Algemeen

‘Ik had als kind één wens: drummer van George Baker worden’

Kees ‘Sjor’ Steur: reservedrummer van alle grootheden

,,Wij zijn niet vies van een beetje Dries”, luidt de Dries Roelvink adorerende slogan die je in eerste instantie niet bij een drumvirtuoos zou plaatsen. Toch is de altijd vrolijke Kees ‘Sjor’ Steur (59) trotse eigenaar en tevens de enige gebruiker van het credo. Als drummer met een uitzonderlijk assortiment aan vaardigheden en muzikale voorkeuren, heeft de Volendammer zijn drumkunsten vertoond op de állerkleinste en állergrootste podia die Nederland te bieden heeft. Van ’t Winckeltje tot Carré en alles daartussenin, Kees heeft er gespeeld. Al sinds de jaren 90 staat de drummer op de reservelijst van zo ongeveer alle nationale grootheden, maar wegens een aantal onfortuinlijke beslissingen en gebeurtenissen hield hij het tijdens zijn professionele loopbaan bij het vak van elektricien. Desondanks is Kees er niet rouwig om: ,,Zolang ik mag drummen, vind ik alles goed. Al moet ik op een wc spelen.”
Door Kevin Mooijer


,,Op 1 december 1974 om 19.00 uur ’s avonds kreeg ik mijn eerste drumstel”, herinnert Kees Sjor alsof het gisteren was. ,,Vanaf mijn geboorte was ik bezig met overal op trommelen en tikken. Altijd op emmers, potten en pannen slaan, op mijn negende ging ik bij het corps en op de vliering stond een hele collectie met Bart Smit-drumstellen. Je kunt je dus wel voorstellen wat er door me heen ging toen ik op mijn elfde eindelijk een echt drumstel kreeg.” Kees gaat zolang hij zich kan herinneren drummend door het leven. ,,Op de lagere school had ik één wens: drummer van George Baker worden. Ik was hélemaal weg van hem. Mijn slaapkamer hing vol met posters van de bebaarde zanger. Ik vond hem de beste zanger ter wereld.”
Op zijn vijftiende werd Kees gevraagd voor zijn eerste bandje. Het was nog even zonder George Baker, maar wel met Cees en André Snoek. ,,The Ploops”, lacht de bescheiden muzikant. ,,In de verfwinkel van Cees en André begonnen we in 1978 een bandje. We hadden wat oude radio’s en luidsprekers staan en eigenlijk konden we nog niks. Ik herinner me nog goed dat één van de jongens na verloop van tijd een baslijntje van een Rolling Stones-liedje kon naspelen. Vanaf dat moment hoorden we erbij, althans zo zagen we dat zelf.”
Na zijn geluk gedurende een korte periode bij een ander bandje te hebben beproefd, keerde Kees al gauw terug bij the Ploops, die zichzelf onderhand omgedoopt hadden tot ‘Vike’. ,,Dat andere bandje was het toch nét niet. Na mijn terugkeer kregen we alles op de rit. De hele band was er klaar voor, het repertoire stond, we hadden alleen nog een manager nodig die ons van onbeperkt optredens kon voorzien. En op dat moment werd ik gevraagd voor Next One. Voor de tweede keer verliet ik de jongens van mijn eerste bandje in de zoektocht naar muzikaal geluk.”

‘Opeens werd ik
voor optredens
opgehaald in een
grote Mercedes’

,,Als groentje kwam ik in het grote Next One. Opeens werd ik voor optredens opgehaald in een grote Mercedes en kon ik op maandag vrij van mijn werk nemen. Als die Mercedes voor kwam rijden bij mijn ouderlijk huis liep ik mooi trots, met een koffertje in mijn hand en een nieuw kapsel, over straat. Ik kopieerde het gedrag van de grote jongens en voelde mezelf een ster. Op een gegeven moment zat ik bijvoorbeeld iedere maandagmiddag bij de kapper. Daar maakte mijn moeder al gauw een eind aan. Dat was natuurlijk waanzin”, lacht Kees. ,,Maar bij Next One heb ik het vak geleerd. Ik kwam met Piet ‘Vik’, Jan Keizer, Jan Sombroek en Dirk van der Horst te spelen. Ieder weekend hadden we meerdere optredens door het land staan. Het ging goed tot de opmars van de disco- en housemuziek ons in de weg ging zitten. Als gevolg bevonden we ons in een moeilijke periode, we modderden een beetje aan. In diezelfde periode werd ik thuis gebeld door Piet Vik. Toen hij z’n naam uitsprak dacht ik: ‘daar gaan we. Next One gaat de handdoek in de ring gooien.’ Maar Piet was niet de brenger van het slechte nieuws, hij kwam juist met heel positief nieuws. Manager Jaap ‘Cas’ Buijs had voorgesteld om een tournee samen met Anny Schilder te doen. Anny & Next One. Niet veel later stonden we weer ieder weekend in een feesttent te spelen.” Dat schema hielden de Volendammers nog ruim zes jaar vol.
,,We kregen te maken met bandleden die er geen zin meer in hadden en mensen die andere prioriteiten kregen. De groep viel uit elkaar. Maar juist op dat moment ontstond er een nieuwe kans. Jaap Cas had namelijk een nieuwe ingeving. Hij wilde dat we een band samenstelden om niet alleen met Anny op tournee te gaan, maar ook met Piet Veerman én George Baker. Ik dacht direct weer terug aan mijn jeugdige slaapkamer, waarin je het behang niet meer kon zien van de George Baker posters. Ik dacht terug aan die basisschool tijd waarin ik slechts één wens had: drummer van George Baker worden. En nu zouden we samen deel uitmaken van de ‘Volendam Show’. Mijn jeugddroom werd werkelijkheid. Ik kon het niet geloven…”

Spijt
,,We speelden door het hele land en kwamen in de allermooiste zalen. Van De Doelen in Rotterdam tot het koninklijke Carré in Amsterdam. Overal beleefden we successen en speelden we voor uitverkochte zalen. Maar dingen veranderen… We bereikten een moment waarop Piet geen Cats-nummers meer wilde zingen, Anny geen BZN wilde doen en George het ook wel gezien had met zijn eigen platen. Het was aan Jaap Cas om de drie sterren van de show er toch van te overtuigen dat het beter zou zijn om hun bekende en vroegere werk te blijven zingen. Natuurlijk was er ook ruimte voor nieuw werk, maar veel mensen kochten een kaartje om die grote hits te horen.”
Begin jaren 90 werd er een nieuwe ster aan de ‘Volendam Show’ toegevoegd. ,,Jantje Smit, destijds een knaapje van een jaar of tien, werd door Jaap aan het programma toegevoegd. Met Jan erbij vertrokken we naar Duitsland voor wat optredens. Daar besefte ik dat het onmogelijk was om de muziek en mijn werk als elektricien te blijven combineren. Ik maakte meerdere maandagen mee waarop ik om 6.00 uur ’s ochtends thuis kwam van een optreden én om 6.00 uur ’s ochtends weer in het busje naar de bouw moest zitten. Dat was simpelweg niet uit te houden. Ik besloot te stoppen met de ‘Volendam Show’. En van die beslissing heb ik tot op de dag van vandaag spijt. Jan Smit was een meter hoog toen. Ik had geen enkel idee waar het naartoe zou gaan met hem. Niemand wist dat hij zo groot zou worden, alleen Jaap Cas misschien.” Ondanks zijn berouw kan Kees met een gerust hart terugkijken op een mooi avontuur. ,,Het was een schitterende tijd. Alleen al het feit dat ik sindsdien kan zeggen dat ik drummer van Piet ‘de Koster’ ben geweest. Ik vind het nog steeds ongelofelijk…”
Na zijn afscheid van het grote werk mocht Kees nog even ruiken aan een rol als professioneel studiodrummer. ,,Dat was helaas van korte duur. George Baker had een studio en wilde mij opleiden tot sessiedrummer. Hij had het in die tijd rustig, dus alle tijd om op mij te focussen”, lacht Kees. ,,Enfin, toen we net waren gestart bestormde Georges single ‘Little green bag’ de hitlijsten weer. Het nummer werd in de film ‘Reservoir Dogs’ als soundtrack gebruikt. Als gevolg werd George Baker weer zó populair dat er waarschijnlijk weer een nieuwe generatie jonge drummers rondliep die ervan droomden bij hem in de band te komen. Mijn nog jonge studio carrière kwam abrupt tot een einde.”
De lokale muziekscene kreeg lucht van Kees’ situatie. Kort na zijn teleurstellende studioavontuur werd Kees lid van Specs Hildebrands Living Room Band en van the Fixers. ,,Met twee lokale bandjes kwam ik weer in rustiger vaarwater. Het werk en de muziek konden weer probleemloos gecombineerd worden.”

‘Ons optreden
die avond was
in de garderobe,
op de verjaardag
van een mensje
dat 90 werd…’

Na een relatief kort avontuur bij the Fixers sloot kees zich in 2004 aan bij de band die hij vandaag de dag nog altijd als ‘zijn’ bandje bestempeld. ,,The Gringo’s ontstonden nadat Frans Pelk zijn favoriete muzikanten bij elkaar zocht. Ik hoorde daar tot mijn grote vreugde ook bij. Na een paar keer repeteren zat het repertoire erin en gelijk speelden we onszelf te pletter. Ieder weekend stonden we op bruiloften, kermissen of gewoon ergens in een kroeg. Bandjes staan er natuurlijk om bekend dat er standaard de meest gekke dingen gebeuren. Ruzies, afgunst, ego’s, geld, noem maar op. Wij hebben met the Gringo’s eerlijk gezegd nooit iets buitengewoons meegemaakt. Ik denk dat we in zeventien jaar tijd één keer een argumentje hebben gehad, dat was omdat Frans zijn boxje te hard stond. We zijn vier pausen bij elkaar.”
Na het nemen van een slok koffie ontstaat er een lach op het gezicht van de kleurrijke drummer. ,,Wij waren als viermansformatie natuurlijk gewend om altijd in kleine zaaltjes en cafétjes te spelen. Jaar in, jaar uit stonden we op alle kleine podia in de regio. We deden het altijd goed, maar nooit schopten we het tot een grote bühne. Toen we op een gegeven moment dus geboekt werden op een feest in het Trefpunt in Marken – de grote feestzaal van het schiereiland – stond onze wereld op zijn kop. Eíndelijk mochten we een keer in een grote zaal spelen. We besloten alles uit de kast te halen voor dit optreden. Geluidstechnicus Eric van Rees werd erbij gehaald om een bus vol met boxen mee te nemen. Hij was zo blij voor ons dat we een keer in een grote zaal mochten spelen, dat hij het belangeloos deed. Dus, wij kwamen met een bus vol boxen en trots Marken binnenrijden op zoek naar de grote zaal. Eenmaal aangekomen parkeerden we onze bus op het plein voor het Trefpunt. We besloten eerst even een momentje te pakken om de zaal in ons op te nemen. Even genieten van deze mijlpaal voor de Gringo’s. We liepen het pand binnen, passeerden de garderobe om naar de plek te lopen waar het zou gebeuren, en met de deurklink van de grote zaal in mijn handen werden we teruggefloten. Ons optreden die avond was in de garderobe, op de verjaardag van een mensje dat 90 werd. Alle boxen konden in de bus blijven staan…”
Muzikanten staan over het algemeen bekend om hun brede muzieksmaak, maar Kees Sjor maakt het wel heel bont. ,,Ik hou van Dries Roelvink tot Led Zeppelin. Dries is de zanger met de zon in zijn stem, hij is de beste zanger die er is. Een fenomeen”, klinkt Kees met een strak gezicht. ,,Jaren terug, net nadat Dries het album dat zijn doorbraak betekende uitbracht, waren mijn vrouw en ik op vakantie met mijn zus, zwager en nog een paar stellen uit Volendam. Traditiegetrouw bracht ik mijn koffertje met gezellige muziek mee. We zaten gezellig met een flesje bier toen mijn metgezellen vroegen of ik een plaatje op kon zetten. Ik zei: ‘jongens, ik heb nu een cd, dat is het hele pakket’. Die cd van Dries is de hele vakantie niet meer uit de radio gehaald.”

‘In New York
werd ik als
drummer even
met beide beentjes
op de vloer gezet’

Ondanks zijn voorliefde voor het Hollandse lied, kent Kees’ muzieksmaak tevens een ander uiterste. Een beetje zichzelf respecterend drummer heeft wat grote namen om als voorbeeld te beschouwen. ,,In mijn geval zijn dat Theo ‘Schuim’ Klouwer van The Cats en Keith Moon van The Who. Door drummers als Keith Moon wil ik me blijven ontwikkelen. Ik ben bijvoorbeeld regelmatig in het Bimhuis in Amsterdam te vinden om jazzconcerten bij te wonen, ik volg zo nu en dan cursussen en ik ben al twaalf jaargangen naar de drumschool van New York geweest. Een week drummen in the Big Apple. De eerste keer dat ik er kwam dacht ik dat ik inmiddels wel een beetje kon trommelen, maar als je die gasten daar ziet spelen word je weer even met beide beentjes op de vloer gezet. Sinds die ervaring ben ik ieder jaar teruggegaan om mezelf als drummer te verbeteren. Als we eindelijk van die coronapandemie af zijn ga ik gelijk weer boeken.”
Zijn talent, discipline, humor en aardige karakter hebben ertoe geleid dat Kees een veelgevraagd drummer is. Hij is de motor van verschillende bands geweest. De namen Next One, Specs Hildebrand & the Living Room Band, the Gringo’s, Almost Famous, The Fixers, Vike, the Evening With Band, the Pink Floyd Experience en Ad Fundum vertegenwoordigen slechts een greep uit het muzikale portfolio van de Volendammer. Eén van zijn meest memorabele momenten als drummer beleefde hij in opdracht van de BZN. ,,BZN-toetsenist Dick Plat belde me of ik een avond wilde invallen voor Jack ‘Dekker’. ‘Tuurlijk wil ik dat’, zei ik. Dick was niet zo moeilijk, hij reageerde dat hij blij was en dat was het gesprek. Een paar minuten later heb ik toch maar teruggebeld met de vraag of ik wat materiaal ter voorbereiding kon krijgen. Dick voerde de druk een beetje op: ‘je zei toch dat je het kon?’ Toch kreeg ik een minidiskje met daarop de setlist. We zijn zonder samen te repeteren het podium opgegaan. Het ging ongelofelijk goed – mede dankzij de ongeveer duizend uren oefenen die ik erop had zitten – en ik denk dat de bandleden dat ook zo zagen. Naderhand vroegen ze of ze me weer mochten bellen als Jack nog een keer zou uitvallen. Jammer genoeg voor mij is dat nooit meer gebeurd. Wel kan ik terugkijken op een mooie en leerzame ervaring. Een band als BZN kan iedereen bellen, maar ze belden mij. Daar ben ik stiekem toch wel een beetje trots op.”

|Doorsturen

Uw reactie



Nieuw-Volendam in beeld


Laatste nieuws

Ondernemend nieuws

Laatste vacatures

Meest gelezen

Laatste reacties