Algemeen

Kapelaan Beemster denkt nog vaak aan Volendam

‘Er wonen velen met een diepgeworteld geloof’

,,Volendam was voor mij een unieke ervaring”, zo vat kapelaan Nars Beemster zijn periode in het dorp samen. In zevenenhalf jaar maakte hij zoveel mee dat hij er naar eigen zeggen een boek over kan schrijven. Hij denkt nog vaak terug aan de humor, vrijgevigheid en het geloof van de Volendamse mensen. Na een periode in Heiloo is hij inmiddels werkzaam in de regio Haarlem. Hij leidt daar de heilige missen in een groot aantal kerkgebouwen. Elf jaar na zijn vertrek spreekt de Nivo de kapelaan over hoe het met hem gaat en blikken we terug.
Door Laurens Tol


Nars Beemster (52) woont vandaag de dag in Heemstede. Zijn woning is gevuld met tal van onderdelen die hem doen herinneren aan zijn tijd in Volendam.
,,Kijk, dit beeld komt er vandaan”, wijst Beemster aan. ,,Heb ik ooit gekregen. En deze stoel, daar heeft pastoor Hoogervorst nog ingezeten. De tafel en stoelen zijn ook van hem geweest. Ik heb hier verder nog een aantal schilderijen hangen die ik kreeg van Volendammers. Zo word ik nog dagelijks geconfronteerd met het dorp en dat vind ik alleen maar goed. Ik heb er zoveel prachtige mensen ontmoet. Er wonen velen met een diepgeworteld geloof. Vaak ook zo eerlijk beleefd.”
,,Nog lang heb ik op Volendam gewerkt. In 2003 ben ik er gekomen. Eigenlijk min of meer als vervanger van de toenmalige pastoor Jan Berkhout. Die was door al zijn inspanningen in de nasleep van de Nieuwjaarsbrand toe aan een time-out. Daardoor viel er een groot gat. Op dat moment zat ik zelf nog in Heerhugowaard en de bisschop vroeg mij toen of ik ook wilde assisteren in Volendam. Dat vond ik op zich wel een uitdaging. Zodoende ben ik daar terechtgekomen.”

Griezelig
Eerst pendelde de kapelaan nog heen en weer vanuit Zaandam - waar hij toen naartoe verhuisde - naar Volendam. Later ging hij als 33-jarige wonen in de oude, nog niet verbouwde Volendamse pastorie. Daar bewaart hij nog altijd warme herinneringen aan. ,,Dat was ook een belevenis, hoor. Dat ding was echt oud en stond helemaal scheef. Een enkele keer gebeurde het, dan zakte het gebouw ietsje verder. Alle balken kraakten dan opeens, terwijl ik in bed lag. Dat had wel iets griezeligs, haha. Ik was er heel tevreden hoor, maar soms deed ik weleens mijn beklag bij het kerkbestuur. Dan was mijn bed ineens nat en dat was niet omdat ik erin geplast had, om het zo maar te zeggen. De lamp erboven bleek lek te zijn. Het stormde ook nog een keer hard. Toen was er een raam met kozijn en al verdwenen. Niemand wist waar het was. Waarschijnlijk is het in de sloot naast de pastorie terechtgekomen. Achteraf kun je natuurlijk nog steeds lachen om dit soort dingen.”
Gelukkig voor de huidige generatie geestelijken in Volendam is de pastorie sindsdien helemaal gerenoveerd. Kapelaan Beemster was nog de laatste bewoner van het oude gebouw. De periode dat hij in Volendam kwam wonen, was een turbulente. De naweeën van de voor het dorp zeer emotionele ramp waren nog duidelijk voelbaar. Beemster weet nog goed dat er op dat gebied ook verdeeldheid heerste, bijvoorbeeld over financiële vergoedingen. Toch is hij na zijn komst nooit onderdeel geworden van de nasleep. Er was een diaken die een goede band had opgebouwd met de slachtoffers, evenals pastoor Van der Hulst. Ondanks dat merkte hij in zijn Volendamse tijd het nodige van de gevolgen.
,,Toen de ramp vijf jaar geleden was, was ik bij de herdenkingsmis betrokken. Dat was wel ingrijpend. We gingen ook naar de graven van al die jonge mensen om deze te zegenen. Dat laat je niet koud natuurlijk, zeker niet. In de Mariakerk hangen ook de foto’s van de overleden jongeren. Het zal je maar overkomen, denk je dan. Voor de nabestaanden is dit natuurlijk ook het ergste dat je kan meemaken.”

‘Mijn diepste
overtuiging is
dat je de wereld
niet in de kerk
kunt brengen’

De sfeer tijdens de missen in Volendam staat Beemster nog steeds helder voor de geest. Daarbij waren de stille diensten voor hem op hun manier indrukwekkend. Volgens de kapelaan kwamen daar veelal de diepgelovige dorpsbewoners, die na de ontvangst van de communie met hart en ziel het ‘amen’ uitspraken. Hij weet ook nog hoe de zang van het kerkkoor hem regelmatig kon beroeren. ,,Het mannenkoor, ik vond dat fenomenaal mooi. Zij zongen bijvoorbeeld altijd een mooie, meerstemmige uitvaartmis. Nergens heb ik een mooiere gehoord dan in Volendam en ik draai nu toch al twintig jaar mee. Die stemmen waren zo uitgebalanceerd en zo op elkaar afgestemd. Ze voelden elkaar precies aan, dat was prachtig.”
,,Daarnaast was een van mijn allergrootste Volendamse vreugdes het kinderwerk van mevrouw Tineke Mul, waarin ik assisteerde. Dat we in die tijd met bussen vol kinderen op bedevaart gingen naar de bedevaartplaatsen van Heiloo en de Vrouwe van alle Volkeren in Amsterdam, was werkelijk onvergetelijk. Van mevrouw Mul leerde ik ook de kunst om verhalen te vertellen. Zij kon de aandacht van kinderen voor wel veertig minuten vasthouden. Dat was inspirerend voor mij.”
Traditionele kerkmuziek kan de kapelaan nog altijd meer bekoren dan ‘wereldse’. Hij huldigt onverminderd het standpunt dat popmuziek niet in de kerk thuishoort. ,,Waar ik nu werk, werd die ook gedraaid tijdens bijvoorbeeld uitvaarten. Daar zijn we mee gestopt. Mijn diepste overtuiging is dat je de wereld niet in de kerk kunt brengen. Dat is een heilige plaats in de wereld. Als je de wereld in de kerk brengt, dan houdt die op te zijn wat ze is: heilig. Dan verliest ze haar heilige plek in de gemeenschap en dan wordt het oninteressant voor mensen. Daarom moet je niet aan die wens toegeven, hoe sterk die soms ook is.”
Het grootste streven van Beemster was om een nieuw communieproject op te zetten in Volendam. Dat hem dit niet lukte, was voor hem een dusdanig grote teleurstelling dat hij daarom aan de bisschop vroeg om overplaatsing naar een andere parochie. Nog altijd vindt hij het jammer dat dit niet van de grond gekomen is. In de regio Haarlem draait dit volgens hem met veel succes.

‘Oergeloof’
,,De oude pastoor wilde dit pertinent niet, terwijl het echt aan vernieuwing toe was. Het was een project uit de jaren zeventig. Er zat wel veel goeds in, maar het raakte niet echt de kern. Dat is voor mij: wie is Jezus en wat is de heilige communie. Daar gaat het om. Ik kreeg dat er niet door en dat was het breekpunt waardoor ik in 2010 de bisschop vroeg om een andere benoeming. De scholen wilden aan het nieuwe project meewerken en de hulpouders die eruit lesgaven ook. Toch zat het er helaas niet in.”
Dit is volgens de kapelaan een gemiste kans. Hij denkt dat er in Volendam een soort ‘oergeloof’ aanwezig is, waar meer mee gedaan kan worden. ,,Dat merk je doordat Volendammers nu reiki beoefenen en naar allerlei ‘healers’ gaan. Daar ga je het nooit in vinden. Als je een goed communieproject jaren laat draaien, dan kan daardoor de hele gemeenschap weer gaan leven. Elk jaar krijgen er driehonderd kinderen hun eerste communie. Daar zijn ook zeshonderd ouders en broertjes en zusjes bij betrokken. Als je daar jaren mee doorgaat, dan vernieuwt het geloof zich vanuit de basis. De vernieuwing van dit project is dus van fundamenteel- en levensbelang voor Volendam.”
Beemster zegt sinds zijn vertrek uit Volendam een hoop geleerd te hebben. Het leven en de omgang met veel verschillende mensen maakten hem naar eigen zeggen wijzer. ,,Ik ben wel wat slimmer geworden in mijn woordkeuze. Vroeger was ik soms wat onbezonnen, ik dacht dat mensen altijd de waarheid wilden horen en wilden kennen. Dat is zeker niet altijd het geval, daar ben ik achter gekomen. In de kern zeg ik nog altijd hetzelfde, wat dat betreft ben ik niet veranderd. Maar ik heb wel geleerd om slim te zijn om de waarheid te kunnen zeggen. Je kunt hetzelfde zeggen in andere woorden, waardoor het beter landt. Daardoor roep je minder weerstand op en dat is belangrijk in een kerkgemeenschap.”
Op de vraag of Beemster eventueel zou willen terugkeren naar Volendam als pastoor zegt hij volmondig ‘ja’. Wel onder bepaalde voorwaarden. ,,Als de bisschop mij daarvoor zou vragen, dan ging ik zeker. Met duidelijke afspraken zou ik er dan ingaan. In Volendam liggen nog altijd enorm veel kansen, omdat er zoals gezegd een heel groot geloof is. Daar denk ik soms nog weleens aan terug. Wat dat betreft, zou ik liever gisteren dan vandaag terugkomen. Maar dan heb je wel vereende krachten nodig van mensen die met je meewerken om het weer te verlevendigen. Ik hoop dat ze de mogelijkheden die er zijn benutten. De situatie is nu wel heel anders met de nieuwe priesters die er zijn.”

‘Terug naar
Volendam? Ja.
Maar dan heb je
wel vereende krachten
nodig van mensen
die met je meewerken
om het weer te
verlevendigen’

De kapelaan denkt dat de kerken in Volendam in de toekomst weer vol zouden kunnen lopen. Volgens hem is de boodschap die de kerk brengt ‘onverwoestbaar sterk’. Ieder mens wil uiteindelijk leven in zuivere liefde, is zijn overtuiging. Het geloof is in zijn ogen een enorme kracht, die Volendam maakte wat het was. Ontbreekt die, dan mis je wat. Want je kunt veel hebben, maar alles missen, is Beemsters overtuiging. ,,Is dit alles wat er is?, zong Doe Maar niet voor niks. ‘Ik zoek iets meer, ik weet alleen niet waar. We komen niets tekort, we hebben alles’, enzovoorts. Je hebt mensen nodig die het hebben gevonden, die weten waar het ligt. Het ligt volgens mij in een sterke relatie met Jezus Christus, in sacramenten en gebeden. Daar ligt ‘het’ in verborgen”.
‘Het kwaad’ speelt volgens de kapelaan een grote rol in de huidige tijd. Zelf ervoer hij concreet hoe sterk de kracht daarvan is. Pal na Beemsters Volendamse periode mocht hij van de toenmalige bisschop op studiereis naar de Verenigde Staten. Daar maakte hij naar eigen zeggen een naargeestige situatie mee. ‘Letterlijk naargeestig’.
,,Ik maakte mee dat twee jongeren volkomen bezeten raakten door demonen. Dat was bizar om mee te maken. Als gevolg daarvan ben ik in het exorcisme-werk terechtgekomen. Dat is een heftig, maar ook heel boeiend pastoraat. Je ziet daar de tegenkrachten die er bestaan. Je ziet daar hoe demonen werkelijk hun greep kunnen krijgen op het leven van mensen. De laatste elf jaar heb ik daar veel ervaring in opgedaan. Temeer zag ik daar hoe belangrijk het is om voor Jezus te kiezen. Dan verliezen de demonen hun macht en wordt je leven anders.”
De kapelaan Beemster van nu is ‘minder theologisch’ dan vroeger. In de loop der jaren zag hij dat de kern van het geloof eenvoudig is. ,,Als je het evangelie goed leest, dan kun je daaruit opmaken dat het belangrijk is om dingen eenvoudig te zeggen. Mijn nieuwe theorie is: goede theologie is waarheid over God, zeker weten. Maar het is volgens mij niet zo dat hoe meer dure woorden je gebruikt, hoe beter de theologie is. In het evangelie lees je juist hoe Jezus dingen zegt met eenvoudige voorbeelden, in heel eenvoudige woorden. Dat is voor mij één grote leerervaring geweest de afgelopen jaren. En wat misschien wel het belangrijkste is: het is heel belangrijk dat je zelf écht gelooft wat je zegt. Je kunt niet met een gedoofde lucifer een nieuw vuur aansteken.”

 

|Doorsturen

Uw reactie