtuigd dat
het ons ook gaat lukken’

Bij de opening van het nieuwe pand heerste er dan ook een feestelijke stemming. Terwijl de dames van de catering rondliepen met grote schalen stokbrood met zalm en – uiteraard – gerookte paling, blikt Carlo Binken, de voorzitter van Glasaal Volendam, hoopvol vooruit. „In 2022 verwachten we onze eerste volwaardige glasaal te reproduceren. Vanaf dat moment zullen we opschalen en zal de commerciële verkoop van start gaan.”
Hoewel verschillende organisaties en initiatieven zich de afgelopen jaren ook hard hebben ingezet – en niet zonder succes – voor het herstel van de natuurlijke palingstand in de Europese binnenwateren, voorziet Carlo nog altijd een gigantische vraag naar de bijzondere delicatesse die het aanbod van wild gevangen paling ver overstijgt. „Het blijft uiteraard een luxe artikel, maar je ziet dat er zich overal ter wereld meer mensen in de sociaal economische klasse bevinden, waarin grote vraag is naar een kwaliteitsproduct als paling.”
„Een glasaal is natuurlijk nog geen volgroeide paling”, legt Carlo uit. „In eerste instantie zal Glasaal Volendam daarom leverancier worden van andere palingkwekerijen die in staat zijn glasaal op te kweken tot volwassen palingen. Zij kopen glasaal in grote schaal in, maar zijn tot nu toe afhankelijk van de toevoer van wild gevangen glasaal. Daarnaast kunnen we er op dat moment ook voor kiezen de glasaal in eigen beheer door te kweken tot volwassen paling.”
„Voor de investeerders wordt het dan erg interessant”, vertelt Carlo, „want een kilo glasaal kan al snel rond de €500,- opbrengen. Glasaal Volendam streeft op termijn naar een jaarproductie van circa dertig ton. De wereldwijde vraag, nu zeer beperkt door het gebrek aan aanbod, is meer dan duizend ton. Er ligt een fantastische toekomst in het verschiet voor Glasaal Volendam, maar dan moeten we er nu natuurlijk eerst wel nog in slagen de larven door te kweken tot volwaardige glasaal.”
Prof. dr. Nico van Straalen, bestuurslid (Innovatie & Wetenschap) van Glasaal Volendam heeft er alle vertrouwen in: „In een vergelijkbaar experiment in Japan zijn wetenschappers er inmiddels in geslaagd om larven op te kweken tot volwaardige Japanse palingen. Dat is weliswaar een heel andere palingsoort dan Europese aal, maar als de Japanners het kunnen, ben ik er van overtuigd dat het ons ook gaat lukken.”

|Doorsturen

Uw reactie