Algemeen

Historie van de politiek belicht

De Strijd om de Sigaar: politieke confrontaties over paffende politici

Roken is niet meer zo populair. Sterker nog: de tijd dat je met roken even lekker indruk kon maken op je leeftijdsgenoten, is ver weg. Een enkeling daargelaten, zien jongeren van nu het roken dan ook langzaam verdwijnen uit het dagelijks leven. Dit was vroeger wel anders. Roken was overal. Op het werk, op school én in de politiek. De sigaarrokende hoge heren, ze staan de iets oudere bewoners nog goed op het netvlies. Maar de weg van rookwalmen in de raadszaal naar een rookvrije raadzaal ging niet zonder slag of stoot…
Door Frank Zwarthoed

Het was 1982. Een groot aantal Volendammers kwam de zaal van De Jozef binnenlopen. Ze kwamen speciaal voor de nieuwste toneeluitvoering die op dat moment draaide. Ze keken er al lang naar uit. De zaal zat vol en de sfeer was goed. Er stond een avond op ze te wachten met dans, zang en komische sketches. Wat wil een mens nog meer.

Maar hoe geslaagd het ook was, een NIVO-reporter ter plaatse kreeg ook een ander beeld van de avond, toen hij de dag erna een stukje schreef over de bijeenkomst. ‘Het was helemaal verrot van de rookstank’. vertelde een bezoeker. ‘Achter ons zat een bekend raadslid dat de éne grote sigaar na de andere opstak. Je kon elkaar niet meer zien. Het fijne wollen truitje van m’n vrouw was helemaal verzadigd van de vieze smerige rookstank en kon zó de vuilnisemmer in.’
Wie het raadslid was, werd niet verteld. Wat wel vaststaat: roken was voor heel veel mensen, inclusief raadsleden, heel gewoon. Niet alleen tijdens toneelvoorstellingen zoals die in 1982, maar ook ín de raadszaal zelf. En wie het sigaartje of sigaretje aan banden wil leggen, kon stevig tegengas verwachten. Want raadsleden gaven hun rookwaar niet zonder slag of stoot op.
Decennialang hoorde roken bij de politieke cultuur. Er is zelfs een boek over geschreven: ‘Sigaren aan de Macht’, van John Jansen van Galen. Een mooie anekdote uit dat boek, is dat de Amerikaanse president John F. Kennedy, voordat hij een importverbod op spullen uit het socialistische Cuba instelde, nog even 1200 sigaren uit Havana liet inkopen. Pas daarna kon hij het verbod tegen aartsvijand Cuba ondertekenen. Of een verhaal over de fervente roker Hendrik Colijn, oud-premier van Nederland in de jaren ’20 en ‘30. Hij rookte zoveel dat het door een journalist van de Haagsche Post destijds als een prestatie werd gezien: ‘Hij kan alles, zelfs de moeilijkste departementen. Driemaal premier. Een werker. Een regent. En een roker. Twintig tot vijfentwintig sigaren per dag. Proficiat, Excellentie!’

Er ontstond een
verhitte discussie
van zo’n drie kwartier,
vooral een aantal
partijgenoten van
Hein Tol, de KVP’ers
Jan Lagrand en Wim Sier

Zoals roken in de politiek wereldwijd eerder norm dan uitzondering was, zo konden ook de raadsleden in Edam-Volendam er wat van. In de Stadskrant van 1991 stond dat er jarenlang twee historische plattegronden van Edam en Volendam in de oude raadzaal van het Edamse stadhuis hebben gehangen, tussen de rokende raadsleden in. De journalist concludeerde: ‘De kaarten waren totaal verkleurd door de rook van de sigaren en sigaretten van heftig vergaderende bestuurders. Daardoor waren de details steeds slechter zichtbaar geworden. Bovendien werd het perkament en papier steeds bruiner. Uiteindelijk bleef er van de afbeeldingen niet veel over.’ Tekenend voor de rookcultuur in onze lokale politiek.
In de jaren ’60 sijpelde steeds meer het begrip door dat roken ongezond was. Een krantenartikel uit 1968 legt uit dat de overheid eindelijk de ‘strijd tegen het roken’ aangaat. De oplossing volgens de Rijksoverheid? Voorlichting op basisscholen. Veel kinderen begonnen namelijk al op 10 -of 11-jarige leeftijd met het roken. Een journalist citeert in 1968 een Amsterdamse leraar: ‘Ik heb leerlingen gehad die per week drie pakjes aankonden.’ Hij vertelde verder dat van de groep 8’ers (toen nog zesdeklassers genoemd) zo’n 57% al rookte, en zo’n 10% zelfs meer dan drie pakjes per week. Je kunt je voorstellen dat politici in zo’n tijd het goede voorbeeld willen geven. Zodoende voerden steeds meer gemeenten, ook in de regio Waterland, beperkingen van het roken in de raadszaal in.
Ruim tien jaar nadat het bovenstaande artikel werd geschreven, gebeurde in Edam-Volendam het onvermijdelijke. Twee raadsleden dienden in 1977 een voorstel in om het roken in de raad aan banden te leggen: Hein Tol (Nonnie) van KVP/CDA en Siem Veerman (Lut), toen nog van Lijst Veerman, later van Volendam ’80. Dat ging niet zonder slag of stoot. Er ontstond een verhitte discussie van zo’n drie kwartier. Vooral een aantal partijgenoten van Hein Tol, de KVP’ers Jan Lagrand en Wim Sier, gingen absoluut niet akkoord en vochten hard voor hun sigaartje. Lagrand gooide het op de tradities: ,,Wanneer men bij iemand op bezoek gaat, dan wordt men ook verwelkomd met een kop koffie en een sigaar of sigaret.” Wim Sier ging verder. Hij noemde het een ‘onzedelijk voorstel’. En voor een christelijk raadslid waren dat nogal harde woorden. Hij voorzag grote problemen: ,,Er zijn ook rookverboden ingevoerd in fabrieken. Daar waren opeens alle toiletten overbezet door mensen met sigaretten.” Ook gooide hij er nog een argument in: de sigaretten helpen bij de spanningen die komen kijken bij de vergaderingen.

Compromis
Hein Tol (Nonnie) zag nu wel heel veel tegengas komen, vooral vanuit zijn eigen partij. Hij schijnt, volgens Wim Keizer, toen gezegd te hebben tegen zijn rokende mede-raadsleden: ‘Wat mij betreft roken jullie je allemaal te barsten, jullie raken allemaal in het graf!’ De burgemeester kwam uiteindelijk met het verlossende compromis. Hij vond het ook wel nodig om ‘zuinig te zijn met de aanwezige lucht’ en stelde voor om roken aan banden te leggen tot 21:00 uur. Daar ging een meerderheid mee akkoord, waarmee de eerste horde was genomen.
Jaren gebeurde er toen niets. Blijkbaar hadden de raadsleden zich erbij neergelegd dat roken tot negen uur niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Het was ook wel prettig, want in de oude situatie konden ze soms hun buurman of buurvrouw niet meer zien door de rookwalmen. En dat is niet zo fijn vergaderen.
Dan wordt het 1982. Niet-roker Siem Veerman (Lut) denkt dat het tijd is om een stapje verder te gaan. De politicus, die inmiddels samen met een aantal anderen Volendam ’80 heeft opgericht, gaat ervoor. Hij stelt in januari van dat jaar een geheel rookverbod voor. Niet alleen een verbod vóór 21:00 uur dus, nee, hij gaat all the way. De raad ontploft.
,,Jullie hebben makkelijk praten, want jullie zijn allemaal al niet-rokers!”, reageert Jan Lagrand van het CDA geprikkeld. ,,Grote onzin om met zulke voorstellen te komen. Alleen maar om een ander jullie wil op te leggen en een beste beurt te willen maken bij de kiezers ten koste van je mede-raadsleden.” Hij wordt aangevuld door zijn partijgenoot Wim Sier: ,,Dit wordt een eeuwigdurend verhaal. Nu is het ’t roken, straks is het knoflook eten. Wij hebben als rokers toch al ingestemd met een rookverbod tot negen uur? Wat is hier tegen te doen, dit is discriminatie!”

‘Dan spreken we
maar gewoon af dat
ik af en toe
20 minuten praat;
het is toch onzinnig
wat ik zeg’

VVD’er Hen de Boer reageert wat luchtiger: ,,Ik ben sinds drie weken gestopt met roken, dat maakt mijn besluit wat simpeler. Ik ben wel bang dat er bij een rookverbod meer gelopen gaat worden. Dan spreken we maar gewoon af dat ik af en toe 20 minuten praat; het is toch onzinnig wat ik zeg.”
Uiteindelijk wordt het voorstel na een spannende stemming toch aangenomen en heeft de raad van Edam-Volendam een officieel rookverbod. De rokers laten het er niet bij zitten. Ze laten de vergadering elk uur een kwartier lang schorsen voor een rookpauze en rekken zo demonstratief de vergadering. De NIVO concludeert in die tijd droogjes: ,,In plaats van de vertrouwde rook, was in de raad de gespannen sfeer te snijden. Het is de vraag wat slechter is voor de gezondheid.” De zege van Siem Veerman (Lut) bleek niet van lange duur te zijn..
De rokende raadsleden gaan namelijk door met hun demonstraties. Ze blijven ook de komende maanden elk uur hun rookpauze eisen, waardoor raadsvergaderingen soms marathonachtige sessies worden. Dat begint de raadsleden te irriteren. CDA’er Thames Koning komt in oktober 1982, 9 maanden na het rookverbod, met de verlossende woorden: ,,Door de rookpauzes gaat teveel tijd verloren. Kan het roken na 9 uur weer ingevoerd worden?” VD’80 ziet haar stokpaardje voor haar neus verdampen als blijkt dat een meerderheid van de Raad het hier wel mee eens is. Wim Keizer beseft dat hij de strijd heeft verloren: ,,Hiermee gaat ons voorstel in rook op, we zijn de sigaar.”
Het weet nog wat, het roken in de raad. Makkelijk blijkt het niet te zijn om de raad rookvrij te maken. Toch krijgen de niet-rokers eind 1982 een kleine opsteker. De raad verhuist van het stadhuis Edam op het Damplein naar het gebouw aan de Schepenmakersdijk, en daar mag absoluut niet gerookt worden. Einde verhaal zou je zeggen, maar het roken ging door in de commissiezaaltjes, tijdens de iets kleinere vergaderingen. Ondanks verwoede pogingen van de PvdA in 1987 om ook dit af te schaffen bleef het roken mogelijk. De raad reageerde zelfs wat lacherig op het voorstel van de sociaaldemocraten, zoals VVD’er Hen de Boer: ,,Ik ben al lang blij dat de PvdA geen verbod op vet eten wil instellen.”
De rook daalde definitief neer in 1990. Niet door een voorstel van een raadslid uit Edam of Volendam. Nee, door een wet vanuit de rijksoverheid. Onze raad had een zetje van het Rijk nodig om het roken definitief uit te bannen uit de lokale politieke arena. De wet verbood in alle openbare (overheids)ruimtes in Nederland het opsteken van een sigaartje of sigaret. En zo kwam een einde aan het fenomeen van de in rook gehulde raadsvergaderingen. Tegenwoordig zullen jongeren het zich niet meer kunnen voorstellen dat in de klas, het ziekenhuis, op het werk en in de politiek zo fanatiek gerookt werd.
De NIVO-reporter die in 1982 de Jozef bezocht voor de toneeluitvoering, had op dat gebied een voorspellende blik: ,,Wij rokers behoren tot een uitstervend ras en eens zal men er wellicht onbegrijpelijk het hoofd bij schudden als er verteld wordt, dat er vroeger aardbewoners waren die voortdurend een klein fikje stookten onder hun neus en dat tussen hun lippen klemden.” Wijze woorden?

|Doorsturen

willem

2020-07-03 09:53:34

De schatrijke heren van de tabaksindustrie financieel ondersteunen. Als een verslaafde (vis) aan hun hengel bengelen ten koste van jouw gezondheid en die van je medeburger. En dat terwijl het ook nog niet eens iets leuks of positiefs opleverde. Uitsluitend een bevrediging van verslaving. Hoe dom en onnozel kun je zijn.

Uw reactie