Algemeen

De levenssnaren van een belezen bassist

Onlangs werd hij 75 jaar. Arnold Mühren. Meer dan alleen de bassist van The Cats. Samen met zoon Patrick staat hij vanuit zijn studio achter het woonhuis al bijna een halve eeuw aan de basis van menig muziekproductie, zoals die van Marco Borsato, André Hazes Sr, Gordon, Jan(tje) Smit, BZN, Total Touch (Trijntje Oosterhuis), 3JS, Acda & de Munnik, Nick & Simon en Ilse de Lange. Zoals het vorig jaar vijftig jaar geleden was, dat Mühren een tot op de dag van vandaag beklijvend lied schreef (Lea) over een Cats-fan die bij een verkeersongeval om het leven kwam. Het is ook bijna vijftig jaar geleden dat The Cats als halfgoden werden onthaald op Java (Indonesië). Mühren is de verteller in de documentaire die destijds werd gemaakt en op YouTube te vinden is. Met lange haren en hippe hempjes liepen ze rond als toeristen bij de tempels, die vijf jongens uit Volendam. Voor onze nieuwe generaties is het niet voor te stellen, wat zij destijds meemaakten. Arnold Mühren blikt in twee delen terug op een aantal bewogen fases in zijn leven. En houdt zich altijd bezig met het nu en de toekomst.
Door Eddy Veerman

Op de tafel ligt een boek, ter ere van zijn verjaardag, gekregen van zoon Patrick. De antwoorden op de grote vragen, van wetenschapper Stephen Hawking. ,,Ik ben een lezer, maar niet eens zozeer boeken. Dat doe ik uit zelfbescherming. Want ik stop namelijk niet meer als ik aan het lezen ben, wat betekent dat ik een nacht doorhaal en da’s niet de bedoeling. De laatste jaren heb ik mezelf discipline opgelegd en dan stop ik bij een hoofdstuk. Ik lees veel kranten, HP De Tijd, internet, kortom, ik ben een beetje leesverslaafd. Ik ben een nieuwsgierig mens, lees de krant ook vrij intensief. Behalve sport, dat heeft nooit mijn interesse gehad.”
Zijn zoon heeft tevens een voorwerp met tegeltjeswijsheid geschonken. ,,Met het advies om het voor mijn computer in het kantoor te plaatsen”, zegt Arnold. Werk rustig zonder zorgen, wat niet af is, dat komt morgen. Hou je pauzes in ere, alleen een gek werkt zich de kolere. Hij glimlacht. ,,Sinds eind 2004 ben ik bezig met wat een auteursrechtzaak is geworden. Want toen kwam ik er pas achter hoe het auteursrechtelijk werkt, in binnen- maar ook met name het buitenland.”
Hobby
,,Wij zijn met The Cats destijds zonder enige kennis van zaken de muziek in gestapt, vanuit hobby. Een platencontract? Geweldig, waar moet ik tekenen? Zo dachten we. In het begin van onze carrière werden er liedjes voor ons gezocht en als we dat zelf leuk vonden, namen we die op. Op een gegeven moment schreven we zelf liedjes, welke we dan opnamen in de studio van de platenmaatschappij. Dan kwam er een gladjanus van de uitgeverij langs en die zei dan ‘een geweldig nummer’. Degene die het geschreven had, werd dan even apart genomen. Want dan moest er een uitgavecontract getekend worden. Je wist niet waarvoor je tekende. Pas jaren later kwamen we er achter dat dat helemaal niet hoefde. Je onderhandelde ook niet. Jan Tuf, onze manager, had aanvankelijk ook geen kennis, die is gaandeweg wijzer geworden.”
,,De consequentie van jouw handtekening kwam pas als je plaat een hit werd en de afrekening van Buma Stemra op de mat viel. Je tekent iets, maar je ziet die mensen nooit meer. Alleen als er een nieuw liedje werd opgenomen, verschenen ze weer. Met de inkomsten in Nederland was het zo geregeld met auteursrechtenorganisatie Buma Stemra dat componist, tekstdichter en uitgeverij elk een derde kregen. Bij succes in het buitenland, wat uiteindelijk met ‘One way wind’ grootschalig gebeurde, had mijn uitgever een sub-uitgever in het buitenland benoemd. Op mijn afrekeningen zag ik als mijn componist plus tekstdeel praktisch overal 33%, soms 50%, maar ook wel eens 16,66%. Dan vroeg ik per brief aan Buma Stemra hoe dat kon? Het bleek altijd te kloppen, zo zeiden ze.”
,,In de tussentijd had ik zitting genomen in het bestuur van BV Pop, de vakbond voor artiesten. Gaandeweg werden uitgeverijen boevenclubs genoemd. Bleek dat dikwijls was afgesproken tussen uitgeverijen en sub-uitgeverijen dat 50% in het buitenland bleef en slechts de andere helft werd verdeeld in drieën.”
,,Bleek dat muziekproducer Hans van Hemert de strijd al eens had gevoerd over de grote hits van Luv en Mouth & McNeal die hij had gecomponeerd en toen ik die gerechtelijke uitspraak las wist ik pas hoe het allemaal zat. In de afgelopen maanden ben ik druk geweest omdat we inmiddels de laatste dingen hebben ingeleverd inzake het hoger beroep. Bij Buma Stemra heeft het gerommeld en zijn er in de loop der jaren allerlei schandalen geweest. Ik heb ze ook eens iets geschreven over mijn beleving van de integriteit van Buma Stemra. Ze houden de auteurs dom en de uitgevers konden graaien wat ze wilden. Terwijl het nota bene een auteursrechtenorganisatie is, dus van auteurs.”

‘Wat onze uitgever
jarenlang deed,
het was enkel en
alleen maar incasseren
en tellen hoeveel
er binnenstroomt.
Gelegaliseerde maffia’

,,Ik wilde gecompenseerd worden voor het feit dat ze me 35 jaar lang het bos hebben ingestuurd. Uit de Van Hemert-zaak bleek dat de uitgever bepaalde hoe de verdeling was in het buitenland, maar dat hebben ze mij nooit verteld. Mijn uitgever had moeten zorgen dat de componist/tekstdichter, in dat geval ik, altijd vijftig procent overhoudt in het buitenland. En deze nalatigheid kwam in de vorige eeuw op zeer grote schaal voor. The Beatles zijn ook zwaar bestolen, daar kwamen ze ook pas twintig jaar later achter. Kun je nagaan, de mentaliteit van dat soort mensen. Ze verdienden al miljoenen aan The Beatles en dan nóg meer willen via zo’n slinkse manier.”
,,Na eindeloze onderhandelingen en schikkingsvoorstellen was ik het eind 2008 zo zat, dat ik met m’n advocaat verder optrok en overging tot buitengerechtelijke ontbinding van al mijn uitgavecontracten. In de daarop volgende procedure werd ik door de rechtbank in Haarlem gecompenseerd, maar toen bleek de periode waarover ze dat moesten betalen maar vijf jaar te zijn. Omdat we met verjaring te maken hadden. En die andere dertig jaar, jammer dan? Dat rekende ik Buma Stemra aan, waar ik zo vaak aan de bel had getrokken. Die standaard verjaring van vijf jaar kun je verlengen tot twintig jaar als je kunt aantonen dat het een onrechtmatige daad is.”
,,Om aan te tonen dat het om een onrechtmatige daad ging, klopte ik aan bij George Baker, ik mocht zijn uitgavecontract zien en zijn afrekeningen van evergreens als ‘Una Paloma Blanca’ en ‘Little Green Bag’. Ik heb alles uitgeplozen. Slechts in een paar landen bleek het niet goed te zijn vastgelegd. ‘One Way wind’ is enorm vaak – wel 250 keer – gecoverd, in allerlei talen, waar men ook op nummer 1 mee kwam, zoals in Duitsland. Dat gaat best om centjes. Bij George Baker was dat wel goed gegaan, dus de uitgever wist dondersgoed hoe er moest worden afgerekend. Ik was in sommige jaren wel correct afgerekend, maar daarna weer niet. Dat waren nieuwe feiten in mijn zaak in hoger beroep. Nu is het afwachten wat de rechter zegt. Ik ben, voor zover ik weet, de enige in Nederland die het op deze manier, voor het gerecht, heeft gedaan. Andere artiesten hebben geschikt of hebben ontbonden. Mijn rechtsgang is nu al een precedent en jurisprudentie voor anderen voor later.”
Argumentatie
,,Zo’n zaak beheerst behoorlijk je leven. Het gaat om recht en onrecht. Ik laat niet alles over aan de advocaat, berekeningen en argumentatie doe ik zelf, mijn advocaat is van de grote lijnen en kan dat heel helder op papier zetten, ik ben van de details. Ik heb destijds tips aan BZN gegeven, om geen uitgavecontracten te tekenen, dat heeft hen veel geld gescheeld. Wat onze uitgever jarenlang deed, het was enkel en alleen maar incasseren en tellen hoeveel er binnenstroomt. Gelegaliseerde maffia. Ik strijd voor het recht, genoegdoening en als het niet voor mij is, dan voor de nabestaanden. En voor jurisprudentie voor andere auteurs, die met een uitspraak hun recht kunnen halen.”
,,In Duitsland alleen zijn al een miljoen exemplaren van onze One Way Wind verkocht. Maar van de eerste vijftien jaar na de release, dat loop ik sowieso mis. We zijn gepiepeld en je bent verbitterd door het feit, dat je tot besef komt dat er een vrij grote groep mensen is, niet alleen in onze business, dat dit soort dingen doet en zichzelf dan zakenman noemt, terwijl oplichter beter zou passen.”
,,Nog steeds plaats je vraagtekens bij contracten, bijvoorbeeld zoals ik die namens de BV Pop onder ogen kreeg als kandidaten meedoen aan The Voice. Ze mogen niks meer, tot maanden na de finale. Wurgcontracten. En je ziet – behalve Maan – bijna niemand terug van de winnaars, dat zei Waylon ook laatst. Dergelijke programma’s zijn vooral bedoeld om kijkcijfers te genereren. Maar die mensen hebben bewezen dat ze talent hebben, er moet dus meer aandacht komen voor het platentraject. Om dat programma heen spelen ze elkaar ook het balletje toe. Het is een old boys network.”
,,Ik heb hier vanuit de studio ook artiesten er attent op proberen te maken, dat ze niet blind bij het kruisje moeten tekenen. Platencontracten zijn onderhandelbaar. Een entertainmentadvocaat kan je wijzen op de valkuilen. Al onze ‘Best Of-cd’s’ van The Cats gingen onder het regime van verschillende oude platencontracten. Na het eerste contract werd er verlengd en dan kun je wel onderhandelen. Toen Universal, onze nieuwe maatschappij nadat EMI door hen werd overgenomen, bij mij aanklopte in 2014 heb ik gevraagd of ze alle oude EMI-contracten wilden herzien. Hebben ze ook gedaan, maar een fatsoenlijke royalty over de streaming zoals die van Spotify, daar viel niet over te praten.”

‘Heel lang voelde het
alsof er fysiek gezien
een klemband om
mijn hoofd zat’

The Cats. Met Arnold, Piet en Jaap zijn er nog drie levende legendes over. Theo ‘Schuimpie’ Klouwer en Cees Veerman (poes) zijn reeds overleden. Voor zijn kleinkinderen is Mühren gewoon opa. ,,The Cats is te ver van hun bed. Het is leuk dat opa in een band heeft gezeten en hier bekende artiesten over de vloer komen, daar kunnen die kleinkinderen iets mee voor hun spreekbeurt. Als je meegaat in wat sommige mensen vinden of schrijven, kun je – als je niet oppast – in de waan gaan leven dat je een enorme ster bent. Dat is misschien zo, maar dat leeft bij een ouder publiek.”
,,Sinds een paar jaar hebben we hier bed & breakfast, in onze studio guest house. Sommigen gasten weten het, van de oudere generatie. Maar de jongere generatie weet niet wie The Cats waren. Logisch, want wat zichtbare populariteit betreft zijn The Cats al een tijdje uitgespeeld, dat behoort tot het domein van het verleden. Dat realiseer ik me heel goed.”
,,En ik heb mezelf daarvoor nooit opgesteld, als dat ik een groot iemand was. Kwam ook, omdat als we op tv waren, dan was mijn kop in een flits in beeld. Piet werd natuurlijk wel altijd herkend. Ik heb mezelf altijd onopvallend kunnen bewegen. Alleen met kermis – met een borrel op – krijg je jaarlijks te horen hoe ‘gaal goed’ we vroeger waren. Kun je een deel van wat men zegt niet verstaan door het lawaai van buiten en binnen en dan moet je opletten dat je op het juiste moment ‘ja’ zegt”, lacht hij. ,,Verder kwamen de Volendammers het je niet vertellen en dat is goed, die befaamde nuchterheid van ons vind ik wel een goede eigenschap.”
Tegenover die nuchterheid staat dat het rock&roll-leven van The Cats er ook voor zorgde dat er tijdens interviews donkere brillen werden gedragen, zodat de ogen niet zichtbaar zijn. Zoals met het afscheidsinterview. Mühren klonk destijds als één van de intellectuelen van het gezelschap. ,,Dat is zo ontstaan, ik kon redelijk accentloos het woord voeren omdat ik in Amsterdam werkte en toen ook altijd al vakbladen las. Manager Jan Tuf haalde mij voor een optreden altijd als eerste op en dan was ik nog bezig, in de studio of met iets anders. Dan stapte ik later de auto in met een plak bol in m’n mond en vakbladen onder de arm. Dan lagen de andere jongens vaak al te pitten. Dacht ik wel eens: luie… Maar ik kreeg het vervolgens wel voor de kiezen. Iedereen, behalve ik, zag aankomen dat ik overwerkt zou raken. We hadden een behoorlijk druk bestaan met The Cats. Op een gegeven moment hadden we bedongen dat we nog maar vier keer per week geboekt konden worden. Drie keer in het weekeinde en op dinsdag vaak voor de militairen.”
Zangles
,,Dat was op een gegeven moment nodig, want wij hadden nooit zangles gehad en geleerd onze stem goed te gebruiken. Piet had dat van nature en Jaap ook, ik deed de hoge stemmen op kracht. Als ik twee weken vakantie had gehad en we moesten weer optreden, dan was repeteren hard nodig, anders was ik na twee keer schor. Dan moest er eerst weer een soort van eelt, soepelheid, op mijn stembanden komen.”
,,Op een gegeven moment zat ik wat de studio betreft in een periode van opbouw en gebeurde het dat ik ’s nachts maar niet kon slapen. Dan viel ik soms om zeven uur ’s morgens pas in slaap. Terwijl ik om tien uur een afspraak had staan in de studio. Ik raakte gesloopt. Zei ik – toen we geen optredens hadden – tegen mijn toenmalige vrouw Henny dat de dokter moest komen om mij een spuit te geven, want ik móest slapen. Als een blok, sliep ik daarna voor een heel weekeinde. Daarna ging ik vrolijk verder. Totdat er een moment was dat de stekker eruit getrokken werd. M’n mond leek scheef te staan. Ik dacht van een herseninfarct. Van Henny mocht ik niet in de spiegel kijken. Bleek het een bijwerking van die spuit te zijn. Ik raakte overspannen. De rest lag ook stil, maar die jongens wilden na verloop van tijd wel weer optreden. Maar als er werd begonnen over ‘wanneer kunnen we weer?’, dan brak het zweet me uit. Ik voelde aan al mijn vezels in mijn lijf dat het niet ging.”
,,Besloten we te stoppen. Kijk, je denkt dat je Tarzan bent. Heel lang voelde het alsof er fysiek gezien een klemband om mijn hoofd zat. Ik dacht dat er iets zou ploffen in mijn hoofd. Later, toen ik weer wat ging rommelen, voelde ik feilloos aan als het weer zo ver was. In die periode van overspannenheid kreeg ik een slaapmiddel. Dan wandelde ik een stukje met Henny, maar bij het eerste bankje op de dijk moest ik gaan zitten, dan ging het niet meer. Alleen beschouwde ik de bijwerkingen van het middel als onderdeel van het overspannen zijn.”
,,Al mijn zintuiglijke waarnemingen werden enorm versterkt. We hadden een salontafel met een marmeren blad. Als iemand een kopje daarop neerzette, knalde het in m’n oren alsof er naalden werden ingestoken. M’n reuk was ook overdreven sterk. Radio en tv konden een tijdlang niet aan en mijn werk in de studio moest worden overgenomen. Later zei een psychiater uit Den Haag op tv dat die vreemde verschijnselen betrekking hadden op het slaapmiddel. Zoals oorsuizen, wat ik nog steeds heb en waarvan ik dacht dat het door het spelen met de band en de studio kwam. Maar die beschadiging hadden andere mensen, die niet muzikant waren, dus ook. Er waren zelfs mensen die zelfmoord hebben gepleegd door de bijwerkingen.”

‘Ik ontken niet dat er
klimaatverandering plaatsheeft,
maar dat de mens van invloed is,
daar heb ik twijfels over’

,,Wat leeftijd me zegt? Of ik daardoor vaker omkijk? Niet zozeer. Ik ben nooit zo erg geweest van achteromkijken en me daar intens mee bezig houden. Ik ben nieuwsgierig. Op een gegeven moment denk je dat je hoofd vol zit en je iets moet wissen en dumpen, anders past er niks meer in. Ik blijf me wel verbazen. Zoals over de klimaatdiscussie. Ik ben overtuigd dat de klimaatsceptici te weinig ruimte krijgen om hun verhaal te doen.”
,,Opeens zijn er klimaattafels, waar mensen aanschuiven. Van de week had ik een klimaatgedachte: Stel, over twintig jaar – hopelijk ben ik er dan nog – blijkt dat Nederland vol op het orgel is gegaan om CO2 terug te dringen, daar zijn honderden miljarden ingepompt, maar het blijkt niet te helpen, omdat de rest om ons heen zich helemaal niet interesseert voor CO2. Of dat CO2 niet de oorzaak blijkt te zijn van de klimaatverandering, maar andere krachten aan de hand zijn. Er zijn immers klimaatecologische veranderingen geweest in tijdperken, waar de mens geen enkel invloed op had. Als er straks dus niks verandert, hebben we dan nog wel geld om de dijken op te hogen? Sommige politici - niet gehinderd door kennis van zaken - spraken al over zeven tot twaalf meter stijging van de zeespiegel. Daar zitten we dan met onze op en top geïsoleerde huizen met warmtepompen. Dat zou wel een heel groot ‘foutje bedankt’ zijn, toch? Ik ontken niet dat er klimaatverandering plaatsheeft, maar dat de mens van invloed is, daar heb ik twijfels over.”
,,Er is veel gebeurd om achterom te kijken. Als ik op mijn leven terugkijk, beschouw ik mezelf als een zondagskind. Als je van je hobby je beroep kunt maken en dat beroep je hele leven bepaalt, wat ik nog steeds graag uitvoer, is dat het beste dat je je kunt wensen. Mijn liefde voor muziek en techniek gaat nog steeds door, dat is op zich een vrij luxe levenswandel. En daarbij zijn flinke successen geboekt. Dat uit zich in de evergreen Top 1000, waar we met negentien titels in stonden, met afstand de best presterende Nederlandse artiest, dat is iets waar ik onnoemelijk trots op ben.”
,,Ik geef graag credits aan de drie Tribute-bands, die onze muziek nog steeds avondvullend spelen. Die eigenlijk zijn doorgegaan, waar wij zijn gestopt. En dat daar nog massaal mensen op af komen. Hoe de Tribute to The Cats Band nu reist en de huidige faciliteiten, daarover hadden wij destijds niet de beschikking. We hadden optredens met vier spots aan elke kant van het podium, dat was het. Aan het begin van de avond gingen ze aan en aan het einde gingen ze uit. En als je dan nu een theatershow van de TTTCB ziet, man wat een spektakel is dat nu.”
Close harmony
The Cats, ze hadden die intrigerende close harmony qua zang. Maar close harmony was er bepaald niet altijd. ,,Je leidt het mooi in. Natuurlijk zijn er bij ons in de band ruzies geweest. Toen ik laatst Bohemian Rhapsody zag, zat er maar een splinter van het bandleven in die film. Er gebeurt zóveel. Wij waren vanuit enthousiasme voor muziek bij elkaar gekomen en we gingen iets betekenen. Piet ontpopte zich als het grootste talent. In het begin was dat niet zo duidelijk. Hij had een geweldige stem, zong liedjes die wij mooi vonden. Maar de eerste platen die we maakten, waren toegespitst op Cees Poes. Gaandeweg merkten we tijdens zaaloptredens, dat als Piet de rhythm and blues nummers zong en zijn strot opentrok, dan gebeurde er iets in de zaal.”
,,In de Bohemian Rhapsody-film zit een scene die wij min of meer ook hebben meegemaakt. Dat gelijknamige liedje hadden ze opgenomen, maar de man van de platenmaatschappij zei dat het veel te lang was voor een single en met bepaalde frases stak hij de draak. De bandleden dreigden met opstappen. Wij maakten hetzelfde mee met de wisseling tussen het inzingen van de singles, van Cees naar Piet. I like the way was voor ons uitgekozen als de volgende door Cees gezongen single. We hadden ook het door Piet gezongen Times were when opgenomen als een nummer voor de LP en wij hoorden allemaal de potentie van dat nummer. We repeteerden toen in de toenmalige VGLO-school, een het houten barak achter De Jozef. Wij gooiden onze kont tegen de krib. Ik hoor mezelf nog ‘ergeweren’ tegen producer Klaas Leijen. Ik zei dat wij er verstand van hadden, van wat een hit zou worden. Kregen we ter compensatie een dubbele A-kant. Dat was nog niet eens een intern conflict. Veel mensen hebben gedacht dat Cees Poes’ grote frustratie was dat hij minder eerste zang deed en hij daardoor zijn stem kwijtraakte en psychische problemen kreeg. Maar hij was het er roerend mee eens want hij hoorde ook de hitpotentie van Times were when.”
De pispaal
,,In een bandleven heb je periodes, dan is de één de lul, dan de ander de pispaal. Dan zegt iemand iets verkeerds, dat bij de rest niet goed valt. Je krijgt verschuivingen. Ik heb ook een periode gehad, dat er van wat ik zei niets klopte. Dat zie je vaak bij de ontwikkeling binnen een bandje. Een band is een ingewikkeld soort huwelijk met meerdere personen tegelijk. Later zijn er echte problemen gekomen. Piet raakte overspannen. Daarom moesten we stoppen met optredens in 1974. De druk voor een frontman is hoger dan wanneer je één van de bandleden bent. Dan sta je, zoals Piet, altijd in het centrum van de belangstelling, van jou wordt het meest verwacht. Dat is druk waar je op vast kunt lopen. De donkere bril die naderhand werd gedragen, is het effect van ‘ik ben er wel, maar je ziet me niet’. Piet ging er zwaar onder gebukt. We woonden toen vlak bij elkaar, in de Schoklandstraat. Zaten Piet en ik op een nazitje uren te lullen en dan vroeg ik hem uiteraard wel hoe het nou kon gebeuren. Maar ik had makkelijk praten, want ik had het niet.”
,,De comeback in 1983 was ontstaan door toeval. Piet was solo verder gegaan. Een zaalhouder in Limburg met twee discotheken – één daarvan was La Diligence – vierde zijn tienjarig bestaan en hij wilde een plaatje laten maken. Hij vroeg Piet om het in te zingen. Piet kwam bij mij en we zijn samen de tekst gaan schrijven, wat een commercial werd voor het bedrijf. Moest er nog een koortje op. ‘Dan vraag je Jaap en Cees er toch bij’, zei hij. Zo kwamen we weer bij elkaar. Toen ontstond het idee om weer een album op te gaan nemen. Ons derde leven. Third Life.”
,,Net als alle artiesten in die tijd hebben we nog belastingproblemen gehad, kregen we torenhoge aanslagen. Kwamen we met allerlei artiesten voor de rechter en dat liep voor ons niet goed af, omdat onze advocaat niets klaarmaakte. Heb ik zelf een afspraak gemaakt met de regionale belastinginspecteur. Stonden we daar op het parkeerterrein met alle Cats, de ‘typedames’ van het kantoor stonden naar ons te zwaaien voor de ramen. We hadden een belastingschuld van meerdere tonnen bij elkaar, pro forma. We wilden een oplossing. De inspecteur kwam met een compromis, wat dan finale kwijting betekende. Toen kwam het volgende probleem: wie moest er wat betalen? De proforma-aanslagen waren voor ieder van ons heel verschillend maar de inspecteur hield daar geen rekening mee. ‘Als jullie met z’n allen dit bedrag betalen voor die en die datum is de zaak rond.’ Onze belastingadviseur stoeide met alle aanslagen, maar kwam er niet uit. Ik had destijds al mijn belastingaanslagen uit een soort van balorigheid in de Kerstboom gehangen. Zo van: dit is onze Kerst… Ben ik er zelf ingedoken en heb een systeem bedacht, wat kloppend was en heb het laten controleren door de belastingadviseur. We gingen vervolgens met onze nieuwe platen meer geld dan ooit verdienen, we deden alles in eigen beheer, zonder platenmaatschappij en konden met de opbrengst van Third Life met gemak de belasting betalen.”

‘Wij waren met
The Cats een soort
van proefkonijn
om in Indonesië
te kijken hoe de
volkssentimenten
lagen ten opzichte
van Nederland’

,,Of we als band een coach hadden moeten hebben? Jan Tuf was onze manager, hij was in zekere zin onze coach, streek plooien glad als dat nodig was in de groep. Probeerde het in goede banen te leiden. Er was regelmatig iets aan de hand. Dan zat de één niet goed in z’n vel, dan de ander, dan moest er steeds voorzichtig gemanoeuvreerd worden om de boel op de rit te houden. Jan vroeg mij wel regelmatig wat ik van een situatie vond. Dan zeggen mensen op Facebook dat ik het brein van The Cats was. Ach, ik heb veel liedjes geschreven, en bij beslissingen had ik wel vaak argumenten die zinvol waren, waar ook naar werd geluisterd.”
,,Die eerste keer op nummer één maakte een enorme indruk. En dat we naar het buitenland gingen, dat was enorm spannend. Die tournee op Java, met een tussenstop in Bangkok waar we een optreden gaven in het hotel waar we logeerden. Van die trip werd ook een tv-special van gemaakt. We kwamen in een heel andere cultuur, waar nog weinig Nederlanders waren geweest. Een jaar later was het eerste bezoek van het Koningshuis aan Indonesië in het nieuws. Daar lag een loodzwaar verleden onder. Dat nieuws ging ook over de sfeer van het volk en de veiligheid. In dat krantenartikel stond dat die sfeer een jaar eerder gepeild was, door The Cats, die daar een tournee hadden gedaan. Die tournee was daar georganiseerd door de Minister van Toerisme en alle ministers waren generaals. Zij zochten toenadering naar het Nederlandse Koninghuis. En wij waren gewoon een soort van proefkonijn geweest om te kijken hoe de volkssentimenten lagen ten opzichte van Nederland.”
,,Toen we daar landden, stond het vol met mensen op het dak van de luchthaven. Achteraf gezien stonden die er een dag eerder er ook, want er was een communicatieve fout gemaakt. Wij arriveerden een dag later. Toen we naar het hotel reden, hingen overal spandoeken met onze koppen er op geschilderd en we lagen daar in de muziekwinkels waar je alleen cassettes kon kopen. We waren er enorm populair. Er is daar nu nóg steeds een Tribute band die Cats-muziek speelt.”
,,We verbleven in een hotel vlakbij het hotel waar we in een theaterzaal optraden. De bovenste verdieping was alleen voor ons, met militaire bewakers bij elke lift. ‘Schuimpie’ vroeg of er een bowling was. Werd hij daar in een militaire jeep naar toe gereden.”
,,Tijdens de soundcheck werd een blauw bankstel op de eerste rij geplaatst. We vroegen ons uiteraard af voor wie dat was. Bleek dat – in een land van toen al 140 miljoen mensen – de vice-president naar The Cats zou komen, om te luisteren. Als bouwvakker maak je dat niet zo snel mee…”
,,Ook in Suriname en op de Nederlandse Antillen was het geweldig. Kwamen we uit het vliegtuig en hoorde je allerlei kreten, van tropische wilde dieren, zo dacht ik even. Dat bleken fans te zijn. Deze momenten zitten in je achterhoofd, maar ik praat er alleen over als er naar gevraagd wordt. Ik kijk niet steeds om. Maar als je het er over hebt, dan kijk ik wel met trots terug.”
Gastvrouw
Dat laatste doet hij ook als het gaat om de relatie met zijn eerste vrouw, Henny. De ultieme gastvrouw voor menig artiest die een album of single opnam, maar vooral ook moeder van Candy en Patrick. In 2001 overleed zij. ,,Mensen waren stomverbaasd, toen ze hoorden van haar zelfdoding. Maar Henny had een lang depressie-verleden. Ze heeft verschillende pogingen gedaan, maar de buitenwereld mocht niks weten, ook de vele artiesten die hier over de vloer kwamen niet. Dat waren zware tijden, hoewel het periodes van depressiviteit betroffen, het was niet continue aanwezig. Als het dan mis ging, dan merkte ik het pas in een laat stadium want ze wist dat heel lang te verbergen.”
,,Of ik mezelf iets kan verwijten? Ik heb honderden uren, overdag en ’s nachts, met haar gepraat, de spoken uit haar hoofd proberen te praten en kijken naar de mogelijkheden om de boel in het gareel te krijgen. Via de beste specialisten op dat gebied. Het is een trial en error-systeem, met medicijnen, antidepressiva, de artsen probeerden wat. Eén professor keek naar de symptomen en dacht een medicijn te hebben wat zou werken. Is Henny een hele tijd goed geweest, maar hetzelfde medicijn deed daarna niks.”
,,De radeloosheid die Hennie voelde, was heftig. Dat ze me ’s nachts wakker maakte: ‘je moet me helpen’. Was ze op zoek geweest naar materiaal waarmee ze zichzelf iets kon aandoen. Was ze weggelopen, kwam ze strompelend terug. Had ze allerlei pillen tegelijk genomen. Werd ik ’s nachts wakker van de kou toen ze door en door verkleumd weer in bed was gekropen, had ze geprobeerd zichzelf te verdrinken in het IJsselmeer maar ‘kon te goed zwemmen’ zoals ze zelf zei. Was er een specialist die de afspraak met haar maakte dat zij zichzelf niks aan zou doen zolang ze daar in het ziekenhuis werd opgenomen. Ik was verbijsterd en vroeg later hoe je zoiets kon afspreken met iemand die er geestelijk zo slecht aan toe was. ‘Wij hebben daar goede resultaten mee’, zei ze. Een paar weken later was Henny dood. Dat kan toch niet, zo’n contract?”
,,Met haar laatste medicijn is zij, zonder dat ik, de dokter en haar zussen het wisten, gestopt. Want ‘ze voelde zich zo goed’. En dat bleek achteraf levensgevaarlijk te zijn, om daar abrupt mee te stoppen. Dan kunnen mensen ernstig suïcidaal worden. Die avond – Candy was destijds hoogzwanger – dat het gebeurde, was bij de intocht van Sinterklaas. Afgelopen jaar was de intocht op dezelfde dag, zondag de 18e november.”
,,We stonden op de dijk te praten met Jan Peter, mijn later overleden broer. Ze ging naar de wc, ik volgde haar, achteromkijkend. Er kwamen mensen tussen lopen, dus ik zag haar niet meer. Het laatste wat ik zag was dat ze De Molen leek binnen te gaan. Toen ze wat lang wegbleef, liep ik De Molen in en daar zag ik de later aan ALS overleden Martin ‘Poes’. Ik vroeg of ze haar hadden gezien. Ze stond wel voor de deur, maar was doorgelopen, zo zeiden ze. Ik liep naar huis en zag dat de auto weg was. Toen de vraag van anderen kwam waar men moest zoeken, zei ik ‘bij de spoorwegovergangen’. Ik voorvoelde het al. Wat ik mezelf kan verwijten is dat ik haar autosleutel aan het rekje in de keuken had gehangen. Die had ik bij me moeten houden.”

‘Toen de vraag van
anderen kwam waar men moest zoeken,
zei ik ‘bij de
spoorwegovergangen’.
Ik voorvoelde het al.’

,,Ik ben jarenlang elke keer naar die intocht gegaan, ook met de kleinkinderen. Ik wilde het niet uit de weg gaan, die confrontatie. Nog elke dag denk ik aan Henny. We waren 38 jaar getrouwd. Tuurlijk zijn er dalen geweest, de regenachtige dagen. Ik heb er naderhand vaak met mensen over gesproken, die een soortgelijke situatie hadden meegemaakt in hun familie. Waarin het ook vaker dan bij één persoon was voorgekomen. In Henny’s familie waren er ook al twee neven haar voorgegaan. Er is dus een genetische component aanwezig. Ik heb depressie vaak vergeleken met een soort hersentumor.”
,,Een ziektebeeld dat in de hersenen zit. Ik kon uren lullen met haar, over dat de dingen zoals zij ze zag, dat het een verwrongen beeld was vanwege die depressieve gevoelens. Maar een dag later was het weer hetzelfde. Het is verschrikkelijk als mensen daaronder lijden. Ik heb het zelf een korte periode meegemaakt. Cees Poes was soms zwaar op de hand, zag dan vaak de negatieve kant van iets in. Henny was niet zwaar op de hand, kon uitbundig en vrolijk zijn. Jarenlang kookte ze voor de studiogasten en aten we aan deze tafel, wat mijn huidige vrouw Vera later naadloos heeft overgenomen.”
,,Ik ben lang doodsbang geweest dat mijn eigen kinderen iets van die erfelijke component zouden meekrijgen. Gelukkig is dat niet het geval. Candy is een echte pretletter. Zij heeft die uitbundige vrolijkheid van Henny. En ze heeft altijd haar woordje klaar. Als meisje nog schepte ze een keer haar bord wel heel erg vol. ‘Candy, je moet niet zoveel eten anders word je veel te dik’, zei Henny. Candy meteen: ‘Dan neem ik direct toch nog een bordje magere yoghurt’ en ze lepelde rustig verder. Patrick is rustiger maar kan ook heel goed hilarisch uit de hoek komen. Zoals tegen een echt steengoede zangeres die bij het inzingen een paar keer dezelfde fout maakte; ‘Als je het nou nog een keer fout doet, dan… dan….”Ja, wat dan?” zei ze. ‘Dan krijg je een klap met de piano”. Toen duurde het nog veel langer want ze kreeg de slappe lach.”
,,Na Henny’s overlijden heb ik weer het geluk gevonden met Vera. We zijn alweer zestien jaar met elkaar en in 2008 ook getrouwd. Met Henny ben ik ook erg gelukkig geweest. Wij moesten trouwen. Dat was nog in de tijd dat je moest biechten. Henny was zwanger, ik was negentien jaar. De priester stelde voor om niet te gaan trouwen en ieder bij zijn en haar ouders zou blijven, totdat we oud genoeg waren het kind op te voeden. Een verstandige en wijze raad, maar ik vond dat niet oké. We hielden van elkaar en ik wilde me niet onttrekken aan de verantwoordelijkheid. Hebben we vervolgens nog drie jaar samen bij mijn ouders ingewoond. Het mooie was, dat mijn moeder, die zelf negen keer was bevallen, vroeg of ze bij de bevalling mocht zijn. Dat vond Henny goed. Heel bijzonder was dat.”
Geloof
,,Later konden we het huis huren van een jeugdvriend. Het was een nieuw huis waar we zolang in mochten tot hij zelf zou trouwen. Toen het zover was, konden we, ook weer tijdelijk, in het huis van mijn neef, maar daar woonden nog mensen die pas gingen verhuizen als hun eigen huis klaar was. Om die periode te overbruggen hebben we met onze twee kleine kinderen een tijd ingewoond bij collega-bandlid Jaap de Koster en zijn vrouw Aal. Ik ben ze nog steeds dankbaar daarvoor. Jaap liet mij een liedje horen dat hij had gemaakt. Alice Dear heette het. Hij vroeg of ik hem wilde helpen met de tekst. Gaandeweg heb ik voorgesteld de titel te veranderen. Aal was zwanger en ze hadden ons verteld dat als het een meisje zou worden, dat ze Mandy zou heten. Alice Dear is zo dus Mandy my Dear geworden.”
,,Ik ben zelf op jonge leeftijd van mijn geloof af gevallen. Probeerde dat ook later mijn moeder uit te leggen. Zij was een verstandige vrouw, die het jammer vond dat ze zelf als jonge vrouw niet meer scholing had gekregen. Ik snapte dat het niet goed was, om een vrouw die een leven lang haar geloof had beleden, om te turnen, dan zou ik de hele basis van haar leven onderuit halen.”
,,Er zijn zoveel voorbeeldsituaties in de wereld waarbij macht en geloof tot verkeerde beelden hebben geleid. Toen wij destijds in Indonesië waren, was er geen hoofddoek te zien. En dat het islamitisch was, daar hebben we niks van gemerkt. Moet je nu eens kijken. En in het Midden-Oosten woedt er al zo lang strijd. Gooi het overboord en het leven is een stuk overzichtelijker en minder gecompliceerd.”

 

|Doorsturen

Uw reactie