Algemeen

Dick en Jannig zetten als omwonenden alle deuren open op 01-01-01

‘Kan er wel over praten, maar niet zonder tranen’

Op 1 januari is het straks 20 jaar geleden dat Volendam breaking news was in Amerika (CNN) en Groot-Brittannië (BBC). Nederland raakte geschokt, omdat tientallen feestvierende kinderen – van buiten en van binnen – verwond raakten door (de Nieuwjaars)brand in bar De Hemel. Veertien jongeren kwamen te overlijden, duizenden mensen waren betrokken. Families, vrienden, omwonenden, hulpverleners, ooggetuigen, velen raakten getraumatiseerd. Naast de vele drama’s bracht de nasleep ook onvoorstelbare veerkracht en verrassende soms ontroerende gebeurtennissen met zich mee in de twintig jaar daarna. De Nivo brengt vanaf een reeks verhalen met mensen uit die betrokken groep. Vandaag Dick Tol (Bolle) en zijn vrouw Jannig Tol-Veerman, die als omwonenden direct hulp boden.
Door Eddy Veerman

Het is zaterdagmiddag en een heuglijke ook. Kleinzoon Dion maakt zijn debuut als keeper in Jong FC Volendam, dat in de Tweede Divisie uit komt. Dat betekent dat ook voor diens broer Gerry – verhuist van FC Volendam naar IJsselmeervogels – de competitie begint. Toch staat opa Dick niet langs de lijn. Ook niet als de middelste van de drie voetbalbroers, Jari, in de FC speelt. ,,Ik ben al 25 jaar niet in het stadion geweest. Ik leef wel mee met wat de jongens doen.”

,,En we zijn wel trots op onze kleinkinderen”, vult zijn vrouw, één van de twaalf kinderen uit het gezin Veerman ‘Reus’ aan. Ze betraden hun huidige woning aan het Pellersplein in 1996, daar waar Dick opgroeide. ,,En toch, de dijk is zó dichtbij, maar ik kom hier nooit”, zegt hij, als we via het trappetje omhoog gaan en naar beneden lopen voor de foto. ,,Is dat daar nou De Hemel?”

Kopje onder
,,Als kind heb ik daar, bij het water, genoeg gespeeld. En meegemaakt, want meerdere gezinnen uit onze buurt verloren een kind dat al spelend hier verdronk in de haven. Ik heb er zelf ook twee keer in gelegen. Eén keer speelden we op de viskaren en viel ik in het water. En die keer dat ik door het ijs zakte, tussen de botters. Kopje onder ging ik, dat vergeet ik nooit meer. Cas Schilder (van Madoet) heeft me eruit gehaald.”
,,Nee, we hebben er niet minder door geslapen”, zegt Jannig op de vraag of een en ander is losgekomen nadat hen werd gevraagd om hun verhaal te doen. ,,Maar ik moest er wel aan denken, want we zouden vandaag twee ‘slapers’ krijgen, zoals we die nacht ook twee kleinkinderen hier te slapen hadden. Gerry en Jari, toen vijf en drie jaar oud.”
,,Zoals vaker zaten we die avond van oudjaar in de bank televisie te kijken en zagen we groepjes jongeren voorbij lopen, om de dijk op te gaan. ‘Kijk, gaan ze weer’, zei ik dan tegen Dick”, kijkt ze achterom, alsof die avond van twintig jaar geleden gister was. ,,En binnen een half uur was het een hel…Ik heb het gelukkig wel een plekje kunnen geven, maar Dick had er veel meer moeite mee.”
,,Toen het nieuwe jaar net was aangebroken, zagen we – door het raam kijkend – iets geks.” Dick: ,,Een enorme zwarte rookwolk.” Jannig: ,,Wat ze nou toch hebben afgestoken… Zo zeiden wij tegen elkaar.” Dick: ,,Achteraf gezien was die rook door de zuiging vrij gekomen uit De Hemel, toen daar de ramen in gingen en deuren open gingen.”
Jannig: ,,Even later stonden er opeens twee jongens voor ons raam. Ik deed de deur open en een zoon van Cees de Wit zei meteen ‘Bel 112, want Het Hemeltje staat in de fik’. Ik schrok en belde meteen. ‘Ziet u vlammen?’, werd mij gevraagd. Ik zag geen vlammen. Als dat zich zou voordoen, moest ik weer bellen… Die jongens bleven het mij vragen en pas bij mijn derde telefoontje werd me aan de andere kant van de lijn gezegd dat er ambulances onderweg waren… Ik heb alles wel een plek kunnen geven, maar eigenlijk vond ik dat het allerergste, dat telefoontje vergeet ik nooit meer. Waarom werd er niet meteen werk van gemaakt?”

‘Ons huis, boven in
de badkamer en beneden
in de huiskamer en keuken,
was volgelopen met
slachtoffers, hulpverleners.
Naderhand liep er ook
politie en brandweer
in en uit’

,,Met de deur nog open, zagen we dat drie jongens op ons huis af kwamen, waaronder Ruud Tol (babbet) en Klaas Buijs. Vanaf dat moment zaten we er middenin… Je zag de vellen hangen, dus we wisten dat ze meteen onder de kraan moesten. Ze begonnen meteen te vertellen over wat er was gebeurd, dat ze nog net weg konden komen. Ik belde een huisarts en dat ging ook niet soepel, want op dat moment belde het hele dorp met elkaar.”
,,Net als onze dochter Eva kwam ook onze zoon Theo, die áltijd in De Hemel zat met zijn vriendengroep maar niet met oudjaar, halfzacht thuis, maar hij was op slag nuchter en begon met zijn vriendin te helpen, want in een mum van tijd was ons huis, boven in de badkamer en beneden in de huiskamer en keuken, volgelopen met slachtoffers, hulpverleners. Naderhand liep er ook politie en brandweer in en uit.”
,,Boven zat ook een jongen en toen we zijn naam vroegen, bleek het om Evert Voortman te gaan. Hij had behoorlijke brandwonden. Zoiets hadden wij nog nooit gezien. Ondertussen kwam Johan Bond (boetie) langs lopen en hij vroeg of we de garagedeur wilde openen met de lichten aan, zodat daar gewonden terecht konden. Het was vooral in ons huis, waarvan de achter- en voordeur, ondanks de ijskou, gewoon open stonden, te doen. Het was een komen en gaan van mensen. Esther Veerman, vriendin van Eva, zat hevig geschrokken in de keuken te praten met Fred de Boer.”
,,En in de hectiek hadden we niet het besef om buiten aan de mensen te vragen of misschien de ouders van Evert Voortman aanwezig waren, wat achteraf gezien wel het geval was.” Dick was naar buiten gegaan. ,,Ik zag hier in de straat een paar jongens op barkrukken zitten, met brandwonden en loshangende vellen. Die werden nat gesproeid door brandweermensen. Dat beeld vergeet ik nooit meer. Eén van de brandweermensen zei dat Evert bij de brandweerkazerne moest worden gebracht. Onze zoon Theo pakte, ondanks dat hij beschonken was, de auto en reed Evert daar naar toe, terwijl het gewondennest achteraf gezien vlakbij op het Europaplein was ingericht.”

Kaart
Dick: ,,Om de haverklap kwamen er ouders van kinderen aan me vragen ‘heb je misschien die of die gezien?’ Evert Kok zocht zijn dochter Anja. Had ik nog gezegd dat ik haar net voorbij had zien gaan, maar dat bleek zijn oudste dochter Manon te zijn, een vriendin van onze dochter Eva. Zo kwamen er ook jongens vragen of we Nico Kwakman (Ballap) hadden gezien. Beide, Nico en Anja een half jaar later, zouden tot de overledenen behoren.”
,,Verschrikkelijk…”, vervolgt Jannig. ,,Al die tijd lagen onze kleinkinderen boven rustig te slapen. En we hebben er ook geen minuut aan gedacht om te kijken of ze wakker waren geworden. Want ook later in de nacht bleven er mensen komen, even praten. Dan zette ik weer koffie. Op Teletekst zagen we toen al dat er vijf jongeren overleden waren. We hebben niet geslapen die nacht.”
De nasleep begon. ,,De volgende dag stonden ze met de camera van RTV Noord-Holland op de stoep. We waren niet in staat te vertellen wat er die nacht was gebeurd, maar ze vroegen ook of ze de badkamer mochten zien. Wegwezen, die sensatiezoekers wilden we niet. Weet je wat wel bijzonder was: zes jaar eerder was ik met enkele familieleden bij mijn broer Jaap in Jemen geweest. Hij was chirurg in het Midden-Oosten. We hadden daar een gids, die graag had willen vluchten naar het westen, maar dat kon niet. Toen de Nieuwjaarsbrand was geweest, kreeg ik opeens van hem een kaart met lieve boodschap vanuit Jemen, want ze hadden het nieuws gezien op CNN.”
Dick kijkt indringend. ,,Een paar weken na de ramp ging ik ’s morgens vroeg om kwart over zes naar mijn werk en zag ik Jan Veerman (dekker), de eigenaar van de barren waar het gebeurde, hier tegenover staan. We waren vroeger buurjongens. Stond hij daar te janken…” Dick houdt het zelf ook niet droog en herhaalt met trillende stem wat zijn oude schoolvriend zei: ‘Dit heb ik toch ook niet gewild…’. Die grote Jan ‘Dekker’. Hij is van de week begraven en heeft na die ramp een zwaar leven gehad. Jan had zeker zijn eigenaardigheden, maar was geen verkeerde man.”

‘Ik heb naderhand
geen gebruik gemaakt
van de nazorg en dat
had ik achteraf gezien
wel moeten doen’

Jannig knikt. ,,We waren in de eerste periode daarna zelf ook lamgeslagen.” Dick: ,,Ik heb naderhand geen gebruik gemaakt van de nazorg en dat had ik achteraf gezien wel moeten doen, want ik heb er wel wat aan over gehouden. Pijn en jeuk over mijn hele lijf. Het heeft een tijd geduurd voordat ze wisten wat het was: artritis psoriatica. Mijn nagels vielen er op den duur gewoon af.”
Jannig: ,,Dat is een traumatische reactie geweest. Later is hij daardoor uit zijn werk geraakt. We hebben destijds nog een avond in De Jozef gehad om er over te praten. Dick ging niet mee, maar had er veel meer last van, vanwege wat hij heeft gezien. Dick is niet zo’n prater.” Dick: ,,Ik kan er wel over praten, maar niet zonder tranen.”
Jannig: ,,Als er een arbo-arts op visite kwam, dan sloeg Dick dicht. Er komt altijd emotie bij, als het over dit onderwerp gaat.” Dick: ,,Dat komt van binnenuit. Ik heb het wel vaker, ook met iets anders.” Jannig: ,,Maar het is gekomen na de ramp. En het is goed om er over te praten. Gelukkig heeft hij nog rooie wangen, dus hij is gezond. En we konden er thuis met ons gezin ook goed over praten.”
,,Al snel hadden we destijds contact met de ouders van Evert Voortman. Die waren dankbaar en we hoorden dat het langzaam beter ging met hun zoon en daar waren wij natuurlijk heel blij om. Het was hem bijna niet meer aan te zien, terwijl die nacht… Uiteindelijk is hij piloot geworden, dat is natuurlijk prachtig.”
Dick: ,,Het heeft ook weer een hoop gebracht, van een ramp kun je ook leren, want lauw water is het best.” Jannig: ,,Later zijn we uitgenodigd voor de Bedankdag, die was georganiseerd in De Opperdam. Dat was heel bijzonder.”
Dick: ,,Als je kijkt, hoe het nou met de jongeren gaat die toen zo gewond waren, dat is zó knap. Vanuit onze viswinkel had ik met Lou Snoek te maken, die jongen was en is áltijd vrolijk. Dat zo veel jongeren zo goed in het leven staan, dat is top.”

Beschadigd
Jannig: ,,Misschien zit het ook in ons Volendammer volk. Ik deed aan bowlen en daar kwam Linda Jonk, waarvan de vingers ook beschadigd waren, dan ook als jonge meid. Als ik er dan zo mee geconfronteerd werd, dan dacht ik wel: onze gezin van de ‘Reusen’ is zo groot, met zoveel kinderen en kleinkinderen, en dan niet één die er bij betrokken was. God zij dank.”
Dick: ,,Ik weet nog goed dat we tijdens die kermis vóór de Nieuwjaarsbrand als vader en moeder even bij zoon Theo gingen kijken in De Hemel. Toen keken Jannig en ik elkaar aan. Als hier iets gebeurt…” Jannig: ,,Wat zullen die kinderen in die minuten toch hebben doorgemaakt…”
Ze kijkt om zich heen vanuit de bank. ,,De ochtend na die nacht zag het er hier niet uit. De vloerbedekking, de matten in de gang, alles was zwart en smerig. Zeiden mensen dat we dat aan moesten kaarten, maar dat durfde ik niet, want er waren zoveel mensen met echt leed. Uiteindelijk zei iemand van de gemeente dat we er echt werk van moesten maken en uiteindelijk kregen dat we vergoed.”
,,Nu het, twintig jaar later is en ik zoals van de week het verhaal van John Veerman in de Nivo las, dan grijpt dat je aan.”
,,Het leven gaat door, al gebeuren er nog zulke erge dingen als toen”, zegt Dick. ,,En wij staan nog hetzelfde in het leven als we deden”, merkt Jannig op. Ze tellen hun zegeningen. ,,Zó dichtbij, maar dat ons niets overkomen is, daar zijn we dankbaar voor. Alleen, als Dick zo emotioneel wordt, word ik dat ook”, kijkt ze naar haar echtgenoot. ,,Als je zo lang met elkaar bent, word je toch één”, lacht ze.

|Doorsturen

Uw reactie