Algemeen

Nederland praat weer over het voetbal van Volendam (2)

De geest van de meester waart rond. In de trainerskamer van de staf van FC Volendam hangt een foto van Johan Cruijff in Barcelona-tenue. Met een heilige gloed om zich heen. In de cultuur van zijn geboortedorp past geen heiligverklaring, hoewel er thuis tegen De Graafschap bij de Hek Side een gigantische zwart-wit afbeelding van Wim Jonk hing (zie foto). Voetbal en FC Volendam gaan weer positief – soms zelfs lyrisch – over de tong. De filosofie van Cruijff en Jonk – tot vier jaar geleden nog geprojecteerd op de Ajax-opleiding – wordt op het veld uitgedragen door de spelers van FC Volendam en heeft de gehoopte magneetwerking. Op toeschouwers, vaders en moeders met kinderen, sponsors, media, spelers van buiten en zaakwaarnemers. ,,Hierom ga je op voetbal”, zei middenvelder Alex Plat vorige week, nadat de tweede periodetitel was gewonnen. Doelend op de wijze waarop dat succes tot stand kwam: aantrekkelijk voetbal spelen is leidend en de voetballer én de mens daarachter staan centraal. Er omheen worden voorwaarden geschapen, het fysieke deel, mentaal, voeding. Binnen de lijnen wordt er geëist van de spelers. ,,Elke dag beter willen worden, daar gaat het om. Maar ik heb de jongens ook aangegeven dat ze dit moeten koesteren, om hier onderdeel van te mogen zijn”, zegt Wim Jonk. Vandaag deel 2 van het interview met de trainer van FC Volendam.
Door Eddy Veerman

‘Elk nadeel heb z’n voordeel’. Door dat machtsspel brak je vier jaar geleden met Ajax, maar anders was je nu geen trainer geweest van Volendam. Johan Cruijff, die als hij nog had geleefd ongetwijfeld al een bezoek had gebracht aan Volendam, kon er destijds niet bij?
,,Met hem heb ik talrijke uren gesproken. Johan begreep het vaak niet, hoe die twist tussen oud-spelers kon ontstaan, dacht dat het steeds goed zou komen. Maar wij zaten er middenin en hadden het beste beeld. Ik gaf hem aan dat de anderen het diep van binnen niet wilden, ze wilden het niet oplossen. Het ego was sterker dan kiezen voor de gezamenlijke oplossing.”
,,Daarna zijn we gaan praten over een nieuwe toekomst. En begon Team Jonk bij Cruyff Football, om met een bepaald idee van het spel spelers en trainers te inspireren. Gelukkig staan er genoeg mensen in de voetballerij open voor verandering. Het is mooi om met ons eigen team te sparren met de mensen in Amerika, China, de Emiraten en tijdens de workshops in eigen land.”

Toen je er laatst weer was, op De Toekomst, heb je even om je heen gekeken?
,,Je komt wat mensen tegen waar je een goede band mee had en het was mooi om die weer te zien. Ik bereidde mezelf er op voor, maar probeerde het gewoon simpel te houden. En wilde vooral die wedstrijd tegen Jong Ajax winnen met goed spel. Dat was een drive. Om ons te meten met die jongens, van zo’n goede ploeg. Toen ik de poort uitliep? Had ik vooral een lekker gevoel, door de wijze waarop we wonnen. We speelden vrij goed en dat deed me wél wat daar.”
,,Mooie momenten die ik op De Toekomst heb beleefd, kwamen vooral toen ik op bezoek was bij Nouri. Een prachtige speler en persoon. Als je hem dan hulpeloos ziet liggen, dat is heel hard. Daar kreeg ik beelden op mijn netvlies, van hem, Donny, Carel, Cerny…”

Kijk je vaak achterom? In de voetballerij is weinig ruimte voor gevoel en emotie?
,,Ik heb genoeg mensen om me heen waarmee ik over gevoelens en gedachten kan praten en daar ben ik blij mee. En heel soms kijk ik achterom, dat kan dan een split-second zijn. Dat roep ik dan niet op, maar is er spontaan. En dat vind ik ook mooi. Zoals toen we de periodetitel wonnen, ik het veld overstak naar de spelers die net gehuldigd waren en voor die tribune stonden om de supporters te bedanken. Dat was wel gaaf en toen dacht ik heel even aan mijn vader en aan vriend Rob de Jong, die toen hij nog leefde zei dat ik ooit trainer van de FC zou worden. Het zou mooi geweest zijn als ik het met hen kon delen. Zo’n moment moet je ook omarmen. Dat is de blijdschap van dat moment. Die spelers hebben er keihard voor gevochten en krijgen dan de beloning. Dat roept ook gevoelens op die je zelf hebt beleefd als speler. Dat is supergaaf. Dat probeer ik de jongens ook mee te geven. Koester het, dat je onderdeel bent van een ploeg die een tegenstander kan domineren. Hoe mooi dat is. En dat je elke dag, mét elkaar aan het werk bent om dat positiespel en elkaar beter te maken. Want het klinkt cliché, maar het is de absolute waarheid dat je daar elkaar bij nodig hebt. En daarin hebben ze echt stappen in gemaakt, ten opzichte van het begin.”

‘Ik benadrukte in de
kleedkamer dat ik
die prijs ook aan de
andere stafleden en
de spelers te danken
heb en dat ik daar
ontzettend dankbaar
voor ben’

Je probeert het lerend vermogen aan te spreken?
,,Want die spreuk - ‘Lessen kun je van iedereen krijgen, maar leren kun je alleen zelf’ – dáár gaat het om. Uiteindelijk ligt het bij jou; wat doe jij er mee? Ik heb daar zelf ooit een mooi tegeltje van laten maken en aan mijn zoon Joey gegeven, die toen dagelijks trainde en speelde om proftennisser te worden en zich inmiddels als personal trainer continue ontwikkelt en de boodschap van dat tegeltje ‘talent is ook het talent hebben om je talent te gebruiken’ absoluut in de praktijk brengt. Spelers horen me zo ook wel duizend keer roepen ‘de beste bal spelen’. Dat klinkt zo simpel, lijkt soms zo moeilijk, maar als je steeds herhaalt, gaat het toch in het systeem van de spelers zitten. Zo probeer je ze te beïnvloeden. En de één pakt het snel, de ander wat minder snel op.”
,,Het is gaaf als je spelers zo beter kunt maken, dat is wat je tracht te doen. Niet alleen, want daar hebben we een heel team voor. Heb ik ook gezegd tijdens de wedstrijdbespreking voor de laatste wedstrijd tegen De Graafschap. We moesten iets eerder het veld op, omdat ik de prijs van ‘Beste trainer van de tweede periode’ kreeg uitgereikt. Ik benadrukte in de kleedkamer dat ik die prijs ook aan de andere stafleden en de spelers te danken heb. Dat ik daar ontzettend dankbaar voor ben, dat ik de persoon ben die de prijs in ontvangst mag nemen, maar hij is van ons allemaal. Ik hoop dat spelers het ook zo zien en voelen. Je doet het niet alleen, je doet het sámen. Ik benoemd dat steeds, omdat ik het belangrijk vind.”
,,Je moet elkaar in elkaars kracht zetten. Dat doen we met de gehele technische staf van het eerste en van Jong FC, maar ook het performance team. We hebben korte lijnen met de directie-, bestuurs- en RVC-leden. Als ik dan bij die mensen de betrokkenheid zie en voel én de pure blijdschap zie na de periodetitel, daar geniet ik van.”

Als je een jonge speler bent, is het meeste misschien vanzelfsprekend en gaat veel langs je heen?
,,Het teamproces is altijd gaande, dus je moet steeds alert zijn. Het zijn allemaal individuen, voetballers zijn over het algemeen met zichzelf bezig. Worden ook beïnvloed door de mensen eromheen. Daarom houd ik van helderheid en eerlijkheid. Dat is ook wel eens niet leuk, als iemand niet wordt opgesteld. Dan kies ik niet tégen jou, maar kies ik voor iets anders. Dan proberen we spelers ook bewust te maken van het waarom. En wat kun je vervolgens doen als speler? Voetballers en hun omgeving gaan snel over tot vingerwijzen. Dat noemde ik bij Ajax al het ‘snap jij nou dat….-gedrag’. Terwijl je je energie anders moet proberen te gebruiken. Dan praat ik uit ervaring, want dat lukte mijzelf als speler in het begin ook niet. Dat heb ik moeten leren en dat probeer ik deze jongens ook mee te geven. Focus jezelf op datgene waar je invloed op hebt en probeer dat te veranderen of te verbeteren. Daar waar je geen invloed op hebt, probeer daar mee te dealen. Zeker in de voetbalwereld is die weerbaarheid belangrijk. Dat gaat met vallen en opstaan. Voor jonge spelers zijn er tal van valkuilen en wij proberen ze te begeleiden om daar mee om te gaan.”
,,Dat stuk menselijkheid en openheid staat bij ons hoog in het vaandel. We spreken spelers regelmatig aan. Als een ander op jouw positie komt te spelen en die doet het even beter, dat is even een ding. Maar die weerstand, mits je die goed inzet voor jezelf, heb je nodig om weer beter te worden. Die weerstand, of iets aangereikt krijgen hoe je iets met zo’n situatie doet, hebben ze de afgelopen jaren te weinig gehad, merk ik. Daar moet je van jongs af aan al mee aan de slag.”

Die jeugdopleiding – en die van de RKAV – is doorgelicht; daar rolt ook een plan uit?
,,We moeten langzaam de weg naar verbetering plaveien. Dat is waar we nu met z’n allen voor staan en dat is ontzettend belangrijk voor de club. De voetbalvisie moet worden verankerd in de opleiding. Er zijn nog zoveel mogelijkheden om te verbeteren. Je ziet aan de jongens van het eerste – ook al zijn ze al wat ouder – wat er mogelijk is. Dat spelers met een bepaald niveau – en met aanvulling van enkele spelers – naar een hoger niveau kunnen groeien, zoals nu gebeurt.”

Qua voeding, voorbereidingsoefeningen op een training, beelden kijken, het triggeren van spelers om na de training nog iets extra’s te doen op het veld, laten jullie de spelers zichzelf meer ontdekken?
,,We hebben ook individuele plannen gemaakt met de spelers, waarbij zij ook aspecten met betrekking tot hun ontwikkeling hebben moeten invullen. Met enkele van hen hebben we gesprekken gevoerd, de anderen komen in het nieuwe jaar. Daarna gaan we de volgende fase in, gaan we individueel nóg gerichter te werk.”
,,Wij kijken samen beelden van onze eigen wedstrijden terug, maar ook individueel, of we laten beelden van andere ploegen zien. De spelers hebben ook een account, zodat ze dat zelf kunnen bekijken. Wij kijken gericht naar datgene wat aansluit waarmee wij bezig zijn. Toen ik voor aanvang van de eerste training in juni beelden liet zien van de wereldtop, zoals Manchester City, kon ik ook wel ieders gedachte lezen, dat wij FC Volendam zijn en geen ‘City’. Maar ze voelen inmiddels zelf ook dat wij die spelprincipes aan het doen zijn – wel op ons niveau – en daarin ook beter worden en nog kúnnen verbeteren. Want ook in wedstrijden op het hoogste niveau zie ik afstanden en ruimtes die veel te groot zijn. Ik schreeuw me al schor als het meer dan vijf meter is. Dat is een detail, maar aansluiten naar de middenlijn en de boel opdrukken, maakt het gemakkelijker voor jezelf in de volgende situatie. Dat zijn de voetbalprincipes die uiteindelijk leiden tot een aanvallende speelwijze.”

‘Juist in dat soort
positiespelen moet je
ook je minder goede been
gebruiken en daarmee opendraaien.
Als je dat honderden
keren per week traint,
wat denk je wat dat
voor progressie geeft
op jaarbasis?’

,,Je maakt spelers steeds bewust van het positiespel dat ze, in elke ruimte en linie van het veld ook kunnen spelen. Daarbij kijk je ook naar het gedrag van de tegenstander. En wat betekent dat voor jou, als je daar of daar loopt? Je moet steeds in beweging zijn om uit de passlijnen te stappen. Dat deden we bij Ajax, Cruijff deed dat, Pep Guardiola doet dat. Juist in dat soort positiespelen moet je ook je minder goede been gebruiken en daarmee opendraaien. Als je dat honderden keren per week traint, wat denk je wat dat voor progressie geeft op jaarbasis? Als je het tenminste begrijpt. En als je zoiets in de jeugd doet, levert dat op termijn nog veel meer winst op, in het automatiseren van dingen. ”

Op hetzelfde vroegere B-veld waar je die eerste training als hoofdtrainer had, ging je zelf als jonge speler met wijlen Bobby Haarms, destijds assistent-trainer, in je eentje aan de slag?
,,Klopt. Én met Gerrie Mühren werkte ik op dat veld aan mijn techniek. Bobby had een bepaalde manier van hardheid en liet je op zijn manier nadenken. Maakte me bewust dat ik niet één keer in de maand goed moest spelen maar élke dag. Dat opende mijn ogen en heeft mij ver gebracht. Mede daar is bij mij ontwikkeld dat als je iets doet, je bij jezelf oproept een hoger niveau te halen. Dat heb ik nu – of ik nou op de golfbaan of tennisbaan sta – nog steeds.”

‘Als we het treintje
van en met de RKAV
ook straks kunnen
starten, dan maak je de stappen
die nodig zijn,

als je als Volendam
een rol van betekenis
wilt spelen’

,,Ik zie mezelf nog op het pleintje achter de ouderlijke woning in de Begoniastraat. Op de achterlijn van het tennisveld op dat pleintje stonden kleine doeltjes, gemaakt door Jack Kempers vader Jaap. Vaak ging ik dan alleen met de bal dribbelen, om uit bepaalde hoeken en met een bepaalde manier van trappen, uit de lucht, een streep of met een curve, die ballen in dat doeltje te krijgen. Dan krijg je een beter balgevoel. En tóen al stopte ik er steeds een spelvorm in. Dat is een trigger voor mij, dat heb ik nodig. Op een golfbaan kan ik ook een spelvorm bedenken waardoor je mij er alleen kunt zien lopen. Steeds iets zoeken om mezelf uit te dagen. Dan roep ik pure concentratie op en als het dan lukt, geeft dat geluksmomentjes. Waarbij ik ook kan genieten van een mooie bal van mijn tegenstander.”
,,Ik kan me enorm focussen, bijna eng. Zo probeer je je spelers ook iets te laten voelen. Door details, tactisch, een schouderklopje of een andere tip. Bijvoorbeeld hoe de diepste aanvaller het best de verdedigers kan verrassen. Of dat je ziet dat een tegenstander vooral met koppeltjes over het veld gaat, met spelers die vooral de bal volgen. Geweldig. Want dan zoek je de momenten om ze te verrassen. Proberen ergens voordeel uit te halen, daar praat je samen over.”

Je wilt iets veranderen in het voetbal, op en naast het veld; meer aandacht voor de inhoud, meer verdieping; is dat idealisme, of realiteit?
,,De voetballerij is veranderd, genereert meer aandacht, er gebeurt veel op social media. Dat is deze tijd, dat is niet goed of slecht, daar zul je mee om moeten gaan. Er gaat enorm veel geld in om. Dat merkten we al bij Ajax en werd – qua goede begeleiding – een speerpunt bij Cruijff Football. We merken nu dat de belangstelling voor spelers op gang komt. Dan moet je als club de speler daar ook in begeleiden. Sommige zaakwaarnemers verdienen astronomische bedragen, dan denk ik wel eens: waar gaat deze wereld over? Wij moeten zorgen dat spelers zich niet gek laten maken, proberen samen tot de best mogelijke vervolgstap voor de speler zien te komen. We steken nu veel tijd in een speler en als je dat in zo’n situatie ook qua begeleiding doet, dan moeten club en speler daar beter van worden.”
,,Bij de individuele aanpak van spelers vind ik het mooi om met mensen te sparren die er op een andere manier naar kijken en dat soort kwaliteiten toe te voegen. Zoals dat gebeurt met een expert in de communicatie en mental coaching, waarmee we ook bij Ajax samenwerkten. Door zijn gesprekken met de spelers kun je iets voor de voetballer maar ook voor de mens betekenen. En spelers kunnen nóg meer uit zichzelf halen. Communicatie is het sleutelwoord in het hele proces. Dat geldt voor alle mensen binnen de club, ieder op zijn of haar eigen terrein. Op alle vlakken is winst te halen, mits we daar allemaal voor open staan. Geldt ook voor mezelf. Als ik kritieken krijg, triggert dat mij ook. Dat heb je soms ook nodig. Ik hoef het er niet mee eens te zijn – ik kan ook eigenwijs zijn – maar ik denk er wel over na. Je kunt van iedereen iets leren.”

Voor spelers ontstaat interesse, dat zal voor jou ook komen op deze manier?
,,Ik denk daar totaal niet aan op dit moment. Het is allemaal zo relatief. Het ene moment heb je succes en zo gebeuren enkele dagen later weer menselijke drama’s. Daarom ben ik geen planner. Het moet goed voelen, energie geven, dus ik stap niet zomaar in een ander avontuur. Als ik het voor financieel gewin zou doen, was ik nu geen trainer van Volendam geweest. En dit hier is heel mooi, om met z’n allen deze club met minimale middelen weer in de lift te zetten. Als we het treintje van en met de RKAV ook straks kunnen starten, dan maak je de stappen die nodig zijn, als je als Volendam een rol van betekenis wilt spelen.”

Je had in het begin moeite om afstand te nemen?
,,Dat is de passie. Je wilt het goed doen, jezelf goed voorbereiden, beelden van andere wedstrijden, je tegenstanders, van je eigen spelers bekijken. Dingen opschrijven, steeds iets overbrengen, zodat spelers sneller situaties gaan herkennen. Je wilt iedereen in zijn of haar kracht zetten, iedereen bewust maken van diens kwaliteiten en wat er beter kan. En dat in trainingen terug laten keren. Beelden gebruik je vooral om de spelprincipes inzichtelijk te maken, dan wordt het nog makkelijker te vertalen naar het veld. Of het nou diepte voor breedte is, de drie seconden-regel, of één tegen één creëren. In dat proces van stimuleren en bewustwording zie je dat jongens zelf zien dat er veel winst te halen is. Ze gaan zelf individueel bezig en de één stimuleert dan de ander.”
,,Omdat er veel op het bord kwam, ging het om de juiste afstemming bij mezelf. Er was een nieuw bestuur, de rvc, we gaven meerdere presentaties, schreven een nieuw plan, je gaat bij jeugd kijken, terwijl je vooral focus moet aanbrengen, anders loop je jezelf voorbij. Het is mooi dat voetbal meer is gaan leven, dat ouders met kinderen weer naar het stadion komen, het is gaaf als je met elkaar dat enthousiasme aanwakkert. Dat gevoel probeer ik ook aan de spelers mee te geven. Hoe mooi is dit! En dat tegenstanders denken: Volendam-uit, dat wordt lastig. We boezemen angst in. Maar je weet ook dat tegenstanders ons gaan bestuderen en zich gaan wapenen. Da’s de volgende fase. Daar moet je dus alert op zijn.”

|Doorsturen

Uw reactie