Algemeen

Purmerender Marcel Groot bood spontaan hulp aan tijdens die Nieuwjaarsnacht

Positief politiemens, ondanks alles

Op 1 januari is het straks 20 jaar geleden dat Volendam breaking news was in Amerika (CNN) en Groot-Brittannië (BBC). Nederland raakte geschokt, omdat bar De Hemel in brand stond en tientallen feestvierende kinderen – van buiten en van binnen – verwond raakten. Veertien jongeren kwamen te overlijden, duizenden mensen waren betrokken. Families, vrienden, omwonenden, hulpverleners, ooggetuigen, velen raakten getraumatiseerd. Naast de vele drama’s bracht de nasleep van de Nieuwjaarsbrand ook onvoorstelbare veerkracht en verrassende, soms ontroerende, gebeurtennissen met zich mee in de twintig jaar daarna. De Nivo brengt een reeks verhalen met mensen uit die betrokken groep. Vandaag Marcel Groot (50), één van de mensen van buiten, die Volendam terstond te hulp schoot. In zijn geval spontaan, want als politieman functioneerde hij eigenlijk in een ander regio. Maar hij had en heeft iets met Volendam. Een hulpverlener van buiten geeft een bijzonder inkijkje. Marcel is geen gewone agent, maar een politiemens. Vanuit zijn humane inborst zit hij twintig jaar later tevens nog met een vraag. ,,Iemand is me bijgebleven en ik ben benieuwd hoe het met haar gaat.”
Door Eddy Veerman

Aan het einde van het gesprek, op een late maandagavond, wandelen we over een verlaten dijk. Op zoek naar punten van herkenning. Marcel was in Volendam, toen de Nieuwjaarsbrand tien jaar later werd herdacht, maar ging destijds niet terug naar waar hij 01-01-01 midden in de consternatie deed wat hij kon doen. Bij café De Molen en De Dijk staat hij stil. Bij die laatste, daar moet het geweest zijn dat hij de angstige ouders in de ogen keek. En in de Haringstraat, daar moet hij ergens boven een brandslachtoffer hebben bijgestaan. Maar waar precies, dat is niet helemaal helder. Als hij richting zijn auto gaat, om terug naar Friesland te rijden, vertelt Marcel dat hij onderweg soms de stilte haar werk laat doen. ,,Maar ik zet ook vaak een zelf samengestelde cd aan, met liedjes die me aan iets herinneren.” En genoeg levensmomenten om over te mijmeren. ,,Alle liedjes duren een minuut, behalve twee. Waaronder ‘Always look on the bright side of life’, uit Monty Python. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen moeilijk een drama te boven komen, maar probeer ondanks alle ellende toch positief te blijven, dat is mijn motto.”

Marcel is een geboren en getogen Purmerender. ,,We woonden aan het Wormerplein, waar Volendammer Viswinkel Sier & Jonk al sinds jaar en dag zit. Mijn ouder scheidden toen ik jong was. Moest mijn moeder heel hard werken om een dagje-uit te kunnen met mij en mijn broertje, we hadden het niet breed. Mijn vader was vanaf mijn vijfde uit beeld, voor vijftien jaar lang. Inmiddels zijn we twee handen op één buik.”
,,Als kind had ik al een paar beroepen op het oog: geschiedenisleraar, politieman of soldaat. En uiteindelijk knipte ik, negentien jaar jong, in de Veronica Gids een advertentie van de politie uit. Wat het is? Een roeping: ik vind het mensenwerk, maar het is ook de actie die je trekt. Het boeven vangen, plat gezegd. Later, tijdens je opleiding en als je er eenmaal bij zit, weet je welke keuzes je hebt: wil je iets met verkeer doen, wijkagent, jeugdagent of bij de milieupolitie?”
,,Tijdens de opleiding krijg je bepaalde vakken, van civiel- tot strafrecht, van verkeerswetgeving tot met je vuurwapen leren schieten, maar ook maatschappijleer: wat is de rol van de politie, wat is de rol van de politiek maar ook die van de media? Je hebt zelf al een idee van wat je te wachten staat, maar uiteraard word je vooral onderweg gevormd. Ik was negentien en kwam onder moeders rokken vandaan.” Marcel volgde zijn opleiding in Leusden. ,,En werd aangenomen voor de gemeentepolitie Rijswijk. Ik moest mezelf daar ook vestigen. Altijd fijn als je dan ook iets bekends in je buurt hebt, zoals ik regelmatig met een collega van de politie een harinkje at bij Volendammer vishandel Koning in winkelcentrum In de Boogaard.”

‘De volgende morgen
hoorde ik op het werk
dat in de buurt van
Purmerend en Ilpendam
zes jongeren waren omgekomen.
Ze kwamen terug van een
stapavond in Volendam’

Tijdens de Kerst van 1994 gebeurde er iets huiveringwekkends, dat ook veel Volendammers nog op het netvlies staat. ,,Het was Kerstmis en ik had mijn moeder en haar man, mijn broertje Jeroen en mijn opa en oma uitgenodigd, om in Rijswijk te komen eten. Mijn broertje koos er voor om te gaan stappen in Volendam, samen met wat vrienden en vriendinnen uit Ilpendam en Purmerend.”
,,De volgende morgen hoorde ik op het werk dat in de buurt van Purmerend en Ilpendam zes jongeren waren omgekomen, bij een noodlottig ongeval met een auto. Het stond op Teletekst. Ik belde vanaf het politiebureau met mijn moeder, om even te checken. Ze had het ook gelezen. ‘Erg hè’. Verder maakte zij er niets van. Jeroen woonde nog bij haar. Je had in die tijd geen mobiele telefoons. En dat ze nog niks van Jeroen had gehoord, na zo’n uitgaansavond, dat gebeurde vaker, dan sliep hij bij vrienden. Ik ging mijn dienst in, de straat op en na een paar uur keerde ik terug op het bureau. Ik wilde toch nog eens mijn moeder bellen…”
De gedachte aan de woorden die volgden, de dramatische klank waarmee ze werden uitgesproken, ze grijpen hem naar de keel en maken hem verdrietig. ,,Want het zat me toch niet lekker… Kreeg ik mijn moeder aan de lijn… Huilend. Ze zei dat Jeroen er bij was. Hij was dood. Normaal vloek ik niet zo snel, maar dat deed ik toen wel, met al mijn collega’s om me heen. Jeroen was die Kerstavond op de Volendamse dijk beland en toen hij terugging met vijf generatiegenoten, reden ze de Purmer in. Het ijzelde en vroor die nacht, dus vooral die zijweggetjes waren spekglad. Bij de bocht, om richting Ilpendam te gaan, gleed de auto met zes personen de Ringvaart in. Ze verdronken…”
,,Zelf had ik sinds enkele jaren weer contact met mijn vader, maar Jeroen nog niet. Nadat ik mijn moeder had gesproken, belde ik mijn oom, met de vraag of hij naar mijn vader wilde gaan, zodat hij hem kon opvangen als ik hem ging bellen. Uitgerekend een week eerder was ik met mijn broertje spontaan naar Alkmaar gereden, waar mijn vader woonde. Helaas was mijn vader toen aan het werk en troffen we hem niet. En een week later gebeurde het, waardoor het voor mijn vader extra pijnlijk was. Want niet lang na Jeroens geboorte verdween hij uit beeld en sindsdien hadden ze elkaar maar één keer gezien, op een bruiloft. Maar nooit meer gesproken…”
Het was Jeroen die – zijn eigen – de auto bestuurde. ,,Gelukkig wees onderzoek uit dat hij niet had gedronken. Ik heb destijds vier van de zes begrafenissen bijgewoond, de andere twee liepen parallel, dus kon ik niet bij zijn. Gelukkig heb ik in de tijd daarvoor alles tegen mijn broertje gezegd. Ook dat ik van hem hield, ook al was dat op die jonge leeftijd niet stoer. Toen ik zelf voor het eerst vader zou worden, kreeg ik ineens die bezorgdheid – bang dat er iets gebeurt of om iemand te verliezen – terug, die ik in mijn jeugd had. Ik moest immers altijd op mijn broertje passen, omdat mijn moeder veel moest werken.”

Hart
,,Jeroen zit in mijn hart. In mijn beleving ben je pas echt dood als mensen het niet meer over je hebben. Dus ik bezoek zijn graf als ik hier in de buurt ben. Ik heb geleerd dat het goed is om altijd uit te spreken dat je van iemand houdt. En dat je nooit met een slecht gevoel en zonder iets te zeggen bij iemand weg gaat, dat geef ik mijn kinderen ook mee.”
,,Het is één van de diepste dingen je kunt meemaken, je broer of zus verliezen en nog een graadje erger: je kind verliezen. Slechte ervaringen, ze horen bij het leven, ook al maak je het liever niet mee. Ik heb het meegenomen en geprobeerd er iets positiefs van te maken. Zo’n ingrijpende gebeurtenis, het creëert een olifantenhuid en tegelijkertijd word je gevoeliger. Ik heb als politieagent meerdere slecht nieuwsgesprekken moeten voeren. In de tijd vóór de dood van mijn broertje deed ik het ook vanuit mijn gevoel, maar vooral ook hoe ik het had geleerd. Hoe je het nieuws brengt en dat je een glaasje water aanbiedt. Maar na het ongeval van mijn broertje kon ik er veel meer mijn gevoel in leggen. Ik heb meerdere keren bij mensen thuis moeten vertellen dat hun kind of partner was overleden en dan geef je ze eigenlijk levenslang. Je bent een boodschapper van vreselijk nieuws, maar als mensen je achteraf toch dankbaar zijn, betekent het dat het gewaardeerd wordt dat je het op een menselijke manier doet.”
Enkele jaren later verkaste hij naar een andere regio, als agent. ,,Ik wilde eens kijken hoe het zou zijn in Noord-Holland. Kwam in Hoofddorp terecht en daar – in Vijfhuizen en omgeving – werd ik wijkagent. Zo kon ik mijn hart kwijt: omgaan met én een band opbouwen met mensen. Ik kon daardoor gemakkelijker dingen gedaan krijgen. Ik verhuisde naar Purmerend-Zuid. En voelde me thuis in het dorp Ilpendam, waar mijn grootouders woonden. Mijn opa was altijd mijn grote voorbeeld, hij was in Ilpendam commandant van de Vrijwillige Brandweer.”
,,Ik was bij hen op visite in die nacht van 1 januari 2001. Het was de laatste Oud & Nieuw met mijn opa en oma, wat mijn opa had kanker en niet lang meer te leven. Ik draaide regelmatig nachtdiensten en was ook gevraagd door het bureau in Hoofddorp, maar ik had deze keer bedankt omdat ik bij mijn grootouders wilde zijn. Mijn opa was bedlegerig. Keken we die avond om twaalf uur samen uit het raam, daarna ging hij slapen en oma en ik gingen naar beneden. Daar stond zijn scanner nog en die deden we aan. Plots hoorden we berichten van de politie en brandweer, dat er brand was en jongeren in het water sprongen. Er werden eenheden naar Volendam gestuurd, ook vanuit Purmerend. Ik heb de auto gepakt en reed richting het politiebureau van Purmerend, waar nog maar één dienstauto was. Vroeg ik of ik in de stad moest assisteren, maar de collega stuurde me meteen naar Volendam en precies op dat moment kwam de overgebleven dienstauto aangereden en ik stapte achterin.”

‘In de woning in de
Haringstraat zat boven
in de badkamer een meisje
met brandwonden,
al klappertandend
in het water’

,,We parkeerden de politieauto, in de buurt van de Haringstraat. Toen we uitstapten, deed ik een hesje van de politie aan en kwam er meteen een jongen en een meisje op me af. Ze vroegen waar de EHBO was. Uit de mond van de jongen kwam zwarte rook en hij droeg de geur van brand bij zich. Ik had nog een geen enkel beeld van wat er gaande was, zag wel veel mensen lopen, maar kende er de weg ook niet. Iemand van beveiliging sloot zich bij ons aan en in koppels van twee zijn we ergens heen gegaan. Er kwam een andere collega uit een woning in de Haringstraat en vroeg ons om hulp. Boven in de badkamer zat een meisje met brandwonden, al klappertandend in het water. Ik draaide de kraan meteen van ijskoud naar lauw. Samen met mijn collega droeg ik het meisje vervolgens van de nauwe trap de politieauto in en zij werd naar het ziekenhuis vervoerd.”
,,Wij kregen daarna de opdracht om naar een café – welke weet ik niet meer – te gaan, om daar voor de ingang te gaan staan. Er stonden namelijk allemaal ouders en familieleden die wilden kijken en weten of hun kind binnen lag. Het was duwen en trekken. Er hoefde maar iets te gebeuren en het kon vechten worden. Arm in arm stonden we met z’n vieren voor de deur. Ik herkende één Volendammer, hij had een viskar in Zwanenburg. Binnen was één, lange, brandweerman. Dat werd mijn held. De familieleden en vrienden buiten noemden namen en de brandweerman gaf vervolgens telkens het antwoord, of diegene binnen was of niet, of dat iemand al naar een bepaald ziekenhuis was gebracht. Daardoor ontstond er iets meer rust en nam de de druk op ons af.”
,,Daarna kregen we de taak om de dijk verder te ontruimen, mensen buiten de afzettingen houden. Er kwamen jongeren op ons af, sommige met ernstige brandwonden. Soms wist ik echt niet wat ik zag…” Zijn woordenstroom hapert, het maakt hem droevig. ,,Je ziet het, je neemt het op, maar het is niet te bevatten. En het zorgt voor apathie. Het gaat om kinderen. Dan heb je je collega die op dat moment kan zeggen ‘rechtdoor en daar rechts is het gemeenschapsgebouw’, daar kun je heen.” Hij doelt op de PX.
,,Ik zag de burgemeester van Purmerend staan, als Hoofd van de Veiligheidsregio, in overleg. Op een gegeven moment kregen mijn collega en ik de opdracht om de lijst met namen van jongeren die overleden en geïdentificeerd waren, naar het gemeenschapsgebouw te brengen. In de tussentijd werden we aangeklampt door mensen, die kennelijk wisten dat we iets bij ons hadden en zij stelden logischerwijs allerlei vragen. Maar we moesten hen doorverwijzen.”
,,Er gebeurde heel veel die nacht. Om half zes ’s morgens kwam ik terug op het bureau in Purmerend en ik vroeg de collega een pot sterke koffie te zetten, want mijn dienst in Haarlemmermeer zou starten. Maar ik werd naar huis gestuurd, om even bij te gaan slapen. Al snel werd me duidelijk dat in mijn werkregio – Haarlemmermeer – één van de werknemers van de Volendamse visboer op de markt in Zwanenburg, zijn dochter was verloren in die nacht. Heel bijzonder was dat klanten en omwonenden allemaal bloemen… hadden neergelegd bij de viskar. Dat vond ik een heel mooi gebaar…” Doelend op Kees Buijs, de onlangs overleden vader van de op 01-01-01 gestorven Liesbeth Buijs, maakt het hem emotioneel.
,,Tot op de dag van vandaag ben ik benieuwd hoe het dat meisje die we uit de badkamer hielpen, is vergaan. Die lange brandweerman heb ik later nog gezien, toen tien jaar na dato in Volendam een herdenking was. Ik ben op hem afgestapt en heb gezegd dat hij mijn held was. Die herdenkingsdag eindigde ik in de brandweerkazerne van Volendam, waar we mooie gesprekken hadden.”

Begrip
,,De Volendamse ramp is een begrip in Nederland. Ik heb die ervaring kunnen gebruiken in mijn werkgebieden. Richting jongeren, wanneer zij grenzen opzochten zoals het laten ontstaan van een zuipkeet, maar ook naar de gemeenten toe. Ook in deze wilde ik, wat ik heb meegemaakt, ombuigen in iets positiefs. In de trant van ‘wees zuinig op jezelf en elkaar’.”
,,En wat die nacht is bewerkstelligd, is met heel veel hulpverleners geklaard. Ik weet dat in de nasleep collega’s uit korpsen er moeite mee hebben gehad, met wat ze hebben gezien. Voor mezelf geldt dat Volendam altijd al een rol in mijn leven speelde, of het nou voetballen tégen – bij Purmersteijn en Ilpendam – was of de muziek, of daar stappen. Ik voel me sinds de ramp nóg meer verbonden met Volendam.”
Uiteindelijk zou hij na een aantal dienstjaren in het Noordhollandse naar Friesland gaan, om daar wijkagent te worden. Hij was nog niet zo lang in functie, toen hem daar iets aangrijpends overkwam, wat lang door etterde. Naar aanleiding daarvan verleende Marcel zijn medewerking aan de documentaire ‘Noodweer’, die in augustus bij de KRO/NCRV werd uitgezonden.
Ondanks alles wat hij tot dusver in zijn functie en privé meemaakte, staat Marcel optimistisch in het leven en blijft ook de politie trouw. ,,De laatste zes jaar zit ik op de meldkamer Noord-Nederland in Drachten en is er wat meer afstand, maar je krijgt wel de meldingen onder ogen en weet waarmee je collega’s dan worden geconfronteerd. Soms maak je héle heftige situaties mee bij de politie, moet je op een ongeluk af, voer je slecht nieuws gesprekken en moet je daarna klaarstaan om op een burenruzie af te gaan. Het gaat er altijd om hoeveel ruimte je krijgt en neemt om die eerdere gebeurtenis te verwerken. We moeten er telkens met elkaar voor zorgen dat die ruimte er is. Ik ben er nog steeds trots op dat ik politieman ben. Ik ben meer een politiemens, zoek graag de verbindingen, ook van de verschillende werelden. En ik heb nog genoeg uitdagingen.”
,,De straat op gaan als wijkagent, dat is er al enkele jaren niet meer bij, maar dat blijft wel trekken. Maar dan wel voor zaken waaraan je iets bij kunt dragen. Jongeren die vernielingen aanrichten, dat vind ik zonde van mijn tijd. Ik had altijd al iets met jeugd. Wilde ze iets meegeven. Sprak ze wel eens aan met: ‘tot je achttiende heb je last van mij, zit ik achter je aan als dat moet. Fouten maken mag, maar leer er van en zorg dat je geen strafblad krijgt’. Ik zat ook echt achter ze aan, maar mijn deur stond ook altijd open voor hen. Ik verplaats me ook in hun situatie, weet dat de hersenen nog in ontwikkeling zijn en er soms sprake is van groepsdruk of een moeilijke jeugd. Nu heb ik zelf pubers en daar kan ik ook mee sparren”, glimlacht Marcel.
,,Ervaringen vormen je, maar dat doen collega’s ook. Ik ben een spons en nam alles altijd in me op. Ben collega’s en mensen ook altijd dankbaar geweest en dat spreek ik ook altijd uit. Da’s belangrijk.” ‘Volendam’ liet een indruk achter op hem, Marcel laat een indruk achter op Volendam. Als hij gedag zegt, om de Afsluitdijk over te gaan, klinkt het fluitje nog door, na ‘Always look on the bright side of life…’

 

|Doorsturen

Uw reactie