Algemeen

Dorpsraden laten licht schijnen over fenomeen

Participatie: het kan beter

In 2013 introduceerde onze koning voor het eerst het woord ‘participatiesamenleving’. Nu, bijna acht jaar later, kan de balans worden opgemaakt. Is participatie tot nu toe een succes of is het vooral een bezuinigingsmaatregel gebleken? En als het daar tussenin zit, hoe zouden participatietrajecten beter kunnen verlopen? In de Nivo komen dorpsraden in de gemeente aan het woord over het fenomeen participatie. In deze editie die van Beets en Kwadijk.
Door Laurens Tol


Een noordelijke wind waait onverbiddelijk op de fietsstrook naast de weg N247, ter hoogte van Oosthuizen. Links van het tankstation begint een pad dat langs de weilanden naar Beets leidt. Iets voorbij de onderdoorgang van de A7 ligt een ophaalbrug over de vaart die je middenin de dorpskern brengt. Het 15e-eeuwse kerkgebouw springt daar meteen in het oog. Dat is tegelijkertijd de locatie waar de dorpsraad van Beets samenkomt. In de sfeervolle voormalige raadszaal vergadert men onder leiding van voorzitter Jan van Weerdenburg. Participatie was daar al regelmatig onderwerp van gesprek en vandaag wederom.
,,Participatie is een begrip nu, waarvan ik zeg dat het een modewoord is”, vertelt Jan.
,,Alles moet via participatie. Ik denk dat de gemeente en dorpsraden wat dit betreft in een leerproces zitten. Je krijgt de kans om mee te praten en je wordt ook gehoord. Alleen wordt er niet altijd duidelijk gecommuniceerd dat ze niet met alles iets gaan doen. Ik heb het gevoel dat het zo gaat: we gaan participatie doen, dus je mag iets inbrengen. Al hoeven we er niet naar te luisteren. Maar achteraf kan er altijd gezegd worden: ‘Ja, maar je hebt toch de kans gehad om je punten naar voren te brengen?’ Dat vind ik het meest kwalijke ervan. Ik wil niet Edam-Volendam de schuld geven, want ik denk dat dit een Nederland-breed probleem is.”

‘Mijn persoonlijke mening
is dat de gemeente van
tevoren duidelijk moet
maken dat participatie
een juridisch onderdeel
is voor direct belanghebbenden.
Want dat zijn in een procedure
ook de enigen die er
echt wat over te
zeggen hebben’

Jurre Bleekemolen is ook lid van de dorpsraad. Vanuit zijn werk heeft hij vaak te maken met gemeenten en praat met deze instanties over het verkrijgen van omgevingsvergunningen. Hij heeft een uitleg over waardoor het verschijnsel participatie is ontstaan. ,,Op dit moment zie ik dat er bij 70% van alle vergunningsprocedures bezwaar wordt gemaakt. Dit gebeurt door buren, overburen, mensen uit de wijk. Wat ik zie, is dat hierdoor een gigantische pot geld naar de juridische afdelingen moet. Alles om de bezwaren te kunnen bezweren en om aan te tonen dat de gemeenten er goed over nadenken. Daarom denk ik dat participatie in de omgevingswet is opgenomen.”
,,Waarschijnlijk denken ze dus: als we het nu van tevoren kortsluiten, dan kun je op het juridische vlak aantonen dat de procedure goed is verlopen. Een bezwaar heeft achteraf dan veel minder kans van slagen. Mijn persoonlijke mening is dat de gemeente van tevoren duidelijk moet maken dat participatie een juridisch onderdeel is voor direct belanghebbenden. Want dat zijn in een procedure ook de enigen die er echt wat over te zeggen hebben. Als je dat vertelt, dan geef je al een heel ander signaal af. Nu wordt iedereen die iets wil zeggen uitgenodigd. Ik denk dat participatie daarmee zijn doel voorbijschiet en ook zijn geloofwaardigheid.”
Een concreet voorbeeld van een participatietraject speelde zich in Beets af rond haar basisschool. Leden van de dorpsraad kregen daarbij het gevoel dat zij konden meepraten en ideeën aandragen. Achteraf bleek dit proces voor zowel de gemeente als de stichting geen succes. ,,De gemeente wekte naar ons idee de verwachting dat we iets konden inbrengen, terwijl dit mogelijk niet zo was. Daarvan heeft de lokale overheid ook aangegeven dat ze met alle projectleiders gingen bespreken hoe dit traject is verlopen. Men ging dit anders aanpakken, omdat ze vond dat dit niet positief uitpakte.”
Naar Jurre’s idee waren de dorpsraad en gemeente goed met elkaar in overleg over de nieuwbouw van de basisschool. Deze beleving bleek op een bepaald moment niet wederzijds te zijn. Hetgeen voor de inwoner van Beets teleurstellend was. ,,Iemand van de gemeente zei letterlijk: ‘We vinden dat de dorpsraad en andere participanten zo’n negatieve invloed hebben op het proces, dat we hebben besloten om verder helemaal niet meer naar jullie te luisteren. En gewoon terug te gaan naar ons eigen, oorspronkelijke idee’. Dat was behoorlijk hard en dit hadden wij niet zien aankomen.”

Onderbouwing
De dorpsraad liet de lokale overheid weten dat men zich niet in deze zienswijze kon vinden. Jan, Jurre en hun mede raadsleden hadden het idee dat het proces positief verliep. Ze vonden en vinden het vervelend dat het op een onbevredigende manier afliep. Een week of vier later deed zich een nieuwe ontwikkeling voor. De dorpsraad kreeg een mail, ditmaal van het schoolbestuur. Men vroeg daarin of mensen die ‘positief meedenken’ zich opnieuw wilden aanmelden voor een klankbordgroep. ,,Alleen als je een ‘positieve bijdrage’ kon leveren, was je welkom. Anders was het niet de bedoeling dat je je erbij aansloot.”
Volgens Jan zouden participatietrajecten beter kunnen verlopen als gemeenten goed duidelijk maken waarom ze bepaalde voorstellen niet kunnen doorvoeren. Er komt vaak geen toelichting waarom de initiatiefnemer vasthoudt aan oorspronkelijke ideeën. Jan: ,,Je verwacht op z’n minst terug: ‘Goed dat u uw visie duidelijk maakt. Maar we doen hier niks mee, want deze past niet binnen het budget bijvoorbeeld. Geef er iets van een onderbouwing bij. Niet van: ‘Dit doen we niet, want dit willen we niet’. Anders krijg je het gevoel van: als jullie toch zelf mogen bepalen, waarom zitten we dan te participeren? We hoeven geen gelijk te krijgen. Maar wat meer toelichting zou wel goed zijn.”
Beets is als voormalig onderdeel van gemeente Zeevang inmiddels vijf jaar onderdeel van Edam-Volendam. Door de bovengenoemde punten zou iemand kunnen interpreteren dat de dorpsraad achteraf niet tevreden is met de fusie. Dit is echter allerminst zo. ,,Ik denk dat de fusie een goede stap is geweest. Er zijn ook een hoop dingen die nu duidelijk beter lopen dan vroeger. En later hadden we nog op het gemeentehuis een gesprek, waarbij alles nog eens op tafel kwam. Daar is duidelijk gezegd: laten we hier ook alsjeblieft van leren met z’n allen. Participatie, het is een leerproces. Dat is duidelijk. Door de dingen die je meemaakt, kun je op een hoger niveau komen. Maar als het nog niet loopt zoals het hoort, dan vind ik dat je daar kritisch op mag zijn of eigenlijk móet zijn.”
Het grondgebied van Edam-Volendam reikt al een half decennium pal tot aan de grens met Purmerend. In Kwadijk zijn de woonflats van de marktstad aan het water reeds zichtbaar. Ep Blakborn woont al vijfentwintig jaar in alle rust in dit lintdorp. De watertoren kan er misschien wel het symbool van worden genoemd. Langs de weg ernaartoe wordt het land bemest, klaargemaakt voor nieuwe gewassen om uit te groeien.
Ep is voorzitter van de lokale dorpsraad. Net als zijn gemeentegenoten uit Beets is hij over het algemeen positief over de vanuit het vissersdorp bestuurde gemeente.
Ep: ,,Voorheen waren we meer gericht op Oosthuizen, met het aanvragen van paspoorten en dergelijke. Nu moeten we daarvoor naar Volendam. Ik vind dat het daar best wel aardig georganiseerd is. Wat participatie betreft is het anders. Ze zijn er al mee bezig om te kijken in wat voor vorm ze dit moeten gieten. Er zijn nogal wat dingen die wij verbeterd zouden willen zien. Participatie betekent deelnemen en niet dat je achteraf voor voldongen feiten wordt gesteld. Wij vinden dat de gemeente wat dit betreft de plank regelmatig misslaat.”

‘Participatie betekent
deelnemen en niet dat
je achteraf voor
voldongen feiten
wordt gesteld’

Een voorbeeld van waar het volgens Ep misging, is het proces rond de komst van een nieuwe biomassacentrale in Kwadijk. Deze wordt gebouwd op de grens tussen Edam-Volendam en Purmerend.
De dorpsraad moest via de media vernemen dat dit bouwwerk er komt. De Kwadijkers haalden verhaal bij hun gemeentebestuur. ,,Dan zeg je: nou wethouder, vertel eens hoe dit zit. Die bleek dit achteraf al te weten. En dan verzuimen ze het om ook de dorpsraden in te lichten. Dan loop je achter de feiten aan. We hebben daarom ons nieuws vergaard bij gemeente Purmerend. Die waren er lang niet blij mee dat wij er lucht van kregen. Want de tendens is dat we dit soort centrales helemaal niet meer moeten bouwen. Maar het bleek dus dat er eigenlijk al geen protest meer mogelijk was. Dat al die stadia al gepasseerd waren en dat ding gaat er dus gewoon komen. Wij vragen ons dan af: waarom horen wij hier niks van en waarom protesteerde Edam-Volendam hier niet tegen? Als de wind straks verkeerd staat en dat ding begint te fikken, dan ruik je dat in Edam wel, hoor.”
De gang van zaken rond de energiecentrale staat niet op zichzelf. De dorpsraad werd eveneens niet op de hoogte gesteld over het doortrekken van de Purmerendse stadsverwarming naar Kwadijk. ,,Wij wisten hier helemaal niks van. Je zag dat er graafwerkzaamheden bezig waren voor de nieuwe energievoorziening van Zuidoost-Beemster. En ineens gingen ze onze kant op graven. Dan denk je: wat doen jullie nu weer? Dat is weer een voorbeeld van waar er van participatie geen sprake was.”
Een andere verrassing was het nieuws over de aanstaande plaatsing van vuilcontainers. Via via moest Ep dit vernemen. ,,Ambtenaren waren al geweest om te kijken waar ze moesten komen te staan. Dan zeg je al: wat zijn de plannen, jongens? En uiteindelijk hoor je dan: ‘Ja, hier komen van die ondergrondse vuilcontainers’. Dan ga je je erin verdiepen en dan blijkt dat die dingen in lintdorpen helemaal niet passen”

Doordrammen
,,Er zijn maar een of twee plekken waar het zou kunnen. Want binnen zoveel meter van zo’n ding moeten zoveel woningen staan. Dat red je hier bijna niet. Ze willen het toch doordrammen en er bijvoorbeeld eentje plaatsen bij het oude station. Wie moeten daar in godsnaam naartoe met hun vuilniszak?, vraag ik mij dan af. Als je de mensen ziet die hier wonen, dat zijn bijna allemaal bejaarden. Die moeten dan een aardig eind lopen.”
Ep denkt dat bewoners hun eigen dorp het beste kennen. Zij denken te weten dat bepaalde besluiten praktisch niet handig kunnen uitpakken. De voorzitter denkt dat participatie op dit soort momenten juist van nut kan zijn. Nu denkt hij dat het erop uitdraait dat er zometeen nog meer vrachtwagens door hun dorp zullen gaan rijden.
,,Er blijven stukken over waar de containers niet kunnen komen. Daarvoor moet de vuilniswagen dan toch door Kwadijk heen. Dus dan krijg je en een zware auto om die containers te legen én een ouderwetse wagen. Als dat zware verkeer voorbij komt rijden, trilt je hele huis. Daardoor zitten er ook scheuren in de gevel en badkamer.”
Dorpsraad Kwadijk probeert mee te denken met de gemeente. De leden ervan willen graag overleggen over vraagstukken in het dorp. ,,Maar zoiets moet dan van ons komen. Want de gemeente denkt waarschijnlijk: ‘Zolang ze niet mekkeren, dan doen we niks’. Toch wil ik ook niet te negatief zijn. Ik werk al dertig jaar in Volendam en ken de mentaliteit er wel een beetje. Die is mij nooit tegenvallen. Ze zijn meestal wel zakelijk en realistisch. Alleen wat participatie betreft kan het nog beter. Maar ik denk dat elke gemeente daarmee worstelt. Wie weet dat het nog beter zal gaan, als de plannen die nu worden opgesteld straks goed blijken werken.”

 

|Doorsturen

Uw reactie