Algemeen

Jaap Zwarthoed dacht in de hectiek aan alles, behalve zijn eigen kinderen

De machteloosheid van het moment

Op 1 januari is het straks 20 jaar geleden dat Volendam breaking news was in Amerika (CNN) en Groot-Brittannië (BBC). Nederland raakte geschokt, omdat bar De Hemel in brand stond en tientallen feestvierende kinderen – van buiten en van binnen – verwond raakten. Veertien jongeren kwamen te overlijden, duizenden mensen waren betrokken. Families, vrienden, omwonenden, hulpverleners, ooggetuigen, velen raakten getraumatiseerd. Naast de vele drama’s bracht de nasleep van de Nieuwjaarsbrand ook onvoorstelbare veerkracht en verrassende, soms ontroerende, gebeurtennissen met zich mee in de twintig jaar daarna. De Nivo brengt een reeks verhalen met mensen uit die betrokken groep. Vandaag Jaap Zwarthoed (63), die als EHBO-er en GOR-lid in het rampgebied verzeild raakte. ,,Vanwege de opleiding had ik voorkennis. Je hoopt dat het nooit nodig is om dat in te zetten en dan opeens is het realiteit. Ik keek een paar keer om me heen en dacht: is dit echt…?”
Door Eddy Veerman


Hij noemt namen van mensen met helpende handen, ter plekke, en mensen die hun deuren openzetten. ,,Ik wist destijds dat er veel mensen ad hoc bij betrokken raakten, zoals omwonenden en hulpverleners, die geen hulp zochten terwijl sommige van hen behoorlijk in de knoop zaten. Ik heb geprobeerd om ze te mobiliseren en dat ze hun verhaal zouden doen in de Nivo, om aandacht te vragen voor die vergeten groep. In de hoop dat ze hulp zouden vragen en krijgen. Maar het lukte niet. Je had het Supportproject, waarbij je een beroep kon doen op een buddy, en later ook de vaderavonden.”
,,Ik heb zelf in Bar De Molen geholpen. Toen ik rond half vier – het laatste slachtoffer was daar met een ambulance afgevoerd – weg ging, heb ik tegen de mensen in De Molen gezegd: ‘ga alsjeblieft morgen bij elkaar zitten met de groep’.” Zijn vrouw Joke hoort het aan, vanaf de achtertafel. ,,Jij zei tegen iedereen dat ze hulp moesten zoeken, maar zelf ging je niet.” Jaap valt even stil. ,,Maar wij hadden onze zoon Harry, die in het ziekenhuis lag…” Joke: ,,Maar daarna ging je ook niet.”
Jaap: ,,Die vaderavonden zijn goed geweest, maar daar zaten ouders van getroffen kinderen, dus daar vertelde ik niet over wat ik die nacht had doorgemaakt. En Harry praat er sindsdien liever niet over. Ik ben een keer met een psycholoog gaan praten, maar zoiets moet klikken.”
,,Eén van de vragen die je als EHBO-er terloops krijgt is: denk je dat je er tegen kunt? Daar heb je pas een antwoord op als je het hebt meegemaakt. En je leven kan om zijn.”

Acuut
,,In 1992 begonnen we met een GOR-groep. Gewondenzorg Onder Rampomstandigheden heette het destijds. We trainden met de brandweer. In de eerste jaren werd er vooral gein gemaakt, maar naderhand besefte iedereen dat het serieus moest en dat gebeurde ook. We deden het met 35 mensen uit onze gemeente en je leerde heel veel. Met dat wat ik had geleerd, wist ik meteen – door wat ik bij de Wir War, De Hemel en daarna in De Molen en De Dijk had gezien – wat ons boven het hoofd hing. Je weet wat de gevolgen van brandwonden zijn. Alleen al op de locatie van De Molen waren 25 tot 30 mensen die acuut hulp nodig hadden, maar je weet dan ook dat die hulp er vanwege de grote omvang voorlopig nog niet gaat komen, omdat dat eenvoudigweg niet gaat.”
,,Er waren teveel jongeren die acuut hulp nodig hadden. Dat moest ik op dat moment proberen duidelijk te maken aan de mensen in De Molen. En proberen iedereen rustig te houden. Iedereen moest blijven praten tegen de slachtoffers, om ze bij bewustzijn te houden. Als je dan mensen om je heen ziet, die bijna dood gaan, is dat best een lastige situatie. En je kunt niks doen, behalve koelen. Die brandwonden en longproblemen, daar kun je als EHBO-er en hulpverlener niks aan doen.”
Na achttien jaar was het de eerste keer dat Jaap en Joke Oud & Nieuw op de dijk vierden. Hun zoon Harry, op Oudejaarsdag jarig, vierde die dag immers zijn achttiende verjaardag en zat met zijn vrienden die avond in Partycentrum AMVO. ,,Wij zaten zelf in de Piano Bar”, zegt Joke. ,,Er kwamen eerst wat jongens in, die wat lacherig vertelden dat het scheen dat er brand was geweest. Ik stuurde Jaap meteen weg, want die had immers EHBO. Die vertrok meteen, zonder jas. ‘Wel weer terugkomen’, riep ik. Vervolgens kwam Tiny Smit-De Boer – van Smit-Bokkum – er in. Geschrokken. ‘Er lopen lijken op de dijk’, zei ze.”
,,Zijn wij ook naar buiten gegaan. En zo kwam ik Hans Admiraal tegen, die meteen zei ‘Harry was er ook…’, doelend op De Hemel. Dus we moesten Harry zoeken. Later hoorden we dat hij vanuit de AMVO eerst nog naar mijn broer Henk op de Julianaweg is geweest. Hij had voor zijn verjaardag van zijn vrienden een opgeblazen sexpop gekregen en die na middernacht bij Henk gebracht. Hij was net binnen in De Hemel en toen gebeurde het.”

‘Achter de brandweerauto
stonden twee jongens,
compleet verbrand,
elkaar uit te lachen,
vanwege hoe ze er uit zagen’

Zijn vader Jaap stond even later, onwetend van Harry’s aanwezigheid, voor dat pand. ,,De eerste twee brandweerauto’s stonden er al en die mannen kenden mij, omdat we menig keer samen hadden geoefend. Achter de brandweerauto stonden twee jongens, compleet, van boven naar beneden, verbrand. Elkaar uit te lachen, vanwege hoe ze er uit zagen. Dan weet je dat ze veel derdegraads brandwonden hebben en daar op dat moment nog niks van voelen. Ik kreeg meteen die twee jongens mee, met de opdracht om met hen naar De Molen te gaan, omdat daar een gewondennest was. Ik kwam binnen en zag meteen dat een jonge vrouw, die ook EHBO-er was, Lennart Veerman reanimeerde…”
Jaap moet even slikken. En zijn woordenstroom stopt. ,,Toen ik even later keek, was de reanimatiepoging nog steeds bezig en ik heb het zelf ook nog geprobeerd, maar het was tevergeefs…” Lennart was één van de veertien jongeren die zou overlijden ten gevolge van de Nieuwjaarsbrand.
,,Ik keek om me heen en…” Hij neemt een aanloop, moet langs nog meer beelden, maar confronteert zichzelf ook met één van de beslissingen in zijn leven, waar tot op de dag van vandaag een ontzettend zware lading op zit. ,,Omdat ik wist dat professionele hulp op zich zou laten wachten, maakte ik de keuze om zelf niet één slachtoffer te gaan helpen, maar coördinerend te handelen en aan elk slachtoffer één persoon te koppelen die hem of haar in de gaten moest houden en mij te waarschuwen als het fout zou gaan. Ik gaf aan dat niemand het pand mocht verlaten, totdat er een ambulance zou komen. Maar ik had doorgaans de naam dat ik eigenwijs was. Ik liep nooit als vanzelfsprekend achter de meute aan en dan ben je hier al snel lastig en eigenwijs, dus daarom was het een lastige beslissing voor mezelf. Want het kon ook zijn dat mensen zouden reageren van ‘heb je hem weer’. Maar dat gebeurde gelukkig niet. Later heb ik nog navraag gedaan bij Tom Veerman van Divéma. En die vond dat het goed was gegaan.”

Eigenwijs
,,Ondertussen liep ik enkele keren de dijk op, in de hoop dat er iemand kon helpen die er nog beter voor opgeleid was. Ik ben ook het ernaast gelegen pand De Dijk binnengegaan, waar ook hulp werd verleend aan slachtoffers en later ook EHBO-ers binnenkwamen. In De Molen gebruikten ze op een gegeven moment de brandspuit om te koelen, maar dat moest niet, anders zouden we met z’n allen in het water zitten. Uiteindelijk gebeurde dat alsnog.”
,,Toen de eerste ambulancebroeders binnenkwam, zag je de paniek ook bij hen. Ik had gehoopt dat zij mijn rol zouden overnemen, maar ze namen een slachtoffer mee en gingen weer weg. Ondertussen zag ik de film al voor me, wat ons te wachten stond. Ik hield rekening met véél meer dodelijke slachtoffers dan de uiteindelijke veertien.”
,,Ik wist ook dat de ziekenhuizen in onze omgeving vol zouden stromen, want daar rijden ambulances en ook de burgers spontaan naar toe. Dus daar moest je op dat moment niet zijn.” Terwijl Jaap zich daar bewust van was, midden in de chaos, werd zijn zoon juist wel naar het Dijklander (destijds Waterland, red.) ziekenhuis in Purmerend vervoerd. Joke: ,,Onze dochter Lida, die geluk had dat ze op de trap naar De Hemel stond en niet binnen was, maar wel veel heeft gezien, heeft Harry meegenomen naar dokter Tuijp en die had gelukkig op het verwijsbriefje geschreven dat er een foto van de longen moest worden gemaakt. Naar aanleiding van die foto moest Harry blijven.”

‘Ik belde met de
telefoon van
Dick Bond. Want hij
vroeg steeds
‘waar blijven ze nou?’’

Terwijl moeder Joke naast het bed ‘van een mummie’ zat, was vader Jaap op dat moment nog behulpzaam in het rampgebied. ,,Mijn bedoeling was – en dat is deels gelukt – dat wanneer er deskundigen zouden komen, dat de meest zwaargewonden als eerst weg zouden kunnen. Willy Tol had ernstige brandwonden en Nick Schilder had ademhalingsproblemen, dus die moesten snel weg.”
,,De broeders van de tweede ambulance namen echter ook meteen na binnenkomst een slachtoffer mee en waren weer weg. Bij zo’n gebeurtenis zou eigenlijk één van die specialisten moeten blijven, om te monitoren en zorgen dat iedereen naar het ziekenhuis gaat waar hij of zij thuishoort. Stap voor stap. Maar dat dat niet gebeurde, kon je niet voorkomen: dat zijn rampen. Ik weet nog dat ik met de telefoon van Dick Bond (van de Lekkere) belde. Want hij vroeg steeds ‘waar blijven ze nou?’ Dick zat bij zijn gewonde dochter Linda. Ik adviseerde hem ‘als je geholpen wilt worden, moet je naar Utrecht rijden, want de dichtst bij zijnde ziekenhuizen zullen al vol zijn’. In Utrecht was destijds het calamiteitenziekenhuis.”
,,Eén jongere hield zich voortdurend op onder één van de tafels. ‘Laat zien dat je er bent’, zei ik meerdere keren. Maar hij zat daar kennelijk goed. Misschien vanwege de alcohol, misschien vanwege de angst. Wat niet in me opkwam, was om de namen te noteren. Want er stond iemand voor de deur en buiten waren naderhand uiteraard ouders die steeds namen noemden, vragend of hun kind binnen was. Zelf ging ik ook af en toe naar buiten, op de uitkijk, misschien kon ik een brandweerman of iemand anders aanspreken. Wat me bij is gebleven, is dat ik op een gegeven moment de vaste patronen waar we als GOR-leden met de brandweer op getraind hadden, terugzag. Ondanks dat er gigantische paniek was. Dat was bijzonder om te zien. Want buiten die vaste patronen om, kun je situaties als deze niet trainen.”

Zalf
,,Ik wachtte tot alle slachtoffers weg waren. Moest af en toe naar de wc en beneden was Lennart neergelegd. Keer op keer dacht ik: ‘Jezus, Jezus, wat is er toch gebeurd? Verschrikkelijk. Toen het laatste slachtoffer weg was, liep ik rond half vier richting de Julianaweg en daar zag ik een peloton ME-ers. Ze waren in tuintjes aan het kijken of daar slachtoffers lagen. Want als jij ernstige brandwonden hebt en je loopt weg, kun je daarna ineens bevangen raken en omvallen.”
Jaap: ,,Ik had vlak voor vertrek met iemands telefoon naar familie gebeld en kreeg te horen dat Harry in het ziekenhuis van Purmerend lag en daar ben ik ’s nachts nog naar toe gebracht. Daar werd triage gepleegd. Toen ze bij Harry waren, zag ik aan die medici dat ze ook aangedaan waren door de omvang van de ramp en slachtoffers. We kregen een tube zalf en als dat er op zat, kon hij wel naar huis. Terwijl Harry tweede- en derdegraads brandwonden had. Dan kun je een patiënt niet naar huis sturen. Die zalf gleed ook zo van zijn gezicht af.”
,,Harry kon me vertellen wat er gebeurd was. Voor zover hij het wist, want hij was behoorlijk beschonken geweest die avond. Hij vertelde van de enorme hitte en bij hem heeft dát voor die brandwonden gezorgd, zijn huid is verschroeid. Er was tevens een stukje kerstverlichting in zijn hoofd gesmolten, waarvan hij nog steeds een kaal plekje heeft. Waar ik geen verklaring voor heb gekregen, is dat die jongeren naderhand vertelden dat ze bewusteloos zijn geweest. Er zijn wel allerlei gassen vrijgekomen, misschien is dat de oorzaak geweest. Er rolde ook een zwarte wolk van de trap af, dat vertelde onze dochter Lida.”
Na twee dagen moest Harry plots aan de beademing en bleek overplaatsing noodzakelijk. Hij moest worden overgebracht naar het UMC in Leiden. Jaap: ,,Opeens ging het zo snel. Alles was gepland, ik was even weg van zijn kamer en toen ik terugkwam, waren ze al met hem bezig om hem klaar te maken voor de ambulance, want hij ging snel achteruit. Ik dacht echt ‘daar gaat-ie’.”
Toen ze zelf in Leiden aankwamen, stond er een ziekenhuispsycholoog op Jaap te wachten. ,,Die ving mij op, geen idee waarom. Wellicht was er vanuit Purmerend iets doorgegeven, want ik reageerde daar wel heftig op zijn plotse vertrek.”

‘Waarschijnlijk heb
ik in die uren ook
een paar foutjes gemaakt’

,,Zo moesten er meer Volendammers van intensive care snel worden overgebracht. Want daar hebben we destijds misschien niet bij stilgestaan, maar de ic’s waren in die nacht bezet door Volendammers; er zijn dus mensen van buiten Volendam aan bijvoorbeeld hartstilstanden overleden, omdat er geen ic-bedden beschikbaar waren.”
Joke: ,,Eén van de artsen in Leiden had in Duitsland ervaring opgedaan en daar hadden ze baat bij het juist ‘open’ laten genezen van de brandwonden. Al het verband ging er dus van af. Daarmee hoopten ze, in het geval van Harry, transplantatie te voorkomen. En dat is gelukt.”
Jaap hoorde wel het verhaal van zijn kinderen aan, maar deelde niets van wat hij zelf had doorgemaakt. Niet met zijn zoon. ,,Maar ook niet met mij”, zegt zijn vrouw. ,,Dat complete verhaal hoor ik nu voor het eerst.”
Jaap: ,,Je kunt er het best over praten met degene die het hebben meegemaakt. Maar er zo over praten, dat heb ik nooit eerder gedaan. Hoe minder je er over praat, des te minder last heb je er van. Denk ik. Maar ik ben geen psycholoog. Naderhand ben ik wel bij psychotherapeute Joke Bond geweest, destijds betrokken bij het Nazorgcentrum ’t Anker. Dat heeft geholpen. Het is vooral dat ik moet accepteren dat ik zo geworden ben. Dat ik daar bij was en dat allemaal heb gezien. En daardoor zo emotioneel kan zijn.”
,,En ik moet accepteren dat alles is gegaan zoals het is gegaan. Want waarschijnlijk heb ik in die uren ook een paar foutjes gemaakt. Daar zit je dan wel over in. Heb ik dit goed gedaan, had ik dat moeten doen? Heb ik wel genoeg gedaan? De antwoorden op die vragen, ik zal ze niet krijgen. Ik moet er in berusten, want ik kan de film toch niet terugdraaien. De slachtoffers die op het punt stonden om weg te vallen, konden het snelst weg en daar heb ik wel iets in kunnen betekenen. Ik denk dat het me aardig gelukt is.”

Kwalijk
,,Omdat ik zowel hulpverlener was, maar ook een slachtoffer had, was het traject voor mij daarna een lastige. Dat iedereen die nacht zijn of haar kind aan het zoeken was en ik in die eerste uren geen seconde stil heb gestaan bij waar mijn eigen kinderen konden zijn, daar heb ik veel last van gekregen. Dat neem ik mezelf kwalijk.”
,,Als ik nu tijdens EHBO-lessen brandwonden behandel of als het gaat om longtrauma’s, is dat lastig voor mij. Ik ben ervaringsdeskundige. Maar ben ook snel emotioneel. En wat in je hoofd zit, is lastig om er uit te gooien. Maar ik zeg altijd: er zijn altijd mensen die het erger hebben. Je kind verliezen, dat draag je je leven lang mee.”
,,Hoe Volendam het daarna heeft opgepakt – in alles – dat geeft me een heel goed gevoel. En ik heb er legio kennissen bijgekregen. De mensen van de BSNV, waar Joke zich naderhand bij aansloot, de ouders van slachtoffers.”
Zowel Joke als Jaap zijn sinds mensenheugenis verbonden met ‘de handbal’. Jaap als vrijwilliger, Joke, samen met een andere oud-speelster, Maart Admiraal, als speaker bij de thuiswedstrijden van het eerste team. Drie jaar geleden verloren ze een collega-vrijwilliger, Siem Admiraal, op onvoorstelbare wijze. ,,Dat gaat ook niet meer van mijn netvlies af”, vervolgt Jaap. Zoals altijd hadden ze na een thuiswedstrijd van het herenteam samen aan tafel gezeten in de kantine. Joke: ,,Siem ging altijd wat eerder weg. Wij waren naderhand net thuis, toen de telefoon ging. ‘Siem is weg’. We trokken meteen onze schoenen aan. De politie deed de suggestie dat hij misschien de dijk op was. Maar Maart en wij wisten, dat zou Siem nooit doen. Omdat het pad tussen thuis en De Opperdam al een paar keer nagegaan was, liep Jaap meteen naar het bruggetje waar hij altijd overheen fietste…”
Jaap: ,,Ik ben een mannetje van dingen uitsluiten. Ik liep op het bruggetje en zag iets verdachts. ‘Schijn hier even met je licht’, zei ik tegen de politieman. En daar lag Siem, in het water. Met zijn fiets.” Het grote hart van die grote Siem was gestopt met kloppen, vlak voordat hij het bruggetje over moest. Jaap: ,,De politieman ging het water in en we haalden Siem samen naar de kant. Daarna begon hij met reanimeren en ik hielp, maar ik wist dat hij al zo’n twee uur in het water lag. En hij kwam ook niet meer bij…”

‘Jaap had het
wel gezien en het
kind had in mijn
buik gezeten.
Ik had haar
óók willen zien’

,,Het zijn ervaringen die je liever niet meemaakt, maar ik heb zelf de keuze gemaakt om EHBO-er te worden. En ik heb nergens spijt van gehad. Vanuit mijn werk bij KBK Bouw had ik eerder al met veiligheid en ongelukken te maken. Maar de machteloosheid die ik die ene nacht voelde, is met geen pen te beschrijven. In mijn gedachten ben ik wel vaak terug geweest naar die uren. Je probeert het een plekje te geven; je kunt het niet met iedereen delen. Je kunt er niet bij, als je er niet bij bent geweest.”
,,Sinds een aantal jaren werk ik op het Don Bosco College en de huidige generatie kinderen is na de Nieuwjaarsbrand geboren en ik denk niet dat veel van hen weten dat die mooie ramen aan de buitenkant van de aula symbool staan voor de overleden jongeren. Hun namen staan er in.”
,,Ik moet vaak aan hen en hun ouders denken. Ik kom af en toe op het graf en dan kijk ik naar de veertien. Ons kindje ligt er ook. Al bijna veertig jaar. Greetje heette ze. Net geboren, werd ze meteen bij Joke weggehaald. Ik werd er later bij geroepen en er was een team met haar bezig. Dat zag er niet zo leuk uit. Ze werd daarna in de hart- en longmachine gelegd. Ik vroeg of mijn vrouw de baby mocht zien. Er werd geadviseerd dat niet te doen. Uiteindelijk kwam er een kinderarts uit Leiden. Er was van alles mis. Hij schetste na onderzoek wat ze konden doen, maar ook wat de consequenties zouden zijn. Het was uitzichtloos, zo gaf hij aan. Dan moet je zelf beslissen of je de behandeling staakt.”
Joke: ,,Kwam naderhand de oorspronkelijke dokter aan mijn bed. ‘Volgend jaar heeft u weer een nieuwe’, zei hij… Had ik de baby nog niet eens gezien.” Jaap had toen ook een besluit tussen ratio en emotie genomen: ,,Ik had gezegd ‘het is beter dat je het kind niet ziet’.” Joke: ,,Maar Jaap had het wel gezien en het kind had in mijn buik gezeten. Dus ik werd boos… Ik had haar wél willen zien. Maar het kon niet meer. En ik kon naderhand ook niet mee toen het werd begraven.”
,,Toen ik zes weken later op controle kwam, zou de dokter mij onderzoeken en vertellen hoe het zo ver had kunnen komen. Wat schetste mijn verbazing, hij vroeg bij binnenkomst: ‘hoe is het met uw dochter?’ Ik dacht dat ik hem niet goed verstond. Maar hij had het kennelijk niet genoteerd en had zich niet goed voorbereid. Ik stond op en liep weg.”
Jaap: ,,Vijf jaar geleden werden we – nadat het erfelijkheidsonderzoek lang stop had gelegen – gevraagd weer bloed te geven en bleek dat we – met meerdere dorpsgenoten – drager te zijn van een afwijkend gen. Dat wisten we destijds niet.” Joke: ,,Dus toen wij Harry en Lida kregen, telden wij onze zegeningen. Wij hadden zat.” Jaap: ,,Zij en onze kleinkinderen zijn gezond. Wat wil je nog meer? Je leert de dingen veel meer te waarderen.”

 

|Doorsturen

Uw reactie