Algemeen

Janet Tol redt haar honden met gevaar voor eigen leven

‘De enorme angst en paniek zaten nog dagenlang in mijn lijf’

Het zijn bepaald geen schoothondjes, de twee Leonbergers van Janet Tol en haar vriend Henk Schilder. Met hun dikke, goudkleurige vacht en enorme afmeting hebben de twee honden op het eerste gezicht wel wat weg van leeuwen. Teef Saar is 2 jaar oud en weegt zo’n 45 kilo. Reu Leo is nog geen jaar oud, en in principe dus nog een pup, maar weegt toch al bijna 60 kilo. Het was dan ook geen wonder dat, op een van de eerste vorstdagen van afgelopen week, de dunne laag ijs op de sloot het begaf onder het gewicht van de twee flinke viervoeters. Ze hadden een stel zwanen gezien, en waren daar dolenthousiast achteraan gerend, de bevroren sloot op. Janet bedacht zich geen moment en is achter de honden aan gegaan, maar het was nog niet zo eenvoudig om de grote honden uit het water te krijgen. Het liep allemaal goed af, maar als Janet nu terugkijkt op deze heftige gebeurtenis, beseft ze dat ze door het oog van de naald is gekropen.
Door Leonie Veerman


Het was maandag 8 februari, een dag na de flinke sneeuwstorm die Volendam bedekte onder een dik pak sneeuw. ,,Normaal gesproken wandel ik altijd naar de ijsbaan in het Boelenspark”, zegt Janet. ,,Omdat de honden daar lekker los mogen en goed hun energie kwijt kunnen. Maar omdat daar die dag heel veel kinderen waren om met sleetjes van de helling af te glijden, besloot ik een andere route te nemen. Ik wou tenslotte niet dat Saar en Leo achter de sleetjes aan zouden razen en de kinderen en hun ouders bang zouden maken.”
Toen Janet bij het Don Bosco College het fiets- en voetpad opliep richting het voetbalstadion, besloot ze de honden even los te laten. ,,Ik weet dat dit eigenlijk geen losloopgebied is, maar omdat het pad toen nog niet sneeuwvrij gemaakt was, was er bijna niemand te bekennen. En de honden waren erg enthousiast door alle verse sneeuw en wilden dolgraag een stukje razen.”
Door de sneeuw had Janet het stel zwanen echter niet gezien dat in de verte aan de rand van de sloot zat. Zodra Saar en Leo die opmerkten, renden ze dolenthousiast op hen af. Janet: ,,Ik riep ze eerst nog heel hard terug, en in eerste instantie leek dat te werken. Ze stopten heel even met rennen, maar toen de zwanen vervolgens fladderend over de sloot op de vlucht sloegen, begonnen Saar en Leo de achtervolging weer in te zetten. Dit keer kon ik ze niet meer stoppen.”
Saar was de eerste die door het ijs heen zakte, op zo’n drie meter vanaf de kant. Leo wist een grotere afstand over het ijs af te leggen, en volgde de zwanen over het smalle slootje tussen twee van de vrijstaande woningen aan de overkant. Janet vertelt dat hij pas na zo’n tien meter door het ijs zakte: ,,Ik voelde me compleet hopeloos, want Leo lag precies tussen twee hoge kademuren, dus het was bijna onmogelijk om bij hem te komen.” Janet begon met schreeuwen, maar de twee zware honden konden zichzelf onmogelijk uit hun benarde positie bevrijden.
Janet: ,,Op dat moment kwam er toevallig een jongen met een slee aanlopen, en kort daarop ook Kees Bond, die ken ik voornamelijk van het uitgaan bij Café Lennons. Ze kwamen naast me staan om te helpen maar het was niet mogelijk om vanaf de kant iets voor Saar en Leo te betekenen. Ik kon het niet langer aanzien om hen in het water te zien vechten voor hun leven, dus ik trok mijn dikke winterjas en regenlaarzen uit en ben naar de rand van de sloot gekropen. Kees gaf aan dat ik mezelf het beste op mijn buik over het ijs kon bewegen, zodat mijn gewicht over het ijs verspreid was.”
In het begin leek het goed te gaan. Janet tijgerde naar Saar toe en de behulpzame jongen schoof zijn slee naar haar toe. ,,Ik probeerde het touw van de slee naar Saar toe te gooien , maar ze begreep niet wat mijn bedoeling was. Uiteindelijk wist ik haar met al mijn kracht aan haar tuigje uit het wak te trekken. Met de hulp van de jongens heb ik haar uiteindelijk weer op de kant gekregen, maar op dat moment zakte de moed me in de schoenen. Leo lag namelijk nog steeds in het ijskoude water, en het was bijna onmogelijk om bij hem te komen om hem te helpen.”

‘Ik raak niet zo
snel in paniek,
maar het water
was zo koud dat
ik geen lucht
meer kon krijgen’

In eerste instantie zetten Janet, Kees en de jongen het op een schreeuwen. ,,We konden roepen wat we wilden, maar Leo kon zichzelf met zijn voorpoten niet uit het wak trekken”, vertelt Janet. ,,Met Kees ben ik toen over de tuinmuur van de rechter vrijstaande woning geklommen. Hoe me dat is gelukt, weet ik nu nog niet. Ter hoogte van waar Leo in het water lag, ben ik toen weer over een hek geklommen, en heb me toen langzaam naar de sloot laten zakken. Dat hek stond echter erg hoog boven dat slootje, dus toen ik mezelf voorzichtig losliet, zakte ik meteen tot mijn middel door het ijs.”
Janet herinnert zich de extreme kou van het water, die haar volledig overviel. ,,Ik raak niet zo snel in paniek, maar het water was zo koud dat ik geen lucht meer kon krijgen. Kees schreeuwde vanaf de kant naar me dat ik erg diep moest inademen. Het duurde even voordat ik mezelf weer in de hand had. Ondertussen hadden zich meerdere mensen aan de kant van de sloot verzameld, waaronder twee assistentes van dokter Pasdeloup die net klaar waren met werken. Ze stonden klaar om de brandweer te bellen, maar toen ik weer kon ademen, schreeuwde ik dat het me wel zou lukken. Achteraf was dit natuurlijk ontzettend dom van me, maar ik was op dat moment zo bevangen door adrenaline dat ik niet meer helder kon nadenken.”
,,Toen ik mezelf herpakt had, was ik nog steeds een ruime meter van Leo verwijderd. Om bij Leo te komen moest ik steeds dikke stukken ijs kapot slaan. Als het ijs dan brak kwamen er steeds grote ijsschotsen tussen ons in te liggen, welke ik dan eerst moest oppakken om opzij te gooien. Eenmaal bij Leo heb ik eerst geprobeerd om hem het ijs op te duwen. Met alle kracht die ik in me had heb ik minutenlang geduwd en getrokken, maar hij was zo ontzettend zwaar dat het me niet lukte. De bodem van het water was een en al blubber, dus ik duwde mezelf eigenlijk alleen maar verder onder water. Uiteindelijk stond ik tot mijn schouders onder water en raakte ik weer in paniek. Dit ging gewoon niet lukken.”
,,De laatste kans die ik had, om mezelf met Leo uit het ijs te bevrijden, was door ons een weg te banen naar de slootkant, zo’n tien meter verderop, zodat de mensen ons daar uit het water konden helpen. Stukje voor stukje brak ik het ijs en trok ik Leo met me mee. Er leek geen einde aan te komen. Toen we eindelijk bij de beschoeiing in de buurt kwamen, belemmerde het riet ook nog eens flink de doorgang. Een paar mannen aan de rand van de sloot riepen dat ik hun handen moest vastpakken zodat ze me naar de kant konden trekken, maar ik had inmiddels geen enkel gevoel meer in mijn handen en voeten.”
Tot overmaat van ramp zat Leo met zijn achterste ook nog eens klem aan een hek dat over het water uitstak, dus ik moest weer een stuk terug het water in om hem los te duwen. Toen we eindelijk alle twee weer aan wal getrokken waren, kon ik het bijna niet geloven dat we het gered hadden.” Janet trok haar regenlaarzen en winterjas weer aan en wilde snel naar huis lopen, maar werd tegengehouden door de mensen die zich langs de sloot verzameld hadden. De bewoners van het huis aan de overkant, Sander en Mandy Schokker, waren inmiddels ook op alle rumoerigheid afgekomen, en stonden erop dat zij Janet en haar honden met hun auto naar huis zouden brengen. Achteraf is dat mijn redding geweest, want het was buiten ook gewoon onder de nul graden en er stond die dag nog een erge gure wind. Dan is het toch nog wel een behoorlijke afstand naar mijn woning in de Dokter Weversstraat.”
,,Sander en Mandy vangen zelf toevallig af en toe rescue dogs op”, vertelt Janet, ,,dus ze hadden gelukkig een hondenbak in de achterbak van hun auto. Dat kwam mooi uit, want Saar en Leo zaten namelijk helemaal onder de blubber.” Janet herinnert zich ook dat Mandy haar een plaid gaf, die Janet netjes over de passagiersstoel van de auto legde. ,,Mandy gilde dat die plaid niet voor de bekleding maar voor mij bedoeld was, maar ik was natuurlijk ook helemaal zwart en wilde de auto niet vies maken.”

Ondergoed
Eenmaal thuis deed Janet snel al haar natte kleren uit. Ze had haar vriend Henk al gebeld en toen hij buiten adem thuiskwam, trof hij haar in de gang aan. ,,Ik stond op dat moment net in mijn ondergoed en mijn hele lichaam was blauw en paars van de kou, dus Henk was vreselijk geschrokken, vertelt Janet.
,,Hij was in eerste instantie boos dat ik mezelf in levensgevaar heb gebracht voor een hond. Maar achteraf gezien had hij waarschijnlijk hetzelfde gedaan in zo'n situatie. De emoties liepen eventjes hoog op.” Maar Janet wist dat Henk het goed bedoelde. ,,Dit was alleen zijn manier om zijn emotie te uiten, want even later tilde hij Saar en Leo om de beurt met al zijn kracht de trap op om ze onder de douche weer schoon te krijgen en op te warmen.”
De doktersassistentes die het hele tafereel vanaf de slootkant hebben zien gebeuren, hadden dokter Pasdeloup gebeld voor advies. ,,Hij benadrukte dat het erg belangrijk was dat ik niet gelijk onder een warme douche zou gaan staan”, zegt Janet. ,,Zo’n grote temperatuurverandering zou erg gevaarlijk kunnen zijn. Dus ik heb mezelf eerst onder een lauwe douche weer opgewarmd. Ik zat nog helemaal onder de adrenaline, dus was amper in staat om alle modder goed van me af te wassen.”
,,Vervolgens was Saar aan de beurt voor de lauwe douche, en binnen de kortste keren zat ik weer helemaal onder de modder. Hoe we Leo daarna in onze kleine badkamer hebben kunnen krijgen weet ik niet, maar het is ons gelukt. Henk moest op dat moment weer weg, dus we hebben Saar en Leo in het washok gezet, daar konden ze even opwarmen op de vloerverwarming, terwijl ik eindelijk onder een warme douche kon om weer helemaal op temperatuur te komen.”
Later heeft Janet nog een hele tijd met Saar en Leo op de warme keukenvloer liggen klappertanden en bibberen. ,,Maar het hele huis zat nog onder de modder. Met name in de hal was alles gitzwart. En zelfs op de muur langs de trap en in de overloop liep een gigantisch modderspoor, dus ik ben daarna nog een hele tijd bezig geweest om alles enigszins schoon te maken. Pas om half acht plofte ik neer in de bank. Dat was pas het moment waarop de tranen kwamen.”
Die nacht kon Janet de slaap niet vatten. ,,Ik maakte me teveel zorgen over Saar en Leo, want ik wist niet of ze alsnog in shock zouden konden raken. Ik ben uiteindelijk dus maar naar beneden gegaan en heb in de bank geslapen, waar Saar en Leo stijf tegen me aan kwamen liggen. Door dit voorval weet ik pas hoeveel ik van ze hou”, zegt Janet. ,,Ik ga dus echt door het vuur voor ze, of in dit geval door het ijs.”

‘Ik ga dus echt
door het vuur
voor ze, of in
dit geval
door het ijs’

Pas gedurende de dagen die daarop volgden, begon langzaam tot Janet door te dringen wat er allemaal gebeurd was. ,,De enorme angst en paniek zaten nog dagenlang in mijn lijf, en het heeft ook nog meerdere schoonmaaksessies gekost om mijn huis weer echt helemaal schoon te krijgen. Op mijn werk had een collega gegoogeld naar de gevolgen van onderkoeling. Zij wees me erop dat je binnen vijftien minuten in het koude water al je bewustzijn kunt verliezen. Daar schrok ik enorm van, want ik heb toch echt wel ruim tien minuten in dat water gelegen terwijl ik mezelf met Leo naar de kant probeerde te worstelen. Het had echt erg slecht af kunnen lopen.”
Hoewel haar armen nog altijd onder de schrammen en wondjes zitten, prijst Janet zichzelf enorm gelukkig dat ze het gevoel in haar handen en voeten weer terug heeft en er geen blijvende schade aan heeft overgehouden.
Janet snapt achteraf gezien dat het niet verstandig was om haar honden los te laten in de buurt van een nauwelijks bevroren sloot. ,,Dat zal ik ook nooit meer doen, maar op dat moment zag ik echt het gevaar niet. En ik wilde ze zo graag even laten genieten van de sneeuw.” Ze benadrukt dat dit nog niet eens de grootste fout was die ze die dag maakte. ,,Pas als ik nu terugkijk snap ik dat het ongelofelijk dom van me is geweest dat ik niet meteen de brandweer heb gebeld of heb laten bellen door een van de omstanders. Toen ik mijn honden in het water zag liggen kon ik niet meer helder nadenken. Ik handelde echt vanuit pure emotie en adrenaline.”
,,Dat is dan ook de belangrijkste les die ik die dag geleerd heb. Mocht er ooit iemand in deze situatie terecht komen is het allerbelangrijkste om direct de brandweer in te schakelen. Je kunt daarna dan altijd zelf nog actie ondernemen, maar dan is hulp alvast onderweg. Als ik namelijk niet op tijd uit het water had kunnen komen, had de brandweer nooit meer op tijd ter plekke kunnen zijn om me te helpen. Die overtuiging raak ik ook niet meer kwijt. Ik hoop dan ook dat andere mensen iets van mijn verhaal kunnen leren. Als je een persoon of huisdier in een wak ziet liggen, bel dan echt meteen de brandweer.”
Janet: ,,Boven alles wil ik alle omstanders bedanken die mij die dag geholpen en bijgestaan hebben. In het bijzonder Sander en Mandy Schokker die erop stonden dat ze ons met hun auto naar huis brachten, terwijl zowel de honden als ik compleet onder de modder zaten. Maar ook de assistentes van dokter Pasdeloup en dokter Pasdeloup voor het advies, de jonge jongen die zich over Saar ontfermde, Kees Bond en Stan Veerman, die zelf ook een gedeeltelijk nat pak hebben gekregen in de strijd om me uit het water te trekken, en tevens alle andere omstanders die Leo en mij uiteindelijk uit het water getrokken hebben. Jullie zijn echt mijn redding geweest.”

|Doorsturen

Uw reactie