Algemeen

Fulltime leraar en support-act voor de groten der aarde

Specs Hildebrand: Volendams eigen countryheld

,,Mijn grootste muzikale prestatie is dat ik nooit heb toegegeven aan het opportunisme”, oordeelt Theo van Scherpenseel. ,,Ik heb altijd mijn eigen plan getrokken. Take it or leave it is als country- en folkzanger steevast mijn motto geweest. Misschien dat ik makkelijk praten heb, omdat ik altijd een baan had naast de muziek, maar ik ben best trots dat ik zonder hitparade-successen toch een aardig pakje met eigen materiaal heb kunnen maken”, verklaart de bebrilde zanger, terwijl hij naar een pak LP’s en een stapel CD’s voor hem op tafel wijst. Theo van Scherpenseel, of Specs Hildebrand zoals de meeste mensen hem kennen, is boven alles pure liefhebber van muziek. ,,Ondanks dat ik de zeventig inmiddels heb aangetikt en al ruim vijftig jaar in het vak zit, schuilt er nog altijd een jongetje in me dat niets liever doet dan muziek maken. En bij leven en welzijn zal ik dat zo lang mogelijk blijven doen.”
Door Kevin Mooijer


Theo werd in 1950 geboren uit een Volendamse moeder en een Amsterdamse vader. Op tienjarige leeftijd verruilde hij de bedrijvige straten van de hoofdstad voor de kalme schelpenpaden van Volendam. ,,Tijdens vakanties logeerde ik al vaak mijn opa Jaap Buijs op de Edammerweg”, herinnert Theo zich. ,,Ik vond het geweldig om hier te zijn. In Amsterdam was het in die tijd al zó druk op straat dat je alleen op de stoep kon lopen. Hier kon je midden op straat voetballen. Om nog maar te zwijgen van mijn favoriete oom, die ook in het dorp woonde. Reden genoeg dus voor mij als klein knaapje om graag naar Volendam te willen verhuizen.”
Een jaar na de verhuizing slaagde Theo op elfjarige leeftijd voor het toelatingsexamen van de HBS. ,,Mijn ouders waren zo blij, dat ik een cadeau mocht uitzoeken. Dat cadeau werd mijn eerste gitaar. Voor die tijd was ik al helemaal verzot op snaarinstrumenten. Als ik er eentje in een etalage in Amsterdam zag staan, kon ik oeverloos blijven staren en ervan dromen om erop te spelen. En nu had ik er zelf één. Mijn eerste eigen gitaar.”

Liedjes-man
De jonge muzikant zou zijn eerste akkoorden leren spelen van Evert Woestenburg. ,,Al heel gauw ontdekte ik dat ik niet het talent had om gitaristen precies na te spelen. Ik bleek een liedjes-man. Songwriting werd mijn ding. Op jonge leeftijd probeerde ik voorzichtig al – op knullige wijze – liedjes neer te pennen. Dankzij die muzikale interesses kreeg ik de folk- en blues-genres in de gaten, met als absoluut hoogtepunt het ontdekken van Bob Dylans Like a Rolling Stone. Dat nummer kwam bij me binnen tot op de dag van vandaag. Het is mijn lijflied geworden. Ik hoorde het voor het eerst toen ik vijftien jaar jong was, maar ik speel het nog altijd iedere show.”
Als tiener bezocht Theo regelmatige repetities van de band Progress. ,,Af en toe mocht ik een deuntje meespelen. En nadat de bassist ermee stopte, sloot ik me definitief bij de band aan. Mijn muzikale carrière begon ik dus als bassist.”
Een paar jaar en heel wat uurtjes repeteren later besloot de band te fuseren met collega-band Coffin. ,,Begin jaren 70 doopten we ons om tot Jen Rog. Ik zou de leadzanger worden en Jaap de Witte nam het sologitaarwerk voor zijn rekening. We speelden vooral countryrock. Met onze single Devilish Mary beleefden we een vliegende start, maar we werden slachtoffer van ons eigen opportunistische beleid. Ons nieuwe nummer zou moeten klinken als het nummer dat vorige week op nummer één stond. Als gevolg maakten we vis noch vlees-platen en kwamen we op de plaat nooit echt goed uit de verf.”
In 1975 besloot Theo op te stappen bij Jen Rog. ,,Jaap de Witte en Martin Poes waren inmiddels beroepsmuzikant geworden, maar ik zat fulltime in het leraarsvak. De belangen liepen uiteen, dus mijn opstappen was onvermijdelijk. Rond dezelfde periode vroeg Arnold Mühren ons of we een aantal liedjes van Jip Golsteijn en Ton de Zeeuw wilden inspelen. Zij hadden een aantal country getinte nummers geschreven. Bij Arnold aan de keukentafel werd beklonken dat we drie albums zouden opnemen onder de naam Specs Hildebrand. Jip had deze naam geleend van een fictief personage uit een jeugdboek. Deze Specs Hildebrand was een juwelensmokkelaar en Jip vond het passend vanwege de ‘specs’ (spectacles is Engelstalig voor bril, red.).” Theo lacht: ,,Jip heeft destijds nog aan de schrijver van het jeugdboek gevraagd of hij het goed vond als we de naam zouden gebruiken, maar hij bleek te dronken om te antwoorden.”

‘Daar stond ik dan,
op het podium van
een bomvol Ahoy met
een gouden plaat
onder mijn arm,
achter de grote
Johnny Cash’

,,Jip en ik werden broeders in de strijd. Hij zou mijn beste vriend worden. Vanwege onze gedeelde voorliefde voor countrymuziek, schreven we na het opnemen van de drie albums samen ontzettend veel nummers in die stijl. Zelf was ik ook al jaren bezig met het schrijven van eigen werk voordat ik aan het Specs Hildebrand avontuur begon. So Long Ago had ik bijvoorbeeld al op papier staan. Een band had ik op dat moment alleen nog niet.” Destijds maakte Theo deel uit van de organisatie achter het Palingtoernooi. ,,We sloten het toernooi af met een feestavond en voor die gelegenheid zocht ik een band. Ik vroeg wat collega-muzikanten om een setje met me te spelen en zo is the Living Room Band ontstaan.”
Specs Hildebrand and the Living Room Band bleven niet onopgemerkt in de countryscene. ,,We werden gevraagd voor een countryfestival. Aldaar ontdekte ik dat ik in het wereldje een beetje als verrader werd gezien. Ik verwerkte namelijk ook een beetje blues en rock ’n roll in onze countrymuziek. En ja… daar hield de fanatieke countryliefhebber niet van.”
In 1981 werd Theo gevraagd om op het Wembleyfestival in Ahoy te spelen. ,,Ik was destijds aangesloten bij de platenmaatschappij CBS en zodoende mocht ik deel uitmaken van een line-up die bestond uit een groot aantal van mijn muzikale helden. Eén van de aanwezige iconen was Johnny Cash. Hij had een gouden plaat verdiend. En ik mocht die plaat gaan uitreiken. In overleg met het management van Johnny Cash werd besloten dat ik anderhalve minuut de tijd kreeg om hem tijdens zijn liveshow te onderbreken en hem de plaat te overhandigen. Ik zou na het derde liedje het podium op moeten stappen om hem de plaat te overhandigen.”
,,Ik kan je vertellen dat ik nooit eerder zó zenuwachtig ben geweest als op dat moment. Backstage stond ik gespannen met de plaat in mijn handen te wachten tot het derde nummer zijn einde naderde. Toen de band de laatste noot speelde liep ik snel het podium op, maar Johnny Cash had het niet door en zette het volgende nummer al in. Daar stond ik dan, op het podium van een bomvol Ahoy met een gouden plaat onder mijn arm, achter de grote Johnny Cash…”

Held
,,Er zat maar één ding op. Ik tikte mijn held op zijn rug. Hij keerde zich om en de band stopte met spelen. Ik werd door het publiek getrakteerd op een oorverdovend fluitconcert.” Theo lacht: ,,Ik kreeg de microfoon en opende met het statement dat ik groot fan van Johnny Cash was, waarna het gefluit omsloeg in gejuich. Na het uitreiken van de gouden plaat vroeg Johnny of ik hem backstage vast wilde houden voor hem tot hij klaar was met zijn show. Hij voegde er nog aan toe of ik er voorzichtig mee wilde zijn. Wat een ervaring. Jaren later heb ik zelfs nog eens samen met Evert Veerman ‘Jash’ in het voorprogramma van Johnny Cash mogen spelen. Voordat hij toen het pand binnenkwam deed zijn vrouw June Carter eerst een korte schoonmaakronde: alle asbakken en drank werden verstopt voordat Johnny zelf binnenstapte. Hij scheen nogal snel in de verleiding te komen. Dat was de tweede en laatste keer dat ik de eer heb gehad the Man in Black de hand te mogen schudden.”
Halverwege de jaren 80 besloot Theo dat de tijd rijp was om definitief vorm te geven aan the Living Room Band. ,,De formatie bestond uit Gerrit Woestenburg, Hubert en Frits Knuvelder, Klaas Tuyp, Berry Maurer en ikzelf. Specs Hildebrand & the Living Room Band was een feit. We waren er klaar voor, maar kregen heel moeilijk voet aan de grond in de countrywereld. Onze muziek was nog altijd te veel rock ’n roll voor de echte countryfanaat. Maar wij vonden het niet erg. We hadden het vooral heel gezellig. Iedere week repeteren en daarna met z’n allen naar de Job of de Kakatoe. En tussen de bedrijven door maakten we heel wat albums bij Arnold in de studio, waarvan de meest succesvolle ironisch genoeg een kerstplaat werd.”
,,Steevast mopperde ik over de kerstmuziek op de radio. Ik vond het allemaal maar nikszeggende, voorspelbare muziek. Jip Golsteijn stelde daarom in 1990 voor om zelf een kerstplaat te maken. We schreven een serie nummers over mensen die géén kerstgedachte met zich meedroegen. Over iemand die bijvoorbeeld net ontslag had gekregen, of over iemand die net door de liefde van zijn leven gedumpt werd. Dat soort verhalen voerden de boventoon op het album Christmas 4 AM Alone. De hitsingle werd nog Lokschijf bij Frits Spits op de radio.”

‘Jips overlijden
was een enorme klap
voor me’

Ter promotie van zijn nieuwe album besloot Theo dat jaar een optreden in de Pius X te organiseren met kerst. ,,Ik benaderde een aantal vrienden en kennissen uit de muziekwereld en tot mijn vreugde en verbazing stemde iedereen in. Zo bestond de liveband onder meer uit Jan Akkerman op gitaar en Cees Veerman ‘Poes’, Arnold Mühren en Jaap ‘de Koster’ Schilder in het koor, om er een paar te noemen. We hebben het vijf jaar achter elkaar volgehouden, ieder jaar met een formidabele afterparty in ’t Winckeltje.”
Theo ging de daaropvolgende jaren gestaag door met het opnemen van eigen werk onder zijn pseudoniem Specs Hildebrand, tot hij in 2002 bericht kreeg dat zijn goede vriend Jip Golsteijn was overleden. ,,Jips overlijden was een enorme klap voor me. We werken die laatste periode niet heel intensief meer samen, maar Jip was sinds 1975 mijn beste vriend geweest.”
Nadat Theo het overlijden van zijn compagnon een plekje wist te geven, besloot hij ter ere van Jip hun resterende onafgemaakte materiaal thuis op te gaan nemen. ,,Ik vertelde Arnold Mühren wat ik van plan was en hij vroeg waarom ik het niet bij hem opnam. ‘Je hebt low budget platen, maar je hebt ook no budget platen’, zei ik. Maar ook Arnold was een dierbare vriend van Jip geweest. ‘Het is voor Jip, dus dat zit goed’, reageerde hij. We hebben een aantal jaar over de realisatie van het album gedaan. Het duurde langer dan gebruikelijk omdat we het allemaal belangeloos in de extra uurtjes deden. Een groot aantal vakmensen hebben meegewerkt aan A Wink at the Moon. Ik werd op de dijk zelfs aangesproken door Piet Veerman. Hij was op de hoogte van het album en vroeg waarom ik hem niet ook benaderd had. Ik schoot in de lach en zei: ‘Piet, ik ga jou toch niet vragen om een koortje op mijn album in te zingen?’ Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan toen Piet zei: ‘Als je het had gevraagd had ik het gedaan. Ik ben ook goed bevriend geweest met Jip.’ Ik stelde gelijk voor om een liedje om te dopen tot een duet. Piet stemde in en I Survived werd het meest gedraaide nummer van het album.”

Droom
Volendams eigen countryzanger was keer op keer in de veronderstelling dat zijn vorige album het laatste zou zijn, maar the boy in him bleef de kop opsteken. ,,Een volledig akoestische plaat opnemen was altijd nog een droom die ik had. In 2006 heb ik die droom verwezenlijkt. Johan Tol (Spek) en Michel Veerman richtten destijds hun eigen platenmaatschappij op en zo werd Outsider op hun label uitgebracht. Het bijzondere van Outsider is dat er twee bonustracks op staan waarop ik samen met niemand minder dan Flaco Jiménez en Jan Akkerman te horen ben. Met zijn drietjes speelden we in akoestische setting twee lekkere countryliedjes in Mexicaanse sfeer.” Met Flaco Jiménez en Jan Akkerman beschikte de docent Nederlands over twee van ‘s werelds beste muzikanten op hun instrument. ,,Ik had Flaco bij Ry Cooder in de band zien spelen. Via Jip leerde ik hem later persoonlijk kennen. Dat resulteerde in een optreden in Volendam, waarvoor ik het voorprogramma verzorgde. De middag voor het optreden in Volendam vroeg Flaco: ‘Heb jij een drummer in je band?’ De dag ervoor had Flaco ruzie gekregen met zijn eigen drummer en dat was zo hoog opgelopen, dat de drummer terug naar huis was gevlogen. Ik ging dus maar gauw naar onze drummer Gerrit Woestenburg: ‘Gerrit, je moet vanavond twee keer drummen.’ Hij schrok zich dood en begon gelijk Flaco’s setlist door te nemen. Gerrit heeft die hele tour met Flaco vervolgens afgemaakt.”
Rond 2014 kwam Theo via Johan Derksen in contact met Motions zanger Rudy Bennett. ,,Ik had Rudy gekscherend vrijkaartjes beloofd voor een optreden van The Living Room Band als hij dan een paar liedjes mee zou komen zingen”, lacht Theo.

‘Als vijftienjarig
jongetje glipte ik
stiekem de Jozef in
om The Motions te
zien spelen en nu
sta ik zelf met ze
op het podium’

,,Een en ander leidde tot een mooie vriendschap. Rudy kwam, en komt nog altijd, geregeld op zaterdagochtend langs om een kop koffie te drinken. Tijdens één van die bezoekjes werd hij vergezeld door twee medemuzikanten. Ze vroegen me of ik in de theatershow ‘Rot op met die geraniums’ slaggitaar wilde spelen en tweede stem wilde zingen bij The Motions. En ik zou zelf ook een aantal nummers lead mogen zingen. Maarten Spanjer zou verhalen vertellen tussen de nummers door. De theaters stonden al geboekt, op mijn persoontje na was de band compleet, de financiën waren op orde, alles stond er klaar voor. Nou, daar heb ik niet lang over na hoeven denken. Een theatertour kan ik wat mezelf betreft denkelijk het beste beschrijven als een betaalde vakantie. Ik was altijd gewend geweest om een uurtje of negen onafgebroken door te spelen op bruiloften en om zelf je spullen op te bouwen en af te breken. Nu hoefde ik alleen op te komen dagen en te spelen. En dat nog op mijn oude dag.”
Uiteindelijk beviel het van beide kanten zo goed dat Theo tevens gevraagd werd om in het vervolg, ‘Beatshow’, tussen de nummers door samen met Maarten Spanjer de anekdotes te bedenken en te vertellen. ,,Ik vind het prachtig om aan een show van deze omvang mee te werken. De band bestaat uit iconen uit de Nederlandse muziekwereld. Er blijkt nog altijd ongelofelijk veel animo te zijn voor de hits van weleer. We hebben met de band zelfs een aantal nieuwe nummers opgenomen en uitgebracht. Nou ja, ‘nieuw’ is niet helemaal het juiste woord. Het gaat om demo’s uit de jaren 60 die nooit gebruikt zijn. Op het album zijn zowel de originele demo’s als de nieuwe varianten die we met The Motions hebben opgenomen te horen.”
Theo zucht: ,,Het kan verkeren. Als vijftienjarig jongetje glipte ik stiekem de Jozef in om The Motions te zien spelen en nu sta ik zelf met ze op het podium. Het is een soort jongensdroom die uit is gekomen. En als alles goed gaat staan we dit najaar weer op de bühne.”

Bucketlist
Als pure countryliefhebber heeft Theo van Scherpenseel gedurende zijn muzikale carrière een hoop punten van zijn bucketlist af kunnen vinken. De Volendammer heeft bijvoorbeeld het voorprogramma mogen verzorgen bij shows van countryhelden als Johnny Cash, Jonathan Edwards, Tompall Glaser en niemand minder dan de Nashville Rebel himself, Waylon Jennings. Met een aantal muzikale grootheden is Specs zelfs nog een avond aan de rol geweest. ,,Tompall Glaser werd naar Volendam gehaald voor een show in de Jozef. Wij werden gevraagd om het voorprogramma te verzorgen én Tompall tijdens zijn show zelf te begeleiden. Ik was helemaal in de wolken. Weer zou ik een samenwerking met een Amerikaanse, invloedrijke countryzanger van mijn lijstje kunnen strepen. Helaas was dat positieve gevoel was van korte duur. The Voice Senior-winnaar Ruud Hermans wist me namelijk te vertellen dat Tompall een verschrikkelijk lastige en vervelende man zou zijn.”
,,In Den Bosch wachtte Tompall Glaser me op. Hij had er de avond daarvoor een optreden gegeven en ik zou hem naar Volendam rijden. Die middag hebben we bij mij thuis geluncht. Alle tijd die ik met hem spendeerde wachtte ik gespannen op het gedrag waar ik voor was gewaarschuwd. Het kwam alleen niet. We hebben hartstikke gezellig zitten lunchen en daarna zijn we gaan repeteren. Na de show is hij noodgedwongen direct naar bed gegaan omdat hij midden in de nacht alweer naar Schiphol moest. Zijn bezoek aan Volendam was van korte duur. Ik was vooral opgelucht dat hij helemaal geen nare man bleek te zijn.”
Een paar jaar later zag Theo dat er op zijn antwoordapparaat een bericht wachtte om gehoord te worden. ,,Het was Tompall Glaser. Hij was in Engeland geweest en was weer in Nederland. Hij vertelde dat hij het vervelend vond dat hij de laatste keer zo snel afscheid had moeten nemen en dat we dit nu maar even recht moesten gaan zetten. Mijn vrouw en ik zijn die week drie keer uit eten geweest met Tompall. Het blijft toch bijzonder om te merken dat iemand waar je zo tegenop kijkt, je als gelijke behandelt.”

‘Het blijft toch
bijzonder om te
merken dat iemand
waar je zo tegenop kijkt,
je als gelijke behandelt’

,,Het ultieme voorbeeld beleefden we dat weekend. Tompall vroeg wat we zondagavond van plan waren. Ik vertelde dat Living Room Band-gitarist Evert Jash vijftig was geworden en dat hij het vierde in ’t Winckeltje. Tompall vroeg of het goed was als hij ook even langskwam. Een paar uur later zong hij in het kleinste café van Volendam op Everts verjaardag. Tompall bleek het tegenovergestelde karakter te hebben dan dat waar ik voor gewaarschuwd was. Dit werd des te meer onderbouwd toen hij me een tijdje na de Nieuwjaarsbrand belde. Vanuit zijn woning in Nashville maakte hij zich zorgen over de mensen in Volendam. Hij voelde zich in bepaalde mate betrokken met ons dorp.”
Uiteindelijk blijkt het voor wereldberoemde countryzangers ook allemaal om één ding te gaan. De liefde voor de muziek. En waar Nashville de thuishaven was en is voor country iconen als Hank Williams, Johnny Cash, Waylon Jennings, Willy Nelson en Kris Kristofferson, heeft Volendam met Specs Hildebrand haar eigen countryheld. Wat Specs Hildebrand misschien wel het meest bijzonder maakt, is dat hij het alter ego is van Theo van Scherpenseel, een man die 42 jaar lang fulltime in het onderwijs werkte.
Theo ruimde zijn leven lang tijd in om naast zijn baan aan een prachtige muzikale carrière te werken. Hij was leadzanger van Jen Rog, Canyon, de Dekkerband en The Living Room Band. Hij werkte samen met meerdere wereldberoemde muzikanten, verzorgde het voorprogramma van de groten der aarde en neemt al ruim 45 jaar muziek op als Specs Hildebrand, het pseudoniem dat zijn beste vriend Jip Golsteijn zo treffend voorstelde. Zowel Specs als zijn fans hebben het geluk gehad dat Theo van Scherpenseel in het onderwijs zijn tweede passie vond.
De stabiliteit die zijn baan als docent hem bood gaf Theo namelijk de mogelijkheid om de muziek te maken waar zijn hart ligt. Nooit hoefde hij te bezwijken onder de druk van opportunisme. Hij bleef immer actief in Neerlands bescheiden wereld van de Americana. En zo lang hij kan, zal dat hij dat blijven doen.

 

|Doorsturen

Kees Tol

2021-05-20 15:03:14

Mooi stuk Theo ( en Kevin ). Ik hoop dat alles goed is met je !

Groeten uit UK van je ouwe voetbal maatje....

Theo van Schepenseel

2021-05-21 14:35:39

Ha die Kees.

Leuk iets van je te vernemen. Alles wel?

Heb helaas je tel.nr. niet.

Vr.ge.

Kees Tol

2021-05-23 15:29:57

Ik kom je nummer wel aan de weet via WirWar chat.

Bel je wel effe volgende week!

T aka S

2021-05-24 15:46:23

Top!

Uw reactie