Algemeen

John Dé: ‘Ik heb niet het onderste uit de kan gehaald’

Kermiszanger van het eerste uur

Of je van zijn muziek houdt of niet, één ding is zeker: de kermis is niet compleet zonder John Dé. Hij is één van de kermiszangers van het eerste uur die onze gemeente rijk is en daar is hij trots op ook. Door de jaren heen heeft deze nestor ruim veertig clips, zeven albums en nog eens veertig singles als soloartiest uitgebracht. Wanneer John terugkijkt op zijn 22 jaar in het merkwaardige kermismuziekcircuit komen er een hoop herinneringen bovendrijven en het zijn toch vooral de positieve herinneringen die de boventoon voeren. Omringd door stapels zelfgeproduceerde cd’s en singles deelt de Volendammer zijn mooiste herinneringen, wijze levenslessen en zijn diepste berouw.
Door Kevin Mooijer

John was zestien jaar oud toen hij voor het eerst in aanraking kwam met de muziek. ,,Ik was begeleider op de Mariazolder, een soort jeugdvereniging voor kinderen die nog te jong waren om lid van de PX te worden. We verzonnen een hoop leuke activiteiten voor de jeugd, waarvan één er voor mij uitsprong: een optreden van gelegenheidsformatie the Ploops. Het bandje werd opgericht door onder meer André Snoek en Kees ‘Sjor’ Steur en ze vroegen mij als zanger. Ik had nog nooit een microfoon van dichtbij gezien, maar ik wilde de uitdaging wel aangaan. Het repertoire bestond uit Engelstalige liedjes en dat lag mij niet zo, maar het zingen zelf vond ik schitterend.”
John maakte de afgesproken optredens af en besloot het toen over een andere boeg te gooien. ,,Ik ging solo verder met Nederlandstalige muziek en wist al heel snel dat ik nooit meer iets anders zou willen.” Het eerste solo-optreden van de ambitieuze zanger vond plaats op een ledenavond van de St. Jozefvereniging. ,,Mijn voorbeelden waren Jan Mühren, Kees ‘Skien’ Plat, Nick Single en natuurlijk André Hazes. Ik wilde ook als volkszanger op dat podium staan. Ik wilde het publiek ook een gezellige avond laten beleven. Ik zat die bewuste avond als trouw lid van de Jozef op een ledenavond toen iemand me naar voren riep. ‘John, jij zingt tegenwoordig toch? Hier heb je een microfoon.’ Voordat ik het wist stond ik voor die grote zaal te zingen. En weet je wat het leuke is? Als ik nu – zo’n veertig jaar later – nog steeds op een ledenavond kom, krijg ik nog altijd die microfoon in mijn handen gedrukt. Geweldig, toch?”

‘Omdat ik van mezelf
weet dat ik
perfectionistisch ben,
begin ik jaarlijks al
in november met het
kermisliedje voor
het volgende jaar’

Wanneer je naar de grote hoeveelheid liedjes kijkt die John Dé heeft uitgebracht zou je denken dat ze van de lopende band komen. Niets is echter minder waar. ,,Ik begon mijn carrière bij Klaas Steur – beter bekend als Nick Single - in de studio. Hoewel ik een hoop van hem geleerd heb, begon ik al snel met de oprichting van mijn eigen studio, waar ik tot de dag van vandaag nog steeds zelf al mijn liedjes maak. Naast het feit dat ik alles inzing, schrijf, mix en edit ik ook vrijwel alles zelf. Door de jaren heen heb ik het hele studio-vak eigen gemaakt. In het begin had ik moeite met het horen van mijn eigen stem. Ik was nooit helemaal tevreden, maar uiteindelijk moet je er toch genoegen mee nemen omdat je met een deadline te maken hebt. Omdat ik van mezelf weet dat ik perfectionistisch ben, begin ik jaarlijks al in november met het kermisliedje voor het volgende jaar.”
Ondanks de zenuwen die John die bewuste avond voelde wist hij één ding zeker: dit was zijn passie, dit zou de rest van zijn leven gaan bepalen en bovenal, dit smaakte naar meer. ,,In 1998 nam ik mijn eerste kermisliedje Feessie, Feessie op. Sindsdien sta ik ieder jaar op het Kermis Hit Festival album.” John ontving een aantal jaar terug zelfs een onderscheiding voor zijn enorme bijdrage aan de kermismuziek en de roemruchte clipparade. ,,Ik heb niet alleen liedjes en clips gemaakt als soloartiest, maar natuurlijk ook met mijn broer Jaap als Dubbel Dé en sinds een jaar of vier met de Ouwellullenband.”
Ondanks zijn positie als kermismuzieknestor denkt de volkszanger nog lang niet aan stoppen. Sterker nog, doorgaans heeft hij zelfs al een kermislied op de plank liggen voor de volgende jaargang. Twee jaar geleden maakte John een praatje met een groepje vrienden. In een sentimentele bui biechtte hij op dat wanneer hem onverwachts iets zou overkomen, er het volgende jaar tóch een kermisliedje van hem zou verschijnen. ‘Dus als ik het goed begrijp blijven we zelfs als je er niet meer bent last van je houden? Jij hebt voor volgend jaar gewoon al een kermisplaat liggen?’, vraagt één van de sceptische vrienden met een knipoog. John: ,,’Én een clip! En voor het jaar erop ook!’ Het tekent Johns toewijding. Hij leeft voor de muziek.

Traditie
Nadat John in 1998 zijn eerste kermishit had gelanceerd, vond een jaar later de volgende mijlpaal van zijn muzikale carrière plaats. ,,Ik was met mijn vrouw gezellig in Benidorm op vakantie. ’s Avonds zaten we in een tent met een hoop andere Nederlanders lekker aan een wijntje. We werden vermaakt door een geweldige Spaanse zanger, genaamd José L. Buforn. Het duurde niet lang voor de Spanjaard doorhad dat ik ook graag een liedje mocht zingen. Hij vroeg of ik de microfoon even van hem over wilde nemen. Aangezien het grootste deel van het publiek Nederlands was durfde ik het wel aan.” Het zou resulteren in een bijzondere traditie. ,,De daaropvolgende negen jaar heb ik daar iedere bouwvak een week lang opgetreden. Groot feest langs de Spaanse kust, polonaises zover het oog reikt. Wat was dat een fantastische periode.”
Hoewel John aan de Costa Blanca al de nodige successen had vergaard, vond de doorbraak in zijn thuisdorp pas in 2005 plaats. ,,Dat was het jaar van We Gaan Nog Lang Niet Naar Bed. Toen kwam mijn carrière als kermiszanger echt van de grond.” Het merkwaardige aan zijn meest succesvolle liedje is dat John oorspronkelijk niet van plan was dit nummer uit te brengen. ,,Ik had mijn kermisliedje voor dat jaar al helemaal af toen ik bij Wim Westendorp – die destijds de leiding had over het Kermis Hit Festival - langsging. We luisterden samen in zijn studio naar mijn gloednieuwe liedje. Na het eerste refrein begon Wim een beetje moeilijk te kijken. Hij luisterde nog een stukje, zette hem vervolgens af en zei dat we een probleem hadden. Wat bleek? Mijn tekst was bijna identiek aan die van Wims eigen liedje. Onze teksten gingen allebei over een kroegentocht langs de dijk. Twee liedjes met in de tekst een opsomming van alle kroegen in Volendam zou een beetje teveel van het goede zijn. Ik zei tegen Wim: ‘weet je wat, ik heb toch nog een ideetje voor een ander liedje. Gebruik jij jouw liedje gewoon en dan trek ik deze in.’ Vervolgens ben ik als de wiedeweerga aan de bak gegaan om We Gaan Nog Lang Niet Naar Bed te maken.” Het bleek een gouden zet. Johns populairste nummer was geboren en hij kreeg eindelijk de erkenning waar hij al jaren hard voor had gewerkt. ,,Ik werd overal op straat aangehouden en ontving zelfs complimentjes van de beste zangers van het land. Sinds We Gaan Nog Lang Niet Naar Bed treed ik iedere kermis vier, soms wel vijf keer per dag op!”

‘Ik had het graag
opnieuw willen doen,
dan was ik professioneel
volkszanger geworden’

Ondanks er dit jaar geen kermis is heeft John traditiegetrouw toch een liedje gemaakt voor de thuisblijvers. ,,Leef Bij de Dag en Proef het Leven heet mijn nieuwste nummer. Het is de moeite waard als je van een feestje houdt.” Het is een liedje in Amsterdamse sferen waarin John verschillende levenslessen met de luisteraar deelt. ,,Naar mijn mening is Ode aan de Bap van Ad Fundum het ultieme kermisliedje en daarmee kan je mijn nieuwe lied vergelijken. Ik heb al heel veel goede reacties in ontvangst mogen nemen.”
Bij het gros van volksmuziekliefhebbers staat John Dé bekend omwille van zijn kermiskrakers en meezingers, maar ook John heeft een gevoelige kant. ,,Er zijn een paar situaties geweest waarin ik liedjes heb geschreven voor naasten van mij. Een voorbeeld hiervan is Jij Bent Mijn Moeder. Dat is voor mij een emotionele tekst waar ik toch wel heel trots op ben. Ik denk dat het liedje iedereen aanspreekt die een mooie band met zijn of haar moeder heeft.”
Terugkijkend op zijn carrière komt John tot de teleurstellende conclusie dat hij niet het onderste uit de kan heeft gehaald. ,,Ik werk al sinds mijn jeugd als schilder en dat vind ik prima, maar ik ben ervan overtuigd dat als ik er echt voor was gegaan – en misschien een kruiwagentje had gehad – ik nationaal door had kunnen breken. Ik heb door de jaren heen hoop mooie optredens mogen doen en ik heb een hoop te danken aan verschillende mensen. Mijn schoonvader Frans Groskamp schreef in de beginperiode liedjes voor me waaronder Dat Kan Toch Ook, Het is Weer Feest en Dansen op een Vierkwartsmaat. Hij gaf me het steuntje in de rug dat ik nodig had. Mijn zoon Wesley maakt al jaren alle artwork van mijn singles en albums. Dat zijn mensen die ik natuurlijk enorm dankbaar ben, maar ook mensen als Henk van Montfoort, Leendert Klein, Paul Wante, Jack Pannekeet, Piet Tuijp, Jaap en Mark Tol, Wim Westendorp en vele anderen die bij de kermismuziek betrokken zijn hebben altijd voor mij klaargestaan. Daar heb ik grote waardering voor.” John neemt een korte pauze en zucht: ,,Mijn hoogtepunten waren de optredens in Benidorm, de optredens bij de Mega Piraten Festijnen en natuurlijk het optreden op mijn eigen bruiloft, maar het had zoveel mooier kunnen zijn. Ik had het graag opnieuw willen doen, dan was ik professioneel volkszanger geworden. Dan zou ik van mijn grootste passie mijn baan maken.”

|Doorsturen

Uw reactie