Algemeen

Kees Veerman (buurman) kan zich nu verplaatsen in wat de ouders destijds voelden

‘De ouders zijn de helden’

Op 1 januari is het 20 jaar geleden dat Volendam breaking news was in Amerika (CNN) en Groot-Brittannië (BBC). Nederland raakte geschokt, omdat bar De Hemel in brand stond en tientallen feestvierende kinderen – van buiten en van binnen – verwond raakten. Veertien jongeren kwamen te overlijden, duizenden mensen waren betrokken. Families, vrienden, omwonenden, hulpverleners, ooggetuigen, velen raakten getraumatiseerd. Naast de vele drama’s bracht de nasleep van de Nieuwjaarsbrand ook onvoorstelbare veerkracht en verrassende, soms ontroerende, gebeurtennissen met zich mee in de twintig jaar daarna. De Nivo brengt een reeks verhalen met mensen uit die betrokken groep. Vandaag voorlopig de laatste in deze reeks: Kees Veerman (buurman), 37 jaar. Opgedane zelfkennis, reflectie en het vaderschap hebben gezorgd dat hij sterk kan invoelen wat zijn – en vele – ouders toen hebben gevoeld. Door schade en schande wijs geworden, vraagt hij middels enkele ontboezemingen om begrip en vergeving. En overheerst, ondanks alles, de dankbaarheid.
Door Eddy Veerman


Er moet hem meteen iets van het hart. ,,Eigenlijk wil ik mijn verhaal beginnen met mensen te bedanken.” Er sluipt direct een brok in zijn keel. ,,Fysiotherapeut Jelle Douma is alles geweest voor mij.” Zijn ogen tranen. Hij kijkt naar het dagboekje en foto-albums die voor hem op tafel liggen. Dagboeken waarvan er die maanden in Volendam enkele honderden werden volgeschreven met ‘doffe ellende en pure pijn’, zoals Kees zelf omschrijft. Snikkend: ,,Twintig jaar lang heb ik er niet in gekeken. Nu we dit gesprek gepland hadden, heb ik het dagboek dat mijn moeder bijhield gister voor het eerst gelezen… En toen had ik dit niet”, doelt hij op zijn vochtige ogen. ,,Pas bij de laatste drie bladzijden hield ik het niet droog. En dat foto-album, dat ga ik straks voor het eerst bekijken, samen met jou…”

Spirituele vlak
Hij neemt een slokje van zijn glas water. ,,Ik moet mijn voormalige vriendin Linda Bond ook bedanken. Ik heb heel veel aan haar gehad. Dat geldt ook voor Lida Zwarthoed, een vriendin van mijn moeder. Haar zoon Simon raakte ook verbrand. Met Lida had ik iets op het spirituele vlak, al vóór de Nieuwjaarsbrand. Als Lida iets vertelt, drukt zij je niet een kant op, maar geeft je iets mee om over na te denken. Ik luister zelden naar anderen, maar zeker naar haar. Dat spirituele is niet iets waar ik mee te koop loop, maar zelf kan ik soms ook sterk aanvoelen wat er is, als iemand aan geeft dat het niet lekker gaat. Ik hoef daar zelf niets mee te doen. Ik heb teveel meegemaakt.”
,,Als ik het leed van iemand anders zie, breek ik. Je eigen leed is geen schim van het leed van iemand anders. Toen mijn zoontje Dex hulpeloos in het ziekenhuis lag en ze wisten eerst niet wat er aan de hand was – later werd hij aan zijn amandelen geholpen – dat was voor mij al killing. Bizar wat je dan voelt. Kun je nagaan wat mijn ouders en al die andere ouders destijds hebben gevoeld. Ik heb toen na een paar minuten mijn moeder gebeld. ‘Diep en diep respect voor wat jullie hebben gedaan, want ik sta hier nu tien minuten en mijn hart breekt. Nu pas gaat het rollen bij mij…’”
,,Ik heb heel veel geluk gehad dat ik niet in kunstmatig coma ben gebracht”, opent hij het deurtje naar het grote gebeuren. ,,Psychisch gezien is dat perfect geweest voor mij. Ik maakte alles heel bewust mee en kon het verhaal van die avond in De Hemel ook nog helemaal beschrijven.” Na middernacht zocht hij vriendin Linda, met wie hij een maand verkering had, op. ,,Zij zat tussen de dansvloer en de trap naar de wc. Ik kan en kon toen ook al superveel drank hebben. Toen het vuur ontstond, was ik meteen bij de les. Ik zag de vlammen aankomen en dook weg, beschermde mijn gezicht met mijn handen. ‘Ik zal hier toch wel niet dood gaan…’, schoot door mijn gedachten. Dat moment kan ik nog zó goed voor de geest halen.”
,,Even later kwam ik weer bij, kennelijk was ik even weg geweest. Ik maakte iemand anders wakker en die schoot ook wakker. Toen werden de ramen ingegooid en brak de paniek uit. Ik pakte een reling, langs de wand, die was kokend heet. Ben ik gaan zitten wachten tot de paniek minderde, deed mijn shirt voor mijn mond. Op het moment dat er brandweermannen binnenkwamen, ben ik zelf opgestaan en gaan lopen.”

‘Ik was zeventien en
een verschrikkelijke puber.
Een dag eerder was ik
nog naar een
houseparty geweest’

,,Buiten zag ik één van mijn vrienden, Maik Offerman. Hij heeft me naar het pension van Wim Schilder (nivo) gebracht. Ik zag er voor mijn gevoel piekfijn uit en wilde naar huis, want ik bevroor zowat. Ik had mijn handen in mijn mouwen verstopt. Toen ik bij dat pension wegging, ben ik op de dijk gaan lopen en zag Linda in De Molen. Ze vroeg of ik haar wilde vasthouden, want zij had het koud. Maar ik kreeg een klap van iemand, werd bij haar weggehaald. Ze dachten dat ik een toeschouwer was.”
,,Eenmaal buiten kwam ik André Willinsen (Sack) tegen. Hij zat in het leger, zag kennelijk wat er met mijn handen was en ontfermde zich over mij, samen met Peter van der Waarden. Pas om kwart over vijf kon ik met een ambulance mee en werd naar het Slotervaart-ziekenhuis gebracht.”
,,Ik was zeventien toentertijd: een verschrikkelijke puber. Een dag eerder was ik nog naar een houseparty geweest. Ik had een grote bek, óók in het ziekenhuis. Die eerste dagen in het Slotervaart moest ik steeds overgeven. Schold ik mijn moeder uit. ‘Die spinazie die ik van jou zo nodig op moest eten op oudejaarsdag…’. Maar het was in werkelijkheid loef en slierten van ingeademde roet.”
In zijn ogen staat het schuldgevoel geschreven. ,,Ik lag daar, opgeblazen met vocht en mijn armen en handen lagen open, toen dat eenmaal was doorgeprikt: ging ik ook nog eens tekeer tegen mijn moeder. Dat moet vreselijk zijn geweest voor haar.” Na vier dagen werd Kees naar het Brandwondencentrum van Beverwijk vervoerd. ,,Ik lag op de vijfde verdieping, op de verdiepingen daaronder lagen de dorpsgenoten die er qua brandwonden heel ernstig aan toe waren.”
,,Wij lagen met z’n zessen op een kamer, met onder meer Kees Tol, Johan Smit, Linda Tol en het was vaak best gezellig, ik heb me wel vermaakt. Zo heb ik dat grotendeels ervaren.” Hij kijkt naar het dagboek. ,,Maar het was die eerste twee maanden kommer en kwel: elke dag was een verrassing. Ik heb veel gehuild en dacht wel eens aan opgeven, want er werd telkens gedacht dat ik al wel snel naar huis mocht, maar de huidtransplantaties op mijn handen wilden niet lukken. Mijn maatje Henry Onrust – hij moet in De Hemel een meter van mij hebben gestaan – lag in Rotterdam en was er slecht aan toe. Mijn vriendin Linda lag in een Belgisch ziekenhuis, had geen haar meer en haar toestand was ook wisselend.”

Geheel geamputeerd
,,Er was steeds slecht nieuws. Ondertussen overleed Nico Veerman en voor zijn begrafenis mocht ik een dag terug naar Volendam. We zaten bij elkaar op school en hij is mijn achterneef. Dan was er nog de helse fysieke pijn en de voortdurende onzekerheid. Op een gegeven moment kwam de arts tot de diagnose dat mijn rechterhand, vierdegraads verbrand, geheel geamputeerd moest worden. Mijn vader kon het niet, m’n moeder vertelde het me.”
,,De volgende ochtend was ik erg emotioneel. Heisa alom. Kwam traumachirurg Toine van Trier kijken en hij zei ‘we gaan het anders doen’. Hij zag een lichtpuntje. Het heeft nog weken geduurd, toen uiteindelijk bleek dat er alleen een stukje pink af hoefde en alle andere vingers moesten worden gezet, met pennen. Alleen de wijsvinger heeft mobiliteit.”
Na de opluchting van dat hij één topje zou moeten missen, leek het alsnog mis te gaan. ,,Mijn collega’s en ouders waren op bezoek geweest en net naar huis, toen ik mezelf opeens voelde wegvallen. Ik drukte op het knopje voor de verpleegster, maar viel weer weg, daardoor dacht de verpleegster dat ik sliep. Dat ging twee keer zo, tot een verpleegster opmerkte dat er meer aan de hand was. Ik kreeg mijn ogen niet open. Ging langzaam uit.”
,,Bleek dat ik longontsteking had. Met heftige temperatuurschommelingen en een hoge hartslag. Medicijnen sloegen niet aan. Zaten mijn ouders aan mijn bed. En als ik dan weer even wegviel, riep m’n vader ‘blijf erbij, blijf erbij…’. Totdat ik hem nog wel hoorde, maar zijn stem was steeds verder weg.” Hij schiet vol. ,,‘Ik kan niet meer, ik kan niet meer…’, zei ik. ‘Ik hoor je ook niet meer, je moet dichterbij komen…’. Het leven ging er uit.”
Wat men ook probeerde, niets sloeg aan. Kees werd zelfs bediend. Hij en de gezinsleden dreigden afscheid te moeten nemen. Definitief. ,,Ze hadden nog één middel… Dat sloeg aan. Kwam ik er alsnog boven op. Leek ik gewoon dood te gaan, met mijn vader en moeder er bij. Bizar…”
,,Twee dagen later werd ik al weer geopereerd. Dat zorgde voor schrik bij m’n moeder. Want bij het met huid beleggen en schoonschrapen van mijn arm en hand ging mijn hartslag steeds enorm omhoog en ze was bang dat mij hetzelfde zou overkomen als Peter Veerman, die half januari op de operatietafel overleed, omdat zijn hart het begaf.”

‘Toen ik eind februari
werd uitgenodigd voor
de Wedstrijd van
Verbondenheid en een
bloedmooie verpleegster
meenam, zagen die grote
voetballers alleen haar’

,,In dat eerste jaar en in 2002 ben ik alleen aan mijn handen 31 keer geopereerd. Dan weer een deel van vingers breken, dan weer zetten. Na die eerste maand in Beverwijk waren van de vijfde verdieping alle Volendammers naar huis, ik was nog alleen. Ging ik naar de kinderafdeling, waar ik een eigen kamer en computer kreeg, met eten – ook lekker snacken dus – naar keuze. Ik kreeg een kinderactiviteitenbegeleidster van 21 toegewezen, zij liep stage. Ik kwam eigenlijk in de hemel. En er waren nieuwe verpleegsters. Eentje was bloedmooi. Toen ik eind februari werd uitgenodigd voor de Wedstrijd van Verbondenheid in het FC Volendam-stadion, nam ik haar als gast mee. Van Basten, Gullit, de grote voetballers die mee deden aan die wedstrijd, ze zagen mij niet zitten, maar zagen alleen haar.”
,,Op die kinderafdeling heb ik ook leren relativeren. Want ik ging – als verreweg de oudste patiënt – vaak met de verpleegsters langs bij de kinderen, die daar lagen. Zag ik ook huilende moeders bij hun verbrande kindjes, soms zelfs een baby, zitten. Hartverscheurend. Dat heeft me enorm geholpen bij het herstel. Wat gebeurde, sloeg ik op, maar ik verdrong het niet. Daarom heb ik ook nog nooit – ik klop het af – een terugval gehad.”
Ondertussen was er de opluchting toen hij zijn vriendin Linda even mocht bezoeken. ,,Ik had anderhalve maand alleen naar een foto gekeken en moest bedenken hoe zij er verbrand uit zou zien. Ik was heel blij toen ik haar weer zag, het haar was weg maar zou wel weer aangroeien.”
De blijdschap had hij ook bij het zien van zijn maatje, Henry Onrust. ,,Hij vroeg steeds of ik op bezoek wilde komen, dus ik ging naar Rotterdam toen dat kon. Henry was een medisch wonder, maar behoorlijk gehavend. Alles wat ik had, viel in het niet bij wat Henry had. Toen iedereen even de kamer uit was, zei hij. ‘Zo, nou kun jij mooi de stekker er uit trekken…’ Ik schrok. Begon te janken. Henry niet. Hij meende het. Ik was blij dat hij er nog was. Maar voor hem was het moeilijk te accepteren dat hij zo gehavend was. En wij zeiden altijd alles tegen elkaar, goed of slecht, dat maakte niet uit. Henry’s vader en moeder hebben bijna een jaar in Rotterdam gezeten, zo lang lag hij in het ziekenhuis.”

Vloekende weg
Kees zat toen al een aantal maanden in het revalidatietraject. ,,Ik was vijf dagen per week aan de slag met fysio Jelle Douma. Die man heeft er voor gezorgd dat ik kan wat ik nu kan. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Hij was als een tweede vader voor mij. Het was een norse man, we hadden niks gemeen en tóch hadden we een megaklik. Ik kon lezen en schrijven met hem. Wilde mijn baan als tegelzetter niet verliezen. Deed ergotherapie en was de hele dag bezig met een stressballetje, mijn handen zóuden en móesten weer iets gaan doen.”
,,Henry en Jan Tol (kurk) sloten aan bij de revalidatie met Jelle. Moesten we samen op de loopband, dat ging vloekende weg. Maar dan heb je er ook wel drie bij elkaar. Ging Jelle grapjes maken. Als ik maar doorpakte. Daardoor kon ik weer bij mijn baas Jaap Schilder (van Neel) aan de slag, die me heel erg heeft geholpen. Terwijl genoeg mensen zeiden dat ik het nooit zou redden. Maar het ging lukken, met apart gereedschap. Ik ben een buitenmens, geen kantoorman. Al kon ik naderhand maar iets doen, dan ging ik al mee naar de bouw.”
,,Ik wilde ook weer voetballen. Speelde naderhand een tijdje met gips om mijn hand, in de zondag-2, met oud-FC Volendam speler Frank Kramer als trainer.” Kees was en is een technisch vaardige voetballer met uitstekend overzicht. ,,En toch vind ik voetbal niet leuk. Althans, ik wilde in de jeugd al nooit trainen, alleen wedstrijdjes spelen. Mijn moeder zei dat ik móest blijven voetballen en dat heeft zij goed gezien, want het werd een uitlaatklep voor alle emoties die ik bij me droeg. Ik was vóór de brand een levensgenieter en dat ben ik al mijn hele leven, qua gezelligheid, dat is óók een uitlaatklep. Ik houd van aandacht. Maar dat maakt ook dingen kapot. Zoals mijn relatie met Linda, na enkele jaren. Dat was een pijnlijke situatie.”
,,In het voetbal kon en kan ik dan mij emoties kwijt, lang niet altijd op een goede manier. In de zondag-2 speelde een vriendengroep, oudere jongens die ook als een vader waren voor mij, zeker in de tijd dat mijn eigen vader overleed… Vijf jaar na de Nieuwjaarsbrand stond ineens de politie bij ons voor de deur. Riep m’n moeder naar boven ‘heb je soms iets gedaan tijdens het weekeinde, Kees?’ Ik hoefde niet lang na te denken.”

‘Stond de politie
voor de deur:
die komt voor mij,
dacht ik’

,,Wij, ‘Onrust’ en ik, wij waren niet echt leuk voor anderen, hadden ook na de Nieuwjaarsbrand een grote bek. Die zaterdagavond had ik één van de meiden met brandwonden, Eline van Pooij, uitgescholden. Met alcohol op, mijn schuld. ‘Zij heeft waarschijnlijk aangifte gedaan’, dacht ik. En dat vond ik ook niet raar. ‘Die komt voor mij’, riep ik naar beneden. Toen mijn moeder de deur opendeed, kwam er echter een andere boodschap van de politieagent. ‘Uw man heeft een hartaanval gekregen en wordt momenteel gereanimeerd…’ Of we meekwamen naar het ziekenhuis. Mijn moeder reageerde heel kalm en dat had ik ook. We wisten eigenlijk meteen dat het over was. Ook al zei de agent dat ze nog met hem bezig waren.”
,,In de politie-auto zei m’n moeder al ‘die leeft niet meer’. Ik knikte en zei dat ik mijn zus op zou vangen. Alsof het – terwijl het nog niet bevestigd was – meteen bij ons binnen kwam en we bewust waren van wat komen ging. In het ziekenhuis hoorden we al snel dat hij niet meer te redden was. Zat ik in de gang toen een brancard met daarop mijn vader voorbij werd gereden. Vroeg ik of ik hem nog mocht zien, voordat hij naar het mortuarium ging. Dat mocht. Ik vertelde het aan mijn zus Jenny toen zij binnenkwam en zij had het verschrikkelijk moeilijk, want zij was een echt vaders kindje. Voor haar was die periode na de Nieuwjaarsbrand ook heftig, want alles binnen het gezin draaide om mij. En wij hadden – en hebben – als broer en zus ook nog eens een hele goede band.”
,,De dagen van het condoleren beleef je in een roes, maar op een of andere manier ging me dat ook rustig af.” Wellicht speelde in het onderbewustzijn dat het een erfelijke kwestie was. ,,Mijn opa was 58 toen zij hart het begaf, mijn oom nog maar 46 jaar en mijn vader was 55. Vier jaar geleden had ik zelf steeds steken in mijn hart en werd ik wat angstig. Heb ik ook een test gedaan, iets wat ik volgend jaar weer doe. Ik ben veel aan het hardlopen en dan stijgt mijn hartslag behoorlijk bij kilometer tien, dus ik wil het wel in de gaten houden.”
Het is niet dat de angst voor een jonge dood met hem meeloopt. ,,Als je iets overkomt, gebeurt dat. Ik heb geen angst. De dood hoort bij het leven. Maar ik had wel verdriet na het wegvallen van mijn vader en had het ook moeilijk te zien hoe zwaar mijn moeder het had. Ik ben een moederskindje. Je moeders hand heb je gewoon nodig. Mijn moeder was 42 ten tijde van de Nieuwjaarsbrand. Leny is maar één jaar jonger”, kijkt hij naar de vrouw waarmee hij een prachtig gezin stichtte. ,,Wij voelen ons nog zo jong en dan zoiets groots meemaken als ouders. Ik heb alles met haar gedeeld, mijn moeder werd ook mijn thuisverpleegster. Toen kon zij wat betekenen, maar daarvoor zat zij maandenlang machteloos aan mijn bed. Nu voel ik wat mijn moeder toen heeft gevoeld. Was ik ook nog eens niet leuk voor haar: ik had wel een klein hartje maar was een heftige puber. Zo’n sterke vrouw. Ik heb het daarna allemaal goed gemaakt, hoor”, breekt een ondeugende glimlach door.

Hartverscheurend
,,Het was hartverscheurend om de laatste pagina’s te lezen”, daalt zijn blik weer af naar het dagboek. ,,’Doe ik het wel goed als moeder? De één zegt dat ik er op uit moet gaan, de ander dat ik thuis moet blijven’, schrijft zij onder meer.” De pijn van zijn moeder is voelbaar in zijn stem. ,,Kun je nagaan, dit allemaal is voor mij niet het ergste wat in mijn leven is gebeurd. Dat was het overlijden van het dochtertje van Ruud Jonk (suikere) en José, onze vrienden. Roos was een paar maanden oud en overleed plotseling, net als nu Jan Dulles en Caroline overkwam. Vreselijk. Leny en ik zijn naar het AMC gereden en kwamen het kamertje binnen toen zij te horen kregen dat Roos niet meer te redden was.”
,,Ik dacht: als ik nu ga huilen, daar hebben zij niks aan, dus ik heb naderhand geprobeerd met een lach en een traan de clown uit te hangen. Dat deed mijn vader toen ik in Beverwijk lag. Mijn vader liep daar als een cliniclown rond om de kleine kinderen op de afdeling te vermaken. Maar dit… Ik zie Ruud nog naar buiten komen, met het mandje met Roos daar in.” Hij breekt. ,,Erger wordt het niet… Je kindje verliezen. Voor José en Ruud kwam het vorige week allemaal terug, ze kregen ook veel berichtjes van de mensen om hen heen, dat heeft José erg geholpen. Zij heeft zeker vijf jaar nodig gehad om de oude José te worden. En bepaalde periode blijven áltijd pijn doen.”
Lijden deed ook zijn maatje Henry. Met zijn onverschillige voorkomen en zwartgallige humor bracht en brengt hij mensen aan het schaterlachen. ,,Zo ad rem als het maar kan. Maar hij kon ook keiharde opmerkingen plaatsen. Dat komt voort uit zijn onzekerheid en innerlijke pijn”, weet Kees. ,,Hij is sinds enkele jaren gelukkig, met zijn vriendin Sandra. Als dat niet was gebeurd, was ik misschien anders gaan denken over mijn keuze om destijds niet aan zijn verzoek tegemoet te komen”, doelt hij op dat ijzingwekkende moment in Rotterdam. ,,Hij zat nooit te wachten op medeleven. Maar zijn worsteling heeft me wel zeer gedaan. Ik heb respect voor hem.”
Een smile volgt. ,,Het was vroeger altijd bij mijn moeder te doen. Henry kon ook alles tegen mijn moeder zeggen. ‘Nel, nou heb ik wat’, kwam hij een keer binnen. Hij was onderweg naar de wc gestruikeld en met zijn ‘ding’ tegen de punt van het bureau gekomen. ‘Hij is paars, zeg maar dezelfde kleur als rest van mijn lichaam’. Ik stikte van het lachen. ‘Dan moet ik ‘m even zien’, zei m’n moeder. ‘Of je moet zelf even testen of-ie het nog doet’. Zo’n band had Henry met mijn moeder. Kwam-ie een dag later weer langs. ‘Nou Nel, tranen over m’n wangen, maar hij doet het nog…’ We hebben genoeg meegemaakt samen.”

‘Als ik met mijn
kinderen de film
Ice Age kijk en
de leeuw ‘terug komt’,
dan loop ik helemaal leeg’

,,Dat geldt ook voor Frank Kramer”, maakt Kees een sprongetje naar de voormalige tv-presentator van ‘Hints’ en EuroSport. ,,Ik heb zo’n vijftien jaar met die jongens samen gevoetbald, dat was goud, onder Frank. Toen hij laatst overleed, dat deed écht zeer. We hebben prachtige avonturen en anekdotes met hem meegemaakt en hij kwam hier ook wel eens thuis. Ik kon alles tegen hem zeggen. Toen ik hoorde dat hij ziek was en het niet goed ging met hem, heb ik tijdens een nacht een speech gemaakt die ik tijdens zijn begrafenis zou voorlezen. Die mailde ik naar Frank, maar die heeft hij helaas niet meer gelezen, want die avond overleed hij. Ik heb het van me afgeschreven en zo kon ik het een plekje geven.”
Op het voetbalveld kreeg met name in de eerste jaren menig opmerking naar zijn hoofd geslingerd met betrekking tot de Nieuwjaarsbrand. ,,Tegenstanders die riepen dat we allemaal in de brand hadden moeten zitten. Ik kon er wel goed mee omgaan en wachtte meestal mijn moment af. Eén keer liep ik op het dochtertje van een tegenstander af en zei wat haar vader steeds riep. Wilde hij me opzoeken en moest worden tegengehouden. Ik wilde dat hij ging nadenken over wat hij deed. Moesten we in het nieuwe seizoen weer tegen hem. Die gaat mij pakken, dacht ik vooraf. Kwam hij op me aflopen en gaf me een hand. Hij had er dus over nagedacht.”
,,Ik werk al twintig jaar samen met Jan ‘de Bolle’, dat gaat perfect samen, maar op de bouw krijgt ik ook wel eens iets te horen. Als ze dan een opmerking maken over mijn kromme duim, dan laat ik de rest even zien en schrikken ze. Meestal zijn het ouderen, die vragen echt wat er is gebeurd. Of een uitvoerder die dan, als ik daar een paar dagen werk, verhaal komt halen. ‘Gaat wel lekker, zeker?’, hoor je dan. Dan zeg ik ook dat dit het enige is, dat geeft, het is therapeutisch. Zo lang ik kan blijven werken. Daar heb ik veel baat bij gehad.”
Mijmerend. ,,Ik heb genoeg mensen om me heen, vrienden en vriendinnen, waarmee ik over alles heb kunnen praten, maar ik heb de ziekenhuisperiode misschien iets rooskleuriger geschetst dan het werkelijk was. Veel ouders zaten met vragen, of er nog wel een toekomst was voor ons.” Leny: ,,Als puber leef je in het moment. Als ouder denk je na over wat er nog komen gaat en hoe de toekomst er uit zou kunnen zien.”
Kees: ,,Het klinkt gek, maar vanaf 2004 heb ik een ‘God mooi leven’ gehad. Ook al heb ik veel pijn gekend en veel verdriet bij anderen gezien. Dat kan ik normaal gesproken goed dragen, maar als ik met mijn kinderen de film Ice Age kijk en de leeuw ‘terug komt’, dan loop ik helemaal leeg. Ik schaam me niet voor mijn tranen. Leny lag laatst in het ziekenhuis, stond ons zoontje Dex te kijken en brak. Brak ik ook. Dat kan ik dan niet aan. Als ik dan kijk naar de Nieuwjaarsbrand, dan zijn de vaders en moeders de grote helden voor mij. Het heeft mijn vader wel vijf jaar van zijn leven gekost en misschien geldt dat voor meerdere ouders, maar zij zijn de sterkste paarden.”

|Doorsturen

Uw reactie