Algemeen

Niels Melman en de mannen van de Vrijwillige Brandweer, helden van de nacht

In dat beschermende pak zit een mens

Op 1 januari is het straks 20 jaar geleden dat Volendam breaking news was in Amerika (CNN) en Groot-Brittannië (BBC). Nederland raakte geschokt, omdat bar De Hemel in brand stond en tientallen feestvierende kinderen – van buiten en van binnen – verwond raakten. Veertien jongeren kwamen te overlijden, duizenden mensen waren betrokken. Families, vrienden, omwonenden, hulpverleners, ooggetuigen, velen raakten getraumatiseerd. Naast de vele drama’s bracht de nasleep van de Nieuwjaarsbrand ook onvoorstelbare veerkracht en verrassende, soms ontroerende, gebeurtennissen met zich mee in de twintig jaar daarna. De Nivo brengt een reeks verhalen met mensen uit die betrokken groep. Vandaag Niels Melman (49), één van de dienstdoende mannen van de Vrijwillige Brandweer die nacht. Het vuur was al gedoofd, maar zij bewezen heldenmoed als reddingswerkers en zagen van alles, waar je niet voor wordt opgeleid.
Door Eddy Veerman


De PoCo (Postcoördinator) van nu groeide als een boerenzoon uit Katwoude op in Volendam en ging er, net als zijn jongere broer en zus, naar de basisschool. ,,Je wordt als brandweerman geboren”, begint hij zijn relaas. ,,Als kind zei ik al: als ik zeventien ben, ga ik bij de brandweer. Mijn ooms zaten er bij, alsmede bij de reddingsmaatschappij. En je werd destijds voor de brandweer gevraagd, als boerenzoon. In Katwoude hebben we stormen met grote schade en wel wat ongelukken gehad. Vervolgens kwam de gemeentelijke herindeling, werd ‘Katwoude’ opgeheven en kwam ik bij de Brandweer van Broek in Waterland. Daar raakte ik door de wol geverfd, hadden we te maken met veel verkeersdoden in een jaar en dat zijn vaak hele heftige situaties. Gebeurtennissen, die in je geheugen gegrift zitten en dat neem je mee voor de rest van je leven. Je geeft het een plek, maar je vergeet het nooit meer. Met de Nieuwjaarsbrand als dieptepunt. Je denkt dat je er geen last van krijgt, maar ook Nielsie kreeg er last van…”

‘Je denkt dat
je er geen last
van krijgt,
maar ook Nielsie
kreeg er last van…’

Toen hij een Volendamse vrouw trouwde, sloot hij tevens in 1997 een huwelijksovereenkomst met de Vrijwillige Brandweer in het dorp. ,,Als jong broekie begonnen, deed ik de bevelvoerdersopleiding. En als jongeren schopten we goed tegen de oude garde aan”, lacht hij.
,,Ik kwam als vreemde eend in de bijt. Een jas. Daar moesten ze aan wennen, maar inmiddels heb ik alle posities gehad, voorzitter, penningmeester, nu PoCo. De jongens luisteren naar me en ik weet dat de één me een lul vindt en de ander vindt me fantastisch. Inmiddels ben ikzelf van de ‘oude garde’, dat is harder gegaan dan we hadden gedacht.”
Eén van de mannen van de gevestigde orde, Cor Steur, vroeg hem destijds in het staalbedrijf van Siem Steur te komen werken, als calculator. ,,Zo kreeg ik van die mannen het verschrikkelijke verhaal mee dat zij in hun jongere jaren als brandweer een keer in de haven een groepje toeristen, die in hun bootje tijdens hun slaap door verstikking om het leven waren gekomen, eruit moesten halen.”
,,Ten tijde van 01-01-01 had ik samen met René Mossel en Evert Sier (Bul) net die opleiding afgerond. Brandweerman is een roeping, waarbij de één een voortrekkersrol wenst en de ander zit liever achterop bij een uitruk. Ik ben zo’n persoon die altijd voorop wil lopen.”
Dat deed hij die avond ook. ,,Overdag waren er wat containerbrandjes geweest, veroorzaakt door jeugd en vuurwerk. Ik zat bij een maatje op het Munnikenveld. Rond half één ging de pieper: ‘Brand op de dijk’, kreeg ik te horen. Ik had nog niet veel gedronken, de adrenaline pompte bovendien in één keer al die alcohol weg. Ik deed als eerste de deur van de kazerne open. Nico Lansen was destijds postcommandant en Cor Steur de commandant. Onderweg hoorden we dat het flink fout was op de dijk, dat het in Het Hemeltje te doen was en er een hoop slachtoffers waren.”
,,Nico reed in de auto voor ons, we gingen de klucht van de Zeestraat op, kwamen de bocht om en het was als een rode zee die open ging voor ons en toen we verder waren gereden, zag je die mensenmassa zich weer achter ons sluiten.”

Uppercut
,,We parkeerden onze auto, met daarin verder Thoom Veerman, Jos Kras, Nico Tuijp (flip), Nico Sier (Waffel), Tom Koning (slap) voor de WirWar. En stapten uit in één gigantische chaos. ‘Perslucht op, ga naar binnen en kijk of je boven kunt komen’, was de boodschap. We hoorden meteen dat het vuur uit was. Ik zag een barganger door het kapotte glas van de pui van de Wir War naar buiten stappen. En vergeet nooit meer dat ik twee slachtoffers wilde opvangen, ik pakte ze vast bij hun armen en zei ‘kom hier’. Maar ze liepen zo door, terwijl ik ze vast had. Had ik alleen maar vellen in mijn handen.”
,,Vervolgens kreeg Nico een uppercut van een slachtoffer, die volledig in paniek om zich heen sloeg. Nico viel om, maar kon gelukkig wel verder. De Brandweer van Edam werd er bij gehaald en de hoogwerker uit Purmerend. Er kwamen ook slachtoffers uit lopen die bij onze Vrijwillige Brandweer zaten. André Schilder, Wouter Guijt en Mark Lansen, die afgevoerd moest naar het ziekenhuis, waardoor we zijn vader Nico ook moesten laten gaan.”
,,Hoe kreeg je in Gods naam orde in de chaos? Ik keek om me heen, zag dat er her en der slachtoffers gereanimeerd werden en de toestroom van mensen bleef maar doorgaan. Op een gegeven moment ben ik in onze auto gaan zitten, pakte de megafoon en riep de mensen op om aan de kant te gaan, zodat we ruimte kregen om ons werk te doen. Keek ik vervolgens achterom, zaten er vier slachtoffers op de achterbank. Die werden geholpen.”
,,Door de massaliteit en hectiek kregen we er in het eerste uur geen grip op. En het was zó ontzettend koud. We probeerden zoveel mogelijk slachtoffers te koelen, te sproeien, maar ze moesten ook allemaal worden afgevoerd. Er bestaan opnames dat ik de AlarmCentrale oproep ‘Stuur alles wat je hebt. Stuur maar tachtig ambulances’. Aan de andere kant van de lijn was ook paniek. Want waar haal je die ambulances vandaan?”

‘Het is zo
complex en heftig,
je hersenen
draaien overuren’

Traumahelikopters mochten destijds vanwege regelgeving ’s nachts niet landen. ,,Er kwam een Sigma-tent voor gewondenopvang op de dijk, maar die stond eigenlijk verkeerd. Daardoor werd de doorgang geblokkeerd voor ambulances. Maar er gaan dingen goed en er gaan dingen fout bij een ramp. Een aantal brandweermannen was al de huizen in gegaan om te kijken waar slachtoffers waren. Zo ben ik zelf bij Jan Tol (nonnie) in huis geweest, waar jongeren onder de douche stonden. Tussentijds ben ik ook boven in De Hemel geweest. Daar lagen nog overleden jongeren die geïdentificeerd moesten worden. Ook die beelden gaan nooit meer van je netvlies. We hebben direct de technische recherche er bij gehaald. En wat op die momenten meteen in je gedachten opkomt, is dat hun ouders een vreselijk bericht krijgen. Het zal je overkomen…”
,,Na anderhalf á twee uur ben ik de Pompadour binnen gegaan en vroeg Jan Zwarthoed (pom) of ik mijn zwangere vrouw even mocht bellen. Toen heb ik staan janken, dat luchtte even op. Want wat we hebben gezien, dat maak je nooit meer mee. Het is zo complex en heftig, je hersenen draaien overuren. In korte tijd moet zoveel gebeuren dat er zo’n druk op je hoofd komt. Iedereen wil wat van je en je wilt iedereen helpen, maar dat gaat niet. Je moet keuzes maken.”
,,Dat gold ook voor de ambulancebroeders. Wat die voor de kiezen hebben gekregen.” Af en toe slaat hij stukken over. Bewust. ,,Sommige dingen die je hebt gezien, kun je beter voor jezelf houden. En daarbij, iedereen heeft dezelfde gebeurtenis anders beleefd.”
,,Rond zeven uur ’s ochtends reed ik naar de kazerne. En spookte de gedachte door mijn hoofd: wat is hier is nou gebeurd? Ik was nat en koud. We werden opgevangen door het BOT (Bedrijfsopvang Team). Die mensen beseften ook dat dit uitzonderlijk was. Er zaten al enkele brandweermannen en ik zag de terneergeslagen koppies. ‘Nu begint het pas’, dacht ik.”

‘Terneergeslagen koppies’
,,Ik wilde groot blijven. Nazorg? Wat moest ik daar mee? Wij waren opgevoed met ‘niet lullen maar doorgaan’. Eenmaal thuis ging ik even op bed liggen, maar slapen kon ik niet. Een paar uur later was ik weer op de kazerne en alle jongens waren weer teruggekomen. Dit kon je niet wegstoppen.”
,,Ik had enkele dagen later zeven examens voor Technische Bedrijfskunde. Ik zakte voor de eerste toets. Heb ik mezelf van alles afgesloten, de knop omgedraaid, vervolgens alles en ook die ene ‘her’ gemaakt. Het lukte allemaal en daarna ben ik het proces van de nasleep ingegaan.”
,,Na de Stille Tocht op 11 januari kwam ik terug in de kazerne en heb ik met mijn gappie zitten janken, toen kwam alles er uit. We konden gebruik maken van buddy’s en je zag al vrij snel dat er jongens sneuvelden, afhaakten bij de brandweer. Dat had met de ramp te maken.”
Een paar maanden later kwam de rapportage van de Commissie Alders: er was van alles mis aan de voorkant en ook tijdens de nacht. ,,We kregen te horen dat we het niet goed hadden gedaan. Kregen we weer een klap in onze bek…”
,,Ondertussen probeerde eenieder op zijn manier het dagelijkse leven op te pakken. Nazorg had ik niet meer nodig, want daar had ik toch niks aan. Tot vijftien jaar later. Toen kwam de klap. Mijn voormalige vrouw vond dat mijn gedrag veranderde, ook de houding naar de kinderen toe. Tja, moest ik dan naar een psycholoog toe? Wat zouden anderen, bijvoorbeeld de jongens in de kazerne, daar niet van denken?”
,,Ondertussen hadden enkele jongens al hulp gezocht en zo heb ik ook contact gezocht met een psycholoog. Hadden we nou maar eerder met z’n allen zo’n traject in gegaan. Maar dat is dat Volendamse: wij lossen dat samen op, we hebben de buitenwereld niet nodig. Dat heeft z’n goede kanten, maar ook valkuilen.”

‘Dat is dat Volendamse:
wij lossen dat
samen op, we hebben
de buitenwereld
niet nodig. Dat heeft
z’n goede kanten,
maar ook valkuilen’

,,Tegenwoordig, als iemand afglijdt, dan wordt er gesignaleerd en is er sociale controle in de groep. Maar destijds klonk het vaak van ‘ik heb niks’ en dat deed ik ook. Maar zoiets als die ramp is niet normaal, als je dat als mens mee moet maken. Je kunt het een tijdje opkroppen, maar uiteindelijk moet je er wat mee.”
Bij Niels was er een voetbalblessure voor nodig. ,,Ik brak mijn been, viel flauw en kwam in het ziekenhuis bij. Stond de ambulancebroeder nog naast me en vroeg of ik bij de Nieuwjaarsbrand betrokken was. Bleek dat ik tijdens de rit ijlend allerlei flarden van de ramp aan het vertellen was…”
,,Veel dingen onthoud je, maar je vergeet ook dingen en dat is misschien maar goed ook, want als je alles tot in je ziel moet onthouden, dat is misschien niet goed voor je gezondheid.”
,,Dus toch maar naar de psycholoog: ik had er niks mee, maar na een half uur rolden de tranen over mijn wangen. Hoe stom kon ik zijn, had ik het nou maar tien jaar eerder gedaan. Ik heb er zes maanden gelopen, voor zo’n twintig sessies en sindsdien heb ik af en toe nog contact met haar. Dat heeft enorm geholpen. Alle verkeersongelukken passeerden de revue, met onder meer iemand die in mijn armen overleed. Het had zich steeds meer opgestapeld.”
,,Na de eerste sessie met haar heb ik meteen op maandagavond voor de groep brandweermannen gestaan, om te vertellen dat ik bij de psycholoog liep en bezig ging om onder meer de ramp te verwerken. Daar kreeg ik veel waardering voor, dat ik daar zo open voor uit kwam.”
,,Ik kon het in die zin afsluiten, dat ik tegen mezelf zei: Niels, je hebt daar met z’n allen je stinkende best gedaan. Alders en anderen, die zeiden dat er dingen fout zijn gegaan, zij stonden er niet. Wij stonden wél op de dijk. In die uren, onder die omstandigheden, met die middelen, in zo’n hectiek. We hebben niet iedereen kunnen redden, maar we hebben wel mensen gered.”

Vergrootglas
,,We lagen daarna onder een vergrootglas met de brandweer. Brandpreventiemedewerker Cees Bont is destijds niet op een goede manier behandeld, dat had ook indirect zijn weerslag op de groep. De burgemeester had hem meteen na de ramp in bescherming moeten nemen.”
,,De huidige burgemeester, Lieke Sievers, heeft het initiatief genomen onze groep voor komende maandag, twintig jaar later, bij elkaar te halen. Met de oude garde erbij waren we destijds met 43 mannen, inmiddels met zo’n 23. Dat het grootste gedeelte er maandag bij is, betekent dat het nog steeds leeft. Ik wil ook weer een keer De Hemel in en ook daarvoor is behoorlijk wat animo onder de brandweerlieden. Ik ben al eens terug geweest en toen had ik veel herbeleving. Daar zal straks ook sprake van zijn. Maar voor mij is het wel goed dat ik het doe.”
,,Ik heb zóveel respect voor hoe al die getroffenen hun leven invulling hebben gegeven. Ik dacht echt: straks zit er een groep vrijgezellen in Volendam; maar ze hebben prachtige banen, wonen samen, hebben kinderen, dat zegt genoeg over de kracht. Dat maakt het ook voor ons draaglijker.”
,,Inmiddels hebben mijn kinderen die leeftijd. Dat maakt mij ook voorzichtiger. Maar ik probeer ze ook bewust te maken van situaties die realistisch zijn. Nadat ik uit het bedrijf van Siem Steur ben gestapt en met Ab Veerman (reus) samen in Veerhuis ben gegaan, heb ik vanwege het bouwen in onderontwikkelde landen met eigen ogen diepe, diepe armoede gezien. Plekken met niet eens een menswaardig bestaan. Mijn kinderen hebben alles, zoals zoveel kinderen in Volendam, Ik doe er zelf ook aan mee, zei nooit ‘nee’, al gaat het nu wat beter.”

‘Ik wist niet
wat ik zag en
begreep heel goed
dat mijn meissie
niet alleen over
het Middengebied
durfde te fietsen’

,,Ik vind dat we weer een beetje afglijden. Mijn dochter durft niet alleen over het Middengebied te fietsen en vroeg laatst of ik haar op wilde halen, tijdens dat niet-kermisweekeinde. Ik wist niet wat ik zag en begreep heel goed dat mijn meissie niet alleen over het Middengebied durfde te fietsen. Zouden de ouders nou niks hebben geleerd, van de ramp destijds, van de vele drugsproblemen daarna? Moet er weer iets gebeuren zodat we opschrikken? Hoe kunnen we als ouders nog steeds zitjes zonder toezicht laten gebeuren?”
,,En we hebben die klotendrugs. Dat baart me zorgen. Ik ben niet het type ouder dat zegt ‘mijn kinderen doen dat niet’. Ik geef hen mee dat ze eerlijk moeten zijn, dan kunnen we er samen over praten. En ik wil ook dat, als iemand anders iets heeft gezien of gehoord daaromtrent, mij dat vertelt. Dat is geen kwestie van verraden, dat is helpen. Veel jongeren zijn met drugs bezig, dus er is kans dat ieders kind er mee geconfronteerd wordt. Tuurlijk zijn er fases waar we met z’n allen doorheen moeten, maar waarom pakken we dat nou niet op met alle ouders? Dan denk ik: sta nou ook eens op met z’n allen. Na de ramp kon het wel, samen. En als het om deze troep gaat, lukt het dan niet?”
,,De taal die sommige kinderen gebruiken, hoe ze zich gedragen, waar is de moraal? Er is geen respect voor politie of een andere autoriteit. Ik was ook ondeugend, maar bepaalde dingen hoefde ik niet in mijn hoofd te halen, van mijn ouders.”
,,Gelukkig gaat het met een grote groep jongeren goed, maar er zijn jongeren die op een ander pad bezig zijn en die groep wordt in mijn ogen te groot. Tijdens een recente kermis stond ik in een gelegenheid in een wc te plassen, stonden jongens om me heen drugs te gebruiken. Vroeger was die ene gebruiker de uitzondering, nu is het andersom.”
Hij heeft een oud-klasgenootje en maatje zo naar de verdoemenis zien gaan. ,,Wat kun je afglijden? Ik ben met hem opgegroeid en heb hem weggedragen uit zijn huis toen hij na een dosis drugs dood aan de tafel zat. En we hebben veel meer verslaafden rondlopen in het dorp, of puberjongens die blowen.”

Aanwas
,,De jonge jongens die zich aanmelden bij de brandweer, zijn toch wat verder in hun ontwikkeling en we hebben gelukkig weer nieuwe aanwas”, maakt hij een sprongetje.
,,Jonge honden, die ten tijde van de ramp nog heel jong waren en ‘het’ niet hebben meegemaakt. Die waarschuwen we wel, met onze ervaringen. Ik heb bij de brandweer van alles meegemaakt: verschrikkelijke gebeurtenissen maar ook mooie dingen. Want een mooie brand – ook al klinkt dat raar om hardop te zeggen – is een goede motivatie voor een brandweerman. Dat is waar je het voor doet. Dan is iedereen van de ploeg er, klaar je samen de klus en je groeit naar elkaar toe.”
,,Maar je loopt ook risico’s op andersoortige incidenten. Zoals reanimaties. Op een gegeven moment is je emmertje vol. Toen een vrouw, die door reanimatie overleefde, een keer aan de deur was, was ik gelukkig niet thuis… Want ik sta net zo hard mee te janken met haar. Dat had ik vroeger niet. Want bij de brandweer had je geen emotie.” Maar het schild gaat er van af. ,,Ook omdat je zelf kinderen hebt. Je bent een mens en hebt ook emotie. We geven de nieuwe generatie ook mee dat ze niet stoer hoeven te blijven als er iets gebeurt.”
Niels knikt, als ‘mannen in een machocultuur’ klinkt. ,,We hebben laatst ook een vrouw in de opleiding gehad. Mooi toch? De brandweer is een onderdeel van je leven en we praten niet van collega’s maar maatjes, gabbers. Het zijn mensen waarvoor je door het vuur gaat en voor wie je een stapje harder zet.”
,,Ze zeggen wel eens dat de houdbaarheidsdatum van een brandweerman tien jaar is. Daar zit misschien een kern van waarheid in. Waarbij het er van afhangt wat je allemaal meemaakt. Ik hoop dat ik de 35 jaar vol mag maken en er zijn weinig maandagavonden, als we bijeenkomen, die ik heb gemist.”
,,We hebben een Brandweer vóór en na de ramp. Mijn geluk was dat ik weinig jongeren kende. Enkele van ons wel en zij zijn ook gaan condoleren en naar begrafenissen geweest. Goed dat ze dat gedaan hebben, Maar je moet jezelf ook in bescherming kunnen nemen. Het heeft zo’n impact op je leven.”

‘Mijn vader zei
altijd: als je
voor een kwartje
geboren bent,
moet je nooit
een euro
willen worden’

,,Enkele jaren na de Nieuwjaarsbrand kon ik professioneel brandweerman worden, maar ik koos voor het bedrijfsleven. In die overweging nam ik ook mee dat hoe hoger je komt bij de brandweer, des te meer je te maken krijgt met politiek gezwets. We hebben nu zo’n 24 posten in Zaanstreek-Waterland en tijdens bijeenkomsten zijn er altijd maar één of twee die praten, daar ben ik er één van. Ik laat niet zomaar alles over me heen komen en dat doet de Volendamse Brandweer ook niet. Die schopt graag tegen de gevestigde orde. Men laat zich niet zomaar regels opleggen. Maar er zijn wel eens veranderingen in de wereld, die je niet tegen kunt of moet houden en dan moet je mee.”
,,Toen Zaanstreek en Waterland samengingen, was Volendam de paria. Heb ik wekelijks gesprekken gevoerd met de top. Heb ik om tijd gevraagd en rust gebracht. Nu zijn we één van de beste posten van de regio. Volendam neemt niets klakkeloos aan. Het is een apart slag volk. Als gezegd wordt dat de afslag links genomen moet worden, dan kiezen de meeste Volendammers toch voor rechts, omdat ze het niet zelf bedacht hebben. Om vervolgens na enige tijd tot de conclusie te komen dat links toch de beste optie was. Het zijn keiharde werkers, maar ze hebben zo hun kuren”, lacht Niels.
,,Omdat de ramp hier was gebeurd, moest alles beter, preventie, handhaving, we moesten naar een nieuwe kazerne en er was sprake van dat we samen moesten met Edam, wat nu weer staat te gebeuren. Het is gewoon roerig geweest: vijf burgemeesters en een stuk of zeven commandanten. Nu dreigt een verhuizing naar de Deimpt, het oude politiebureau. We houden het niet tegen.”
,,We hebben nu een hele goede ploeg”, zegt de PoCo. ,,Ze zullen me nooit zien als een Volendammer”, knipoogt hij. ,,En ik bind graag de kat op het spek, met grapjes over de Volendammers. Die humor was en is er nog steeds, dat is één van de drijvende krachten van de brandweer.”
De samenlevingsovereenkomst met de brandweer mag voor hem nog zes jaar duren, daar waar zijn eigen huwelijk geen stand hield. ,,Met mijn nieuwe vriendin hebben we nu een samengesteld gezin met zeven kinderen, in de leeftijd van 10 tot 26 jaar, en dat is ook een mooie uitdaging.”
Hij houdt van een avontuur. ,,Je moet durven ondernemen. Dat doe ik met Veerhuis en de andere bedrijven ook. Ik wil niet dertig jaar het zelfde kunstje doen, ook al zou ik dan veel meer geld op mijn rekening hebben. Als ik mijn kinderen maar eten kan even, een stel kleren en een opleiding. Mijn vader zei altijd: als je voor een kwartje geboren bent, moet je nooit een euro willen worden. Je kunt steeds naar anderen kijken en jezelf afvragen waar hij of zij het van doet, maar dat interesseert mij niet. Je kunt ook kijken naar mensen die onder veel mindere omstandigheden moeten leven. En dan koesteren wat je zelf hebt en er iets moois van maken. Het leven is veel te leuk.”

|Doorsturen

C. J, Oudhuis

2020-10-07 22:16:58

Wat een geweldig verslag , ik ben er niet bij geweest maar heb het van af het begin tot 04 uur wel mee gemaakt ; Ik had mijn pieper open staan en hoorde om 6 à 7 minuten over half èèn dat het goed mis was. Het is een momend dat ook ik nooit meer vergeet, je moet het een plekje geven en dat heb ook ik gedaan. vr. gr Cees Oudhuis.

Uw reactie