Verhalen

Van Congo tot Gent, van Pittsburgh tot Teteringen

De priesterlijke gebroeders Buijs

Zo’n vijftien jaar geleden kwam ik tot de ontdekking dat in de historie van mijn familie een aantal hooggeplaatste geestelijken voorkwamen. Mijn opa had een broer die zowel pater als professor in de Griekse en Latijnse talen was en mijn oma had zelfs vier broers die priester waren. Natuurlijk hoorde ik tijdens mijn jeugd zo nu en dan al iets over mijn vaders ‘heerooms’, maar ik had me er nooit echt in verdiept. Omdat de priesterlijke gebroeders Buijs inmiddels alle vier overleden zijn, geschiedt dit alsnog, in een poging om ze niet in de vergetelheid te laten geraken. Met dank aan informatie van Dick de Boer (Brit), Jaap Mooijer en Grietje Mühren-Mooijer is dit stuk tot stand gekomen.
Door Kevin Mooijer

Vader en moeder Buijs uit de Sijmen Molstraat waren de trotse ouders van zes jongens en drie meiden. Vijf van de zes jongens hebben een gooi gedaan naar het priesterschap. Grote Jan, Dirk, Jaap en kleine Jan slaagden hierin. De familie was enorm trots. Zo trots zelfs, dat de vier broers meerdere malen werden vernoemd. Soms zelfs – zoals de broers dat zelf ook ervoeren (grote Jan en kleine Jan; red.) – meerdere malen per gezin. Het is uniek te noemen dat vier jongens uit hetzelfde gezin kozen voor het priesterschap, en bovendien, dit wisten te bereiken. De reden waarom ze voor dit leven kozen, is nooit helemaal helder geworden en lag waarschijnlijk ergens tussen het fenomeen roeping en de ijzeren wil van strenge ouders uit die tijd.
Na het succesvol afronden van de studies kleinseminarie en grootseminarie werden de broers ingewijd tot priester. Hiermee ging gepaard dat zij ergens op aarde een functie in de maatschappij toegewezen kregen, maar daarvoor mochten zij een eerste Hoogmis opdragen in hun thuisdorp. Als ze na de inwijding van het priesterschap eenmaal arriveerden in Volendam, werd dit groots gevierd. De Nivo van 12 april 1947 wijdt er zelfs een heel stuk aan. ,,Zaterdag en zondag stonden op Volendam weer in het teken van een Neomistfeest. Een bijzonder feest want de vierde priesterzoon uit één gezin werd zaterdag feestelijk ingehaald in het dorp”, trapt het artikel af. Dan volgt een zorgvuldige beschrijving van het feestweekend; de straat waarin de familie van de priesters woonde werd versierd met bloemen. Er werd een optocht georganiseerd met daarin vlaggendragers, het corps, de zogenaamde jeugdbeweging en alle jonge schoolklassen uit de omgeving. Het hele dorp was betrokken bij zo’n viering, die een weekend duurde.

Een vierde priesterzoon;
het hele dorp was betrokken
bij zo’n viering

Ondanks de hoge positie in de hiërarchie van die tijd, stonden de gebroeders Buijs erom bekend nooit gebruik te maken van hun aanzien. Ze behandelden iedereen met respect en stelden hun levens in het teken van hulp voor anderen. Alle vier de broers waren hun volwassen leven actief in een ander land. Grote Jan werd naar Amerika uitgezonden, Dirk bevond zich in België, Jaap werd rector van een missiehuis in Nederland en kleine Jan vertrok als missionaris naar de Congo. De jongens, zoals de familie ze na al die jaren altijd treffend bleef noemen, probeerden eens in de zoveel jaar gezamenlijk af te spreken in hun thuisdorp. Eén van hun zusters, Maartje Buijs, zei dan tegen haar kinderen: ,,De jongens zijn in het land. Ga ze straks even gedag zeggen”. Eenmaal aangekomen in het familiehuisje waar ze op dat moment een bezoek brachten, moesten hun neefjes en nichtjes vanwege alle rook de stemmen volgen om hun heerooms te kunnen begroeten. Met zijn vieren zaten ze tegenover elkaar sigaartjes te roken. Altijd even vriendelijk begroetten ze hun jongste familieleden. Helaas is het de broers slechts een paar keer gelukt om gezamenlijk naar Volendam te komen, maar wanneer het zover was deden ze er alles aan om het dorp weer te beleven zoals een echte Volendammer dat deed. Ze voeren met botters mee op zee, aten een zootje en struinden over de dijk. Na een aantal dagen brak onvermijdelijk de tijd weer aan om terug te keren naar het missiegebied.

Grote Jan Buijs werkte
als aalmoezenier en zielzorger
in hospitalen en gevangenissen

De oudste van de vier werd geboren op 12 januari 1908 te Volendam. Hij werd op 25-jarige leeftijd tot priester gewijd in 1933. Datzelfde jaar werd hij uitgezonden naar Amerika, Pittsburgh om precies te zijn, om daar als aalmoezenier en zielzorger actief te zijn. Hij verrichte veel werk in hospitalen, maar ook in gevangenissen. Ziekenverzorging, een bemoedigend woord voor mensen die op sterven liggen, ter dood veroordeelde gevangenen voorbereiden op wat er te komen staat, en dat terwijl hij zelf leed aan astma en later ook leukemie. Dit heeft hem in 1967 uiteindelijk het leven gekost. In een brief ter nagedachtenis aan priester Jan Buijs is te lezen dat men bij hem nooit ongelegen kwam en dat iedereen die hem ontmoette ook zijn vriend werd. In de 34 jaar dat hij priester was, is hij slechts twee keer in Volendam geweest. Wel onderhield hij nauwe contacten met familie en vrienden door middel van lange, handgeschreven brieven.
Dirk Buijs
Vanwege de watersnoodramp kon Dirk in 1916 het levenslicht niet in Volendam zien. Hij werd op 1 mei geboren in Westwoud. Nadat hij in 1942 tot priester gewijd werd, spendeerde Dirk de rest van zijn leven in Gent (België). Hij werkte 55 jaar lang dag en nacht als aalmoezenier in de ziekenzorg. In een herinneringsbrief, geschreven door een broeder uit de Augustijnengemeenschap, staat over hem: ,,Ontelbaar zijn de zieken die hij in de voorbije jaren de handen heeft opgelegd en gezalfd, ontelbaar ook degenen die hij een bemoedigend woord heeft toegesproken, ontelbaar de kinderen die hij heeft gedoopt. Hij verstond de kunst om op een zeer bescheiden manier het hart van de mensen te raken. In trouwe dienstbaarheid zowel ’s nachts als overdag wist hij het minste teken gehoor te geven aan een oproep ten bate van een lijdend of stervend mens.” Op een brommertje reed hij door het mooie Gent, om mensen die daar behoefte aan hadden bij te staan. Dirk werd ‘in Gods Heerlijkheid opgenomen te Gent op 3 september 1997’.
Jaap Buijs
Jaap werd geboren op 12 oktober 1918 te Volendam en wordt gezien als de meest ambitieuze van de vier. In 1943 werd hij tot priester gewijd, maar hij wilde meer. Hij werd hoofdredacteur van ‘De Katholieke Missiën’, een maandblad dat gewijd werd aan de katholieke missie overal ter wereld. Later besloot hij missiologie te gaan studeren aan de Universiteit van Nijmegen. In 1951 studeerde Jaap af met een doctoraal examen. Zijn droom was om ooit naar China te vertrekken om daar verder te studeren en als missionaris te dienen. Deze droom werd tegengehouden door het communisme dat toen heerste. Hij bleef in Nederland om rector, en later provinciaal te worden. In 1971 werd hij benoemd tot pastoor van de Fatimaparochie in Breda, waar hij tot 1998 als toegewijd zielzorger werkzaam was. Van de vier priesterbroers heeft Jaap het langste geleefd. Op 15 mei 2006 overleed hij op 87-jarige leeftijd te Teteringen.

Kleine Jan Buijs
moest regelmatig vluchten
voor zijn leven

Het meest bijzondere verhaal komt waarschijnlijk van de jongste broer; kleine Jan. Hij werd geboren in Volendam op 18 februari 1921 en werd priester gewijd in 1947. Jan heeft 51 jaar van zijn leven in Afrika doorgebracht, tot hij in 1998 stierf. Hij werd op 25-jarige leeftijd als missionaris uitgezonden naar de Congo. Hij kwam in een gemeenschap terecht waar men niet veel had. Jan bouwde er scholen, gaf les, verzorgde zieken, bood ontwikkelingshulp en verkondigde het geloof. Soms was het er onveilig. Het is meerdere keren voorgekomen dat Jan moest vluchten voor zijn leven. Eén keer is het zelfs zo bont geworden dat hij à la James Bond in een opstijgend vliegtuigje moest springen. Het dorp waar hij verbleef is meerdere malen verwoest door rebellen en andere mensen met slechte intenties. Keer op keer werd het verwoeste dorp weer opnieuw opgebouwd door Jan en de mensen waarover hij zich ontfermde. Eens in de zoveel jaar bracht hij een bezoek aan Volendam. Daar werd hij dan overladen met giften van mensen en bedrijven, om mee te nemen naar de Congo. Hij vertrok dan weer richting Afrika met een zeecontainer vol schoenen, kleding, meubels, speelgoed en een keer een gloednieuwe brommer. Deze zou goed van pas komen vanwege de lange afstanden die Jan aflegde. Een aantal weken nadat Jan met het vliegtuig al was aangekomen in het land van bestemming, kwam de container in het dorp aan. Enthousiast opende Jan de deuren. Tot zijn verbazing stond de nieuwe brommer niet meer in de container. De Congolese douane had hem vastgehouden op de grens. Na weken van brieven schrijven kwam de brommer uiteindelijk dan toch aan bij Jan, hetzij met 50.000 kilometer op de teller. De heren van de douane hadden de brommer even ingereden voor priester Jan.
In diezelfde bewuste container bevonden zich talloze schoenen. Jan deelde de stappers uit aan de dorpsbewoners, die tot dat moment nooit eerder in het bezit van schoenen waren geweest. Ze waren uiterst zenuwachtig en konden het geduld niet opbrengen op hun beurt te wachten. Een volwassen man zei tegen Jan dat de kinderschoenen die hij had gepakt niet pasten. Jan vroeg hem een paar minuten geduld te hebben zodat hij de juiste maat voor hem kon zoeken. Eén minuut later keerde de man terug: ,,Ze passen al”. Hij had de neuzen eraf geknipt…

Voor anderen zorgen
Een uniek verhaal, hoe vier Volendammer broers hun leven hebben gespendeerd door voor anderen te zorgen. Zelf hebben ze veel gelaten om mensen die daar behoefte aan hebben te helpen. Eén ding staat vast; Jan, Dirk, Jaap en Jan hebben Volendam goed vertegenwoordigd in hun bestemmingsgebieden.

Foto's:
Jaap, grote Jan, Dirk en kleine Jan
Kleine Jan

 

|Doorsturen

Uw reactie