Algemeen

Piet Keizer: de roadie die rockster werd

‘Het gebeurt je niet iedere dag dat je voor een band als The Cats wordt gevraagd…’

,Nou, ging lekker toch?’ Was de reactie in kenmerkende Volendammer stijl van zijn al beroemde bandgenoten na zijn debuutoptreden. Een korte, misschien zelfs nonchalante opmerking, maar Piet wist dat het goed was. ,,In Volendam hoor je het alleen als het níet goed is”, lacht hij. Als twintigjarig broekie werd Piet Keizer (69) gevraagd om The Cats tijdelijk te komen versterken. Hij zou de rol van Cees ‘Poes’, die aan stemproblemen leed, gedurende drie maanden op zich moeten nemen. Na de terugkeer van de ‘Without your love’-zanger zou Piet Veerman weer de enige Piet in The Cats zijn. Het lot bepaalde anders: Piet bleef een ‘Cat’ tot het moment waarop het doek viel voor de immens populaire band.
Door Kevin Mooijer


Dat Piet als jong knaapje geïnteresseerd raakte in de muziek, kwam niet geheel onverwacht. Zijn vader, Lucas Keizer, was namelijk fervent muzikant. Als naamgever van de Lucas Keizer Band en later als bandlid tijdens het tweede leven van De Evoband, maakte Piets vader naam in de lokale muziekscene. ,,Ik was een jaar of elf toen mijn vader uit het niks vroeg wat voor instrument ik graag zou willen leren bespelen”, herinnert Piet. ,,Gitaarspelen leek me wel iets. Niet veel later kwam hij thuis met een akoestische gitaar. Die gitaar heb ik nog steeds staan. Op het moment dat ik die gitaar voor het eerst in mijn handen kreeg, wist ik dat ik uiteindelijk een band ging starten.”

Bandjes
Met zijn gitaar onder de arm liep de elf jaar oude Piet door Volendam, op weg naar een gitaarleraar. ,,Zoals zovelen begon ik destijds met gitaarles bij Dick ‘Corn’ van The Skyriders. Daarna heb ik nog even les gehad van Evert Woestenburg. Sologitaar werd bijna nog niet gespeeld, ik leerde dus alleen de basis: akkoorden pakken en bij hoge uitzondering een tokkeltje spelen. Zo ben ik de daaropvolgende jaren aan de slag gegaan. Met in mijn achterhoofd het doel om een eigen band te formuleren, bleef ik oefenen.”
Rond zijn vijftiende levensjaar deed de langverwachte kans zich voor. ,,Jan Veerman, een vriend van me, stelde voor om samen een bandje op te richten. Dat klonk als muziek in mijn oren. We gingen direct op zoek naar geschikte lotgenoten. Met onder meer Jan Keizer en Lida Bond stelden we een mooie groep samen. Vanaf dat moment zouden we bekendstaan als The Q-Tips. Na een paar repetities stonden we al op de bühne. Ondanks dat we een coverbandje waren, kwamen we door heel Noord-Holland en Friesland te spelen. We schopten het zelfs tot voorprogramma van The Cats. Na verloop van tijd ging het zo lekker met The Q-Tips dat we plannen maakten om eigen werk op te nemen. Alles was in kannen en kruiken, maar de BZN gooide roet in het eten. We stonden al met één been in de studio toen ze onze zanger wegkaapten”, lacht Piet. ,,Jan Keizer vertrok om drummer van BZN te worden. We zijn met The Q-Tips nog een tijdje doorgegaan met mij als zanger, maar eigenlijk was het vanaf dat moment afgelopen met de band.”
Na een tijdje niet in de muziek actief te zijn geweest, vroeg Piet aan zijn goede vriend en Cats-roadie Jan ‘de Koster’ Schilder, of hij eens mee mocht naar een optreden. ,,Jan was binnengekomen als broer van Jaap, de gitarist en koorzanger, maar was inmiddels uitgegroeid tot vaste roadmanager van The Cats. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik of ik niet eens mee mocht met die jongens, maar aan het einde van de avond kreeg ik een baan aangeboden. Ik kon fulltime roadie van The Cats worden. Dat zag ik natuurlijk wel zitten. Een beetje het podium opbouwen, instrumenten aansluiten, soundchecken en af en toe invallen tijdens repetities.” Piet lacht: ,,Als ik het zo opsom klinkt het misschien charmant, maar een leven als roadie bestaat natuurlijk voornamelijk uit sjouwen.”

‘Van degene die de spullen klaarzet
naar degene
waarvóór de spullen worden klaargezet’

,,Het mooiste van mijn functie waren de repetitieavonden. Als er iemand even later was, mocht ik invallen. De ene keer was ‘Schuimpie’ te laat, dan zat ik te drummen, de andere keer was Cees, Jaap of Piet te laat en stond ik gitaar te spelen en als Arnold er nog niet was speelde ik bas. En meezingen met die fenomenale koren hé. Zo leerde ik niet alleen ook te drummen en bassen, maar raakten The Cats en ik op elkaar ingespeeld. Die invalbeurten hebben later natuurlijk zijn vruchten afgeworpen voor mij.”
Hoe de eerste invalbeurt precies ontstond kan Piet helaas niet meer voor de geest halen. ,,Die jongens wisten dat ik in een bandje had gezeten. Ze wisten dat ik gitaar speelde en kon zingen. Dat ik uiteindelijk tijdens repetities de zesde man werd is daar ongetwijfeld door ontstaan. Arnold of Piet zal iets hebben geroepen als: ‘Piet, pak jij die gitaar even tot Jaap er is’.” Waar menig muzikant er een stukje arm voor over zou hebben om met The Cats te mogen spelen, blijft Piet Keizer er nuchter onder. ,,Ik werkte dagelijks met ze. Voor mij was het gewoon mijn baan. En invallen tijdens de repetities was daar onderdeel van.”

Zweden
Na twee jaar als roadie van de populairste band van het land te hebben gewerkt, ontstond er unieke kans voor de Piet. ,,Cees ‘Poes’ kreeg last van stemproblemen en zou drie maanden nodig hebben om te herstellen. De agenda stond echter vol met optredens, om aan die contracten te kunnen voldoen moest er een tijdelijke vervanger voor Cees worden aangesteld. Ik zat nietsvermoedend in de kroeg toen ‘Schuim’ naast me kwam zitten. Hij vroeg of ik auditie wilde doen voor de tijdelijke functie. Een mooiere promotie kan je denk ik niet maken. Van degene die de spullen klaarzet naar degene waarvóór de spullen worden klaargezet. Uiteraard stemde ik in met de auditie. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of ze ook andere kandidaten hebben benaderd, maar terugkijkend denk ik dat ik de logische keuze was. Ik had dagelijks met ze te maken, kende de jongens en het repertoire goed en speelde al regelmatig met ze samen.” Het resultaat is bekend. Piet zong een drietal liedjes van Cees en werd aangenomen.
,,Hoewel mijn rol in The Cats slechts drie maanden zou gaan duren, beheerste mijn naam toch de landelijke headlines. Ik wist niet wat me overkwam, in één klap was ik bekend in Nederland. Verschillende grote kranten en dagbladen vroegen interviews aan, er werd een fotoshoot georganiseerd, ik kwam op televisie, en in de tussentijd had ik een week de tijd om het volledige Cats-repertoire te memoriseren. Al het gitaarwerk, de koren en in sommige gevallen de leadzang. Je moet je voorstellen dat we in die tijd nog geen iPads op het podium hadden staan. Alle veertig liedjes moesten uit het hoofd.”
Piet kreeg een aantal boekjes met teksten, akkoorden en een stukje bladmuziek en ging aan de slag, wetende dat hij aan het einde van de week als professioneel muzikant richting Scandinavië zou vertrekken. Of hij er nu klaar voor was of niet. ,,Dat was het enige moment van spanning dat ik me kan herinneren, het moment waarop ik in Zweden het podium opstapte en tussen The Cats in stond. Het feit dat ik gemiddeld tien jaar jonger was dan de andere bandleden hielp daar niet bepaald bij.”
Volgens Piet was zijn debuutoptreden niet van gigantische omvang. ,,We speelden voor een paar duizend man, geen bijzonder grote show dus. Na afloop was het voor mij een kwestie van hopen dat ik het in de ogen van de gerenommeerde bandleden goed had gedaan. Die bevestiging kreeg ik op geheel Volendamse wijze in de kleedkamer: ‘nou, ging lekker toch?’, zei één van de jongens. Dat was voor mij een geruststelling. Na het horen van die vier woorden wist ik dat ik officieel door de keuring was.”

‘Ik was er al die tijd van uit gegaan dat ik
mijn taken als roadie weer op zou
moeten pakken,
maar Arnold zei: ‘blijf er maar bij’’

Vanaf dat moment stapte Piet in de sneltrein die The Cats heette. Gelijk na zijn eerste optreden in Zweden reisde de band door naar Duitsland, waar een geplande tournee in het verschiet stond. Een mooie kans voor Piet om vlieguren te maken. ,,Dat toertje was fantastisch om mee te maken als één van de bandleden. Negen dagen lang in grote Duitse steden voor een flinke opkomst spelen. En ik had beschikking over de beste instrumenten. Voor het ene nummer pakte ik Piet Veermans gitaar, daarna stond ik weer met een vintage Gibson Les Paul in mijn handen, dan weer een prachtig 12-snarig model, en ga zo maar door.”
Als jonge muzikant met beschikking tot de best denkbare instrumenten voelde Piet zich als een kind in een snoepwinkel. Ervan uitgaande dat zijn muzikale avontuur een kort leven beschonken zou zijn, genoot hij met volle teugen van het Cats-schap. Hij zou er even van mogen proeven, zo dacht hij. Daarna zou het weer een kwestie van sjouwen en tillen zijn. Het verhaal kreeg een andere wending. ,,De drie maanden die Cees aanvankelijk nodig had om te herstellen, bleken niet voldoende. Het werden vijf, misschien zelfs zes maanden. The Cats hadden in de jaren voor mijn tijd al een flinke naam opgebouwd en beschikten daardoor over een trouwe fanschare van gigantische omvang. De fans volgden de band op de voet, The Cats had geen geheimen voor ze. Fans zongen het complete repertoire woord voor woord mee, bezochten alle shows en hadden favoriete bandleden. Op het moment dat Cees hersteld was en terugkeerde, bleek dat ook ik fans had opgebouwd.”
Piet schiet in de lach: ,,Ze konden niet meer buiten me om. Nee, dat is niet waar, hoor. Ze konden zeker om me heen als ze dat hadden gewild, maar het was verstandiger om me erbij te houden. Ik was er al die tijd van uit gegaan dat ik mijn taken als roadie weer op zou moeten pakken – en dat had ik eerlijk gezegd ook niet erg gevonden - maar Arnold zei: ‘blijf er maar bij’. Achter de schermen hadden ze dat gesprek natuurlijk al gevoerd.”
‘Blijf er maar bij’, zo luidde de zorgeloze getuigenis van één van de prominente Cats-leden over het wel of niet aanblijven van een muzikant in de meest populaire groep van het land. De reactie van Piet Keizer zou al net zo flegmatiek zijn. Hij antwoordde iets in de trant van: ‘is goed, jongens. Prima.’ De stoïcijnse gesprekken waren ongetwijfeld de uitkomst van de tijd waarin ze leefden én de Volendammer gebruiken waar de hoofdpersonen mee waren opgegroeid. In die tijd leek men het niet altijd even nauw te nemen. Kijken waar het schip strandt, maar tegelijkertijd de nummer 1-hits aan elkaar rijgen. Het leek te werken voor The Cats, zo bleek ook in de studio.

Linda
,,Cees en ik kregen een soort gedeelde rol in de band. Ik kon hem hier en daar ontlasten en verder kreeg ik een aanvullende functie in het geheel. Een extra stem in de koren, een gitaar erbij en soms speelde ik piano. Niet alleen live ging dat zo, maar ook in de studio werd mijn bijdrage op waarde geschat. Ik weet nog dat we aan een album werkten en Jaap ‘de Koster’ tegen me zei: ‘zing jij dit nummertje eens’. Dat werd ‘Linda’, het eerste nummer waarop ik de lead zing. Het waren geen vooropgezette plannen, het liep allemaal gewoon zo. We hadden alle vrijheid in de studio. Dat hadden The Cats na al die successen wel opgeëist bij de platenmaatschappij.”
In 1973 vertrokken de Volendammers naar de Verenigde Staten op het album ‘Love in your eyes’ op te nemen. ,,We wilden een keer in een Amerikaanse studio werken. In Los Angeles werd ons die kans geboden door producer Al Capps. Om geen studiotijd te verdoen kwam Capps naar ons hotel. Op één van onze kamers moest iedereen om beurten zijn koorstem voorzingen. Daarna wilde hij het geheel horen. Dat hadden we natuurlijk wel onder controle, die koren waren ons signatuur. In de studio werd het instrumentale aspect opgenomen door sessiemuzikanten. En dat is iets dat je een keer moet hebben meegemaakt in je leven, het bijwonen van een opname met sessiemuzikanten. Om die mensen aan het werk te zien, dat is echt iets bijzonders. Ze kregen de bladmuziek van liedjes die ze nóóit eerder hebben gehoord en nog geen vijf minuten later spelen ze het feilloos weg. Alsof ze het nummer al járen samen spelen. Fouten worden niet getolereerd op dat niveau. Maakt een sessiemuzikant in dat klimaat twee foutjes, dan wordt de volgende naam op het lijstje gebeld. Enfin, zij zetten de drums, bas, toetsen en begeleidende gitaren op de band en wij zongen eroverheen. Daarna kwamen de orkestrale arrangementen en de kenmerkende sologitaar van Piet ‘de Koster’ erbij en dat was dat. Dan zat ons werk erop.”

‘Die samenzang
van vijf stemmen,
dat deed het hem.
Daar kwamen die
60.000 mensen voor
naar het Malieveld’

De grootheid van The Cats bleek wel toen hun thuisland lucht kreeg van een nieuwe single die aan de andere kant van de Atlantische Oceaan in de maak was. ,,Wij zaten letterlijk nog in Amerika toen we hoorden dat een nummer waar we aan werkten, ‘Be my day’, al op nummer 1 op stond in Nederland. Nog niemand had een ook maar één noot van het nummer gehoord, maar op basis van inschrijvingen bij platenzaken kwam hij op nummer 1 binnen. Dat was voor die tijd nooit eerder gebeurd.” Op de terugreis in het vliegtuig sloeg het noodlot toe voor The Cats. ,,Piet Veerman biechtte op dat hij wilde stoppen. Hij zou de optredens die in de agenda stonden afmaken en daarna zou hij de pijp aan Maarten geven. Piet zat tegen een burn-out aan en bovendien voelde hij het niet meer. Hij wilde rust pakken en daarna aan een solocarrière werken.”
Een jaar later viel het doek voor The Cats. ,,Ik heb drie en een half jaar in The Cats gezeten. Voor mij had er nog wel een paar jaar ingezeten. Ik vind het tot op de dag van vandaag jammer dat we stopten. Destijds gingen de jongens zonder Piet nog verder met televisie en radio uitstapjes, maar daar heb ik voor bedankt.”
Piet Keizer heeft het destijds nooit als ‘speciaal’ ervaren om lid van misschien wel de populairste Nederlandse band van de jaren ’60 en ’70 te zijn. ,,Het voelde gewoon als mijn baan. Begrijp me niet verkeerd, ik ben enorm bevoorrecht dat ik het mee heb mogen maken, maar voor mij waren die jongens geen sterren. Ik werkte dagelijks met ze, ook al voordat ik in de band kwam. Piet Veerman zag ik als maat, niet als grootheid. Op dat moment besef je niet wie er naast je staan. We konden in Volendam gewoon nog over straat en dat kunnen we nog steeds. Als je het leeft, realiseer je niet dat je de geschiedenisboeken in gaat. Terugkijkend ben ik er trots op dat ik er onderdeel van ben geweest, want laten we eerlijk zijn, het gebeurt je niet iedere dag dat je voor een band als The Cats gevraagd wordt.”
Zijn jaren in The Cats omschrijft Piet als ‘rock ’n roll’. ,,Onze muziek stond bekend om die imponerende arrangementen en de feilloze koren. Live hadden we slechts beschikking over één van die eigenschappen. Een orkest op het podium was geen optie, het moest dus van de koren komen. Tijdens optredens waren we maar een simpel rock ‘n roll bandje, maar dan wel met die koren. Dat onderscheidde ons live van andere acts. Die samenzang van vijf stemmen, dat deed het hem. Daar kwamen die 60.000 mensen voor naar het Malieveld.”

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties